Hongerige heeft meer aan geld dan aan graan

Voedselhulp doet veelal meer kwaad dan goed: het verzwakt de economie in ontwikkelingslanden. 'Werken voor voedsel' is daarom misschien een betere methode....

Voedselhulp verzwakt de plaatselijke economie. De graanprijzen duikelen en dat ontneemt de boeren de prikkel om te produceren. De handel ter plekke en de gewone vervoersstromen worden verstoord door de leveranties van gratis voedsel door donoren.

Elke hulpverlener weet dat inmiddels, en toch rijden de vrachtwagens met zakken graan weer bij iedere hongercrisis. Zoals nu in Ethiopië.

Zou het niet beter zijn de hulpbehoevenden geld uit te keren? Dan kunnen ze zelf kopen wat ze nodig hebben. Dan zullen handelaren hun spullen brengen naar de plek met koopkracht. De plaatselijke economie kan een opzwieper krijgen dankzij hulp. Misschien kan zo de groeiende afhankelijkheid van voedseluitdelingen worden doorbroken.

Ze proberen het uit in Lalibela, een plaatsje in het noorden van Ethiopië, beroemd door de elf schitterende kerken, van boven naar beneden uitgehouwen in de roze rotsgrond in de twaalfde eeuw.

Sinds een maand of vier betaalt de Britse organisatie Save the Children geld aan hulpbehoeftigen in ruil voor deelname aan openbare werken. Dat geld wordt geleverd door de Nederlandse ambassade in de hoofdstad Addis Abeba. Het is een pril experiment, zegt coördinator Getu Woyessa met klem. En de problemen in Lalibela zijn groot.

Wie wil weten of geld een beter alternatief is voor voedsel, zegt Woyessa, moet eerst maar eens kijken bij het uitdelen van de rantsoenen aan de hongerigen.

Het is zaterdag, marktdag. Dat treft: omdat de mensen dan van heinde en verre naar Lalibela trekken, worden die dag de voedselrantsoenen verstrekt aan hen die daarvoor in aanmerking komen. Bij een loods aan de rand van het historische dorp verzamelt zich een menigte. Vrolijke jongeren dragen de zakken maïsmeel, geschonken door de Europese Unie, naar buiten. Elke zak vijftig kilo.

Zo gaat het al vele jaren. Dit jaar zijn er alleen veel meer hulpbehoevenden, door de droogte: een kwart van de bevolking. De plaatselijke overheid regelt de toewijzing en de uitdeling van de voedselhulp.

Kasaye Yalew, medewerker van de plaatselijke boerenbond, staat op een stapel zakken met meel en roept de aanzwellende menigte op rustig te blijven. Hij heeft een schrift waarin hij alle namen van begunstigden heeft geschreven. Voor elk behoeftig gezinslid is er 15 kilo. Onlangs is het rantsoen met 2,5 kilo verhoogd, maar het is nog steeds lang niet voldoende voor de hele maand, zegt Yalew. Bovendien: 'Ik heb voor lang niet iedereen die het eigenlijk nodig heeft toestemming gekregen. Alleen de allerarmsten mochten van de regering op de lijst.'

Dat geeft spanningen, zeker. De lijst is al een half jaar geleden opgesteld. Sommige mensen die er niet opstaan, hebben het slecht. Als iemand nog een os had, kreeg zijn gezin geen hulp. En wie sindsdien aan de grond is geraakt, heeft pech gehad. Familie en buren springen bij, zegt Yalew. Ze delen de toch al magere voedselrantsoenen met hen. Zo heeft vrijwel iedereen wel iets, maar altijd te weinig te eten.

Het rantsoenensysteem werkt de verborgen honger in de hand, zegt Getu Woyessa. Op het oog verlopen de voedseluitdelingen goed, maar er staan veel te weinig mensen in de schriftjes. De plaatselijke ambtenaren zijn bang te overvragen, want als zij te weinig hulp krijgen uit de hoofdstad Addis Abeba, falen zij. Zo wordt in elke bestuurslaag verder beknibbeld op het aantal behoeftigen. Nu lijkt het of de regering alles onder controle heeft, maar de werkelijkheid is heel anders.

De enige manier om onder deze chronische voedseluitdelingen uit te komen, is de bevolking alternatieve inkomstenbronnen te bieden. Lalibela is een toeristische trekpleister, of zou dat kunnen zijn, maar er komen te weinig westerse bezoekers (zeker na de aanslagen in de Verenige Staten door Al Qa'ida). Het toerisme kan niet voorkomen dat een groot deel van de bevolking in de streek chronisch voedselhulp nodig heeft. Net zo min als de jarenlange bemoeienis van ontwikkelingsorganisaties als de Stichting Nederlandse Vrijwilligers (SNV), zichtbaar aan de maalderijen van vrouwengroepen en de nieuwe zandwegen in het verpletterend mooie berglandschap.

Al jaren kunnen de boeren 'werken voor voedsel'. Zo kwamen de nuttige werken van SNV tot stand. (SNV is daar nu mee gestopt, omdat het niet past in het nieuwe beleid, maar andere hulporganisaties als Plan nemen de taken over.) Het idee was dat werken beter is dan louter bedeling, voor het gevoel van eigenwaarde en voor de gemeenschap. Maar een extra inkomen bracht het niet en het hielp te weinig bij de bestrijding van de armoede om droogte en mislukte oogsten te kunnen opvangen.

De toewijzing van het werk heeft dezelfde manco's als de rantsoenering, zegt Woyessa, die voorheen voor SNV in Lalibela werkte. Als je in een schriftje belandt, mag je per maand vijf dagen werken voor het rantsoen. Als je kinderen op de lijst heb, mag je ook voor hen 'werken voor voedsel'.

En dan is er nu het nieuwste, van Save the Children: 'werken voor geld'. Vraag het de mensen zelf maar, of het ze beter bevalt, zegt Woyessa.

Een kronkelige bergweg leidt naar een vallei, waar tientallen boeren klaar staan om die vraag te beantwoorden. Eerst laten ze een ondergronds waterreservoir zien, dat ze voor de uitkering hebben gebouwd. De Wereldbank betaalt het materiaal; de bouw van reservoirs is een regeringscampagne om de droge tijd beter door te kunnen komen.

Goed idee, maar helaas nog maar alleen voor een paar proefpersonen, zeggen de aanwezigen in koor. En van de veertig beloofde reservoirs zijn er maar twaalf klaar. De trotse eigenaar van het reservoir wil niet beloven dat hij het water zal delen met zijn buren; hij denkt er zelf al niet genoeg aan te hebben. 'Er zit hier dus nog wel een probleem', zegt Woyessa.

Hebben de aanwezigen liever geld of voedsel? Een vraag voor veel discussie, blijkt. Aanvankelijk waren ze blij geweest dat ze geld kregen, maar toen bleek dat de graanprijs op de markt van Lalibela omhoog schoot in de magere tijd. De uitkering heeft de waarde van een voedselrantsoen, maar op de markt bleek de prijs drie keer zo hoog. Dus geef dan maar liever voedselhulp. In hun eigen oogsttijd is de graanprijs weer absurd laag. Dan hebben ze liever geld.

Waar gebruiken ze het geld voor? Eten, natuurlijk, zegt een oude boer. Niet voor kleding, pannen of dekens. Hij vindt het maar een pijnlijke vraag: 'Wij zijn hier arm, we verstellen onze kleding ons leven lang, als we geld hebben gaat het op aan voedsel of aan het afbetalen van de schulden.' Want zelfs het geld voor zaaizaad moeten ze lenen tegen 18 procent rente.

De bezoeker moet ook niet denken dat 'geld voor werk' een vetpot is. Ze krijgen heel weinig betaald. (Instemmend gemompel alom). 'We doen zwaar werk, slepen met stenen. Vrouwen ook. Voor een schijntje.' Toch willen ze ook meer werken. Door de bevolkingsgroei heeft ieder gezin nog maar een klein stukje land. 'We hebben tijd genoeg om bij te klussen', zegt de oude man.

Armoede is hier in de eerste plaats het probleem, zegt Woyessa.

De les van de excursie: geld kan een uitweg zijn, maar de uitkeringen zijn nu veel te laag en zitten vast aan een rigide bureaucratisch rantsoeneringssysteem. Meer werk met echt loon naar prestatie is nodig voor een omslag.

Maar donorlanden geven liever graan. De Verenigde Staten, Ethiopiës grootste donor, willen zelfs uitsluitend hun overtollige voorraden schenken. De Ethiopische regering en de Verenigde Naties weten wel het voedsel bijeen te smeken, maar ook dit jaar komt maar zeer weinig van het benodigde geld binnen.

In Europa werden in de vorige eeuw de gaarkeukens voor de armen vervangen door het recht op uitkering en het scheppen van betaald werk. Het is hoog tijd om die overgang op wereldschaal te maken.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden