Honger in graanschuur van Ethiopië

De 'groene hongersnood'. In Ethiopië moeten dit jaar 12,5 miljoen mensen overleven met voedselhulp. Zelfs het vruchtbare zuiden telt veel gebieden vol kinderen met bolle buikjes, en pluizig haar....

Een tentenkamp op een heuvel in het prachtige landschap vormt het onheilsteken. Het is een therapeutisch voedingscentrum. Zwaar ondervoede kinderen leven in de warme tenten in gezelschap van een ouder. Een minuscuul baby-tje heeft een slangetje in zijn neus, op de plaats gehouden door een pleister op het voorhoofdje. Uitstekende ribben, bolle buikjes, zwellingen, pluizig haar, dat zijn de symptomen van een hongerramp.

Een hooggeplaatste functionaris van de Verenigde Naties komt langs, Carolyn McAskie, onder-secretaris-generaal voor humanitaire hulpverlening. Met een groot gevolg, veertien terreinwagens parkeren voor de poort. Ze bezoekt de tenten met de 180 kinderen en 170 ouders, die worden gevoed door een particuliere hulporganisatie. Waarom weer? Waarom hier, in de graanschuur van Ethiopië?

Dit is de nieuwe ramp, heeft ze de dag ervoor gehoord van VN-medewerkers in de hoofdstad Addis Abeba. De 'groene hongersnood' noemen die het. In heel Ethiopië hebben dit jaar 12,5 miljoen mensen voedselhulp nodig, en weldra waarschijnlijk 15 miljoen, zo luiden de schattingen. Het zijn er veel meer dan in een 'normaal' jaar, als vier á vijf miljoen Ethiopiërs rantsoenen krijgen. Daarom heet het dit jaar een hongersnood.

Over het algemeen verloopt de hulpverlening redelijk goed, zeiden de VN-medewerkers. De Ethiopische regering heeft de leiding. De grote hongergebieden in het noorden en oosten krijgen voedselhulp met vrachtwagens. Bijna de helft van het graan komt als gift van de Verenigde Staten, de Europese Unie volgt op de voet. Er is nog te weinig hulp toegezegd, maar de Amerikanen zullen binnenkort de ontbrekende hoeveelheden leveren, meer zelfs, zeiden de medewerkers. Het waarschuwingssysteem heeft dus gewerkt. Maar niet in het zuiden. Niemand had daar voedseltekorten verwacht.

'We hebben het te laat gezien', zegt de Keniaanse hulpverlener Lameck Siage in het voedingscentrum bij Awasa. Een jaar geleden was er al voedsel uitgedeeld. Dat had een waarschuwing moeten zijn. 'Het had zover niet hoeven komen.' De kinderen hadden niet ondervoed hoeven zijn. En het eind is niet in zicht. Elke dag treffen Siage en zijn medewerkers nieuwe 'hongerenclaves'. Hoe verder van de wegen en steden, hoe erger de situatie zal blijken te zijn, is Siages angst.

Waarom ging het uitgerekend hier fout?

Alles zat de boerengezinnen tegen, zegt Kebede Kanchula, het hoofd plattelandsontwikkeling van de provincie. Hij staat te midden van armzalige mensen die een extra voedselrantsoen komen halen van een hulporganisatie. De rantsoenen van de overheid volstaan niet. De regens kwamen te laat voor de maïs: geen kolven dit jaar, en het jaar ervoor was het ook al niet veel. De boeren verbouwen hier ook koffie. Dat maakte hen welvarend, maar nu niet meer. De koffieprijs op de wereldmarkt is ingestort.

De Amerikaanse koffieproducent Starbucks kwam kijken en was diep geschokt door de armoede. De Amerikanen stortten zevenduizend euro in een hulpfonds van de boerenvereniging, maar nee, ze betaalden niet meer voor de koffie.

Nu eten de mensen vooral het meel van de 'valse banaan', gemaakt van de nerf van de bladeren van de palm zonder bananen. Daar zit weinig voedingswaarde in, zegt Kanchula. En in plaats van koffie verbouwen de boeren meer en meer qat, de verdovende blaadjes. Ze kauwen die ook. Je vergeet de honger, maar raakt ondervoed.

Kanchula had het eerder kunnen en moeten zien aankomen, hij weet het, maar de mensen hier schamen zich voor hun armoede. Ze vertellen je niets. Ze komen pas als het te laat is. En vaak dan nog niet eens. 'We hebben mensen gevonden die zich in hun hutten hadden verstopt en daar van de honger waren gestorven.' En als de mensen zelf wel op zoek gaan naar hulp, schiet de overheid soms tekort. Verder naar het zuiden verlieten duizenden hun overbevolkte streek met voedseltekorten, aangemoedigd door het regeringsbeleid van hervestiging op vrijwillige basis. Dat moet een blijvende oplossing bieden voor de steeds terugkerende hongercrises, hopen premier Meles Zenawi en zijn ministers.

Maar de spontane landverhuizers werden ondergebracht in een oude kazerne zonder voorzieningen. De honger sloeg toe, gevolgd door ziekten. Artsen zonder Grenzen Nederland snelde te hulp en verweet de regering nalatigheid. De voedsel- en landzoekers werden opnieuw verplaatst, naar weer een kamp zonder voldoende opvang. Inmiddels sterven in die regio twintig tot dertig verzwakte mensen per dag, meldt AzG. Dat was niet nodig geweest.

Het patroon van de honger is veranderd. Niet langer zijn er alleen dorre hongergebieden waarheen de karavanen vrachtwagens met hulpvoedsel trekken. Overal liggen hongerstreken, verborgen tussen gebieden zonder problemen. Hongervlekken als een luipaardvel.

Een leuk plaatsje, slechts 180 kilometer van Addis Abeba. Ziway. De goed gevulde markt is in volle gang, er zijn terrasjes langs de doorgaande weg. Maar achter de goed verzorgde missieschool begint plots een andere wereld. Een lange rij vrouwen en kinderen wacht er op een bord pap. Achter nog een hek staat een tent. De plek voor de ondervoede kinderen. Overdag zitten ze onder een afdak, de tent is dan veel te heet.

De mensen begonnen in november te komen, vertelt zuster Eliza, non van de Salezische Zusters. Uit de wijde omgeving; sommigen hadden twee of drie dagen gelopen. In hun dorpen was niets meer. Geen eten, geen spullen (alles hadden ze allang verkocht), geen geld, geen dieren, geen water. Alle bomen en struiken hadden ze al weggekapt en als brandhout verkocht in Ziway.

De zusters begonnen voedsel uit te delen, aan tweehonderd, driehonderd kinderen per dag, en hun moeders. Mannen worden niet toegelaten, zegt de zuster: die eigenen zich al het voedsel toe, vechten erom. 'De meisjes eten thuis het laatst.'

Vanaf februari kwamen er ook ernstig ondervoede kinderen. 'Velen stierven.' De zusters, onderwijzeressen, riepen de hulp in van Artsen zonder Grenzen. AzG richtte een therapeutisch voedingscentrum in. En de plaatselijke overheid? Die doet of er niets aan de hand is, zegt de zuster. De regering stimuleert de mensen in de streek om te verhuizen naar onontgonnen gebieden in het westen van het land. Misschien is de overheid bang dat de mensen niet weg willen als ze hulp krijgen. Er zijn er achthonderd gegaan en van hen zijn er al weer vierhonderd terug, ondanks de droogte.

Genetu zal nooit met de verhuistractor meegaan, ook al heeft ze helemaal niets meer, 'alleen kinderen'. Ze heeft de angstwekkende verhalen van de terugkeerders gehoord, over wilde dieren, een halve hectare dicht oerwoud als toekomstige akker, het ontbreken van hulp. Ze probeert het in haar dorp nog maar een keer, de regens komen eraan, maar ze heeft geen zaaizaad. Ze is hoogzwanger en loopt drie uur met haar andere kind op de arm naar het voedingscentrum, en weer terug. Zuster Eliza pakt een voetje in haar hand. Het is opgezwollen, 'een beginnend hongeroedeem'.

De mensen zijn hier tijden van honger wel gewend, zegt zuster Eliza. Ze vluchten niet zo gauw. Maar de armoede heeft een absoluut dieptepunt bereikt; na twee magere jaren is de oogst vorig jaar geheel mislukt. Er is niets meer om op terug te vallen.

Wosera Sefew komt al acht maanden voedsel halen bij de zusters. Ze is alleenstaand, heeft vier kinderen (drie anderen zijn jong overleden) en hield het hoofd boven water door spulletjes in Ziway te verkopen. Haar broer hielp haar meestal, maar nu is zijn oogst mislukt en is hij ook nog ziek. Ze zit al zes weken met de kleinsten in het therapeutisch voedingscentrum. 'Hoe moet ik zo geld verdienen?' Het jongste kind, Nerefya, is schrikbarend klein voor een jaar, maar is bijna genezen verklaard. 'Mijn kinderen klagen, ze willen wel eens wat anders eten dan pap.'

Tussen de vrouwen en kinderen dwaalt een oude man rond, mager, in lompen gehuld. Hij heeft een ondervoede baby in zijn armen. Zijn jonge vrouw is onlangs gestorven, vandaar, zegt Antenanie Enyew v3erpleger van AzG. De bejaarde man klampt iedereen aan. Hij vraagt: 'Wilt u alstublief mijn kind meenemen? Een hongerige baby verzorgen is toch niets voor een oude man als ik?'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden