Hoog doel blijft middelen heiligen

De utopische doelen, die Wijnand Duyvendak nastreeft, kunnen gemakkelijk leiden tot de legitimatie van geweld. Hans Achterhuis..

Bij de ‘affaire Duyvendak’ draait het om de problematiek van de hoge, verheven doelen en de al dan niet gewelddadige middelen waarmee men die het beste kan bereiken. De voormalige activist en directeur van Milieudefensie bleef gedurende deze hele affaire gevangen in het doel-middeldenken. In twee weken tijd veranderde hij verschillende keren van opvatting, maar hij bleek daarbij geen moment afstand te doen van het doel-middelschema.

Het begint met de zeer ongelukkige uitnodiging voor de presentatie van zijn boek Klimaatactivist in de politiek. Duyvendak beschrijft hierin de inbraak in het ministerie van Economische Zaken, waar hij als anti-kernenergieactivist bij betrokken was en waarbij documenten over mogelijke locaties van kerncentrales werden ontvreemd, nog steeds vol trots als ‘een groot succes’.

Die laatste kwalificatie neemt hij snel terug, maar de instrumentele visie op zijn handelen blijft hij trouw. In een aantal interviews blijkt hij de inbraak en andere illegale en gewelddadige acties uit de jaren tachtig van de vorige eeuw vooral te betreuren omdat ze het grote publiek van de milieubeweging vervreemd zouden hebben. Hij beschouwt deze acties nu ineens als ‘contraproductief’ en ‘ineffectief’. ‘Acties zoals ik ze heb uitgevoerd * isoleren je van een groot deel van de bevolking. Uiteindelijk word je als beweging altijd kleiner.’ (Binnenland, 8 augustus)

De gevaarlijke implicatie van deze puur instrumentele visie is dat wanneer gewelddadige acties in bepaalde omstandigheden wel op een goed onthaal van de massa’s mogen rekenen, Duyvendak ze kennelijk zonder problemen weer als succesvol zou hebben beschreven. Nergens klinkt in zijn eerste uitspraken de idee door dat gewelddadige acties ook op morele en politieke gronden beoordeeld en veroordeeld zouden kunnen worden. Meindert Fennema heeft gelijk dat Duyvendak de democratie slechts als middel ziet ‘om zijn doelen te bereiken’ (Forum, 11 augustus). Dat het hier ook om een wijze van goed samenleven gaat met een eigen waarde die niet vanuit een doel-middelschema benaderd moet worden, klinkt nergens in Duyvendaks uitlatingen door.

In het roerige actieverleden zelf bleek dit doel-middeldenken ook onverbiddelijk een glijdende schaal van het geweld op te leveren. Zeker, men maakte, zoals Duyvendak stelt, soms een onderscheid tussen geweld tegen zaken en tegen personen. Maar de vaak directe en nauwe verbinding tussen zaak en persoon ontging de actievoerders. Toen de namen, adressen en vakantiegegevens van de ambtenaren die men via de documenten buitgemaakt had, in het krakersblad Bluf! werden gepubliceerd met de oproep om ‘de rust van deze onruststokers te verstoren’, verloor men dit onderscheid tussen de twee soorten geweld geheel uit het oog.

Duyvendak was zeer naïef of uiterst hypocriet toen hij beweerde dat hij nooit beseft had dat dit tot het ingooien van ruiten, brandstichting, huisvredebreuk en persoonlijke bedreigingen zou kunnen leiden. Had hij, terwijl hij zelf als actievoerder anoniem bleef, soms verwacht dat zijn collega’s netjes bij een ambtenaar zouden aanbellen om een open, inhoudelijke discussie over kernenergie te gaan voeren? Het goed-fout-schema waarin men toentertijd ook gevangen zat, maakte het eigen gelijk zo absoluut dat een democratische discussie ‘met de vijand’ overbodig werd geacht.

De zuiver instrumentele benadering liet ook op andere wijze het onderscheid tussen geweld en geweldloosheid vervagen. De Amsterdamse GroenLinks-wethouder Maarten van Poelgeest, die als oud-activist zijn verleden rechtvaardigt door te stellen dat hij geweldloosheid in de jaren tachtig altijd hoog in het vaandel had staan, legt uit waarom hij en zijn medestanders in het verleden toch geen afstand namen van de radicale, gewelddadige vleugel van de beweging: ‘We hadden een gemeenschappelijk doel’ (NRC, 22 augustus). Je viel volgens Van Poelgeest vanwege dit hoge, gemeenschappelijke doel ‘je oude strijdmakkers niet zo gemakkelijk af’.

In de rede die hij uitspreekt bij de presentatie van zijn boek gaat Duyvendak weer een stapje verder in zijn denken. Hij lijkt nu volledig afstand te nemen van het doel-middelschema. Tegen vroegere collega’s die betogen dat zij ook vandaag de dag tot een inbraak voor een belangrijk doel bereid zouden zijn, zegt hij: ‘Het doel heiligt het middel, is dan kennelijk de redenering.’ Dat wíjst Duyvendak nu expliciet af, omdat dit het democratisch proces zou ondergraven: ‘Het doel heiligt de middelen niet.’

Dat klinkt eindelijk als een definitieve breuk met het instrumentele denken, maar blijkt dat nauwelijks te zijn. Zowel in zijn boekpresentatie als in zijn boek zelf laat hij er geen twijfel over bestaan dat hij nog steeds ‘een groot politiek doel’ blijft nastreven. ‘We zetten de toekomst van onze beschaving op het spel als wij niet zeer snel de CO2-uitstoot sterk reduceren’, luidt boodschap die hij er inhamert. Wie als politicus dit belangrijke doel niet geheel ziet zitten, is voor Duyvendak geen collega die hij rationeel zou kunnen overtuigen, maar ‘een struisvogel’ die zijn kop in het zand steekt (Binnenland, 20 augustus).

Het hoge doel blijft hier lonken, de middelen om het te bereiken moeten nu wel geweldloos zijn, maar ze kunnen nog altijd geheiligd worden door het grote belang van het doel. Uit een peiling van Maurice de Hond bleek dat meer dan de helft van de GroenLinks-stemmers de oude actie van Duyvendak goedkeurde ‘gezien het doel van de inbraak’. Welnu, de hoge doelen die Duyvendak thans stelt – voor minder dan de redding van de mensheid doet hij het niet – lijken voor deze grote groep kiezers gewelddadige middelen zeker open te laten. Er is werk aan de winkel in het zelfonderzoek dat Femke Halsema voor GroenLinks beoogt.

In de berichtgeving over de affaire Duyvendak leek het soms of alle buitenparlementaire actie over één kam met Duyvendaks handelen moest worden geschoren. Wonderlijk genoeg was het Ulli d’Oliveira, oud-hoogleraar rechtsfilosofie, die hier een begin mee maakte (Forum, 15 augustus). Hij verdedigde een vroegere actie van de stichting Reinwater die tegen de zoutlozingen in de Rijn van de Franse kalimijnen protesteerde. Er werd toen een vrachtwagen met een lading zout voor het Franse Verkeersbureau gedumpt. De publiciteit was enorm en het zout werd weer netjes opgeveegd. Hoewel het verschil met de anonieme en bedreigende acties van Duyvendak aanzienlijk is, werd de suggestie van Ulli d’Oliveira dankbaar in de felle discussies over en weer opgepakt om alle politiek activisme te veroordelen of te rechtvaardigen. De acties van Rosa Parks en Martin Luther King passeerden hierbij ook verschillende keren de revue. Deze totale vermenging van alle buitenparlementaire acties lijkt mij onzinnig. Het wat mij betreft belangrijke kind van een actie die openbaar en geweldloos misstanden aan de kaak stelt, wordt zo met het badwater van het gewelddadige en utopische doel-middeldenken weggegooid.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden