HOOG SPEL IN TSJECHIE

DE KOPLOPER woont in een kattebak. Niet ver van het centrum van Praag, onder het spoor door, in de arbeiderswijk Zizkov....

Beneden ligt een verzameling grauwe en vervallen woonblokken, waar in de eerste decennia van deze eeuw de Praagse arbeiders werden ondergebracht. De restauratie- en reconstructiegolf die Praag sinds de fluwelen revolutie in de greep heeft, begint hier pas heel voorzichtig door te dringen.

Midden in de wijk huist Viktoria Zizkov. Een typische buurtclub die sinds de oprichting in 1903 de wijk niet heeft verlaten. Kort na de oorlog nam Viktoria zijn intrek in het stadionnetje aan de Seifertova-straat en de treurige staat waarin het onderkomen zich bevindt is een reflectie van veertig jaar communistische stilstand en verval. In al die jaren is in het stadion nog geen spijker in de muur geslagen. Niet echt het huis van een moderne topclub.

En een topclub mag Viktoria Zizkov genoemd worden. De voetballers van de arbeiderswijk zijn de trotse koplopers in de Tsjechische competitie en kwalificeerden zich zojuist voor de kwartfinales van het bekertoernooi door een verpletterende zege op Bohemians.

Vorig jaar veroverde de club de Tsjechische beker door Sparta Praag, de grote stadgenoot, te verslaan. De beloning was deelname aan het Europese toernooi voor bekerwinnaars, waarin vorige maand het Londense Chelsea toch nog iets te sterk bleek te zijn.

Viktoria Zizkov is het symbool van de tegenstrijdigheden in het huidige Tsjechische voetbal en reflecteert tevens de chaotische overgang van een communistische staat naar een moderne kapitalistische maatschappij. De nieuwe rijken zijn zeer nadrukkelijk aanwezig in het openbare leven en dragen onvermoeibaar de mentaliteit uit dat wie het breed heeft, het breed moet laten hangen. En hoe breder kun je het laten hangen dan door een voetbalclub te kopen?

Tot aan de revolutie van 1989 was Viktoria Zizkov een onbeduidend derde-rangs clubje in een onderafdeling van het Tsjechische voetbal. Maar na de omwenteling mocht de club tot haar tevredenheid constateren dat geld geen vies woord meer was. In 1992 meldde ondernemer Vratislav Cekan zich in Zizkov en legde genoeg geld op tafel om Viktoria tot zijn persoonlijk eigendom te maken.

Cekan kocht de ene speler na de andere, onder wie het grote talent Karel Poborsky, en nam vervolgens de proflicensie over van de failliete tweede-divisieclub Pribram. De successen waren spectaculair, al hielp het dat Tsjechoslowakije werd opgesplitst en de nieuwe Tsjechische voetbalbond de halve tweede divisie overhevelde naar de hoogste afdeling om een fatsoenlijke competitie mogelijk te maken.

Geld is er genoeg bij Viktoria, maar daarmee is de club de problemen niet te boven. Het stadion verkeert in zo'n erbarmelijke staat dat er van de UEFA geen internationale wedstrijden meer mogen worden gespeeld. Voor het duel tegen Chelsea moest uitgeweken worden naar het industriestadje Jablonec in het noorden van het land.

Cekan wil er wel iets aan doen, maar de kans dat hij stuk loopt op een erfenis van het verleden is groot. Cekan heeft een huurcontract voor 99 jaar met de stadsdeelraad gesloten, maar de groep sportclubs die van het stadion gebruik maakten, eist het annuleren van het contract. Zij willen toegang tot hun faciliteiten houden.

Daarmee is de aangekondigde renovatie van 6,5 miljoen gulden onzeker geworden. Mocht het spaak lopen, dreigt Cekan, dan zal Viktoria de wijk Zizkov na 90 jaar alsnog verlaten:' 'Een van de mogelijkheden is dat we het Dukla-stadion kopen.'

Dat stadion staat leeg sinds afgelopen juni, want Dukla Praag is de andere kant van het verhaal van het voetbal in het post-communistische tijdperk. De meest succesvolle Tsjechische ploeg van na de oorlog degradeerde eind vorig jaar uit de hoogste divisie. In feite was het doek al eerder gevallen.

Dukla was de legerploeg van Tsjechoslowakije, werd geheel gefinancierd uit de middelen van het ministerie van Defensie. Eind 1993 deed minister Baudys wat van hem werd verwacht: hij verbrak alle banden met Dukla, omdat in een normaal land het ministerie van Defensie er geen professionele voetbalclubs op nahoudt. Om de schulden te voldoen besloot Dukla haar licensie te verkopen en hield aldus op te bestaan als profclub.

De miljonairs die over elkaar heen vallen bij het opkopen van voetbalclubs, hadden geen belangstelling voor Dukla, dat gezien het verleden de minst populaire club van Praag is en het in de laatste jaren met een handjevol bezoekers moest doen. Maar elders zijn de snelle jongens met het grote geld driftig actief en met hun dictatoriale aanwezigheid veranderen zij het karakter van het Tsjechische voetbal.

Dat stemt tot somberheid, meent Vaclav Jezek, de pater familias van het Tsjechisch voetbal. 'Onder het totalitaire systeem gebeurde het soms dat de partij een besluit nam en tegen iemand zei: jij gaat je voortaan met voetbal bezig houden. Ook al was dat iemand die niets van voetbal wist. Nu doen de rijke voorzitters hetzelfde. Ze hebben absoluut geen verstand van voetbal, maar ze zijn wel de baas.'

Jezek is inmiddels 72, maar leeft nog geen dag zonder voetbal. De coach die successen vierde bij ADO en Feyenoord en in 1976 Tsjechoslowakije naar de Europese titel leidde, is zijn levenslange tocht door de voetbaljungle opvallend ongeschonden doorgekomen. Hij is nog immer de innemende, vriendelijk man, een toonbeeld van beschaving in een wereld die op dat punt bepaald niet uitblinkt.

In de nieuwe sfeer van de geldsmijters heeft Jezek zich nog één keer in het avontuur gestort. Toen de in Amerika rijk geworden Tsjech Korbel de verleiding niet kon weerstaan een voetbalclub te kopen, vond hij Jezek aan zijn zijde. Het tweetal ging als voorzitter en manager aan de slag bij Slavia Praag en boekte daar wat successen. Maar Korbel bleek weinig standvastig en deed zijn nieuwe speeltje al snel van de hand.

0

LAVIA was de tweede keuze geweest. 'Eigenlijk had hij Sparta willen kopen', zegt Jezek. 'Maar dat wilden die oude communisten niet. Ja zeker, die zitten daar nog allemaal en maken op de achtergrond de dienst uit. Dat zijn inderdaad dezelfde figuren die nu het grote geld maken. Dat is een grote fout geweest van premier Klaus. Toen hij nog minister van Financiën was, had hij al het geld moeten laten stempelen, zoals elders na de oorlog is gebeurd.'

Er gaat plotseling veel geld om in de Tsjechische voetbalwereld. Net als in andere sectoren van de post-communistische maatschappij is een groot deel van dat geld verbonden met oud communistisch kapitaal, corruptie, belastingontduiking en witwassen.

De reeks schandalen is aanzienlijk. Vorige maand arresteerde de politie Miroslav Svarc, zakenman en eigenaar van de eredivisieclub Benesov, die sinds zijn binnenkomst door het leven gaat als Svarc Benesov. Svarc wordt ervan beschuldigd voor zo'n anderhalf miljoen gulden aan sociale premies achterover te hebben gedrukt.

Svarc werkt als een soort koppelbaas. Hij hield de premies wel in, maar droeg ze nooit af aan de overheid. Zijn financiële problemen hadden eerder directe gevolgen voor de voetbalclub, omdat de eigenaar zich gedwongen zag een aantal spelers te verkopen.

Moelijkheden met geld en sponsors en duistere affaires teisteren veel clubs. Slavia, Bohemians, Union Cheb, FC Boby Brno, ze zijn recentelijk allemaal verwikkeld geweest in financiële transacties die niet door de beugel kunnen.

Men vraagt zich af hoe lang Viktoria Zizkovs sterke man Vratislav Cekan het volhoudt de Maecenas van de club te blijven spelen. De zakenman heeft volgens de Praagse pers voor vijftig miljoen gulden aan schulden bij banken en de overheid. Zijn grote project om de heuvel bij Zizkov rond het mausoleum tot een groot pretpark om te toveren is vooralsnog geblokkeerd door de lokale autoriteiten.

Sparta's miljonair Peter Makh laat zijn bankbiljetten het meest opzichtig wapperen. Hij financierde de verbouwing van het Sparta-stadion op de Letna-heuvel dat onlangs werd heropend en nu het pronkstuk van het Tsjechische voetbal is. Twintig miljoen gulden legde Mach ervoor op tafel.

De verbouwing veroorzaakte een rel, omdat Mach aan de slag was gegaan zonder bouwvergunning. Die kwam pas op het moment dat het karwei was geklaard. 'Ik heb het zo gedaan om de afgrijselijke bureaucratische jungle hier te omzeilen', aldus de voorzitter.

Maar zelfs bij Mach heeft de schatkist een bodem. Dat merkten de spelers van Sparta. De sterren Martin Frydek en Horst Siegl begonnen een actie om alsnog de toegezegde maar nooit betaalde premies van het vorig seizoen te krijgen. Dat was tegen het zere been van dictator Mach, die de twee internationals persoonlijk verbande naar het C-team.

'Misschien', schreef een Praags weekblad, 'hebben de bouwvakkers bij de verbouwing van het Sparta-stadion een schietstoel ingebouwd in het kantoor van de coach.' Want de macht van de voorzitter richt zich natuurlijk in de eerste plaats tegen de coach.

De benoeming in oktober van de Duitser Jürgen Sundermann tot trainer was de derde in drie maanden. Sundermann, in het verleden ooit de coach van het nationale elftal van de DDR, gaat alles anders doen: 'Ik hoop Europese trainingsmethoden te introduceren'.

In augustus werd Karol Dobias door Mach de laan uitgestuurd. De competitie was pas twee wedstrijden oud en Sparta had nog niet verloren. Maar Dobias moest weg, aldus voorzitter Mach, 'omdat de ploeg niet met voldoende stijl won. De ploeg heeft een saai en onprofessioneel imago'.

Dobias werd opgevolgd door Vladimir Borovicka, die een koppel vormde met Jozef Chovanec. De sierlijke oud-PSV'er is nog altijd een van de drijvende krachten van de Sparta-ploeg, maar zijn coaching-capaciteiten bleven beneden de verwachting van de voorzitter.

Mach heeft toegezegd binnenkort nieuwe spelers te zullen kopen. Bij concurrent Slavia gniffelen ze om de slechte resultaten van Sparta, de club van het volk: ze hebben al hun geld in het stadion gestoken en niet in spelers. Slavia zette overigens zelf trainer Jindrich Dejmal drie dagen voor de start van de competitie op straat. Een poging om bondscoach Dusan Uhrin in te lijven werd geblokkeerd door de bond.

0

SJECHIE is Europees kampioen trainers ontslaan', zegt Vaclav Jezek. Hij is tegenwoordig voorzitter van de trainersraad van de Tsjechische voetbalbond, maar leidt ook de unie van trainers, 'zoiets als de VVON in Nederland. Die is hard nodig, want die voorzitters hebben geen verstand van voetbal. Wij zorgen ervoor dat de ontslagen trainers in elk geval hun geld krijgen.'

Sparta werd in de eerste ronde van de Europa Cup uitgeschakeld door IFK Göteborg. Volgens Jozef Chovanec een gevolg van de zwakke Tsjechische competitie: 'We spelen niet genoeg zware wedstrijden in eigen land. Als we dan Europa ingaan en ploegen als Göteborg ontmoeten, hebben we te veel tijd nodig om ons aan te passen en het spel te verbeteren. We hebben betere ploegen in Tsjechië nodig.'

Jezek beaamt dat de splitsing van Tsjechoslowakije ernstige gevolgen voor de Tsjechische competitie heeft. 'Wij missen vier grote Slowaakse clubs, zij missen acht Tsjechische clubs. Als nu gezegd wordt dat het aantal clubs terug moet, moet ik lachen. Twee jaar geleden riep de voorzitter ons bijeen om te praten over de nieuwe liga. Ik heb toen gezegd twaalf clubs. Zij wilden er zestien. Iedereen heeft gedacht, het zijn wel kleine clubs, maar ze hebben geld. Maar veel van die clubs komen uit een dorp.'

Voor het nationale elftal heeft de opsplitsing geen ernstige consequenties gehad, aldus Jezek. 'In de kwalificatie voor Amerika speelden we met maar drie Slowaken: Dubovsky, Moravcik (die was toen de beste man) en de laatste twintig minuten meestal Timbo. Ook bij het WK in Italië was het grootste deel Tsjechen. In 1976 in Joegoslavië, toen we Europees kampioen werden, waren de Slowaken wel in de meerderheid.'

Hoewel Jezek geen directe binding meer heeft met het nationale elftal, maakt hij zich op voor een nieuwe ontmoeting van Dick Advocaat. 'Ik kwam bij ADO na Ernst Happel. Ik heb Dick Advocaat in de ploeg gebracht. Daarvoor speelde die afwisselend met Van den Oever. Later heb ik gezien bij Sparta dat hij zich van waterdrager ontwikkeld had tot spelbepaler.'

Het nieuwe Tsjechische team heeft volgens Jezek goede mogelijkheden, al is het wat weggezakt. 'Bij het WK in Italië speelden we goed. Daarna is er een nieuwe trainer gekomen van Banik Ostrava. Die dacht: het zijn profs, die doen alles zelf wel. Maar voetballers zijn mensen, er moet een regime zijn. Hij is dat vergeten, daardoor was er geen discipline en hebben we ons niet gekwalificeerd voor het EK in Zweden.

'Dat zou onder Venglos niet gebeurd zijn. Venglos ging na het WK 1980 naar Aston Villa, daarna naar Turkije. Maar hij haalde geen successen, en kwam vorig jaar terug naar Slowakije als bondscoach. Hij was mijn assistent bij het EK in Joegoslavië, ik zijn assistent in Italië. We konden het goed met elkaar vinden. Ik ben Tsjech, maar in Slowakije geboren, mijn moeder was Slowaakse. Ik spreek de taal.'

Jezek gelooft dat Tsjechië onder Uhrin erin zal slagen zich te plaatsen voor het Europees kampioenschap. 'Die 0-0 op Malta was natuurlijk slecht. Een gevolg van onderschatting. Daardoor is hier toch weer een beetje paniek uitgebroken. Ik denk dat Nederland en Tsjechië doorgaan. Als we een punt in Rotterdam kunnen pakken. Al is Noorwegen een probleem, omdat je nooit weet wat je van die Noren kunt verwachten.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden