Hongersnood is geen ramp, maar onrecht

De steeds terugkerende hongersnoden in arme landen hebben een structurele oorzaak, menen Marian Donner en Eelco Fortuijn. De voedselproductie gaat ten koste van de teelt van exportgewassen voor het Westen....

In Zuidelijk Afrika worden 30 miljoen mensen met de hongerdood bedreigd. Deze mogelijke slachtoffers komen boven op de 25 duizend mensen die nu al dagelijks van honger omkomen. De Samenwerkende Hulp Organisaties zijn daarom een campagne begonnen waannee ze aandacht vragen voor die humanitaire ramp. Toch kan het ook anders. Wie de hongerigen op deze wereld structureel wil helpen zou er goed aan doen onze eigen politici en bedrijven aan een kritische blik te onderwerpen. Want niet droogte, oorlog of corruptie zijn het grootste probleem, maar simpelweg slecht beleid van westerse landen. Een structurele oplossing ligt dan ook niet in het sturen van geld of voedsel, maar in een beter en eerlijker beleid van westerse overheden en bedrijven.

Honger is geen ramp, maar een groot onrecht. Recent is daarom een nieuwe organisatie opgericht, FairFood. Het doel: een eerlijker beleid. De weg: het screenen van westers beleid op het gebied van het schenden van 'het recht op voedsel' zoals vastgelegd in de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens en betrokken partijen op die schendingen aanspreken.

In de meeste hongerlanden is voldoende vruchtbare landbouwgrond aanwezig. De producten zijn echter steeds vaker bestemd voor de export. Onder druk van instanties als het IMF en de Wereldbank – met medeweten van westerse overheden en ten behoeve van westerse bedrijven – worden arme landen gedwongen producten als koffie, soja en tabak te verbouwen, terwijl de eigen bevolking niet genoeg te eten heeft.

Toen Ethiopië in 1984 werd geteisterd door een verwoestende hongersnood, exporteerde het meer dan het aan hulp ontving. Groot- Brittannië alleen al importeerde in dat jaar voor meer dan 2,7 miljoen euro aan geperste zaden. In Brazilië lijden thans 16 miljoen mensen honger doordat het onder druk van het IMF en de Wereldbank zijn landbouwgrond de laatste jaren steeds meer gebruikt voor exportsoja, in plaats van voedselgewassen. De exportsoja gaat vooral naar Nederland. Voor Malawi, een land waar giro 555 nu mede geld voor inzamelt, geldt hetzelfde verhaal. Het heeft af en toe te maken met een ernstige droogteperiode, maar daar bestaan dan ook graanreserves. Onlangs moest het land onder druk van IMF en de Wereldbank haar graanreserves verkopen om zijn schulden af te kunnen lossen. Dit terwijl experts luid waarschuwden voor een aanstaande droogte en misoogst. En die kwamen ook. Graanreserves zijn er niet meer en op de resterende vruchtbare grond staat – wederom onder druk van het IMF – ruim 50 procent exportproducten.

Het zijn slechts een paar voorbeelden, maar ze maken het probleem duidelijk: westerse landen halen arme landen leeg. Wellicht niet met slechte bedoelingen en volgens eigen zeggen zelfs als vorm van hongerbestrijding. Het idee is dat de export van gewassen en de eigen graanreserves de bevolking van een land geld oplevert. De koopkracht zou zo toe moeten nemen zodat mensen genoeg eten kunnen kopen. Maar: ten eerste is veel van dat voedsel inmiddels via export naar het buitenland verdwenen. Ten tweede betalen westerse bedrijven veel te weinig voor de exportproducten. Ten derde komt dit geld sowieso niet bij de arme bevolking terecht. Ten vierde is het voor hongerlanden praktisch onmogelijk om een sterke economie op te bouwen met hun exportproducten zolang westerse landen zich niet aan de regels van de vrije markt houden, onder andere door torenhoge importheffingen op niet-gewenste, namelijk bewerkte producten.

En zo kan het dat 10 procent van de wereldbevolking 80 procent van de natuurlijke grondstoffen consumeert. Een echte aanpak van de honger in de wereld ligt dan ook in een ander beleid. Daarvoor moet het besef doordringen dat voedsel allereerst een recht is en pas daarna handel. In de praktijk betekent dit dat westerse landen af moeten blijven van landbouwgrond die nodig is om de lokale bevolking te voeden. Pas als een land in haar basisvoorziening kan voorzien, kan het voedsel dat over is verhandeld worden aan de hoogste bieder. Bovendien moeten westerse bedrijven hun verantwoordelijkheid nemen in gebieden waar zij hun grondstoffen vandaan halen: door hun werknemers en leveranciers in hongerlanden goed betalen en door voldoende belasting af te dragen aan het hongerland. Westerse overheden moeten nu eindelijk eens de vrije handelsregels eerlijk toepassen.

En dit besef groeit. Zowel bij overheden, bedrijfsleven als de consument. Zo hebben de VN zich onlangs verplicht om voor 2005 het recht op voedsel te vertalen in concrete plannen. De Nederlandse overheid maakt zich sterk om het bedrijfsleven te laten nadenken over maatschappelijk verantwoord ondernemen en de consument begint zich af te vragen wat er in zijn eten zit en hoe producten zijn gemaakt. Het is een begin. Maar deze ontwikkeling zal kritisch moeten worden getoetst, gecommuniceerd en gestimuleerd. Allereerst op het veiligstellen van het recht op voedsel voor iedereen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden