Hongaarse sociologe Zsuzsa Ferge ziet grote gevaren in vrije-marktdenken 'Markt is slecht instrument om armoede te beheersen'

De Hongaarse sociologe Zsuzsa Ferge was opstandelinge in 1956, dissidente in de jaren tachtig en na de val van het communisme vervult zij weer een oppositierol....

Van onze correspondent

Michel Maas

BOEDAPEST

Even lijkt de sociologe Zsuzsa Ferge (1931) bang dat ze versleten zal worden voor een Hongaarse moeder Teresa. Mocht dat zo zijn, dan wil ze dat misverstand meteen even rechtzetten. Ze houdt zich weliswaar al meer dan dertig jaar bezig met armoede, maar: 'U moet niet denken dat ik dit allemaal doe omdat ik van de armen houd. Ik háát armoede. Zoals ik ook onderdrukking haat, en vernedering.'

Behalve die haat is het vooral wetenschappelijke belangstelling geweest die haar ertoe gebracht heeft meer dan dertig jaar lang te bestuderen waarom mensen arm zijn, waarom ze het worden en waarom ze het meestal ook blijven. Dat onderzoek heeft vijftien boeken van haar hand opgeleverd, maar de armen zijn er niks op vooruitgegaan.

Integendeel. De omwenteling van 1989 en de introductie van de vrije-markteconomie hebben alle wegen naar de armoede pas goed open gezet, meent zij. De maatschappij beweegt zich in een richting waar iedereen maar voor zichzelf moet zorgen en dat is een richting die haar absoluut niet zint.

Maandag houdt Zsuzsa Ferge in Nederland de J.M. den Uyl-lezing - niet over armoede als zodanig maar indirect natuurlijk toch weer wel, want als je het over Europa hebt, over democratie of over de vrije markt, dan heb je het over zaken die een rechtstreekse invloed hebben op het verschijnsel armoede. Want armoede hangt met bijna alles in de samenleving samen - als je ver genoeg doordenkt uiteindelijk ook met hoe de macht functioneert.

Vooral dat laatste was iets waarover in Hongarije, vooral tussen 1968 en '85, maar beter kon worden gezwegen. Ferge: 'Armoede was op zichzelf al een taboe omdat het niet paste in de ideologie van het communisme; in communistische landen bestond immers geen armoede. Maar ons onderzoek naar armoede mondde vanzelf uit in onderzoek naar het wezen van de macht. En dat was het echte taboe omdat dat het hart van het systeem raakte.'

De resultaten van haar eerste grote armoede-onderzoek zijn nooit gepubliceerd. Anderen voltooiden nog wel Ferges project, maar het verdween vervolgens toch in een la. Ferge zelf kon haar werk voortzetten bij het sociologisch instituut van de Akademie van Wetenschappen, net als het Bureau voor de Statistiek 'een klein eiland van wetenschappelijke vrijheid' in communistisch Hongarije.

Ferge: 'Maar die vrijheid was betrekkelijk. De autoriteiten dreigden voortdurend ons instituut te sluiten en deden dat vervolgens toch weer niet. Het was een soort spel. Zij trokken vrijheden in en gaven ze vervolgens weer terug. En wij leerden de kunst van de zelfcensuur. Wij sloten compromissen. We hielden op de dingen tot het einde door te denken. We namen een grens in acht en bijna niemand overschreed die. Het was een vorm van intellectuele oneerlijkheid. Dat was de prijs die we betaalden om te kunnen werken. Ik moet toegeven: ik ben nooit een held geweest.'

Toch zat ze altijd in de oppositie. In 1956 was ze direct betrokken bij de Hongaarse opstand, en in de jaren tachtig maakte ze deel uit van de dissidentenbeweging. 'En nu ben ik nòg in de oppositie.'

Vlak voor de omwenteling voltooide haar instituut een grootscheeps onderzoek naar de mogelijkheden voor een nieuwe sociale politiek. Ze publiceerde een boek, getiteld: De vierde weg. Maar het mocht niet baten. Hongarije ontdeed zich van de communistische partij, maar verzuimde Ferges bevindingen over te nemen. Sociale politiek werd amper gevoerd. Met desastreuze gevolgen.

De gezondheidszorg staat door geldgebrek op instorten, van de 10 miljoen Hongaren hebben er 3,2 miljoen een pensioen of een arbeidsongeschiktheidsuitkering, maar maatregelen om die pensioenen op peil te kunnen houden, zijn nog amper genomen - en er is geen beleid om de allerarmsten uitzicht op verbetering te bieden.

Behalve een beleid ontbreekt het ook aan de juiste mentaliteit om ouderen, armen en zieken een acceptabel bestaan te bezorgen. Daarvoor is een zekere betrokkenheid nodig. Wat dat betreft zit de tijd tegen, beseft Ferge. Hongarije en de andere voormalige Oostbloklanden hebben hun grote kans dertig, veertig jaar geleden eigenlijk gemist. Ferge: 'In 1956 (de Hongaarse opstand) en in 1968 (de opstand in Tsjechoslowakije) stond de ''Zweedse manier'', de ''vierde weg'' of het ''socialisme met een menselijk gezicht'' volop in de belangstelling. Het was destijds mode om aan mensen te denken. Het denken gaat nu de andere kant op. Het is alsof de hele wereld in een richting gaat waar iedereen alleen nog maar voor zichzelf moet zorgen. De richting van de volkomen ongecontroleerde markt.'

Ferge: 'Ik geloof dat de markt een goed instrument is voor heel veel zaken. Maar niet voor alles. De markt alleen is niet genoeg om een samenleving bij elkaar te houden en om haar pluralistisch te maken. En de markt is zeker een heel slecht instrument - vooral in zijn ongecontroleerde vorm - om de armoede te beheersen. Dat is een collectieve verantwoordelijkheid van de overheid en de burgers.'

In het voormalige Oostblok jaagt het huidige systeem de armen de zwarte economie in, en ook dat is volgens Ferge op termijn een ramp: 'We hebben een lange traditie van zwarte economie. Maar de regels ervan zijn fundamenteel veranderd. Aanvankelijk was het innovatief, het vormde een welkome en nuttige aanvulling op de rigiditeit van de staatseconomie. De zwarte markt was een proeftuin voor de echte markt. Het deed weinig schade aan economie en aan mensen. In communistische tijden had immers iedereen een baan. Ook al werd die nauwelijks betaald, toch was iedereen verzekerd.

'De huidige zwarte markt is een plaag. Mensen hebben geen rechten, zijn niet verzekerd en je ziet zelfs archaïsche vormen van onderdrukking terugkomen. Op het platteland worden mensen weer uitgebuit als dagloners, of zelfs als een nieuw soort lijfeigenen die tegen kost en inwoning en zonder loon hun werk verrichten.'

Als je de markt zijn gang laat gaan, is er voor deze mensen geen enkel uitzicht op verbetering en zal hun aantal alleen maar toenemen. Mensen die - zo heeft de Europese geschiedenis al vaker laten zien - vatbaar zijn voor de ideeën van extreem-rechts en extreem-links. Ferge: 'Armoede is een bedreiging voor de democratie.'

Veel animo voor haar 'vierde weg' is er niet. Ze citeert een politicus die in een toespraak schampert over 'opgedrongen solidariteit'. Dat is de teneur: solidariteit is iets wat kennelijk moet, maar dat verder alleen maar lastig is en overbodig.

Het lijkt tamelijk hopeloos, maar, zegt ze schouderophalend, 'we hebben geleerd te overleven. Dus dit doorstaan we ook wel weer'. Ze voegt daar aan toe: 'Als je het elke liberaal, elke socialist en elke sociaal-democraat afzonderlijk vraagt, is er niet een die echt de hele samenleving wil overlaten aan de markt. Als sociaal-democraten in heel Europa op zoek zijn naar hun bestaansrecht dan ligt hier een mooie taak voor ze.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.