Honderd jaar herrie

De eerste opvoering van Stravinsky's Le Sacre was een schok, zelfs in het modernistische Parijs van die dagen. 100 jaar later is de betekenis van het stuk nog steeds enorm. 'Dit was onomstotelijk het begin van de 20ste-eeuwse muziek.'

Parijs, 29 mei 1913, vroeg in de avond. De beau monde arriveert bij het Théâtre des Champs-Elysées. De heren in rokkostuum, de dames hebben alles uit de kast getrokken - tule, veren, parels en diamanten, constateert de schrijver Jean Cocteau. In het nieuwe theater, nog geen twee maanden open, wil je worden gezien. De wandelgangen zijn ontworpen op flaneerformaat, breder en lichter dan de barokke couloirs in de 'oude' Parijse Opéra. Er hangt opwinding in de lucht, en de geur van dure parfums. Boven het kreukvrije publiek branden lampen van René Lalique, de glaskunstenaar van de art deco.


Het nieuwe Théâtre is hot. De avond zelf zou dat niet minder zijn. 'Une soirée élégante et mémorable', schrijft het Franse blad Comoedia daags na de 29ste. Daar was geen woord aan overdreven.


De snobs en supersnobs (omschrijving Cocteau) weten bij aankomst nog niet dat ze deelnemers worden aan een van de grootste schandalen uit de muziekgeschiedenis. Ze zullen getuige zijn van wat honderd jaar later nog altijd wordt beschouwd als een revolutie in de klassieke muziek: de première van Le Sacre du Printemps, de derde danscompositie van de van oorsprong Russische componist Igor Stravinsky (1882-1971) voor de Ballets Russes.


Dit dansgezelschap uit Sint-Petersburg beleeft voor 1913 onder leiding van impresario Sergej Diaghilev het ene succes na het andere in Parijs, het nieuwe centrum van kosmopolitisme. In Parijs vegen modernistische ideeën de decadente mufheid van het fin-de-siècle radicaal weg. In Parijs wordt de nieuwe culturele toekomst geschreven. Op de wereldtentoonstelling van 1900 heeft de geluidsfilm zijn intrede gedaan, onder de eerbiedwaardig oude straten denderen de vroege métropolitains. Braque en Picasso hebben er zojuist een nieuwe manier van kijken geïntroduceerd met hun kubistische schilderijen. In 1913 opent Coco Chanel haar eerste winkel.


Op 2 april 1913, de openingsavond van het Théâtre des Champs-Elysées, hadden werken van moderne Franse componisten geklonken, onder wie Debussy, Fauré en Saint-Saëns. Eerder al waren Stravinsky's danscomposities De Vuurvogel (1910) en Petruschka (1911) welwillend ontvangen. Maar opeens is daar, op 29 mei 1913, Le Sacre du Printemps. Een paukenslag in een wiegelied.


Om een idee te geven wat voor storm een eeuw geleden over de Parijse avant-garde raasde, haalt componist en musicoloog Elmer Schönberger thuis in Amsterdam de in facsimile uitgegeven 'schetsen' van Le Sacre uit de kast. 'Elke muzikale leek kan zien dat er iets bijzonders gebeurt op deze bladzijden.' Soms kabbelen Stravinsky's aantekeningen rustig en dunnetjes over de notenbalken, overzichtelijk, in het ritme van Litouwse volksmelodietjes. 'Vrij lullige wijsjes, die ten grondslag lagen aan dit stuk', zegt Schönberger. Op andere pagina's lijken de noten plotseling op elkaar te springen in complexe, heftige passages.


'Stel: je bent Parijzenaar in 1913. Je bent geïnteresseerd in muziek, je hebt De Vuurvogel en Petruschka gezien. Dan nóg is ondenkbaar dat je voorbereid bent op Le Sacre. Dit stuk was zo radicaal anders, het was zo'n nieuwe taal; niemand kon bedenken dat dit eraan kwam.'


Stravinsky brak met de academische muziektraditie waarin hij was opgegroeid. De ritmische complexiteit in het nieuwe stuk was ongekend. Nadat hij in eerdere werken al had geëxperimenteerd met bitonaliteit - het gelijktijdig gebruik van twee toonsoorten - voerde hij dit principe in Le Sacre du Printemps door tot een maximaal effect. De Amerikaanse muziekcriticus Alex Ross beschreef het stuk in zijn boek The rest is noise (2008): 'Hij verpulverde het folkloristische materiaal in motivische stukjes, tastte het op in lagen, en monteerde het in kubistische collages.'


Schönberger: '19de-eeuwse volksmuziek werd ook al gebruikt door componisten als Rimski-Korsakov, Borodin en Grieg, maar die plakten de folkloristische muziek als het ware op gangbare klassieke muziek-structuren. Stravinsky abstraheert in Le Sacre de folkloristische structuur en boetseert daar een compleet nieuwe taal uit.' Tot die tijd, zegt hij, hadden moderniseringen in de muziek altijd plaatsgevonden in de concertzalen, in de symfonische muziek. 'Stravinsky koos een danscompositie. Ook dat was nieuw. En hij wist verdomd goed wat hij deed.'


Het scenario verbeeldt oeroude rituelen uit een heidens Rusland, waarin 'het mysterie en het grote vuur van de scheppende kracht der lente' worden uitgedrukt, zoals Stravinsky zelf schreef. 'Met Le Sacre du Printemps heb ik het sublieme ontluiken van de zich vernieuwende natuur willen weergeven: de ultieme verheffing vanuit de universele bron.' Een uitverkoren maagd danst zich dood in een even rauw als hartstochtelijk ritueel, een offer aan de zonnegod. Met gecoiffeerd klassiek ballet - als in De Notenkraker, Het Zwanenmeer - had dit weinig meer van doen.


Ongehoord in het Parijs van 1913, en extreem extravagant, zelfs voor een publiek dat snakt naar modernisme en noviteiten. Tijdens de prelude al golft onrust door het Théâtre. 'Ik stel me die historische gebeurtenis voor zoals in het eerste stukje van de film Coco & Igor', zegt Schönberger. Het fictieve filmverhaal van Jan Kounen uit 2009, over Coco Chanel en de componist, begint met het orkest dat de eerste maten inzet. Het doek gaat open, op het toneel ontrolt zich een wilde, primitieve dans van een gezelschap in folkloristische kostuums.


De muziek dreigt en trekt, het publiek wordt onrustig. 'C'est une horreur!' Enkele oudere heren met lorgnet voeren hun bevederde dames mee de zaal uit. Boegeroep volgt, gesis, iemand roept om een dokter, een tandarts! Twee tandartsen! Elders wordt 'bravo' geroepen. Het publiek, heftig verdeeld in voor- en tegenstanders, dreigt met elkaar op de vuist te gaan, terwijl choreograaf Vaslav Nijinsky vanuit de coulissen wanhopig het ritme schreeuwt naar zijn dansers, die de muziek nauwelijks nog kunnen horen.


De recensies zijn niet mals. 'Een aberratie', meent Le Monde. 'Onharmonieus en onaangenaam', schrijft L'Echo de Paris. De recensent maakt een vergelijking met een toon- ladder: alsof je tijdens een quatre-mainsspel aan de ene kant do mi sol hoort, en aan de andere kant re fa la. Tegelijk. Ook de choreografie komt in de vuurlinie; 'een dubbele onderdompeling in zwavelzuur'.


'Ze moeten die avond door een hel zijn gegaan, Stravinsky en Nijinsky', zegt dirigent Valeri Gergiev tijdens een kort bezoek aan Nederland. 'Maar vergeet niet dat Stravinsky er later volop van heeft kunnen genieten.' Mettertijd vertelde de componist aan wie het horen wilde dat hij aanstichter was van het grootste muziekoproer aller tijden.


Valeri Gergiev, Ruslands topdirigent en Sacre-specialist bij uitstek, loodst zijn Mariinsky-orkest in de aanloop naar 29 mei avond aan avond door Stravinsky's meesterwerk met een tandenstoker als dirigeerstokje. Met zijn musici uit Sint-Petersburg tekent Gergiev ook voor de jubileumuitvoering in het eveneens honderdjarige Parijse theater.


Op de bok in het Théâtre des Champs-Elysées voelt hij zich altijd extra verbonden met Stravinsky, vertelt de in Moskou geboren maestro. 'Vanwege die historie. En het stuk is erg Russisch. Het is niet gegroeid in een leeg veld. De hele Russische muziekgeschiedenis leidde naar een werk als Le Sacre du Printemps. Componisten als Rimski-Korsakov en Moesorgski waren erg belangrijk in die ontwikkeling, maar ook Ljadov en Borodin speelden een rol. Moesorgski was een radicaal musicus, zijn werk zit vol raadselachtige passages en originele ideeën. Ljadov putte volop uit volksmuziek.'


Stravinsky's storm is honderd jaar later allerminst uitgeraasd. De avantgardische rockgroep Foetus put in de 21ste eeuw vrijelijk uit Stravinskys werk. 'Tot 1950 werden vrijwel alle componisten beïnvloed door Le Sacre du Printemps', zegt Elmer Schönberger. 'Het was onomstotelijk het begin van de 20ste-eeuwse muziekgeschiedenis. In bijvoorbeeld de muziek van John Adams, Louis Andriessen, Elliott Carter en Klaas de Vries kun je Stravinsky herkennen. Al is het niet altijd even goed te herleiden, ze kregen een tik mee van zijn klank-opvatting, die erg fysiek is. Het is sterk zintuiglijke muziek.'


Later zou de componist ontkennen dat de muziek uit zijn geboorteland zo'n grote rol heeft gespeeld in zijn meesterwerk. 'Stravinsky was typisch iemand die zijn eigen geschiedenis herschreef', zegt Schönberger. Misschien was het een kleine wraak op zijn vaderland. Na de revolutie van 1917 was Stravinsky niet meer welkom in Rusland. In 1934 werd hij Frans staatsburger, in 1945 nam hij de Amerikaanse nationaliteit aan.


Maar zijn mooiste wraak was wellicht dat zijn eigen revolutie die van de bolsjewieken zou overleven.


Voor altijd verbonden met Le Sacre


'Zowel Le Sacre du Printemps als de naam van Stravinsky is als het ware gebeeldhouwd in het marmer van dit theater', zegt directeur Michel Frank van het Théâtre des Champs-Elysées. 'Wie herinnert zich bijvoorbeeld nog de opening van bijvoorbeeld Carnegie Hall in New York? Door het succès de scandale werd dit gebouw op 29 mei 1913 in één klap boegbeeld van de moderne tijd.'


Ondanks zijn naam staat het Théâtre des Champs-Elysées niet aan de gelijknamige Parijse boulevard, maar op een steenworp van de Seine-oevers. De broers Auguste en Gustave Perret ontwierpen een vrij eenvoudige façade van marmer op een betonnen constructie, een noviteit in die dagen. Om de strakke, met zuilengalerijen omgeven foyer zwieren elegante trappen in art deco-stijl. Het basreliëf naast de trappen met een afbeelding van een vrouw is een ode aan de Amerikaanse danseres Isadora Duncan (1877-1920), een grondlegger van de moderne dans. Muurschilderingen laten scènes uit beroemde opera's zien, zoals Daphnis et Chloé en Orfeo ed Euridice. Voor de heren werd een fumoir ingericht, voor hun echtgenotes een salon des dames. In de hoge zaal belicht een groot glazen art deco-rozet de tweeduizend zitplaatsen. 'Ondanks de afmetingen heeft de zaal een opmerkelijke initimiteit', zegt Frank. De plafondschilderingen van Maurice Denis zijn een fantasievoorstelling van de muziekgeschiedenis. Pelléas et Mélisande uit de gelijknamige opera van Debussy mengen zich met de Walküren van Wagner. Bach is present naast de muzen, evenals Apollo, de god van de muziek, die uitkijkt op de orkestbak.


Het stuk staat ter gelegenheid van het jubileum in totaal vijf keer op het programma in het Parijse theater. In concertante uitvoeringen, met de oorspronkelijke choreografie van Vaslav Nijinsky en met een nieuwe choreografie van Sasha Waltz. Het Time Shift Festival in Groningen staat voor een deel in het teken van Le Sacre. Met een uitvoering op woensdagochtend op de Grote Markt was Groningen de eerste stad ter wereld die de verjaardag van het stuk inzette. Vrijdag en zaterdag zijn er uitvoeringen in De Oosterpoort.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden