Honderd kilo vastberadenheid

Fré Meis, de legendarische stakingsleider en communist die in 1992 overleed, krijgt een standbeeld in zijn geboorteplaats Oude Pekela. 'De mensen hebben het nog steeds over Fré....

'Mannen, zullen we een collecte houden? Van het geld kopen we korsetten voor de vakbondsbestuurders. Kunnen ze tenminste niet meer zo gemakkelijk bukken voor de werkgevers.'

De Groningse stakingsleider Fré Meis staat wijdbeens voor de zaal stakers - honderd kilo vastberadenheid. Zweet parelt op zijn voorhoofd, met opengesperde ogen fixeert hij de zaal. 'Jongens, laten we reëel blijven. Wie is voor het besluit van het actiecomité?' Bijna alle vuisten gaan omhoog. 'Wie is tegen?' Drie handen. 'Wel thuis en tot ziens.'

Gespierde taal die door zijn zware raspstem nog meer imponeerde, was Meis' handelsmerk. Belasting op vakantie-uitkeringen was 'schandaalbelasting', werkgevers waren 'slijmerds die van jullie centen in dure Mercedessen rijden'. Hij sprak kort en afgebeten, zoals Groningers dat doen, en nooit van papier. Als zijn blozend gezicht iets naar achteren helde, moest je oppassen.

Hij was een echte arbeider, zegt Luppo Leeuwerik, een voormalige strijdmakker van Meis. Robuust, geen poppenkast, recht voor zijn raap, zonder omwegen op zijn doel afstuivend. 'Niet dat miezerige. Een kerel.'

Fré Meis werd eind jaren zestig landelijk bekend door de acties in de Oost-Groningse kartonindustrie, die dreigde te verdwijnen. Stro werd als grondstof vervangen door oud papier, plastic was bezig aan een onstuitbare opmars. De arbeiders staakten maandenlang tegen fabriekssluitingen en voor meer loon. Een deel van de werkgelegenheid werd gered, het loon ging omhoog en landelijke politici gingen zich eindelijk om Oost-Groningen bekommeren.

Het zelfvertrouwen dat de achtergebleven veenkolonie daardoor kreeg, is voor een groot deel toe te schrijven aan Meis. Op 15 december 2002 wordt een standbeeld ter nagedachtenis aan hem onthuld in zijn geboorteplaats Oude Pekela, tien jaar na zijn dood. De gemeenteraad behandelt binnenkort een voorstel daartoe. Er wordt gewerkt aan een boek en een documentaire over Meis, die eind vorig jaar postuum een website kreeg: www.fremeis.nl.

In de tweede helft van de jaren zestig was Oude Pekela in de greep van de angst. De sluitingen van de strokartonfabrieken hadden de Pekelders bang gemaakt. In de landbouw konden ze al niet meer terecht, ook daar waren steeds minder handen nodig. De vakbonden dwongen wel een goede afvloeiingsregeling af, maar ondernamen niks om de sluitingen te voorkomen.

Oude Pekela was trots op zijn strokartonindustrie en wilde die behouden. Er werd niet alleen karton gemaakt, maar ook verwerkt. Leeuwerik: 'Sigarettendoosjes, schoenendozen, de duvel en zijn ouwe moer kwam hiervandaan en ging de hele wereld over.'

Onder aanvoering van Meis kwamen de arbeiders in opstand tegen de bazen van de kartonindustrie. Dat waren vooral hereboeren uit Fensterwolde en Beertha, 'dikke boeren' met driehonderd hectare grond of meer, die het ook voor het zeggen hadden in de melkfabrieken en de steenfabrieken. De boeren van Oude Pekela hadden niet veel meer dan 35 hectare.

Elke maandag legden ze de fabrieken 24 uur plat, negen maanden lang. Over hun loon hoefden de stakers zich geen zorgen te maken, dat werd aangevuld met giften. Leeuwerik: 'De collectanten hadden het geld voor het ophalen. Iedereen steunde de stakers.'

De stakingen sloegen over naar de sigarenfabriek, de steenfabrieken en de bouw. Iedereen wilde Fré erbij hebben, niet alleen in Oost-Groningen, in het hele land. 'Er ging een ongelooflijke kracht van hem uit. Als de ondernemers hoorden dat hij in aantocht was, waren de eisen al ingewilligd', vertelt Leeuwerik.

Zijn overtuigingskracht was legendarisch. Rotterdamse havenarbeiders die genoegen hadden genomen met 25 gulden bruto per week erbij, eisten na een bliksemoptreden van Meis 25 gulden netto en staakten door. Ze waren onder de indruk van een 'echte leider', een 'gerenommeerde CAO-breker', schreven de kranten.

Hij wilde best praten over tactiek, maar een eenmaal genomen besluit was bindend. Dan moest er verder niet worden geouwehoerd. Met maffers, werkwilligen, maakte Meis korte metten. Die zette hij zo te kijk dat maar weinigen zich durfden roeren. Leeuwerik: 'Fré beschouwde maffers als verraders. Dat deden we allemaal; lapzwansen waren ze, smerige individuen.'

Meis ging er hard tegenaan en eiste ook van anderen volledige inzet. Als GVAV, de voorloper van FC Groningen waar hij elke thuiswedstrijd op de tribune zat, verloor door gebrek aan strijd was hij niet te genieten.

Leeuwerik: 'We wonnen de staking en kregen er allemaal 25 gulden netto in de week bij.' Maar de strokartonindustrie ging grotendeels naar de knoppen, evenals de touwfabriek, de trailerbouwer en andere toeleveringsbedrijven. 'Dat er nog iets van over is, hebben we te danken aan de stakingen, anders was alles opgedoekt.' Met vijfhonderd werknemers in drie fabrieken is de kartonindustrie nog steeds de grootste werkgever van Oude Pekela.

Het verzet leverde meer op: Den Haag was wakkergeschud en pompte geld in Oost-Groningen, het verkommerde land van Domela Nieuwenhuis. Maar lang niet zoveel als ze beloofden, zegt Leeuwerik. 'Er zijn ons vervangende arbeidsplaatsen toegezegd door het ministerie en hotemetoten. Ik heb ze nooit gezien.' De werkloosheid in Oost-Groningen is eens zo hoog als het landelijk gemiddelde.

Fré Meis, in 1921 geboren in Oude Pekela, kwam uit een familie van revolutionairen, zoals hij het noemde. Oma sprak mensen toe vanaf een zeepkist, moeder was een fanatieke communist, vader een van de eerste leden van de socialistische vakbond NVV en een trouwe kiezer van de Communistische Partij Nederland (CPN). Fré was 10 jaar toen hij postte voor de poort van de strokartonfabriek waar zijn vader stoker was. De directie wilde de lonen met 20 procent verlagen. De arbeiders dwongen na tien maanden staken de fabrieksleiding de verlaging te beperken tot 5 procent.

Op zijn 13de werd hij van school gehaald om het acht kinderen tellende gezin mee te onderhouden. Hij werkte bij een boer (72 uur per week voor fl 4,50), sjouwde stenen ('Er stond iemand klaar om het werk over te nemen als ik erbij zou neervallen') en loste schepen. In zijn vrije tijd verslond Meis boeken. Tot diep in de nacht las hij politieke standaardwerken, maar ook Theun de Vries en Tolstoj, anders zou hij verzuurd raken.

In 1945 leidde hij zijn eerste staking. 'Moesten we aardappels rooien bij de boeren. Als ze niet naar onze zin betaalden, gingen we liggen.' Het handwerk leerde Meis in de Randstad bij stakingen van havenarbeiders in Rotterdam en Amsterdam ('een moordstad met een geweldige mentaliteit'). Zijn eerste toespraak hield hij tijdens een stakingsvergadering van Amsterdamse steenkolenarbeiders. Op een zeepkist, net als zijn oma.

Meteen na de oorlog werd Meis lid van de CPN. Hij was tientallen jaren gemeenteraadslid (eerst in Winschoten, later in Groningen) zestien jaar Statenlid en zes jaar Tweede-Kamerlid, maar hij heeft zich nooit helemaal thuisgevoeld in de politiek. Daar werd de strijd niet gestreden, vond hij. Meis stapte liever in een auto om zich naar een actie te haasten, een 'wilde' als het even kon, dus zonder steun van de vakbonden.

Vakbondsbestuurders verachtten Meis. Sake van der Ploeg, topman van het NVV en Tweede-Kamerlid voor de PvdA die later burgemeester van Oude Pekela zou worden, noemde Meis' optreden bij stakingen misdadig. NVV-voorzitter André Kloos vond Meis een bedreiging voor de economische groei van de provincie Groningen.

Na de stakingen in de strokarton was de CPN begin jaren zeventig de grote winnaar van alle verkiezingen in Groningen. Meis reageerde op de hem bekende wijze: 'Om alle praatjes en gelul maar meteen af te snijden: we hebben niet alleen een grote bek, we zullen het ook waarmaken. Als er gestaakt moet worden, wórdt er gestaakt, als er bestuurd moet worden, wórdt er bestuurd.'

Thuis, in het hart van de stad Groningen, hield Meis spreekuur. Tientallen mensen per week klopten bij hem aan, drieduizend per jaar. De slaapkamer van zijn schoonvader fungeerde als wachtkamer, als het erg druk was stonden ze op straat te wachten. Ze kwamen met vragen over de WAO, huisvesting, lonen, uitkeringen, belastingen en echtscheidingskwesties. Of ze stonden op het punt te trouwen en kwamen kennismaken, want Meis was ook ambtenaar van de burgerlijke stand.

Leeuwerik: 'De mensen hebben het nog steeds over Fré. Iedereen, zelfs CDA'ers. Ze beseffen allemaal wat ze aan hem hebben te danken.'

Dat moet burgemeester Schollema van Pekela ook hebben gedacht toen hij kwam met zijn plan voor een standbeeld. 'Fré Meis verwoordde de onzekerheid en ellende, en heeft het zelfbewustzijn in Oost-Groningen vergroot. Dat hebben we hard nodig, dit gebied zal altijd moeten vechten om aandacht.'

Luppo Leeuwerik vindt het moedig van Schollema dat hij 'die rotstreek' rechtzet van Van der Ploeg, die Meis had uitgemaakt voor misdadiger. 'Ploeg was toch een partijgenoot en een van zijn voorgangers. Knap van Schollema, een vent met verstand.'

Tot zijn laatste snik is Meis communist gebleven. De man die kapitalisten rauw lustte, leed onder de ineenstorting van het Oostblok. Verbijsterd volgde hij hoe het systeem failliet ging, maar hij sprak er nooit over. Hij verbeet zijn teleurstelling in stilte. Leeuwerik: 'De val van de Muur was een mokerslag voor hem. Fré had altijd gezegd: de kapitalisten krijgen geen centimeter grond meer. Dat het ene na het andere communistische land zich gewonnen gaf, deed hem enorm pijn.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden