Hongaren en Roemenen leven weer gebroederlijk samen

Twaalf landen in Midden- en Oost-Europa bereiden zich voor op toetreding tot de Europese Unie. De aanvankelijke vreugde heeft plaatsgemaakt voor frustratie....

Van onze correspondent Olaf Tempelman

Melinda is Hongaarse. Dan is Roemeens. Hun liefde is voorbij. Maar met etnische spanningen had dat niets te maken. Daarom zitten ze nu hier, in dit café in Tircu Mures. Om te laten zien dat ze nog steeds goede vrienden zijn.

Melinda en Dan. Vijf jaar geleden stonden ze arm in arm in de grote sporthal in Tircu Mures. Op het podium stond de Roemeense extremistische leider Corneliu Vadim Tudor. Vette kop, wit gangsterpak, rock 'n' roll kuif. 'De Hongaren zijn een zevenkoppig monster dat Roemenië aan alle kanten aanvreet', brulde de politieke broeder van Le Pen. Het was triest en lachwekkend tegelijk , zeggen Melinda en Dan. Ze waren Vadim gaan bekijken uit curiositeit. Maar dat het zo'n schoft was . . .

De geschiedenis van de Hongaren in Roemenië is een lang en triest verhaal dat vier jaar geleden plotseling een positieve wending nam. Dat was voor een belangrijk deel te danken aan de Europese Unie. De verbetering van de positie van de Hongaren in Roemenië - en die in Slowakije - vormt een bewijs dat de cynici die beweren dat de EU geen positieve invloed kan uitoefenen op de minderhedenproblematiek in Oost-Europa ongelijk hebben.

In 1996 verloren oud-communisten en extremisten in Roemenië de verkiezingen. De hervormingsgezinde partijen namen vervolgens vertegenwoordigers van de Partij van de Hongaarse Minderheid op in hun regering. Een identiek proces geschiedde twee jaar later in Slowakije. En het is zeer de vraag of de regeringen met de Hongaren in zee waren gegaan als zij niet fanatiek naar het kandidaatlidmaatschap van de EU hadden gestreefd.

In tegenstelling tot bijvoorbeeld de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE) kent de EU geen uitgebreide minderhedenparagraaf. Maar zij heeft wel veel invloed. Ieder jaar beoordeelt de Europese Commissie het minderhedenbeleid van de kandidaatleden. En met de Hongaren gaat het de goede kant op. Uiteraard is er nog heel veel niet in orde. En helaas lopen extremisten à la Vadim nog steeds vrij rond. Maar na het Joegoslavische drama en de welhaast onoplosbare problematiek van de zigeuners in heel Oost-Europa, is het Hongaarse succes toch een klein wonder.

De geschiedenis van de Hongaren in Roemenië is net zo tragisch en vermoeiend als die van bijvoorbeeld Kosovo. Twee volkeren claimden hetzelfde gebied: Transsylvanië. Het gevolg was dat een van de twee vroeg of laat wel moest eindigen als minderheid in een staat van de ander. Met de ontmanteling van de Oostenrijks-Hongaarse dubbelmonarchie na de Eerste Wereldoorlog viel de Hongaren dit lot ten deel. Vandaag de dag zijn zij in Roemenië een minderheid van 1,7 miljoen, 7 procent van de bevolking.

Tircu Mures is de enige grote stad in Roemenië waar de Hongaren nog een kleine meerderheid vormen. Dankzij de EU mag zij vandaag ook weer haar Hongaarse naam dragen: Márosvásarhely. Er is geen leuker spel dan bij een wandeling door de stad de Hongaren van de Roemenen proberen te scheiden. Hongaarse mannen dragen vaker snorren. Roemeense mannen knopen hun hemd wat verder open. Hongaarse vrouwen zijn vaker roodharig. Roemeense vrouwen hebben een voorkeur voor lange rokken.

Een wandeling door de stad maakt ook duidelijk hoe sterk de lagen van de geschiedenis hier over elkaar heen liggen. Het centrum telt nog veel statige Habsburgse gebouwen die de Hongaren er rond de eeuwwisseling neerzetten. De Roemeense orthodoxe kerk uit 1926 met zijn bruine koepels is naast de lichtgroene Hongaarse katholieke kerk neergezet. Hij is een flink formaat groter. Nu zijn wij hier de baas, wil dat zeggen. Vanaf het dak wapperen Roemeense vlaggen.

Die wapperen heel veel in Tircu Mures; het bewijs dat deze multi-etnische stad nog een lange weg te gaan heeft. Want Tircu Mures was ook het toneel van het trieste dieptepunt in de Roemeens-Hongaarse verhouding. Op 15 mei 1990 vierden de Hongaren dankzij de val van het communisme voor het eerst in decennia weer hun nationale feestdag. Zij zwaaiden daarbij de Hongaarse driekleur in het rond. Grootse Roemeense demonstraties volgden. In de dagen daarna kwam het tot hevige gevechten, waarbij aan beide kanten doden en gewonden vielen.

Melinda en Dan tonen het door de communisten aangelegde miniparkje dat de twee hoofdstraten van Tircu Mures scheidt. Hier is al dat bloed tien jaar geleden gevloeid. Allebei zijn ze stilgevallen. Hoe heeft het kunnen gebeuren?

'Het was onvoorstelbaar', zegt Maria Kerekes, Hongaarse. Zij werkte in een zaak tegenover het parkje en vluchtte naar huis toen de gevechten uitbraken. 'Het was als een oorlog die plotsklaps uit de lucht kwam vallen.'

Net als veel Roemenen is zij ervan overtuigd dat de gevechten door de machthebbers in Boekarest waren georganiseerd. De toenmalige president Ion Iliescu, die tijdens de revolutie van 1989 de macht had gegrepen, stond vlak voor verkiezingen en kon daarbij wel wat etnische spanningen gebruiken om zo als 'sterke man' zijn imago op te krikken.

De familie Kerekes bewoont een prachtig Habsburgs huis dat helemaal met klimop is begroeid. Binnen is het aangenaam koel. 'Maart 1990 was een eenmalig incident', zegt Maria. In de jaren tachtig probeerde de communistische leider Ceauçescu de verhouding tussen Roemenen en Hongaren op de spits te drijven. Hij sloot Hongaarse theaters en hief Hongaarse tijdschriften op. Maar dit nationalisme miste zijn uitwerking. De honger en de kou die de bevolking leed, creëerden juist solidariteit tussen Roemenen en Hongaren.

'Ik heb nog steeds net zo veel Roemeense vrienden als Hongaarse', zegt Maria's zoon Botond. 'Maar ik vond het wel raar toen ik later op tv zag dat Roemeense kennissen aan de gevechten hadden meegedaan.' Begin jaren negentig heerste er een rare sfeer in Tircu Mures, zeggen Maria en Botond. 'Maar de afgelopen jaren heeft het leven zich genormaliseerd.'

Je ziet nog steeds veel Roemeense vlaggen. Maar er staan nu ook standbeelden van Hongaarse helden. En er zijn ansichtkaarten met de naam Márosvásarhely.

Zsuzsa Bereschi, woordvoerster internationale relaties van de Democratische Unie van Hongaren in Roemenië (UDMR), is minder positief. Volgens haar is het de Roemeense regering te veel te doen om bij de EU in de gunst te komen, en te weinig om de positie van de Hongaren echt te verbeteren. 'Het is voor Hongaren nog steeds nagenoeg onmogelijk om een hoge positie op een belangrijk Roemeens ministerie te bemachtigen', zegt ze. 'In Cluj hebben we nu een multiculturele universiteit. Maar in het bestuur hebben de Roemenen hun meerderheid behouden. En de taalwet, die bepaalt dat officiële documenten in Transsylvanië ook in het Hongaars verschijnen, is nog nauwelijks in praktijk gebracht.'

Melinda en Dan en de familie Kerekes geloven dat het uiteindelijk goed zal komen tussen Roemenen en Hongaren. Veel meer vrezen zij de leegloop van de stad, al die mensen die niet meer in een toekomst in Roemenië geloven. 'Hongaarse jongeren zijn net zo hard bezig weg te komen naar het westen als Roemeense jongeren', zegt Maria Kerekes. 'En dat is tragisch. Want je hebt maar één thuis, of dat nu Tircu Mures of Márosvásarhely heet.'

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden