HonderdprocentHeerlen stuurt jongeren in de juiste richting

In de winkel van HonderprocentHeerlen zetten jongeren niet alleen hun stad maar ook zichzelf op de kaart. Carola van Iersel leert ze creatieve producten maken, met als bijvangst ervaring met teamwork en klantvriendelijkheid.

In het atelier worden met de naaimachine allerlei producten gemaakt, waaronder merchandise voor Pinkpop. Beeld Marcel Wogram

Een oranje knuffelhaas wordt losgemaakt bij het klittenband aan z'n poten. 'Dit is de pungelhaas', legt Carola van Iersel (55) uit aan iemand die overduidelijk niet uit Heerlen komt. In het Jaar van de Mijnen, in 2015, vlogen ze de winkel uit: knuffelhazen van blauw-grijs geblokte theedoeken. In zo'n samengeknoopte lap, 'pungel' op z'n Heerlens, namen de mijnwerkers hun lunch mee de schachten in. De theedoeken zijn op, maar de beesten blijven een succes. Een kinderdagverblijf in de Zuid-Limburgse stad verwelkomt elk nieuw crèchekind met de pungelhaas.

Bedrijf: HonderdprocentHeerlen
Waar: Heerlen
Sinds: 4 november 2011
Aantal werknemers: 1 (en 50 vrouwen begeleid naar opleiding of werk)
Jaaromzet: 50.000 euro, waarvan 8 procent op Pinkpop

Het logo van HonderdprocentHeerlen

Knuffels, jurken, kussens, stazakken, en tassen zijn uitgestald in de winkel van HonderdprocentHeerlen, in een koopstraat aan de rand van het centrum. Achterin snorren naaimachines, worden patronen getekend op grote lappen stof, of worden vlaggetjes gespeld op een lang, felroze gekleurd lint. Het is vlaggetjesdag vandaag, zegt sociaal ondernemer Van Iersel. Wie hier komt werken, begint eenvoudig: met vlaggetjes. 'Dat geeft mij meteen veel inzicht in wat iemand kan. Hoe knipt ze, legt de nieuwkomer makkelijk contact met de rest?'

Carola van Iersel is ruim vijf jaar geleden begonnen met HonderdprocentHeerlen; met als doel de maakindustrie terug te krijgen in Heerlen om zo laagopgeleiden perspectief te bieden. Door het stilleggen van de mijnbouw veranderde een van de welvarendste gemeenten - 'de bontjasdichtheid was hier hoog' - in de jaren zeventig in een achterstandsstad vooral berucht om z'n verslavingsproblematiek. De komst van pensioenfonds ABP, een deel van statistiekbureau CBS en Defensie moesten het verlies aan werkgelegenheid goedmaken. 'Maar de bedrijven namen hoogopgeleiden uit het noorden mee, voor de plaatselijke bevolking restte eenvoudig, veelal administratief werk. Wie kon studeren trok weg. Wie die kans niet had, liep algauw rond met het idee van ik kan niks, er is geen toekomst voor mij', zegt Van Iersel.

HonderdprocentHeerlen is een éénvrouwsleerbedrijf waar Van Iersel probeert vooral meiden 'weer midden in de maatschappij te krijgen. Voor de een betekent dat terug naar school, voor de ander naar werk. Als de problemen te groot zijn, mislukt het. Maar de meesten lopen hier na zes maanden rechtop de deur uit. Ze zijn minstens tien centimeter gegroeid. Ze kunnen iets. Ze zijn iemand.' Toen ze 50 jaar werd, zei ze een goedbetaalde baan als beleidsambtenaar cultuur bij de gemeente op. 'Ik wilde meer zelf doen en combineer mijn twee passies: pedagogiek en creativiteit.'

De jongeren komen via de gemeente, of een enkele keer via het UWV. Van Iersel staat aan het hoofd van een echt bedrijf. In het eerste jaar 'kreeg' ze vijf trajecten om te bewijzen dat haar idee levensvatbaar was. 'Daarna kon ik meedoen aan een aanbesteding. Die haalde ik voor drie jaar binnen. De tweede aanbesteding is ook gelukt. Driekwart van mijn inkomsten komt weliswaar uit de verkoop van trajecten, maar ik krijg dus geen subsidie. Ik moet leveren en word beoordeeld op de persoonlijke groei die de meiden - tot 27 jaar - doormaken. De huur en elektriciteit betaal ik uit de omzet. De apparatuur en inrichting van de winkel zijn van mijn spaargeld.'

Eigenaar Carola van Iersel Beeld Marcel Wogram

De vaardigheden die Van Iersel aanleert, zijn basaal. 'Ik bied structuur. Leer ze omgaan met elkaar in een team. Doordat ze ook in de winkel meedraaien, leren ze sociale vaardigheden. En stap voor stap leren ze creatieve producten te maken. De meesten hebben nog nooit achter een naaimachine gezeten. De kunst voor mij was producten te bedenken die eenvoudig te maken zijn, maar door de uitvoering uniek worden.'

Na de vlaggetjes is de stazak de volgende stap: een stoffen, vierkante opbergzak, veel gekocht voor de badkamer. Doordat vooral reststoffen worden gebruikt, is geen product hetzelfde. 'Niet alleen leuk voor de klant, maar ook heel belangrijk voor de meiden. Zij weten wat ze gemaakt hebben en zien dus ook meteen dat hùn product verkocht is.'

In het atelier achter de winkel gonst het van Pinkpop. Uit een oude banner wordt een pictogram van een man uitgesneden, dat op het festivalterrein naar de wc's wijst. Een strandtas in de maak. Festivaldirecteur Jan Smeets (72) komt aanwaaien. Zijn Pinkpopboodschappentas - met folders voor de Pinkpopmusical - zet hij op tafel. 'Hier gemaakt.'

Een tas vergelijkbaar met die van Smeets was vier jaar geleden aanleiding tot samenwerking met het festival. Een Pinkpopmedewerkster zag in Antwerpen een tas van zeil. 'Een mooi product, maar heel commercieel gemaakt', zegt Smeets. 'We waren al langer bezig om het festival te verduurzamen. Onze honderden banners gaan weliswaar jaren mee, maar gaan een keer stuk. Die met het programma of een plattegrond blijven maar een jaar goed. Mooi dat ze op deze manier een tweede leven krijgen.' Ook de polsbandjes, elk jaar een andere kleur, worden hergebruikt. Het overbekende poppenkopje fungeert als merkje.

Van Iersel heeft bedongen dat HonderdprocentHeerlen de tassen, portemonnees, sleutelhangers en kussens zelf op Pinkpop mag verkopen. 'Sommige meiden zouden hier anders nooit komen.' Van de Kalm Aan Laan, waar festivalgangers de drukte ontvluchten, is Van Iersel opgerukt naar het hoofdterrein, naast de megadrukke stand met T-shirts. 'We zijn een onderdeel van Pinkpop geworden.' De banners en standplaats zijn gratis, verder moet Van Iersel gewoon betalen. Een deel van de opbrengst van de verkoop is voor Pinkpop.

Het gaat veel beter met Heerlen, zegt Van Iersel. 'Maar het ontbreekt de stad, ten onrechte, aan trots. Heerlen heeft verborgen parels. Een voorbeeld: het bijna gesloopte Schunck-glaspaleis. Iedereen kent het Verdrag van Maastricht (legde in 1992 de basis voor de EU, red.) maar niemand weet dat in Heerlen de oprichtingsvergaderingen van de EGKS (Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal, de voorloper van de EU, red.) heeft plaatsgevonden. Nou, bij deze dus.'

De maakindustrie keert schoorvoetend terug in de stad, veelal via eenmansbedrijfjes die zich vestigen in het oude gebouw van het CBS dat binnen de stad is verhuisd. 'Het gaat langzaam, maar ik zie mooie ontwikkelingen. Ik zou graag een productiehuis beginnen voor creatieven die als startende ondernemer kwetsbaar zijn. Dan zou ik ook, een wens van de gemeente, oudere vrouwen kunnen helpen. Maar daarvoor is geld nodig, want dan moet ik personeel aannemen. Ik heb de grenzen van mijn groei bereikt. We zijn een leerbedrijf, ik kan niet meer produceren dan ik nu doe. Onder de streep werk ik zelf voor een minimumloon. Toch voel me een rijk mens.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden