'Honderden wegen liggen open, en je kiest er maar één'

In al zijn boeken, zes tot nu toe, volgt Jonathan Coe de tijd op de voet. In The Rotters' Club belicht hij de jaren zeventig, voor zijn generatie in Engeland een periode van schaamteloze nostalgie....

REGEL ÉÉN BIJ het lezen van literatuur luidt, zoals bekend, dat je de auteur en de hoofdpersoon niet zomaar met elkaar mag vereenzelvigen, maar Jonathan Coe vindt het helemaal niet erg als lezers dat bij The Rotters' Club doen. Hij zegt: 'Het is volkomen verantwoord om mij met de hoofdpersoon Benjamin Trotter te identificeren. Het deel van Birmingham waarover ik schrijf is vlakbij waar ik zelf opgroeide, de sfeer in het gezin Trotter lijkt erg op de sfeer in ons gezin en ook met Ben zelf heb ik veel overeenkomsten. Hij is weliswaar een jaar ouder dan ik, maar dat is om bepaalde gebeurtenissen mogelijk te maken. Ik was erg geïnteresseerd in muziek en literatuur, niet erg betrokken bij de politiek, vrij verlegen, allemaal net als Ben.'

Benjamin is alleen een beetje menselijker en aardiger dan hijzelf op zijn achttiende, zegt Jonathan Coe. 'Ik heb hem wat minder pompeus gemaakt. In veel opzichten is het dus een autobiografisch boek, maar dat geldt niet voor het verhaal dat ik vertel. Dat is verzonnen. Ik wil er mijn beleving van de jaren zeventig mee uitdragen.'

Net als Benjamin Rotter ging Coe naar een zogenoemde direct grant school: een instelling die intelligente leerlingen uit niet-bevoorrechte milieus de gelegenheid biedt heel goed onderwijs te volgen met de mogelijkheid om daarna naar Oxford of Cambridge te gaan. De school was een exponent van het gelijkheidsdenken in de jaren zeventig.

Coe's literaire aanleg manifesteerde zich al vroeg. Op zijn vijftiende schreef hij een omvangrijke humoristische roman, die hij naar uitgevers stuurde en die - 'niet erg verrassend' - door iedereen werd geweigerd. 'Echte ambitie om schrijver te worden had ik overigens niet. Mijn ouders stimuleerden het schrijven allerminst. Ze zagen er een weinig solide carrière in en daar hadden ze natuurlijk gelijk in. De gedachte was dat ik academicus zou worden, een don - en daarnaast wat zou schrijven.'

The Rotters' Club - de zesde roman van Coe - speelt in de jaren zeventig, What a Carve Up! (Het moordende testament, 1994) speelde in de jaren tachtig en het vervolg op The Rotters' Club, The Closed Circle (verwacht in 2003), zal rond de eeuwwisseling gesitueerd zijn. Toch ziet Coe deze boeken niet als een soort drieluik over 'zijn tijd'.

'Ik heb het zeker niet zo gepland. What a Carve Up! past misschien chronologisch tussen de andere twee boeken in, maar anderszins valt het erg uit de toon. Het is een sterk satirische en polemische roman die nadrukkelijke morele en politieke standpunten inneemt. In The Rotters' Club en The Closed Circle wordt geen standpunt ingenomen tegenover de politieke opvattingen van de personages. Er zit geen duidelijk pro- of anti-vakbondstandpunt in The Rotters' Club, zoals je wel een antifascistische opvatting uit What a Carve Up! kunt destilleren.'

De opzet van het tweeluik, aldus Coe, is om de personages in 1979 achter te laten en de draad van hun leven twintig jaar later, in 1999, weer op te pakken. 'Ik wil het contrast laten zien tussen de bevlogenheid van een schooljongen en de omstandigheden waarin iemand van middelbare leeftijd is terechtgekomen. Dat is bijna per definitie niet wat je als scholier had verwacht.'

Coe heeft zich bij zijn opzet niet bewust laten inspireren door de 7 Up-documentairereeks van de BBC, waarbij mensen elke zeven jaar over hun leven worden ondervraagd. 'Maar ik ben wel altijd gefascineerd geweest door het idee om personages neer te zetten in verschillende perioden van hun leven en die beschrijvingen af te wisselen. Zo kun je laten zien hoe bruut de tijd mensen heeft veranderd. Terry, de filmcriticus in The House of Sleep (1997), spreekt daarover. Hij vertelt dat hij een film wil maken met maar één personage, die over een periode van 50 jaar wordt geschoten. 7 Up doet dat in feite ook.

'Beelden van iemand op latere leeftijd, gelegd naast die van jongere leeftijd, leveren bijna altijd een gevoel van desillusie op. Niet noodzakelijk omdat de levensloop van mensen teleurstellend is, maar omdat je als je jong bent nog denkt dat alles mogelijk is. Er liggen honderden wegen voor je open maar uiteindelijk kun je er maar één kiezen. Dat is hoe dan ook een teloorgang van potentieel.

'Het is een belangrijk thema in al mijn boeken: het idee dat de weg die je hebt gekozen niet de juiste is, omdat je nog 99 andere wegen had kunnen kiezen die misschien wel aantrekkelijker waren geweest. Door die gedachte word ik zelf ook achtervolgd. Stel dat ik net zo krachtig had vastgehouden aan mijn muzikale loopbaan als ik aan mijn literaire loopbaan heb gedaan. . .'

In het begin van The Rotters' Club, gesitueerd in Berlijn in 2003, maakt een van de personages een opmerking over de jaren zeventig die het enigszins geïdealiseerde of in elk geval eenzijdige beeld van dit decennium moet nuanceren.

Coe: 'Ik weet niet hoe het in Nederland is, maar in Engeland hebben we een golf van nostalgie over de jaren zeventig gehad. Sommige mensen zien mijn roman als een onderdeel van die golf, anderen als een reactie erop.

'Het is geen van beide, maar toch eerder een reactie.

'Mensen van mijn leeftijd, die jong waren in de jaren zeventig, lijken op een bijna obsessieve manier gepreoccupeerd met dat tijdperk. Vooral als het gaat om de muziek, de tv-programma's. Je kunt zelfs videobanden kopen met jeugdprogramma's uit die tijd, waarvan de marketing niet op kinderen is gericht, maar op mensen van mijn leeftijd die telkens opnieuw de wereld van hun jeugd willen herbeleven.

'Vorig jaar culmineerde dit in een serie op BBC2, genaamd I Love the Seventies. Elk programma duurde ongeveer twee uur en behandelde een jaar uit dat decennium. Het was volkomen nostalgisch en apolitiek.

'Hoewel ik allang vóór die televisieserie met The Rotters' Club was begonnen, mag ik het boek graag zien als een antwoord op die kritiekloze nostalgie. Leeftijdgenoten die terugverlangen naar de jaren zeventig, verlangen eigenlijk terug naar hun eigen adolescentie, die toevallig samenviel met dat tijdperk.

'Als je met mensen van andere generaties spreekt, met name degenen die opgroeiden in de jaren zestig, dan hebben ze geen goed woord voor de jaren zeventig over. Ze zien het als een druilerige, sombere periode - de kater na het feest.'

Coe wilde zijn denkbeelden en gevoelens over de seventies genuanceerd in zijn boek aan de orde stellen. Zowel zaken uit zijn persoonlijke leven als maatschappelijke gebeurtenissen kregen een plaats. Het feit dat in die tijd de vakbonden het land regelmatig stillegden, bijvoorbeeld. En dat de Britten soms werkweken hadden van slechts drie dagen, dat elektriciteitsuitval geen uitzondering was, en dat het National Font sterk opkwam. Zaken die men nu geneigd is te vergeten, vindt Coe.

Zaken ook, zegt hij, waarvan we denken dat ze nooit terug zullen keren. 'Maar bij de laatste verkiezingen, dit voorjaar, kreeg de British National Party in één van de kiesdistricten 16 procent van de stemmen. Dat is de hoogste score die ooit door een ultrarechtse partij in Groot-Brittannië werd behaald. Het motief van de opkomst van ultrarechts, dat in De Rotters' Club wordt geïntroduceerd en in The Closed Circle nader wordt uitgewerkt, blijkt nog een stuk actueler dan ik had vermoed.'

Natuurlijk is zijn boek in bepaalde opzichten nostalgisch, geeft Coe toe. Als het over de jeugd gaat bijvoorbeeld, en over verloren liefdes. En er zijn ook minder persoonlijke aspecten van de jaren zeventig waaraan hij met een zekere weemoed terugdenkt. Zoals het niet-gladde, niet-gelikte karakter van dat tijdperk.

'Het was een tijd van bijna pijnlijke eerlijkheid en authenticiteit. Niemand peinsde erover om cool te zijn. Het idee van cool Britannia, zo succesvol door Tony Blair uitgedragen, is in zekere zin tegengesteld aan alles wat in de jaren zeventig gebeurde. De mode en muziek toen waren vaak een beetje absurd, maar door de bank genomen meenden mensen wat ze zeiden. Er was geen sprake van ironie. Daar verlang ik wel eens naar terug.'

Die onschuld - en het verlies ervan - is een belangrijk onderwerp in het boek. Het verhaal laat zien hoe Benjamin zijn onschuld verliest, zowel in seksuele zin als anderszins. Zijn seksuele onschuld verliest hij op dezelfde dag in 1979 dat Margaret Thatcher de Britse parlementsverkiezingen wint.

'Je kunt dergelijke parallellen niet forceren', meent Coe, 'maar toen ik die twee gebeurtenissen liet samenvallen, realiseerde ik me dat ze bijna dezelfde betekenis hadden, in de privé- en de publieke sfeer. Het is vergelijkbaar met de teloorgang van de progressieve rock - die 'dinosaurusbeweging', die zeer idealistisch was en tegelijkertijd absurd en lachwekkend - en de opkomst van de punkbeweging. De punk veegde de prog rock opzij zoals Thatcher dat met Old Labour deed. 'You've had your day', zoals ze letterlijk zei na haar overwinning.'

The Rotters' Club gaat onverhuld over Birmingham. Dat is nog niet eerder gebeurd, hoewel de de stad, de tweede van het land, schrijvers als J.R.R. Tolkien, David Lodge en Jim Crace heeft voortgebracht. 'Kijk maar eens', zegt Coe, 'hoe die drie over Birmingham hebben geschreven. In The Lord of the Rings is de Gouw sterk geïnspireerd op de Midlands. Als Frodo terugkeert van Mordor ziet hij dat zijn buurt in een industrieel wasteland is veranderd. Dat is Tolkiens klaagzang over wat er met Birmingham is gebeurd.

'David Lodge noemt Birmingham in zijn boeken consequent Rummidge, weinig flatteus. Jim Crace heeft in Arcadia weinig positief over een verhuld Birmingham geschreven. Hij vertelde me eens dat een passage over een rotskust in Quarantine geïnspireerd was op de kapotgeslagen ramen van een psychiatrische kliniek bij hem in de straat. Maar geen hen van heen schreef rechtstreeks over Birmingham, noemde de stad met name, of gebruikte straatnamen. Niemand heeft voor Birmingham gedaan wat zoveel anderen voor Londen hebben gedaan, maar voor mij hebben veel plekken in Birmingham een grote metaforische betekenis en ik wilde de stad de eer geven die het toekomt. Ik heb me daarbij een klein beetje laten inspireren door Alasdair Gray en wat hij voor Glasgow heeft gedaan in Lanark.'

Coe zou meer willen doen dan de liefde voor zijn geboortestreek in woord en geschrift belijden. 'Ik zou eerlijk gezegd graag naar de Midlands terugkeren en de gekmakende drukte van centraal Londen achter me te laten.' Hij glimlacht. 'Helaas is mijn echtgenote nog niet van de wenselijkheid daarvan overtuigd.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden