Honou ou ritteltit

BITTERHEID rommel drie, vier nagte na. Hoe lees je die regel? Eerst als een opsomming (bitterheid, rommel, drie), daarna als een getallenreeks waarin de één, twee en vijf zijn vervangen door woorden (bitterheid, rommel, drie, vier, nagte) en ten slotte als Zuidafrikaans voor: Bitterheid rommelt drie, vier nachten na....

Mooi is dat. Zo'n eenvoudige regel van zes woorden, die drie keer van betekenis verschiet. Net of je een cadeau uitpakt, waar het gedicht uit tevoorschijn komt. Beoogde Elisabeth Eybers dat met dit begin van haar gedicht Rinkeling? Of komt zo'n effect toevallig tot stand achter de leesbril van een Nederlander, die niet zo vertrouwd is met het Zuidafrikaans?

Daar valt alleen naar te gissen, maar de volgende regel wijst op een poëtische strategie:

Bitterheid rommel drie, vier nagte na,

dan klink die klein kristalhelder hoera:

Elisabeth Eybers (1915) werd geboren in Zuid-Afrika, waar ze in 1936 haar eerste bundel publiceerde. In 1961 verhuisde ze naar Nederland, waar zij in het Zuidafrikaans bleef dichten. In 1990 verschenen haar Versamelde Gedigte, waarvan dezer dagen een uitgebreide herdruk de boekhandel bereikte (QueridoVan Oorschot ¿ 49,90). Stevig werk, zeshonderddertig bladzijden lang, waarvan eenderde stamt uit haar Zuidafrikaanse tijd. Dat vroege werk zegt me weinig, tot het autobiografisch wordt en liefdes en kinderen haar treffende regels in de pen geven, zoals in Jong Seun, waar ze haar zoontje uit bad ziet komen en beschrijft hoe: 'hang weerloos die geslag'. Die toon houdt ze in Nederland vast, terwijl de vorm losser wordt. Ze vertelt hoe het is om immigrant te zijn ('Niks as my hande en voete het ek hier, die res het met die oortog soek geraak'), hoe gehecht ze is aan haar vader's taal ('jou skoon, skerp woordeskat uit die Karoo') en hoe ze haar haperende hart soms vermaant ('Honou ou ritteltit'). Een enkele keer dringt er wat Nederlands in door, zoals in een gedicht over haar kleinzoon:

Hy sê opeens het duurt nog héél héél lang

voor jij doodgaat - nog meer dan honderd dagen.

Gulheid oorskry sy rekenkunde, skraag en

vertroos ons, maak ons bly en amper bang.

Een Nederlandse zin geciteerd in een tekst die op Nederlands lijkt, maar dat toch net niet is, dat is wonderlijk: bij het lezen van het Zuidafrikaans krijg je Nederlandse ondertitels in je hoofd en opeens kan die ondertitel-machine even af. De dichteres jongleert soms ook schijnbaar argeloos met het effect van haar woorden in een Nederlands hoofd: 'ewewig' lees je even als 'eeuwig', tot je beseft dat dit het Zuidafrikaanse woord is voor 'evenwicht'. Dat dubbele maakt zo'n woord, en daarmee ook jou als lezer, rijker.

Wat je intussen tot je neemt is het relaas van een leven, dat uniek is en toch weinig meer van het jouwe verschilt als Zuidafrikaans van Nederlands. Elisabeth Eybers heeft mij tenminste de woorden verschaft om ook tot mijn lief te kunnen zeggen:

Hoe oerontvanklik vir jou koms

en onversadig, sug ek soms

vanweë my grillige bedryf:

Gaan weg, dat ek van jou kan skryf.

Martin Schouten

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden