ANALYSE

Hongaarse actie tegen internettax niet bij voorbaat kansloos

Orbán Europese regelgeving kan de omstreden belastingplannen van de Hongaarse regering dwarsbomen. Maar de juridische weg is lang.

Mensen protesteren tegen de internetbelasting in Hongarije.Beeld afp

De regering van premier Orbán, wiens Fidesz-partij een absolute meerderheid heeft in het parlement, zegt een belasting op internet nodig te hebben om begrotingsgaten te dichten. Sympathiek is het Hongaarse plan niet. Maar zo'n oordeel wordt gauw geveld over nieuwe belastingen.


Is de belasting juridisch aanvechtbaar? In ze in strijd met de grondwet? Dat laatste moeten we aan Hongaren overlaten. Daarbij past wél de droevige aantekening dat juist de regering-Orbán in 2012 een aantal opperrechters vervroegd met pensioen stuurde.


Na de eerste protesten is het Orbán-plan veranderd van een bedrag per verzonden gigabyte naar een internetbelasting per maand. Dat verandert weinig aan de vraag of het Hongaarse belastingplan in strijd is met Europese regels.


We kijken eerst naar belastingregels. De EU heeft gekozen voor het principe dat gelijksoortige goederen en diensten op gelijke wijze worden belast. Daar hebben we, sinds de jaren zeventig, de btw aan te danken.


We hebben echter ook een Europese Accijnsrichtlijn van 2008 waarin 'accijnsgoederen' zijn omschreven, en daar horen internetdiensten niet bij. Daar staat dat lidstaten toch nog andere belastingen over goederen en diensten mogen heffen 'mits die belastingen niet het karakter van een omzetbelasting hebben'. Daar ligt een juridisch aanvalspunt tegen 'internetbelasting'. Is dat niet gewoon verkapte extra omzetbelasting (boven het 'gewone' 27 procent btw-tarief in Hongarije, het hoogste in Europa)?

Profijtbeginsel

De Hongaarse regering kan terugzeggen: hoe zit het dan met wegenbelasting en toeristenbelasting en kijk- en luistergeld (omroepbelasting) in allerlei EU-lidstaten? De repliek kan zijn: die belastingen hebben een ander karakter, want ze zijn gericht op bepaalde profiterende doelgroepen (profijtbeginsel). Autohaters hoeven niet mee te betalen aan autowegen, en toeristen mogen (via de hotels) iets bijdragen aan toeristische bewegwijzering en aan het opruimen van hun rotzooi op straat. Toen we in Nederland in 1999 zo ver waren dat er bijna niemand meer was zonder tv en radio hebben we de afzonderlijke fiscale omroepbijdrage terecht afgeschaft. Maar in andere landen, zoals Frankrijk, ligt de rtv-dichtheid blijkbaar nog net te ver weg van de 100 procent.

Je hoort premier Orbán allicht zeggen: in Hongarije is de internetdichtheid nog verder weg van de 100 procent. Toch is de EU daarmee niet uitgepraat. Nu de internet-infrastructuur al is betaald uit de algemene middelen, al dan niet via de opbrengst van frequentieveilingen, brengt internetgebruik voor de staat verder geen kosten met zich mee. De regering-Orbán schermt met verlies op telefooninkomsten. Het Brusselse antwoord mag zijn: sorry, maar dáár is het (Europese) belastingrecht niet voor.

Als de Europese Commissie in de fiscale EU-regels te weinig handvat ziet voor actie (daar zinspeelde Neelie Kroes begin deze week op), zijn we nog niet uitgepraat. Kijken we naar het Europese Mensenrechtenverdrag.

Artikel 10 van dat Verdrag verbiedt elke beperking van de informatievrijheid, natuurlijk met uitzonderingen. Die uitzonderingen moeten wel 'noodzakelijk' zijn 'in een democratische samenleving'. Is een internetheffing noodzakelijk in een democratische samenleving? Dat is in géén van de EU-landen zo. Wél in Hongarije?

Dam tegen onrust

Hier keert het 'profijt'-argument zich tegen het Hongaarse regeringsplan: werp geen extra financiële drempel op tegen internetgebruik. Volgens bronnen van de Financial Times zou Orbáns partij de internetbelasting ook willen gebruiken om het 'dynamisch debat te smoren' (en uit uitspraken van Orbán is bekend dat hij geen liefhebber is van vrijheid van meningsuiting).

In vroegere tijden waren er landen die om die reden belasting hieven op informatieverspreiding. De geschiedenis van het dagbladzegel bewijst dat. Naar Frans (Napoleontisch) voorbeeld werd deze dagbladbelasting in 1812 in Nederland ingevoerd. Nog tot 1869 werd het dagbladzegel verdedigd als een dam tegen politieke onruststokerij door dagbladen: een krant moest zo duur zijn, dat alleen rijkere mensen die konden kopen. In 1869 begrepen we in Nederland dat zulke dammen juist niet mogen bestaan (belasting per krant of per maandabonnement maakt niets uit) en anno 2014 weet heel West-Europa dat. Kan Hongarije zich iets anders permitteren?

Helaas is de weg naar het Europese Hof in Straatsburg wel een lange: je moet eerst de rechters in eigen land af. En de Hongaarse rechters hebben het onder het Fidesz-bewind niet gemakkelijk.

Feer Verkade was advocaat-generaal bij de Hoge Raad. Hij analyseert juridische kwesties voor de Volkskrant.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden