Honderd uur interview met Fidel Castro wordt van alle kanten onder vuur genomen HET EINDE KOMT VAN BINNENUIT

Heb je als een van de zeldzame journalisten een interview, wat heet, honderd uur interview, met een van de meest besproken politieke leiders in de wereld....

Cees Zoon

Grote kans dat het boek in kwestie gaat over Fidel Castro. Want wie schrijft over de laatste communistische leider van het westelijk halfrond of over het Cuba van de afgelopen halve eeuw in het algemeen, doet het nooit goed. Of het is te negatief, en krijgt de schrijver de weliswaar fors uitgedunde maar nog altijd bestaande aanhang van Fidel over zich heen. Of het is te positief, en stort de rest van de wereld zich op de auteur. ‘Het is als met stierenvechten. Je hebt mensen die ervan houden en mensen die het verfoeien, en nooit breng je een van die groepen op andere gedachten, hoeveel argumenten je ook aandraagt.’

Ignacio Ramonet wist dus wat hem te wachten stond toen hij Fidel Castro – Biografia a dos voces (Fidel Castro – Biografie in twee stemmen) publiceerde. Niettemin verbaast hij zich over de storm van kritiek die het boek losmaakt bij het verschijnen, en zelfs daarvoor, toen enkele fragmenten werden voorgepubliceerd in een aantal kranten. De Spaans-Franse hoofdredacteur van Le Monde Diplomatique had zich ontpopt als ‘een lakei van Castro’ en liet de Cubaanse heerser 650 bladzijden lang zijn ‘gebruikelijke propagandapraat’ spuien. Er zijn zelfs commentatoren die beweren dat Ramonet Castro nooit heeft geïnterviewd, maar gewoon te hooi en te gras uit diens toespraken heeft geciteerd.

Ramonet is sinds de publicatie druk doende zich te verdedigen tegen de kritiek, die niet gaat over de inhoud van zijn boek, maar over de wijze waarop het tot stand is gekomen. Het is een interview, herhaalt hij keer op keer: ‘Een journalist is geen politicus, tegenwoordig wordt alles door elkaar gehaald. Eén ding is een debat tussen een premier en een oppositieleider, een ander ding is een gesprek tussen een journalist en een politiek leider. Mijn doel was simpelweg een document publiceren dat iedereen kan lezen en waar iedereen zijn eigen conclusies uit kan trekken.’

Misschien zit er wel een hoop jaloezie verstopt achter die kritiek. Fidel Castro is een van de beruchtste spraakwatervallen ter wereld, maar interviews geeft hij zelden. Honderden journalisten proberen hem steeds weer tot een gesprek te bewegen, maar vrijwel nooit geeft hij toe. In de bijna vijftig jaar dat hij de baas over Cuba is, zijn slechts vier grote interviews met hem in boekvorm verschenen. Dat maakt Biografia a dos voces per definitie interessant.

Natuurlijk is Ramonet geen verbeten bestrijder van Castro en diens bewind, hij geldt niet voor niets als een van de woordvoerders van de antiglobalistische beweging. En natuurlijk had de vraagstelling wel wat minder onderdanig mogen zijn. Maar een voorzichtige benadering is niet echt uitzonderlijk in interviews met politieke leiders op dit niveau.

Alle kritiek ten spijt is Biografia a dos voces een boek waaruit de halve wereld direct gretig citeert. De timing van de publicatie had ook niet beter kunnen zijn, vlak voor de operatie van Fidel Castro en de oplaaiende discussies en speculaties over hoe het nu verder met Cuba moet. Nu kunnen we bijvoorbeeld lezen hoe Castro zelf over zijn ‘opvolging’ denkt, en dat blijkt iets ingewikkelder dan een simpele machtsoverdracht aan zijn broer Raul, die sinds ruim een week Fidel vervangt.

‘Als mij morgen iets overkomt, komt de Nationale Assemblee bij elkaar en kiezen ze hem, geen twijfel mogelijk. Het politburo komt bijeen en kiest hem’, zegt Castro. Maar in één adem door stelt hij dat ook Raul (75) te oud is om hem werkelijk op te volgen, en dat die plaats zal moeten maken voor de jongere generatie.

Hoewel Castro publiekelijk altijd een onwrikbaar optimisme over de eeuwigheidswaarde van de Cubaanse Revolutie aan de dag legt, blijkt hij daar toch zijn twijfels over te hebben. Het grootste gevaar komt niet van buiten, zegt hij (‘de yankees kunnen dit revolutionaire proces niet vernietigen’), maar van binnen: ‘Dit land kan zichzelf vernietigen. Deze Revolutie kan zichzelf vernietigen. Wijzelf kunnen die vernietigen, en dat zal onze eigen schuld zijn. Als wij niet in staat zijn onze fouten te corrigeren. Als wij er niet in slagen een einde te maken aan vele zonden: een hoop diefstal, een hoop corruptie en een hoop geldbronnen van de nieuwe rijken.’ Tot die fouten rekent Castro uiteraard niet het politieke en economische systeem in het algemeen. Zijn keuze ‘socialisme of dood’ zal hij tot zijn laatste snik verdedigen.

Dat het na die laatste snik gedaan zal zijn met dat motto, ligt echter voor de hand. Dat kunnen we nog eens nalezen in de stroom nieuwe publicaties over Cuba, die met het oog op de tachtigste verjaardag van Fidel Castro zijn verschenen en die door zijn ziekte nog urgenter zijn geworden. Bijzonder interessant en verhelderend is Tumbas sin sosiego (Graven zonder rust), waarin de Cubaanse historicus Rafael Rojas onder meer de kloof tussen de dissidenten in Cuba en de Cubaanse ballingen in het buitenland schetst.

Voor een goede biografie van Fidel Castro kan de lezer terecht bij de onlangs verschenen paperback-editie van The Real Fidel Castro, geschreven door de voormalige Britse ambassadeur in Havana, Leycester Coltman. Geen hagiografie en evenmin een zwartboek, maar een uitgebalanceerd portret van de man die daar zelden het onderwerp van is geweest.

Cees Zoon

Ignacio Ramonet: Fidel Castro – Biografia a dos voces Debate (Barcelona) 655 pagina’s euro 23,- ISBN 84 8306 557 6

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden