Hoofdact bijzaak voor keuzeheren

Zullen Kees Verkerk, Ard Schenk en Mark Tuitert bij de Winterspelen van Sotsji een opvolger krijgen op de 1.500 meter? De kans op een vierde Nederlandse schaatskampioen op het koningsnummer is uiterst klein. De selectiemethode sluit het bijna uit. Dat blijkt uit berekeningen van de Volkskrant.

AMSTERDAM - Sven Kramer maakt op grond van die gecompliceerde methode wellicht zelfs meer kans op 1.500-meter-goud dan erkende specialisten als Tuitert, al traint de Friese allrounder alleen voor de langere afstanden. Door zich bij het olympisch kwalificatietoernooi, eind december, te plaatsen voor de 5 en 10 kilometer kan hij een startbewijs voor de schaatsmijl toegespeeld krijgen.


De selectiemethode van sportkoepel NOC*NSF en schaatsbond KNSB is erop gericht zoveel mogelijk medaillekandidaten naar Sotsji te helpen. Nederland heeft bij de mannen meer kanshebbers dan het maximale aantal van tien schaatsers dat per land mag meedoen.


Om tot een keuze te kunnen komen, is gekozen voor een selectiemethode waarin eerdere prestaties meewegen. De afstanden waarop Nederland het best scoort, krijgen voorrang. De 5 en 10 kilometer en de ploegachtervolging staan hoog op de ranglijst. De 1.500 meter staat onderaan vanwege de magere prestaties van vorig jaar.


Officieel wordt de ranglijst pas kort voor het olympisch kwalificatietoernooi opgemaakt. Dan worden de afstanden gerangschikt op basis van de internationale prestaties van vorig jaar en die van de vier wereldbekers in november en december. Maar nu is al duidelijk dat het voor 1.500 meterspecialisten nauwelijks mogelijk is de uitgangspositie voor hun afstand te verbeteren. Wat ze de komende dagen ook presteren bij de NK afstanden, of daarna in de wereldbeker.


Er is zelfs een reële kans dat de winnaar van de 1.500 meter bij het olympische kwalificatietoernooi niet naar Sotsji mag. De afstand zal worden opgevuld met schaatsers die zich voor een andere afstand hebben geplaatst. Een startbewijs op het koningsnummer, wonderlijk genoeg, is het gemakkelijkst te verkrijgen via een snelle 1.000 meter of 5 kilometer.


Hoe dat werkt? Het toverwoord bij de olympisch selectiedagen in Thialf is 'prestatiematrix'. Er zijn maximaal negentien startplekken voor Nederland in Sotsji: vier op de 500 meter, 1.000 en 1.500 meter, drie op de 5 en 10 kilometer, en een op de ploegenachtervolging. Die negentien plekken mogen door maximaal tien mannen worden bezet.


Op grond van de prestaties uit het verleden worden eerst de lange afstanden en de ploegenachtervolging bezet. Nederlandse mannen veroverden vorig jaar bijna alle medailles op die afstanden. Pas daarna komen de andere nummers aan de beurt. Dat gebeurt via een mix waarin de 500 en 1.000 meter hoger zullen worden aangeslagen dan de 1.500. Vooral op de kortste sprintafstand presteerde Nederland sterk.


De specialisten op de korte afstanden zijn bij het kwalificatietoernooi in Thialf afhankelijk van de stayers. In theorie kunnen de zes plaatsen op de 5 en 10 kilometer naar zes schaatsers gaan. Dat zou slecht nieuws zijn voor de sprinters, voor wie dan weinig plekken overblijven. Wereldkampioenen als Michel Mulder, Stefan Groothuis en medaillewinnaars als Hein Otterspeer en Kjeld Nuis kunnen sneuvelen.


Als Sven Kramer, Jorrit Bergsma en Jan Blokhuijsen zich daarentegen voor de 5 én de 10 kilometer plaatsen, dan blijft er meer ruimte over voor schaatsers op de kortere afstanden. De olympische kansen van Mulder, Groothuis, Otterspeer en Nuis hangen dus samen met prestaties op afstanden die zij zelf nooit en te nimmer rijden.


Bij de vrouwen wordt dezelfde selectiemethode gehanteerd. Ook zij hebben maximaal negentien startplekken die door maximaal tien schaatsers mogen worden opgevuld. De prestaties van vorig seizoen en de eerste helft van dit seizoen zijn leidend. Maar het effect is anders. Bij de vrouwen zijn minder erkende medaillekandidaten, waardoor de kans kleiner is dat Nederland topschaatsers thuis moet laten. Daarnaast is de 1.500 meter een van de eerste afstanden die wordt opgevuld.


De Nederlandse vrouwen domineren het koningsnummer niet zoals de mannen de stayersafstanden, maar ze reden vorig jaar op de 1.500 meter constanter dan op de andere vier individuele afstanden. Het slechtst waren de prestaties op de 500 meter.


Specialisten op de sprint moeten dus hopen dat er naast Ireen Wüst nog een of twee andere schaatssters zijn die zich bij het kwalificatietoernooi voor meerdere afstanden plaatsen. Anders wordt de 500 meter opgevuld met rijdsters die uitblinken op langere afstanden. Misschien zelfs door Wüst.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden