Honger naar kennis

Studenten in Berkeley leven in een verwachtingsvolle wereld, vol zinderende dialogen en met een sterk geloof in de waarde van het debat, constateert Jessica Durlacher....

Ik fiets door de stad en kijk mijn ogen uit in Berkeley. De stad is relatief klein, alles ligt plezierig vlak bij elkaar en, zeer on-Amerikaans, niets lijkt gericht op consumptie, zeker niet van dure goederen.

Iedereen lijkt alleen te dragen wat lekker zit en wat niet opvallend is, zowel jongeren als ouderen. Er vallen veel interessant-zakkige spijkerbroeken te ontwaren, alsmede wijde, verwassenT-shirts. Het is in bepaalde buurten kennelijk belangrijk te tonen dat het je niets kan schelen hoe je eruitziet, anders zou niet iedereen er precies hetzelfde uitzien. Een heel klein beetje Amsterdam ontwaar ik hierin, maar dan dertig jaar terug, toen vrouwen in tuinbroeken en oudere mannen met paardenstaarten echt gewoon waren. Dat zijn ze hier nog. Genderstudies is hot en in een café zag ik een vrouw iets ondefinieerbaars breien havermoutmuffin en brandnetelthee binnen handbereik.

Onschuld heerst. Ernstige jongens en meisjes met tassen vol boeken banen zich een weg tussen de gebouwen van de campus, bestijgen de glooiende lanen vol ontzagwekkende pijnbomen en eucalyptus, om zich uiteindelijk vol overgave te laten verzwelgen door donkere, ongezellige gangen en kamertjes waar de docenten de macht hebben en waar ze worden opgezadeld met ingewikkelde opdrachten en keiharde examens in het vooruitzicht.

Wanneer je deze studentenstad probeert te vergelijken met de andere (gewone) steden, wanneer je bijvoorbeeld de Bart neemt (de metrolijn) en de baai oversteekt naar San Francisco, dan besef je pas goed wat voor een verwachtingsvolle, onwerkelijke wereld het hier eigenlijk is. Een studentenstad, en zeker zon van oudsher op jonge, kennishongerige stervelingen ingericht exemplaar als Berkeley, met zijn oude campus, zijn boekhandels, thriftshops en dans- en sportscholen, met op elke lantarenpaal posters met alle mogelijke cursussen, bijeenkomsten, praat- en actiegroepen, met zijn talloze coffeeshops (where the speech is free, and the coffee hot and cheap) en spotgoedkope restaurantjes zon enclave is een illusie, een droom.

Toch lijkt het helemaal geen onrealistische gedachte dat de meeste studenten niet ver afstaan van het geloof dat dit het voorportaal van het leven, de wereld is. Een leven, een wereld waar inhoud idealiter verkozen wordt boven vorm. Een leven vol zinderende dialogen en ongebreidelde discussieerlust, met geloof in de waarheid en de schoonheid daarvan, een wereld waar de kennis voor het oprapen ligt en waar je die ook steeds wilt oprapen, vinden en vasthouden, net als de sociale contacten (voor het leven) en de seks (vaak iets minder duurzaam), om niet te spreken van de mogelijkheden die je hebt als student, de eindeloze hoeveelheid mogelijkheden, die je allemaal moet zien te bevatten en onthouden. En te benutten, wat een zenuwslopende opdracht is die meedogenloos op je drukt. Maar wat een fantastische opdracht.

Dinsdag spraken we voor het eerst met de studenten die wij het komende semester zullen gaan vertellen over de Nederlandse literatuur en de Tweede Wereldoorlog, en over de ontwikkelingen van het laatste jaar in Nederland. We zijn uitgenodigd over deze onderwerpen hier ons licht te laten schijnen. Een deel van de studenten bleek Nederlands, waardoor wij ons even afvroegen waarvoor we eigenlijk naar de andere kant van de wereld zijn gereisd. Gelukkig spreken we Engels met elkaar. Zo koesteren we toch het idee dat we in het buitenland zitten.

Hoe kort we hen ook maar hebben gezien, al deze studenten leken te zijn aangestoken door het vuur van de ambitie, de studentendroom Berkeley. Iets in de snelheid waarmee ze spraken, de Amerikaansheid waarmee ze hun motivatie uiteenzetten: ze hadden zich duidelijk aangepast aan de cultuur van deze enclave of misschien is dat vermogen wel de reden dat ze hier terecht kunnen.

Ook voor onze eigen kinderen is de school deze week begonnen. Hij werd ons door vrienden aangeraden omdat de sfeer en de kwaliteit van het onderwijs er goed zouden zijn. Dat het een joodse school is, leek ons voor de afwisseling wel interessant voor ze. We waren er niet geheel op voorbereid dat dat zou betekenen dat ze nu elke morgen met de gehele school joodse liedjes zouden zingen en dat een niet onaanzienlijk deel van de lesuren aan joodse les en het leren van Hebreeuws wordt besteed. Maar wij zijn atheïst, zegt mijn zoon (10) verontwaardigd. Ze zeggen hier dat God bestaat, maar dat is niet zo.

Wanneer ze de patio opwandelen, in de vroege ochtend, staat daar de jonge, vrouwelijke rabbijn met een keppeltje op meeslepende melodieën voort te brengen, begeleid door een banjo (!) en een tamboerijn. Leon en ik proberen niet naar elkaar te kijken. Daarna schaam ik me.

Aan het einde van de middag haal ik mijn kinderen op, een lange rit langs glooiende, groene golfbanen. Op de radio is een man uit New Orleans aan het woord die heeft gezien dat de wapenwinkels werden geplunderd en dat nu mensen met hun buitgemaakte geweren in het wilde weg op de reddingshelikopters aan het schieten zijn. Ik hoor dat het leger wordt ingezet om slachtoffers en vrijwilligers tegen plunderaars te beschermen en dat mensen die tijdens het wachten op de hulp die hun leven moet redden, kans hebben gezien zonnebrillen en notitieblokjes mee te grissen.

Notitieblokjes! De zinloosheid is gruwelijk.

Mijn kinderen kennen het Hebreeuwse alfabet al na vier dagen, vertellen ze in de auto terug naar huis. Weer rijden we langs de glooiende golfbanen. Ik ruik de pijnbomen door de open ramen. Ze hebben ieder drie vrienden gemaakt. In God geloven ze niet, maar Engels spreken ze verbazend goed. Er belt s avonds een juf om dat te vertellen.

Morgenochtend klap ik met de banjo mee, besluit ik.

Jessica Durlacher is schrijver. Dit is de derde aflevering van een rubriek die tot eind december elke zaterdag verschijnt. Volgende week: Leon de Winter.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden