Hoofdconducteur in hinderlaag

'Zal ik straks gaan huilen om de VPRO, denk je?' Bleef het bij preken voor holistische kattenvrienden en vegetarische Saab-rijders?...

'Geen baas met autoriteit, maar zo'n doorgedemocratiseerde mafketel. En maar vergaderen, en maar lullen. En leiding geven, of salaris, ho maar.' Zo'n liefdevolle hoestbui van radionar Cor Galis mocht niet ontbreken; twee afscheids-cd's gooit de VPRO er tegenaan. Met recht. Jan Haasbroek heeft immers nog leden helpen wegjagen die Galis als propagandist godbetert net met moeite had binnengehaald. Neem de gefingeerde nieuws-uitzending over revolutie in Amsterdam, maart '69. Of wat die Haasbroek daarna als radiobaas niet allemaal over z'n kant liet gaan: 'Een zwijnestal was het.'

'De laatste jaren heeft hij weer een vouw in z'n broek, gaat hij niet meer in therapie, deelt hij wel eens een berispinkje uit en haalt hij wel eens een kam door z'n haar.'

'Jan is een beetje contactgestoord', vindt radiomaker Wim Noordhoek. 'Toen een vrouwelijke producer met een nieuw kapsel verscheen, riep Jan: Nou zal je man er wel meteen bovenop springen. Dat hele directe, dat valt wel eens verkeerd.' Peter Flik, enfant terrible onder de radiomakers: 'Er was een nieuwe telefoniste en na twee dagen zei Jan door de telefoon ter kennismaking: Ik ben hier de directeur. Maar ik heb wel een gele pik, kun je even de dokter bellen?'

De leukste en tevens verschrikkelijkste eigenschap van Jan Haasbroek, scheidend radiohoofd der voormalig vrijzinnige omroep: humor. Z'n VPRO-vrienden beweren het. Iemand ook die zich naar eigen zeggen schuil houdt achter die veilige omheiningen van ironie en relativering. Maar hij is het spuugzat, Jan.

Wat Hilversum hem niet heeft aangedaan. Zo gemeen als ze met hem zijn omgesprongen. Altijd tegenwerken. Hem de kastanjes uit het vuur laten halen. Van geen enkele kant kreeg hij medewerking. En altijd gemene praatjes in het rond strooien. Van dat hij niet deugde. Dat hij nooit luisterde. Dat hij er nooit was. Dat hij de boel in de uitverkoop deed. Dat hij commercieel wilde. Dat hij de VPRO wilde opdoeken. Dat hij al jaren weg wilde. Dat hij uitgeblust was. Dat hij overal solliciteerde. Dat hij met iedereen bonje had.

'Ik ben mislukt', schrijft hij in deze week verspreide memoirettes. 'Ik heb gefaald. Ik ben een wrak. Ik stap er uit'. Weg uit Hilversum, 'een jammer dorp'. Weg uit dat turbulente huwelijk met 'de allerbeste radio-omroep van Nederland'. In Rotterdam, bij Stads TV, wacht hem genoeg andere ellende - waarover straks meer.

Verantwoordelijk geweest voor 33 duizend radio-uren, waarvan hij 12 duizend uur nooit gehoord heeft ('dat is drieëneenhalve zwangerschap'). A-omroepen, noteerde hij scherp, hadden wel vijf keer zoveel Afrikaantjes in de tuin als C-omroepen en vijf keer zoveel toiletrollen. Programma's leken op elkaar, alleen in de kantine kon je merken waar je was. De VPRO had de lekkerste toetjes, met de mokkakwark op kop. Bij de AVRO heeft hij radiopionier Vogt nog slablaadjes in een zakje zien doen voor zijn konijn. Dertig jaar dikke pret gehad in het dolhuis. Een mallemolen, dat oude bestel. 'Foei, wat konden die gasten zuipen. Chapeau'

Heeft de VPRO aan zijn opdracht voldaan?, vraagt Haasbroek (1943) zich af in zijn ironisch gepenseelde afscheidskroniek. 'Hebben wij de macht gekneveld, de tolerantie opgestuwd, en de kunstzin verhoogd? Of bleef het preken voor eigen parochie, voor de milieubewuste whiskydrinkers, de holistische kattenvrienden en de vegetarische Saab-rijders? Ik denk dat wij nauwelijks nieuwe luisteraars in ons kamp gelokt hebben.'

In de slangekuil van de verzuiling, zoals hij de overlegorganen van radiodirecteuren en zendercoördinatoren pleegt te betitelen, kon Haasbroek prima overweg met 'houders van andere filialen'. Hij wóónde tussen woorden als tijdpaden, draagvlakken, prijskaartjes en proefballonnen. Wat Haasbroek heeft teruggekoppeld, handen en voeten gegeven, en op de rails gezet, dat gunt hij z'n ergste vijand niet. Randvoorwaarden, beleidsopties, stuurgroepen, vervolgtrajecten: baas Haas had ze graag verzwegen, maar hij heeft vergaderd en niet zo zuinig ook.

En net toen hij geroepen werd voor het hoge ambt van radiocommissaris, was het gedaan met de raad van beheer in omroepland. Of hij gelukkig was geworden op de top van de Gooise apenrots is vers twee, 'maar', schrijft hij, 'ik had zeker meer voor de kwebbelkast kunnen doen dan wanneer het totale radiogebouw niet zou zijn onttakeld.'

Aan zijn ideaal voor een nationale omroep had Haasbroek de VPRO willen offeren. Dat is geen geheim. Hij geeft de VPRO nog hooguit vijf jaar. En die omroeppolitieke instelling is hem in eigen kring niet in dank afgenomen. Jan Haasbroek zegt: 'Ze hebben hard geprobeerd me onderuit te halen. Er is veel verzet geweest tegen de A-status van de small is beautiful-mensen. Verzet tegen zenderkleuring, tegen het meerjarenplan. Met niet geringe middelen.'

Bij een knus kopje thee in zijn Amsterdamse huis noemt Haasbroek een voorbeeld. De afspraak was om elke keer de omroep aan te kondigen die de uitzending van de VPRO zou overnemen. 'Een simpel verzoekje. De AVRO aankondigen en zeggen dat je d'r volgende week weer bent. En dan hoor je op de radio een collega zeggen dat zo'n verzoek hem deed denken aan de omroep in oorlogstijd. Cees Slager, die was het, vergeleek mij met de NSB'er Herweijer van de genazificeerde omroep. Dat is volkomen buiten proporties. Dat soort dingen heb ik regelmatig meegemaakt, dat er ontzettend op de man gespeeld wordt.'

Nee, rancuneus is hij niet. 'Ik ben bang om misbruik te maken van mijn positie. Dan ga ik aan derden vragen of ik gevoelig reageer. Juist met de verspreiding van dat boekje en de cd's bij mijn afscheid zorg ik er angstvallig voor die mensen niet over te slaan. Ik kom uit de calvinistische hoek, dat je jezelf moet corrigeren op emoties. Je kunt je in zo'n baan geen persoonlijke dingen veroorloven die je anderen verwijt. Daar ben ik heel getraind in. Maar het is wel zwaar.'

Zendtijd binnenhalen, onderstreept Wim Noordhoek, dáár lag Haasbroeks vergaderkracht. Sporadisch vertoonde de baas zich op de werkvloer. Om niemand voor de voeten te lopen. Programmamakers moesten alsjeblieft niet tevoren melden welke ontoelaatbare plannen ze aan het smeden waren. Jan Haasbroek werd liever overvallen wanneer het kwaad geschied was. Haasbroek schrijft: 'Dan gingen kranten bellen dat de VPRO-radio de minister-president voor kampbeul had uitgemaakt en dan kon ik zeggen dat mijn naam haas was, maar dat ik de zaak tot op de bodem zou uitzoeken.'

Buiten zijn medeweten werd op de zender nogal eens uitgehaald naar VARA, EO of TROS. Hun vertegenwoordigers vroegen de VPRO-baas dan waarom ze zich publiekelijk scheldwoorden als pakweg christenhond moesten laten welgevallen. 'Het was altijd vaste prik dat ik reageerde met: het lijkt me sterk dat 't zo gezegd is, maar ik ga het uitzoeken! En dan kom ik er op terug' Altijd grootmoedig blijven, is Haasbroeks devies. 'Ook als de woede wat is weggeëbd. Altijd de druk van de ketel halen.'

Zijn mondhoeken krullen. En dan heeft hij het nog niet over politieke zulthoofden en selectief verontwaardigde oliebollen 'die je willen inperken'.

In het Gebouw op Goede Vrijdag '91 kreeg Haasbroek er zelf ongenadig van langs. Hij werd door zijn eigen mensen, 'die heerlijke vrijmoedige rakkers', er samen met andere 'omroepklootzakken' van beticht de radio naar de kloten te hebben geholpen; de VPRO in het vaarwater van lichte informatie en weerzinwekkende middle of the road-muziek te hebben geloodst. Tussen gekrijs en geluiden van brekend glaswerk vielen termen te beluisteren als 'Haasbroek lekker majorettes neuken' en 'mayonaise uit de vagina van Tineke de Nooy lepelen'. Spreker was de gewaardeerde omroepveteraan Arie Kleijwegt.

'Erg gemeen', vindt Haasbroek nog steeds.

Immers, toen Radio 2 een bedaagde toonzetting kreeg 'heb ik onze verschuiving naar Radio 1, 4 en 5 verdedigd onder het motto dat je beter kan kiezen voor vrijheid op slecht beluisterde zenders dan voor omvang, verkeerde waarden en commercie.' Hij noteerde al: het is zinloos om elk commerciëel geraas te lijf te gaan met programma's die zich qua gebrek aan gewicht royaal kunnen meten met de vijandelijke handelswaar.

Veronica Nieuwsradio met 'korte nieuwsflitsen die nergens op slaan', sport en zakennieuws is hem een gruwel. In het bij elkaar vegen van actualiteiten op een Radio 1 ontdekt hij nog niet echt een journalistieke meerwaarde. Vrijheid van meningsuiting is een groot goed; dat dacht de hoofdredacteur ook nog op de ochtend van 16 november 1984, toen zijn eigen VPRO-radio hem wekte met de mededeling: 'Dan nu het nieuws van half acht, schijt in je broek met volle kracht. Christus ik sta nog open. Jezus, ik zit nog in de uitzending.'

Daar was de popgroep 'Anne Frank en de Razzia's', macaber verzinsel in het kader van Willem de Ridders Doodsangsttherapie: 'Het kan zijn dat ik dàt verboden heb', zegt Haasbroek peinzend. Voor zichzelf hanteerde hij de norm: moet ik drie keer iets verbieden wat in de ogen van mijn groepsredacteuren wel kan, dan zou ik stoppen met die baan. 'Die stituatie is nooit bereikt. Ik heb nooit iemand ontslagen. Vroeger was ik daar trots op. Nu kijk ik er anders tegenaan. Wie eruit gemoeten hadden weet ik niet. Maar de vanzelfsprekende cultuur dat je je hele leven bij de VPRO blijft hangen, heeft enge kanten. Je kent mensen te lang. Je kunt geen eisen meer stellen.'

'Wat ik niet begrijp is dat programmamakers die lang bij de club zitten zo verbitterd zijn. Ze hebben altijd hun gang kunnen gaan en zijn daar blijkbaar ontevreden over. Dat het in de jaren negentig niet meer zo idyllisch is, dat er nu markteisen zijn...langzamerhand accepteer je toch dingen zoals ze zich ontwikkelen? Misschien sla ik nu door, maar men vindt zelf dingen belangrijk en is teleurgesteld dat weinigen dat blijkbaar ook vinden, terwijl ze vroeger met jou op een lijn zaten. De verbittering dat dit nu niet meer zo is, die snap ik niet.'

Als kind van zes hoorde hij de gereformeerde dominee op de kansel donderen: 'Zijn wij niet allen zondaars?' Niemand gaf antwoord, dat vond hij raar. Hij stond op en zei: 'Ja dominee, ja'. Zijn calvinistische opvoeding te Amersfoort kwam goed te pas, toen hij de VPRO van de dominees binnenstapte. Tweelingbroer Nico, het haar tot op de bilnaad en in z'n kielzog een employé die altijd het opnameapparaat voor hem droeg, was hem voorgegaan. Het begin van 'heilzame herrie, averechts lachen (camp), taboes verbrijzelen, de rapen lekker gaar stoven.'

'Ik was wel serieus', zegt ex-padvinder Jan Haasbroek nu. 'Maar ik ben nooit doorgeslagen, ik heb nooit erkenning van de DDR geëist. Maar propaganda voor de beha-loze mode op de radio? Sabotagemogelijkheden op de legerplaats Oirschot? Per hoogwerker woon- en slaapkamers in het land bezoeken? Glazenwassers uithoren over geslachtsziekten? Amnesty International van martelingen beschuldigen? Alleen maar stilte uitzenden? Of urenlang een sirene laten loeien uit protest tegen de voorgenomen plaatsing van kruisraketten? Het gebeurde op de radio en Jan juichte zulks veelal toe.

Nico Haasbroek tegen kardinaal Alfrink die bisschoppen moet toespreken: 'Mag ik op weg naar de cabaretzaal iets vragen: wat heeft u gegeten?' Dat waren tijden.

Honderd voorvallen met een nagalm ('verneukeratieve acitiviteiten van het Haasbroek-syndicaat', vonniste Vrij Nederland) staan in Jan Haasbroeks boekje. Zoals de januari-nacht in '78, toen duizenden luisteraars zich na een oproep van Willem de Ridder met een kamerplant op het dak van de auto begaven naar slot Loevestein. In de annalen blijft onvermeld dat de Verkeerscentrale in Driebergen in '82 op tilt sloeg, nadat programmamaker Peter Flik via Radio Nieuwsdienst VPRO automobilisten had getipt hoe ze files konden ontvluchten: door massaal de vluchtstrook te nemen.

Welk bedrag de VPRO alleen al aan de strapatsen van Flik kwijt is, daar weet Haasbroek niet meteen een antwoord op. In de ogen van de openhartige Flik is Haasbroek overigens 'een sociaal-democraat die net als de PvdA afglijdt richting Bolkestein'. Maakt Jan niks uit. Haasbroek: 'Ik heb Peter zelf op de radio een politiek dwaallicht genoemd Hij was toen op weg naar Parijs en belde woedend op uit een cel langs de autoroute.' Politiek, meent Haasbroek, is nu net zo verbureaucratiseerd en dichtgeslibd als nieuwsradio.

'Alleen dooie vissen zwemmen met de stroom mee', was zijn credo. En hij wilde geen dooie vis wezen. Nee, dat slaat niet op z'n vertrek naar Rotterdam. Hij riep het bij een vergeefse gooi naar de functie van directeur VPRO-televisie. En het is gelogen dat hij in het café tegen collega's zou hebben geroepen: nu het schip niet meer op koers ligt, ga ik naar een pulpzender.

Nee, het publieke bestel laat een blozende toekomst achter zich. Niets aan te doen. Laat de schepen in Hilversum maar zinken, maar noem hem geen rat die het zinkende schip verlaat. Bij Stads TV in Rotterdam zou Haasbroek als hoofdredacteur vanaf september '95 elke dag een nieuwsvenster produceren voor de NOS. Hij pendelt sindsdien part-time, maar er is geen budget, geen apparatuur. Grotendeels terug te voeren tot de schermutselingen rond de Stadsprovincie.

En dan is er de redactie van Stads TV die vervolgens het vertrouwen in hem opzegde. Omdat hij zich weinig buiten zijn werkkamer zou vertonen. VPRO-trekje.

'Als je dan met een aantal mensen praat weet de een niet wat dat betekent, vertrouwen opzeggen. Een ander zegt: dat hebben ze me nooit gevraagd. En een derde bedoelt het niet zo. Ze hebben natuurlijk slechte ervaringen met mensen die veel meer verdienen dan zij zelf. Weinig geïnvesteerd hebben. Dus koesteren ze grote argwaan tegenover iemand die zegt: binnenkort wordt het allemaal beter. Eerst zien en dan geloven, zegt de club. Een hele hechte club die met minimale middelen elke dag televisie maakt.'

Zo hecht is de club niet, of er verdwijnen stukken uit het kantoor van Haasbroeks tweelingbroer Nico, die interim-directeur van Stads TV is. En tevens baas van Radio Rijnmond: beoogde fusiepartner. 'Nepotisme', klonk het in kringen van de Stadspartij, aangevoerd door literator Manuel Kneepkens. Er vielen ontslagen bij Stads TV. Vier redacteuren ziek. Jan Haasbroek stond met een been in de bloemperken van de VPRO, met het andere in de vuurlinie. De kruitdamp boven zijn nieuwe baan zal optrekken. Haasbroek is er bij onze eerste ontmoeting nog van overtuigd. Zodra er geld komt. Dan kan hij in een samenwerkingsverband met de grote steden Randstadtelevisie ontwikkelen.

'Je kunt je niet straffeloos veroorloven om anderhalf jaar een kleine organisatie niet te veranderen.' Hij zegt: 'Die Kneepkens is erg in de war. In zijn beleving zijn m'n broer en ik de verpersoonlijking van een verkeerd soort macht. Ik snap dat niet. Macht is geld, auto met chauffeur, de hele rataplan. Ik zit in een klein kutkamertje, zet zelf m'n koffie en thee, heb geen secretaresse, doe part time werk om niet te veel op de loonkosten te drukken en declareer nooit.'

'Goed drinken jongens, het is oorlog', verordonneert hij in zijn Amsterdamse stamcafé. Daar behoeft de bestelling van een deux-pièces (kelkje & co) geen toelichting. Zojuist is afgerekend met het misverstand dat hij contactgestoord zou zijn. Verlegen eerder. Vooral in een kamer met één persoon, man. Jan Haasbroek spreekt liever duizend mensen toe dan honderd. Eén rondleiding verzorgen bij de VPRO en z'n dag was weer goed. Vooral qua jonge meisjes. 'Met btw en voorwielaandrijving. Helemaal au bain marie'.

'Zal ik straks gaan huilen om de VPRO denk je?' Zijn hoofd staat thans meer naar de beenwarmers van een reisgenote met wie hij zo leuk in een hotel tegenover een Belgische kerncentrale logeerde. Hij neuriet zijn in deze tijden zo favoriete psalm 118 (de steen die door de tempelbouwers/veracht'lijk was een plaats ontzegd).

Enkele dagen later ploft hij ontdaan achter zijn bestelling. Krantebericht: volgens een geheim memo zou zijn broer Nico Stads TV in Rotterdam willen opheffen.

'Valselijk opgeblazen': in een rapport was slechts de naam van Stads RTV verbeterd in SLOR, Stichting Lokale Omroep Rotterdam. 'Alsof Haasbroek van Stads TV af wil. Je vraagt je af hoe zo'n bericht in de krant komt. Ik heb nog nooit in m'n leven meegemaakt dat er zoveel post per ongeluk wordt opengemaakt en stukken verdwijnen.'

Is Jan Haasbroek in een wespennest beland? 'Ze spelen het behendig. Maar het is de krampsituatie van mensen die stiekem wel weten dat de idylle van drie camera's en één uurtje tv per dag niet meer haalbaar is. Als je overeind wilt blijven moet je zorgen voor sterke partners, voor adverteerders. Einde idylle. Groter en professioneler worden. Dat is een bedreiging voor ze.'

Rotterdams wethouder Kombrink (media) gevangene van het Haasbroek-syndicaat, heet het bij de tegenstanders. Omdat Kombrinks vrouw zowel voor VPRO werkt als voor Radio Rijnmond? 'Machiavelli sluit een pact met Berlusconi aan de Maas', hoorde Haasbroek. 'Bij de VPRO begroeten ze me sindsdien met Silvio. Maar voordat ik in Rotterdam werd benoemd, heb ik met het personeel gesproken. Met bestuur. Met management. Ze hoefden me niet te benoemen. Die Kneepkens geeft alle mensen die hebben ingestemd met mijn benoeming een brevet van onvermogen.

'Zo'n rectificatie komt niet door in Hilversum. Maar zijn positie wordt met de dag wankeler; hij zal het niet loochenen.

'Bergen ellende hebben we over ons heen gekregen. Maar we geven niet gauw op, natuurlijk. Lang moet de beschadigingsactie niet duren. Dan stapt Haasbroek op. Waarheen? Zijn oude stoel bij de VPRO is ingenomen door Arend Jan Heerma van Voss. Haasbroek ontkent dat hij al terugwilde zodra het gedonder in Rotterdam begon. 'Ik heb de ironie van het gebeurde wel ter sprake gebracht. Ik heb behoorlijk veel pech gehad. Ik heb wel een soort terugkeergarantie, maar hoop er geen gebruik van te maken.'

'We gaan er geen klerezooi van maken. Ik zet me in voor dingen waarvoor ik onder contract ben. Tenzij ik zelf besluit dat het geen zin meer heeft. Dat besluit ik dan wel zelf, en niet types als Kneepkens.' Regionale tv was voor Haasbroek al een droom sinds zijn tijd als raadslid voor de Amsterdamse kabouters. Hij wenst de VPRO-radio nog 'vijftig jaar toe met een luisterdichtheid van nul komma een. En ik bedoel dat niet sarcastisch, als je weet dat er per jaar in Nederland 250 duizend uur radio wordt uitgezonden.'

'Het is jammer dat de radio zo is weggezakt, maar ik ben realist genoeg om er niet larmoyant over te doen. Als je dat vaststelt, doen ze alsof je de omroep hebt ontmanteld. Alsof je de VPRO de nek hebt omgedraaid. Elke nieuwe zender leidt tot verdunning. Moet je je daar dan tegen verzetten? Ik vind niet dat je een fietsenfabriek moet subsidiëren omdat er auto's zijn uitgevonden. Als ik tegen m'n dochter zeg: luister eens naar Radio 5, dan antwoordt ze: Doe normaal, pap'.

In Haasbroeks optiek is de VPRO-radio een trein die nergens naar toe gaat en nimmer aankomt. Bevolkt door een sympathiek zootje ongeregeld dat niet taalt naar het bereiken van een bestemming. Je zult maar hoofdconducteur zijn op zo'n trein. En vervolgens in een hinderlaag lopen.

'Radio is overal en nergens', is de troost van Haasbroeks opvolger Heerma van Voss. 'Knap bedacht', oordeelt Haasbroek met amper ingehouden ironie. 'Ik snap namelijk precies wat ie bedoelt, onze Arend Jan! Hij mag m'n perforator hebben. En m'n paperclips rijgen.'

Wat Jan Haasbroek het meest zal missen van de VPRO? Zijn blik dwaalt afwezig langs diverse dameskapsels. Stil neemt hij een slok uit kelkje & co. Boven het café-gedruis uit roept hij dan: 'Een typemachine die door het raam gegooid werd! Waarop de hoofdboekhouder kwam vragen of ik dat goed vond. ''Zie het ruim Pim, zal ik gezegd hebben. Dat scheelt weer een verhuisdoos''.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.