Hoofdstad van alles

ER ZIJN VEEL en ook opzichtige manieren om Parijs te verkennen en die stad te ontcijferen. Je kunt Parijs 'lezen', bladerend in de immense bibliotheek die over die stad is geschreven, in de boeken van Honoré de Balzac of in Walter Benjamins Passagenwerk, het gebloemleesde Parijs....

Het kan ook excentrieker. Toen dat nog getuigde van goede smaak, in de negentiende eeuw, kon je in Parijs met je schildpad flaneren of met een kreeft, zoals Gérard de Nerval. Je kunt zelfs nu nog in de voetsporen lopen van de Parijse kroniekschrijver Louis Sébastien Mercier, of in het kielzog van 'nachtridder en voyeur' Restif de la Bretonne, 'de Rousseau van de goot, de Voltaire van de kamermeisjes'.

Parijs kun je ontdekken, wandelend van het ene kunstenaarsatelier naar het andere, in Montmartre en Montparnasse, van het ene café en restaurant naar het andere - want Parijs 'denkt' tijdens de lunch, van de Porte d'Italie naar de Porte de Clichy, van het Bois de Boulogne naar het Bois de Vincennes, langs de achtertuinen van het groene Parijs, de parkjes en de perkjes, of lezend in herinneringen aan de Parigots, echte Parijzenaars, en aan de doden op het kerkhof van Père Lachaise.

Je kunt echter Parijs ook verkennen aan de hand van plekken waar misdaden zijn bedreven, van pleintjes of gevangenissen waar de guillotine stond of waar de botten werden geradbraakt van aanhangers van het ancien régime of van revolutionairen, minnaars van koninginnen en moordenaars van koningen, met behulp van oude politiefoto's zoals in de Crime Album Stories - Paris, 1886-1902 van Eugenia Parry, of van geschiedenissen over het 'Paris rouge', over de revolutie van 1789, de Commune van 1871 en de schermutselingen - les Evénements - van 1968. Parijs is een bonte collage, een meervoudige stad, laag over laag.

Als een landmeter liep Léon-Paul Fargue, 'le piéton de Paris', vroeger dagelijks door de quartiers en villages van Parijs. In zijn stadsgids Les vingt arrondissements de Paris verkende hij in korte stukken alle twintig arrondissementen van Parijs (een idee van Lodewijk XIV), die er op een plattegrond uitzien als een wenteltrap, van het eerste naar het twintigste, een spiraal zoals van een slakkenhuis.

Elk arrondissement heeft zijn geschiedenis, 'zijn specialiteit': het eerste met Les Halles en het Louvre, 'de buik van Parijs' en le passé de Paris complet; het tweede de Beurs, het geld; het derde de Marais en het vierde de quais langs de Seine; het vijfde 'het geleerde Parijs' met de Sorbonne en het Panthéon; het zesde 'het literaire Parijs' met zijn uitgeverijen en cafés; het zevende de Tour Eiffel, et cetera, het ene arrondissement na het andere, zoals op een ganzenbord. Het Parc Monceau in het achtste, Clichy en Pigalle in het negende, Gare du Nord en Gare de l'Est, Montmartre en Montparnasse, enzovoort.

Parijs heeft een nieuwe Fargue, een nieuwe 'voetganger van Parijs': de voormalige chirurg en thans uitgever Eric Hazan. Hij kent als geen ander de geschiedenis en de plattegrond van zijn stad. In L'invention de Paris - Il n'y a pas de pas perdus, zijn eerste boek, wandelt hij door die stad, van faubourg naar faubourg, van boek naar boek. Bij elke straat of elk plein vertelt hij een bijzondere geschiedenis. De klassieke opdeling van Parijs in rive droite en rive gauche, of centrum en periferie, lijkt Hazan 'te simpel'. Hij beschrijft Parijs, zowel politiek als architecturaal, artistiek of literair, sociaal of economisch, als een uitdijende ui: er werden, sinds de Middeleeuwen, steeds weer nieuwe wallen en stadsmuren gebouwd, en op de stadsplattegrond kun je moeiteloos sporen van die vestingen herkennen.

Zijn boek is een honderden pagina's lange, gedetailleerde en erudiete rondgang door eeuwen Parijse geschiedenis. We ontmoeten personages uit de Franse literatuur, Diderots neef van Rameau in het Palais-Royal, Flauberts Bouvard en Pécuchet op de boulevard Bourdon, en zoveel andere illustere personages, Ferragus, Nana, Manon Lescaut.

Hij vertelt de geschiedenis van het gesloopte Quartier du Carrousel en van het Parijs van baron Georges-Eugène Haussmann, prefect van de Seine, de artiste démolisseur, 'de sloopkunstenaar'. Als een oplettende fysiognoom loopt hij door Parijs, als een boulevardier, en herinnert ons aan de vele kleurrijke geschiedenissen die zich in die stad hebben afgespeeld. Hij is een flanerende historicus. Alles komt ter sprake: de Place de Grève, de executieplaats; de stadswal van Ledoux en de Parijse belastingpachterij; de opdeling van Parijs in arrondissementen; de uitvinding van het gaslicht en de réverbères - de straatlantaarns; de passages; de huisnummering 'en blanc sur fond bleu d'azur'; de bohème; het revolutionaire Parijs.

De boulevard is de barometer van eensamenleving. Fysiognomen zoals Mercier, Fargue of Hazan, kijken om zich heen als in een panorama. De boulevard, waar - in de woorden van Balzac - 'het grote gedicht van de etalage zijn kleurrijke strofen zingt', is een theatrum mundi, een schouwtoneel. Het leven is er voortdurend in beweging. Charles Baudelaire gaf in zijn verzen en essays gestalte aan 'deze helse processie' van speculanten, leeglopers, lanterfanters, voddenrapers en oplichters, van de bohème dorée, filosofen en kunstenaars. Le Tout Paris. Parijs, zegt Hazan, is 'inventie', een fantasmagorie.

Het is de hoofdstad van de wereld, schrijft Patrice Higonnet, 'a city of myths'. In Paris - Capital of the World schetst Higonnet de intellectuele en culturele biografie van die stad. In alles lijkt Parijs uitmuntend: het is de hoofdstad van de kunsten, van het moderne individu, van de revolutie, van de wetenschap, van de literatuur, maar ook van de vervreemding, van de misdaad en van de ongebreidelde bouwzucht. Johann Wolfgang von Goethe, die de stad nooit heeft bezocht, noemde Parijs 'de universele stad'.

De jakobijn en voormalige Pruisische baron Anarcharsis Clootz, die 'geguillotineerd' werd, beschreef Parijs als de commune centrale du globe. Toch was Parijs niet altijd de hoofdstad van Frankrijk. De koningen verbleven in hun kastelen en paleizen in Versailles of aan de Loire. In Diderots Encyclopedie staat geen artikel over Parijs. De stad was vooral in de negentiende eeuw 'de culturele hoofdstad van de wereld'; Parijs werd toen een 'wemelende stad', in de woorden van Baudelaire, 'een stad vol dromen'.

Baudelaire schreef over de broeierige menigte, over de moderniteit van Parijs. 'Wie in staat is zich in een mensenmenigte te vervelen', noteerde hij, 'is een domkop, een domkop zeg ik, en van een verachtelijk soort.' Het vieux Paris was in de eerste helft van de negentiende eeuw nog geen lichtstad, maar een onveilige middeleeuwse stad met kleine stegen en open riolen. In Seven Ages of Paris - Portrait of a City maakt Alistair Horne, die eerder over de Parijse Commune schreef, ons deelgenoot van die Baudelairiaanse menigte en het veranderende Parijs. We worden in het boek getuigen van allerlei gebeurtenissen en faits divers, van kroningen en huwelijken, van moorden en terechtstellingen, van oproer en frivoliteiten. Horne neemt ons mee naar Père Lachaise, het beroemdste kerkhof van Parijs; we dwalen door het Parijs van 'music and sex' en 'bread en circuses'.

Parijs, zei Benjamin, is 'de gestolde droom van de bourgeoisie'. De boulevards en de monumentale huizen, de warenhuizen en de overdekte passages zijn de vormgegeven droom van 'het grootkapitaal'. Door revoluties en machtswisselingen veranderde het aanzicht van Parijs. In Seven Ages of Paris wandelen we door zowel het 'oude' Parijs van Philippe Auguste als het 'moderne' Parijs van de Belle Epoque of de vrolijke en studentikoze Jours de Mai.

Parijs, zei de schrijver Henry Miller, is de enige stad waar een kunstenaar in waardigheid kan leven en sterven. 'The streets sing, the stones talk', schreef hij. 'The houses drip history, glory and romance.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden