HONGARIJE Een stem voor verandering

ZELFS de wind speelt maandag niet meer met de foto's aan de lantaarnpalen op de Margitbrug. De portretten van Gyula Horn die vorige week nog vrolijk heen en weer flapperden, hangen er een dag na de verloren verkiezingen als oud wasgoed bij....

Hongarije heeft zondag gestemd voor verandering. Net als vier jaar geleden, en vier jaar daarvoor. In 1990 moesten de communisten het veld ruimen. Vier jaar later was het de door Jozsef Antal gevormde regering van goedwillende intellectuelen die werd weggestemd - die meer aandacht had voor het organiseren van een wereldtentoonstelling en de bouw van een opera dan voor de hoogte van pensioenen. Dan nog liever de socialisten, die tenminste ervaring hadden in het regeren van een land.

Horns regering deed het over het algemeen niet slecht: de privatisering van staatseigendommen is bijna voltooid, de economie groeit, het land loopt voorop op weg naar integratie in de Europese Unie, Hongarije geniet internationaal aanzien. Maar dat kun je niet eten.

Terwijl een kleine groep Hongaren in het vrije bedrijfsleven groot geld verdient, heeft de grote massa van werknemers, de ambtenaren, uitkeringstrekkers en gepensioneerden het acht jaar na de omwenteling nog altijd moeilijk. Zij moeten leven van een inkomen dat varieert van 160 tot 350 gulden per maand, terwijl de inflatie brood, melk en benzine almaar duurder maakt. Daarom hebben de Hongaren hun hoop - opnieuw - op de oppositie gevestigd. Voor de derde keer in drie verkiezingen werd het 'tijd voor verandering'.

Het scenario is vrijwel identiek aan dat in Polen. En ook Tsjechië lijkt in juni af te stevenen op een wisseling van de wacht, zodat je een trend begint te vermoeden. In Polen werd het rommelende en ruziënde 'Solidariteit' in 1993 vervangen door de degelijkheid belovende socialisten, die op hun beurt vorig jaar weer opzij werden geschoven door een herenigd rechts blok: de Solidariteits Verkiezings Actie (AWS). AWS was het werk van één man: Marian Krzaklewski. Deze vakbondsleider, de opvolger van Lech Walesa bij Solidariteit, slaagde er in een jaar tijd in het volledig versnipperde politiek rechts te verenigen. Met groot gevoel voor publiciteit en voor thema's die de modale Polen bezig hielden, begon Krzaklewski een opmars door de media. Hij slaagde er in recordtijd in zichzelf en zijn AWS te presenteren als het nieuwe alternatief voor Polen. Een alternatief dat het volgens de opiniepeilingen daadwerkelijk kon opnemen tegen de socialisten. Niet het programma, niet het falen van de socialisten, maar het gezicht van Krzaklewski, en vooral het geloof in de winstkansen van AWS gaven de doorslag. Mensen willen hun stem blijkbaar vooral aan een (potentiële) winnaar geven.

De Hongaarse Marian Krzaklewski heet nu Viktor Orban. Hij is pas 35, desondanks al acht jaar beroepspoliticus, en hoort niets liever dan dat hij lijkt op Tony Blair. Dat Blair links is en Orban rechts is van ondergeschikt belang. Links en rechts betekenen weinig meer en helemaal niet in Hongarije waar socialisten soms rechtser zijn dan conservatieven. Orban begon zelf een beetje links. Het Fidesz dat hij in 1989 oprichtte was een club van louter studenten, die in 1990 als een vrolijke bende het parlement binnentrokken. Orban, die fractievoorzitter werd en in 1993 voorzitter, begon te werken aan 'normalisering' van dit losse linksige groepje. Zijn medestrijders van weleer verlieten hem successievelijk en Orban maakte van Fidesz een serieuze, professionele (rechtse) partij.

Met groot gevoel voor timing begon ook hij enkele maanden geleden aan een opmars door de media. Net als Krzaklewski's AWS in Polen klom hij omhoog op de puinhopen van de andere rechtse partijen: christendemocraten en democraten waren door ruzies uit elkaar gevallen tot er niets van over was. Aan de rechterkant waren nog maar drie serieuze partijen overgebleven (Fidesz, de Kleine Landeigenaren, FKgP, en Democratisch Forum, MDF). En van die drie was Fidesz de enige die 'nieuw' was - MDF was de oude partij van Antal, en de FKgP de partij van de oude rechtste populist Jozsef Torgyan.

Fidesz presenteerde zich als het alternatief en het groeide en naarmate het groeide kreeg het meer aandacht en naarmate het meer aandacht kreeg groeide het. Tot Fidesz bijna even groot was als de onaantastbaar geachte Socialistische Partij. Opiniepeilingen hadden van Fidesz een (potentiële) winnaar gemaakt en het volk bevestigde de peilingen.

De eerste ronde eindigde nog met een minieme voorsprong voor de socialisten, maar vorige week kwam Fidesz definitief langszij: Orban mocht zich in een rechtstreeks televisiedebat meten met premier Gyula Horn en bewees daarmee twee dingen: de Hongaarse verkiezingen gingen in de tweede ronde niet langer tussen zes partijen, maar alleen nog tussen Horn en Orban; en Orban was niet de onbesuisde wildeman die zijn tegenstanders van hem maakten, maar een politicus die beschaafd en op gelijk niveau met Horn bleek te kunnen duelleren. Dat debat gaf volgens velen de doorslag. Het salonfähige nieuwe Fidesz passeerde in de tweede ronde de MSzP royaal: met twaalf zetels verschil, en Orban mag gaan doen wat hij al die tijd al ambieerde: regeren.

Net als in Polen zal ook in Hongarije het beleid niet wezenlijk veranderen. De grote lijnen liggen vast: aan de toetreding tot de Europese Unie worden eisen gesteld die de regering weinig ruimte laten om te manoeuvreren.

Dat speelt niet echt een rol: verkiezingen gaan in Oost-Europa niet over programma's, ze gaan over mensen.

Michel Maas

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden