Interview Hoofdinspecteurs jeugdbescherming

Hoofd­inspec­teurs jeugdbescherming: ‘Als het moet, gaan we wethouders namen en shamen’

Twee meiden van internaat Lievenshove op de trampoline in de tuin. Beeld Hollandse Hoogte / Joyce van Belkom

De inspecties sturen vrijdag een vernietigend rapport over de toestand van de jeugdbescherming en jeugdreclassering naar de Tweede Kamer. De wachttijden voor de kwetsbaarste groep kinderen zijn onaanvaardbaar, stellen ze.

Zomaar een schrijnend geval uit het rapport Kwetsbare kinderen onvoldoende beschermd: een jongere zwerft en dreigt te ontsporen. Hij heeft hulp nodig. Maar eerst wordt zijn situatie besproken aan de ‘transformatietafel’ bij de gemeente, waar zorgorganisaties zitten.

De gemeente vraagt zich hardop af waarom ze eigenlijk iets moet doen. ‘Moet deze jongere nu wel echt beschermd worden?’, zegt de ambtenaar. ‘En moet dat echt in deze gemeente?’

Het is een van de vele zaken die hoofdinspecteurs Korrie Louwes van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd en Hans Faber van de Inspectie Justitie en Veiligheid langs zagen komen toen ze de afgelopen twee jaar Veilig Thuis, de Raad voor de Kinderbescherming en de jeugdbescherming en –reclassering bezochten. Onbegrijpelijk, noemen ze de houding van de ambtenaar die zich aan de ‘transformatietafel’ bezighield met deze jongen.

‘Op zo’n moment ga je niet discussiëren over de vraag: is hij nou van jou, of is hij nou van mij?’, zegt Louwes. ‘Op zo’n moment organiseer je hulp.’

Vrijdag sturen de inspecties een vernietigend rapport over de toestand van de jeugdbescherming en jeugdreclassering naar de Tweede Kamer. De wachttijden voor kinderen daar zijn onaanvaardbaar, stellen ze.

Want dit gaat over de kwetsbaarste groep kinderen in Nederland: kinderen die worden mishandeld of verwaarloosd. Met ouders die niet willen meewerken of bij wie hulp geen effect heeft. ‘Dit is niet de ‘gewone’ jeugdzorg’, zegt Faber. ‘Dit is de moeilijkste groep. Jeugdbescherming is echt een vak apart.’

Wat trof jullie het meest?

Louwes: ‘Dat kinderbeschermingsmaatregelen die uitgesproken zijn door de rechter soms gewoon niet worden uitgevoerd. Of veel te laat. Er zijn gezinnen waar een kind wordt mishandeld en waar de rechter beslist dat er nú moet worden ingegrepen. Maar er zijn wethouders van gemeenten – verantwoordelijk voor de zorg – die nog steeds denken dat ze zo’n uitspraak van de rechter ter discussie kunnen stellen. Dat ze kunnen zeggen: kan dat niet anders? Of het niet doen. Dat vind ik onacceptabel. Ik ben geschokt door het feit dat er nog steeds mensen zijn die denken dat ze daarmee weg kunnen komen.’

Faber: ‘Het komt ook voor dat de specialistische hulp die nodig is, niet eens is ingekocht door de gemeente. Of dat het gewoon op is. ‘

Maar die wethouders komen er dus wel mee weg?

Louwes: ‘Niet meer. Als er morgen nog een wethouder is die denkt dat hij een besluit van de rechter niet hoeft uit te voeren, dan zullen wij gaan namen en shamen. Zodra we een melding krijgen, ondernemen we actie.’

Jeugdbeschermers hebben toch ‘doorzettingsmacht’? Dat betekent dat ze mogen doen wat ze goed vinden, ook al is de gemeente het er niet mee eens?

‘Dat klopt. Maar het lastige is wel dat ze ook financieel afhankelijk zijn voor hun bestaan van dezelfde gemeente.’

In 2015 schoof het Rijk deze taak door naar de gemeenten. Maar moet je dit wel aan hen overlaten? Is die decentralisatie niet het probleem?

Faber: ‘Dat het systeem voor deze kinderen moet veranderen, is duidelijk. Hoe, dat is aan de politiek. As we speak zijn er mishandelde en verwaarloosde kinderen die geen hulp krijgen. De overheid draagt de verantwoordelijkheid. En die laat ze nu liggen.’

Louwes: ‘Zoals het nu gaat, is het te lang en te complex. De ‘keten’ heeft veel te veel onderdelen: het wijkteam, Veilig Thuis, de Raad voor de Kinderbescherming, de instellingen. Die doen allemaal telkens opnieuw onderzoek naar het kind.’

Hoe lang moet een kind eigenlijk wachten?

Louwes: ‘Als je bijvoorbeeld naar Midden en West-Brabant kijkt, duurt het vanaf een melding tot het eerste contact met de jeugdbeschermer ruim acht maanden.’

Zijn er kinderen overleden als gevolg van deze wachtlijsten?

Louwes: ‘We zien bij ernstige calamiteiten met dodelijke afloop dat er een reeks van factoren van invloed is. Het niet snel en adequaat inzetten van jeugdbescherming kan er één zijn. Maar vaak speelt gebrekkige samenwerking en communicatie tussen betrokken zorgaanbieders, scholen en gemeenten ook een rol.’

Jullie hebben veel met jeugdbeschermers gepraat. In het rapport komen ze wanhopig over.

Faber: ‘Van wanhoop is zeker sprake. Door de lange wachtlijsten worden ze nu voor duivelse dilemma’s gesteld. Soms denkt een jeugdbeschermer: ik moet nú ingrijpen. Maar als hij het kind uit huis plaatst, weet hij dat het van het ene gastgezin naar het andere moet, omdat er nergens plek is. Dus het alternatief is nóg slechter dan de situatie van nu. Ja, wat moet je dan? Het verloop in deze sector is 20 procent. Het ziekteverzuim is enorm.’

Moeten ze beter worden betaald?

Louwes: ‘Dat ook. Maar ze moeten vooral meer worden erkend in hun professionalisme.’

U bedoelt: jeugdbeschermers moeten de macht weer terugkrijgen van de gemeenten?

Louwes: ‘Ja.’

Reactie VNG

De Vereniging van Nederlandse Gemeenten zegt de signalen rondom de lange wachtlijsten, het personeelsgebrek en de hoge werkdruk te herkennen. Volgens de VNG vraagt de situatie om het ‘in elkaar schuiven van taken en rollen van de verschillende instanties. Het ministerie moet hierin het voortouw nemen.’ De VNG heeft wel kritiek op het verwijt dat gemeenten te vaak de ingezette hulp ter discussie stellen. ‘De inspecties hebben geen enkele gemeente hierop bevraagd. We zien dit als een gemiste kans, omdat er in veel gemeenten al wel goede afspraken zijn gemaakt over passende hulp.’

Uit het rapport: ‘Kwetsbare kinderen onvoldoende beschermd’

‘Over een jongere met jeugdreclassering ontstond gesteggel. Beide gemeenten vonden dat de andere moest betalen. Gevolg voor de jongere was dat deze tien weken bij moeder moest verblijven en weer in contact kwam met zijn oude netwerk. Hij is toen weer gaan blowen. Het effect van zijn eerdere buitenlandse plaatsing van anderhalf jaar ging zo teloor.’

Jeugdbeschermer

‘Op het moment dat jeugdbescherming al een besluit heeft genomen over welke hulp nodig is, gaat de gemeente daar nog eens naar kijken. Dat kan al weken duren en als daar dan ook nog eens iemand zegt ‘gaan we niet doen’, dan kunnen we weer opnieuw beginnen of moet je daar de discussie mee aan.’

Jeugdreclasseerder

‘Een jongere met een autismespectrumstoornis die een zedendelict pleegt, krijgt geen passende hulp. Wat doet hij, terwijl hij op de passende hulp wacht?’

Jeugdbeschermer

‘Ik weet ook dat ik soms overwegingen maak waarbij alles in me zegt ‘dit kan niet langer op deze manier’. Maar ik weet ook dat als we nu zouden kiezen om een machtiging uithuisplaatsing aan te vragen, het kind of de kinderen van noodbed naar noodbed gaan. Dan vraag ik me af: wat is de regen en wat is de drup?’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden