de eeuw vande volkskrant

Honderd jaar de Volkskrantlezer: de opa van lezer Peter was de eerste hoofdredacteur van de Volkskrant

Peter van Dongen met een krantenfoto van zijn opa Beeld Peter van Dongen
Peter van Dongen met een krantenfoto van zijn opaBeeld Peter van Dongen

Ter ere van het 100-jarig jubileum van de Volkskrant blikken Volkskrantlezers terug op bijzondere momenten met hun krant.

Opa Vesters, de eerste hoofdredacteur van de Volkskrant

Peter van Dongen (73) is trots op zijn opa. Geen ongewone eigenschap voor een kleinzoon, maar deze jubileumrubriek is een goede reden om toch speciale aandacht aan die trots te besteden. Deze opa was namelijk niemand minder dan medeoprichter en de eerste hoofdredacteur van de Volkskrant, Johannes Baptista Vesters.

Alleen als peuter kende Peter zijn roemruchte grootvader. Zijn moeder vertelde later wel over hem, maar pas toen Van Dongen volwassen was, begon hij echt nieuwsgierig te worden. Het leidde tot het doorspitten van talloze krantenartikelen, boeken en verslagen uit het katholieke perscentrum, waarin Vesters werd genoemd.

Zo puzzelde de kleinzoon een beeld van zijn opa in elkaar. J.B. Vesters: klein van gestalte, groot van reputatie en een tijdlang ‘de meest geciteerde journalist van Nederland’. Een man ook, die het niet rustig aan deed. Hij was niet alleen hoofdredacteur van de Volkskrant, maar bekleedde diezelfde positie ook bij het blad Het Huisgezin en schreef dagelijks twee hoofdartikelen. Twintig jaar lang werkte hij ‘bijna twintig uren van het etmaal’, zo viel te lezen in zijn overlijdensbericht in de Volkskrant. Peter: ‘Voor zijn enorme werklust en al zijn journalistieke inspanningen kreeg hij de onderscheiding Officier in de orde van Oranje Nassau en Ridder in de orde van Gregorius de Grote.’

‘Een stralend voorbeeld van de Katholieke journalist’, zou nota bene concurrent De Maasbode hem noemen op Vesters’ tachtigste verjaardag. Maar als er één ding is dat Volkskrant-lezers zouden moeten weten over zijn opa, vindt Peter, dan is het dat hij ook een sociaal hart had. ‘Hij leefde naar de katholieke gedachte. Hij had goede connecties in de politiek, die hij gebruikte om op te komen voor de minderbedeelden. Het is niet voor niets dat de krant de Volkskrant ging heten – de krant wilde opkomen voor de katholieke arbeider.’

Peter is zelf geen katholiek, en ook geen journalist, maar die betrokkenheid herkent hij. ‘Dat sociale gevoel, mensen willen helpen, dat heb ik ook. Ik heb lang in het onderwijs gezeten, welzijnswerk gedaan en in de politiek actief geweest voor de gemeente. Ik denk dat ik die genen van mijn opa heb gekregen.’

Overigens is Peter niet de enige trotse kleinzoon van Vesters. Eerder dit jubileumjaar kreeg de huidige hoofdredacteur van de Volkskrant een mail van Peters broer Paul. Die maakte zich zorgen over het graf van zijn opa, dat in slechte staat verkeerde. Na een beetje uitzoekwerk bleek dat de plek van het graf nog tot 2032 door de Volkskrant is betaald. De familie Van Dongen heeft inmiddels het overgroeide graf een beetje opgeknapt. Nog mooi op tijd voor het 100-jarig jubileum van opa’s krant.

Lezer Hans bezorgde Abraham Kuyper een plek op de voorpagina

In Maassluis, de woonplaats van lezer Hans de Bruin (63), zijn ze er nogal trots op dat het de geboorteplaats is van een groot Nederlands prominent: Abraham Kuyper, voormalig premier en de man die de eerste politieke partij van Nederland oprichtte. In 2008 werd er in Maassluis daarom een standbeeld geplaatst van Kuyper, schrijft Hans. Een paar maanden later stond er een foto van het standbeeld in de Volkskrant, waarop Kuyper nogal opvallend was uitgedost – en niemand wist het, maar daar had Hans alles mee te maken gehad.

null Beeld Hans de Bruin
Beeld Hans de Bruin

Om te beginnen: ‘Ik als voormalig raadslid voor de PvdA had zo mijn twijfels over de plaatsing van het standbeeld’, schrijft Hans. ‘Abraham de geweldige’, zoals de charismatische politicus werd genoemd, was een orthodox protestant en bepaald geen sociaal-democratisch denker. ‘We hadden al Maarten ’t Hart die Maassluis in vele boeken beschrijft als een calvinistisch, vroom dorp. Nu stond daar ook nog eens Abraham fier voor zich uit te kijken. Ik vroeg me af of we Maassluis wel zo op de kaart moesten blijven zetten.’

Misschien dat het door zijn hoofd spookte toen hij de januari erop na een kop koffie bij zijn moeder naar huis liep en het beeld passeerde. ‘Het was erg koud. Mijn moeder was bezorgd geweest over mijn wandeling terug, ze vond dat ik een muts op moest doen. Na enig zoeken vond ze een PvdA-muts die ze me meegaf.’ Hans was eigenwijs en had geen zin om hem op te doen. Toen zag hij al wandelend het onbedekte bronzen hoofd van Kuyper en had een idee.

De voorpagina van de Volkskrant op 8 januari 2009 Beeld de Volkskrant
De voorpagina van de Volkskrant op 8 januari 2009Beeld de Volkskrant

Een paar dagen later zag hij tot zijn grote verbazing een fotootje van het standbeeld op de voorpagina van de Volkskrant staan. Mét de rood-zwarte PvdA-muts op. ‘Stem van de ‘kleine luyden’ tot leven gewekt’, las de kop bij de bijbehorende reportage, naar aanleiding van een tentoonstelling over Kuyper. ‘Iemand heeft het bronzen beeld van Abraham Kuyper zorgzaam aangekleed, met [...] een muts van nota bene de PvdA’, opende het stuk. ‘Hier in zijn geboorteplaats, het havenstadje Maassluis, is hij zelfs door de sociaal-democraten nog niet vergeten.’

‘Het heeft wel even geduurd voordat ik mensen over mijn goedbedoelde actie durfde te vertellen’, schrijft Hans. En Kuyper draaide zich nog eens om in zijn graf.

null Beeld de Volkskrant
Beeld de Volkskrant

De razend moeilijke jubileumquiz

Lezer René Vincken (86) heeft als student nog meegemaakt dat de Volkskrant haar 40-jarig bestaan vierde, zestig jaar geleden. De krant vierde dat toen met een nieuwsquiz. Student René voelde zich geroepen daaraan mee te doen. ‘Het waren 40 nieuwsknipsels uit de krant die je moest koppelen aan jaartallen, voor elk levensjaar één’, schrijft René. Een kop met ‘Soevereiniteit onherroepelijk aan Indonesië overgedragen’, bijvoorbeeld.

Tegenwoordig zou dat een kwestie zijn van snel alles bij elkaar googelen, maar zo’n quiz oplossen in 1961, zonder internet? ‘Razend moeilijk’, zegt René. ‘Er bestonden naslagwerken, maar die pasten niet in het budget van een student. Ik heb er behoorlijk wat tijd ingestopt: op mijn fiets naar bibliotheken, leeszalen en musea.’ Vrienden van René die aan de quiz waren begonnen haakten af: niet te doen. ‘Gaandeweg kreeg ik wel steeds meer het gevoel dat wie al deze vragen goed zou beantwoorden een grote kans moest maken op een prijs.’

null Beeld Ruud Rozemeijer
Beeld Ruud Rozemeijer

Een maand later werd de uitslag van de quiz in de Volkskrant bekendgemaakt. René Vincken zat met de krant van die dag in de trein. Na al zijn werk aan de quiz had hij de oplossing voor de zekerheid twee keer ingestuurd: op zijn eigen naam en op die van zijn moeder – die was ook Volkskrant-abonnee. En verdomd: Hoofdprijs 500 gulden, mevrouw M.L. Vincken-Kater, Weert.

‘Ik kon een kreet niet onderdrukken’, schrijft René. Medepassagiers om hem heen in de coupé keken wat vreemd op. René liet hun wat verlegen de krant zien: ‘De prijswinnaar, dat is mijn moeder.’ ‘Aan de kop van de parade aan prijswinnaars gaat een huisvrouw’, stond in het artikel, maar René wist wel beter.

In deze tijd zou hij zijn moeder in zijn enthousiasme meteen hebben gebeld, maar zo makkelijk ging dat niet toen. ‘Ik had nog geen telefoon, bijna niemand nog in die tijd. Zelfs mijn hospita had er geen. Ik moest ervoor naar de bakker, maar dat zou ik alleen in een noodgeval doen.’ Hij zou dat weekend toch naar zijn ouders gaan, dus hij bewaarde zijn geduld.

Eenmaal bij zijn ouders aangekomen, trof René een hartstikke blije moeder aan. Zij en René praatten over hun ongeloof dat zijn moeder de winnaar was geworden. ‘Maar ze zei niets over het verdelen van die geldprijs’, zegt René. Hij was best teleurgesteld, na al dat harde werken, maar hij zei er maar niets van.

Op een zomerdag, negen maanden later, stapte René in het huwelijksbootje. Op de cadeautafel tijdens de receptie stond tot zijn verrassing een zeer luxe, zwaar zilveren bestekset. ‘Van die centen, zei mijn moeder.’

Bijna zestig jaar geleden is dat alweer. Het bestek is nog dagelijks in gebruik.

De bestekset van René en zijn vrouw. Beeld Ruud Rozemeijer
De bestekset van René en zijn vrouw.Beeld Ruud Rozemeijer

Voor de nieuwsquizliefhebber is er overigens ook dit jubileum wat te beleven: de Volkskrant brengt u deze zomer drie nieuwsquizzen ter gelegenheid van haar 100-jarig bestaan. De eerste, over 100 jaar Nederlandse politiek, is hier te vinden.

Kruispunt

Reed je als forenzend automobilist in het najaar van 1970 ‘s ochtends het drukke kruispunt bij Amersfoort op, dan zag je midden op dat kruispunt al van veraf een figuur staan. Hij had een wilde bos krullen, een wijduitlopende broek, en een exemplaar van de Volkskrant omhoog gestoken. Die figuur was lezer Paul Delfgaauw (72), toen 22 jaar.

Zes ochtenden per week kon je vanaf zes uur ‘s ochtends bij Paul een Volkskrant kopen. Een kwartje per krant betaalde je toen nog. ‘Ik droeg een donkerblauwe schoudertas met ‘de Volkskrant’ erop in grote witte letters’, vertelt hij. ‘Die verlokte de automobilisten langszij te rijden en bij mij de krant te kopen. Ik had zelfs enkele ‘abonnees’ en moest dus opletten in welke auto zij reden. Een zijraam of het dakraam stond open, zodat ik de krant bij hen in de auto kon gooien.’

Paul Delfgaauw als 22-jarige Beeld Privébezit
Paul Delfgaauw als 22-jarigeBeeld Privébezit

Paul was student en had geld nodig om zijn kamerhuur te betalen. Zijn krantenverkopen leverden een ‘substantiële bijdrage’ aan de huur van zijn kamer op, vertelt hij. ‘Met een kwartje per krant hè? Moet je nagaan.’ Paul deed een sociaalpedagogische opleiding aan Middeloo in die tijd, een onderwijsinstelling die later is opgenomen in de Hogeschool Utrecht.

Aan die ochtenden op het kruispunt heeft hij mooie herinneringen. ‘Ik stond buiten, heerlijk. En mensen reageerden bijna altijd leuk, ze waren blij dat ik daar stond.’ De 30 tot 40 kranten die hij bij zich had, was hij vrijwel elke ochtend kwijt als hij om 8 uur richting school ging. Op één na. ‘Er bleef er altijd eentje voor mij over. Een mooie tijd met een goede krant. Ik ben sindsdien wel eens van krant gewisseld, maar kom elke keer bij de Volkskrant terug.’

null Beeld Paul Delfgaauw
Beeld Paul Delfgaauw

Lezer Frans liet een opvallende tattoo zetten

‘Het eerste idee was om de tattoo op mijn onderarm te laten zetten’, zegt lezer Frans Leliveld (62). ‘Dan kon ik er wat vaker naar kijken. Maar ik ben ic-verpleegkundige en draag tijdens mijn werk een shirt met korte mouwen. Met zo’n tekst als deze zou het ongemakkelijk kunnen zijn voor mijn patiënten.’

Arnon Grunberg en Frans Leliveld net nadat de tattoo is gezet. Beeld Eva Pel
Arnon Grunberg en Frans Leliveld net nadat de tattoo is gezet.Beeld Eva Pel

Daarom staat niet op Frans’ arm, maar op zijn borst de zin ‘De penetratie is overschat’. Met daaronder de naam van de auteur: Arnon Grunberg. Op de foto zien we Frans breed lachend poseren met de schrijver, net nadat de tattoo is gezet. Dan blijft er nog één vraag over: hoe kwam dit allemaal zo?

De aanleiding was een oproep van Grunberg in de Volkskrant in 2018. De schrijver maakte zich zorgen om de ontlezing en zijn oplossing was om mensen tot ‘levende boeken’ te maken. Of er lezers waren die een zin van hem op hun lichaam wilden laten tatoeëren. ‘Ik vond het wel apart’, zegt Frans. ‘Waarschijnlijk zijn niet veel mensen hiertoe bereid, je mocht ook niet kiezen welke zin het zou worden. Maar ik houd er wel van om dingen te doen in het leven die niet vanzelfsprekend zijn.’

Na een ontmoeting met Grunberg in het Ambassadehotel, waarbij het een en ander werd uitgelegd aan Frans en de vijf anderen die zich meldden, besloot Frans er definitief mee door te gaan. Grunberg wilde hem wel eerst beter leren kennen om te bepalen welke zin het moest worden. ‘Hij schreef toen wekelijks zijn rubriek waarin hij met mensen mailde over seks’, zegt Frans. ‘Ik zei: zullen we dat dan maar doen? Dan leer je mij kennen én heb je iemand voor de rubriek.’

En zo ging het. De aflevering van de rubriek Seksmail met Frans verscheen in het magazine van 2 februari 2019, een paar maanden later werd de tattoo gezet. Een zin uit een mail die Grunberg aan Frans schreef, door de schrijver gekozen. ‘Toen hij met die zin kwam dacht ik wel: huh? Uit alles wat je me hebt geschreven, kies je dit? Maar ik moest er ook gelijk ontzettend om lachen. Dat is toch een goed teken, dacht ik.’

null Beeld Eva Pel
Beeld Eva Pel

De zin was volledig Grunbergs keuze, hij heeft voor Frans geen speciale betekenis. ‘Maar het is wel waar denk ik, dat de penetratie wordt overschat. Ook in de homowereld. Er zijn zoveel andere leuke dingen die je met elkaar kunt doen.’

Frans’ man vond het minder hilarisch, overigens. ‘Hij was aardig ontstemd: wat denkt die schrijver nou wel, zei hij, dat jij je hele leven met zo’n tekst op je lijf gaat lopen? Maar ik heb het toch gedaan.’ Frans grinnikt. ‘Hij heeft er inmiddels vrede mee, hoor. We zijn al 25 jaar samen, dan kan je wat van elkaar hebben.’

Het avontuur is nog niet afgelopen: zodra de coronamaatregelen het toelaten, moet er nog een expositie komen met al Grunbergs levende boeken. Daar heeft Frans geen problemen mee. ‘Ik ben sowieso een open boek.’

Een levenslange vriendschap met een heer van stand

‘Toen we de eerste aflevering in de krant zagen staan, zeiden mijn moeder en ik tegen elkaar: ‘Wat moet dat worden, een beer en een kat in een raar autootje?’’ Nu, 74 jaar later, ziet Volkskrantlezer Leo Penders daar nog de humor van in. Want toen die onnozele beer en die slimme kat in 1947 voor het eerst in dat autootje de Volkskrant binnenreden, vond Leo een liefhebberij voor het leven.

null Beeld Leo Penders
Beeld Leo Penders

Tom Poes werd gemaakt door Marten Toonder. De Bommelsaga, zouden de verhalen later ook wel worden genoemd – naar de onnozele Heer Bommel die altijd de show stal. ‘Bommel versjteerde de boel’, zegt Leo, ‘en Tom Poes moest dan weer een list verzinnen.’

De strip verscheen tussen 1941 en 1986 in verschillende kranten en bladen. De eerste reeks stond in De Telegraaf, tot de strip in de oorlog verboden werd. Vanaf 1947 verscheen hij in de Volkskrant en in NRC, nog weer later in veel meer kranten. Leo heeft iedere aflevering gelezen. Hij is inmiddels al decennia lid van de Marten Toonder Verzamelaars Club en heeft zijn hele leven lang van alles verzameld wat met Tom Poes en heer Bommel te maken heeft.

Bij die eerste afleveringen die hij als kleine jongen las, begon hij dagelijks de strip uit de krant te knippen om te bewaren. ‘In een gezin met acht kinderen was het een behoorlijke kunst om dat op tijd voor elkaar te krijgen’, zegt Leo. ‘De krant was al snel verdwenen, omdat er vis in werd verpakt, of werd verscheurd door de jongere kinderen. Gelukkig had de buurvrouw ook de Volkskrant en zij had maar één kind. Ik mocht vaak hun strip uitknippen als ik bij onze krant te laat was.’

null Beeld Leo Penders
Beeld Leo Penders
null Beeld Leo Penders
Beeld Leo Penders

Leo plakte ze als kind in een verzamelboekje – dat zou hij als serieuze verzamelaar nu nooit meer doen natuurlijk, zegt hij. ‘Want dan worden ze minder waard’. De allereerste boekjes is hij kwijt, maar van latere jaren heeft hij nog stapels boekjes en mappen met strips. Op de foto staat hij met een zelfgemaakt boekje uit 1950, met daarin het avontuur van Tom Poes en de Volvetters. Heer Bommel was niet de enige reden dat Leo de Volkskrant las, maar toen de strip in 1965 uit de krant verdween, heeft hij de strip een tijd erg gemist. Hij zou de strip later uit regionale kranten knippen.

Vlak voor het overlijden van Marten Toonder in 2005 schafte Leo nog de verzamelde werken van Toonders Bommelsaga aan. De veertig delen staan prominent in zijn boekenkast, naast zijn andere verzamelingen. ‘Prijzig waren die. Maar mijn vrouw heeft me overgehaald ze toch te kopen. Het is het je gewoon waard, zei ze. Daar had ze gelijk in.’ Een levenslange vriendschap met die beer en die kat uit de Volkskrant: kleine Leo had het nooit kunnen voorspellen.

Toevallig is Tom Poes dit jaar 80 geworden: dat jubileum wordt ook gevierd, met een speciale nieuwe uitgave van een Bommelverhaal

De Volkskrant viert haar 100-jarig jubileum

Op 1 oktober 2021 bestaat de Volkskrant 100 jaar. In aanloop naar het jubileum blikken we terug op bijzondere momenten uit de geschiedenis van de krant én haar lezers. Op onze jubileumpagina 100 jaar de Volkskrant vindt u wekelijks nieuwe verhalen.

Een filter op de krant

null Beeld Erik van Maarschalkerwaard
Beeld Erik van Maarschalkerwaard

Ziehier een voorpagina van de krant, met daarop aangekondigd een gevarieerd aantal artikelen, zoals over de reclamecampagne van koning Toto en over kickboxer Rico Verhoeven. Maar er is iets bijzonders aan de hand met deze voorpagina.

Conceptkunstenaar en Volkskrantlezer Erik van Maarschalkerwaard is heel benieuwd wat u als eerste ziet. ‘Het ontbreken van een datum, misschien? Of dat één woord wel heel vaak voorkomt op deze pagina?’ Het Volkskrantlogo verdient ook een tweede blik.

Deze ‘voorpagina’ is een zogenaamde ‘filterbubblepaper’: een krant die draait om één thema. Bovenstaande was de eerste filterbubblepaper van Van Maarschalkerwaard, rond het thema ‘koning’. In 2013 begon hij met het project, toen hij bezig was met een portret van Willem-Alexander als aankomend vorst. Het viel hem op dat het woord ‘koning’ vaak voorkwam in de krant, maar in heel verschillende contexten. De groentenkoning, bijvoorbeeld, voor een ambitieuze kruidenier, of de nieuwe ‘koning van het voetbal’, Zlatan Ibrahimović.

‘Het zette me aan het denken. Was het niet leuk als ik een tijdlang dat soort berichten zou bewaren, zodat ik een uit de tijd losgeweekte krantenpagina kon maken rond dat thema?’ Sindsdien is de kunstenaar flink aan het zoeken en knippen geslagen. Niet alleen voor het thema koning, inmiddels heeft hij ook filterbubblepapers over thema’s als ‘post’ en ‘tijd’.

Kunstenaar en Volkskrantlezer Erik van Maarschalkerwaard aan het werk voor zijn 'filterbubblepapers' Beeld Erik van Maarschalkerwaard
Kunstenaar en Volkskrantlezer Erik van Maarschalkerwaard aan het werk voor zijn 'filterbubblepapers'Beeld Erik van Maarschalkerwaard

Voor Erik is het een commentaar op de filterbubbel waar zovelen tegenwoordig in leven op het internet. ‘Online wordt veel van wat je leest al van tevoren voor je geselecteerd. Vind je dit interessant? Prima, dan krijg je daar meer van te zien. Het lijkt alsof iedereen in een eigen werkelijkheid zit.’ Hij vindt het lezen van een papieren krant eigenlijk ‘de beste manier om niet in een filterbubbel verstrikt te raken’. ‘Omdat je kan lezen waar je interesse in hebt, maar soms ook in een artikel getrokken wordt wat je online niet snel had aangeklikt. Wat dat betreft is het ook een ode aan de papieren krant.’

Inmiddels heeft de kunstenaar negen voorpagina’s gemaakt, met verschillende thema’s. Die zullen binnenkort ook publiekelijk te zien zijn in het CODA museum in Apeldoorn, dat vanaf 6 juni tot eind dit jaar zijn tweejaarlijkse Paper Art tentoonstelling organiseert. ‘Waarom willen we allemaal onze eigen waarheid bepalen en verdedigen?’, vraagt Erik zich af. ‘Waarom laten we de controle niet een beetje vieren en laten we andere waarheden toe, zodat een gezamenlijke werkelijkheid kan groeien in beschaafdheid?’ Doorprikken, die filterbubbel.

250 kilometer fietsen voor een abonnement

De redactie kreeg bericht over een jonge Volkskrantlezer die zijn lezerschap echt heeft moeten verdienen. Joost Hoebink was in het jaar 2000 net 16 jaar toen hij zijn ouders kritisch toesprak. ‘Hij vroeg ons wanneer we nu toch eindelijk eens een abonnement namen op een ‘echte’ krant’, schrijft zijn moeder Liny Hoebink. ‘We lazen thuis de Arnhemse Courant en waren daar tevreden over. Maar Joost, een leergierige VWO-leerling, was aan het ontdekken dat de wereld groter was dan de regio Arnhem. Een landelijke krant vond hij veel interessanter.’

Liny en haar man hadden er eigenlijk niets op tegen, maar zagen dit verzoek toch als een gouden moment voor een opvoedkundige les. Ze kwamen met het voorstel dat hij als tegenprestatie in de grote vakantie naar Zeeland zou fietsen. Een geraffineerd plan, want Joosts ouders sloegen daarmee twee vliegen in één klap. ‘Wat ruimte in de auto betreft kwam het ons prima uit; we hebben namelijk nog twee kinderen en de grote bungalowtent moest natuurlijk ook mee.’

Joost bij vertrek voor zijn fietstocht. Beeld Privébezit
Joost bij vertrek voor zijn fietstocht.Beeld Privébezit

Joost fietste die zomervakantie in twee dagen van Westervoort naar Raamsdonksveer, overnachtte daar bij vrienden van zijn ouders, en trok vervolgens door naar Schoondijke. Zo’n 250 kilometer had hij toen in twee dagen afgelegd, en niet op een gestroomlijnde wielrenfiets. ‘Op een gewone fiets met drie versnellingen en tegenwind’, schrijft zijn moeder. Niet zo gek dus dat deze gezonde zestienjarige ‘enigszins uitgeput’ was bij aankomst, zoals zijn moeder het omschrijft. ‘Hij had er dikke knieën aan overgehouden, maar na een goede nachtrust zagen ze er weer normaal uit.’

Van je ouders moet je het hebben. Maar, ze waren erg trots op Joost. ‘We hebben direct na de vakantie een Volkskrant abonnement aangevraagd.’ Hij had zijn ouders een dienst bewezen, bleek: Joost is inmiddels al heel lang uit huis en heeft zijn eigen abonnement, maar Liny en haar man zijn ook daarna altijd de Volkskrant blijven lezen.

Het hoogtepunt van Kerst was de Volkskrant-kerstpuzzel

Het mag dan pas mei zijn, lezer Han van der Linden (69) denkt bij 100 jaar de Volkskrant meteen aan Kerstmis. ‘Als jong knaapje in de vijftiger jaren keek ik altijd uit naar de decembermaand’, schrijft Han. Vanwege de cadeaus natuurlijk, en de kerstliedjes en de lichtjes, maar daarnaast was er één decembertraditie waar hij meer naar uitkeek dan alle andere: de Volkskrant -kerstpuzzel.

Weken van tevoren was Han er al mee bezig. Die puzzel was namelijk een advertentieprijsvraag, waarbij puzzelaars in de drie weken voor Kerst elke dag advertenties uit de krant moesten knippen die in de puzzel zouden voorkomen. ‘Iedere dag sloeg ik aan het knippen en zo verzamelde ik grote stapels papier op de vloer van de woonkamer’, schrijft Han. ‘Dan kwam de dikke krant voor de kerstdagen met daarin de puzzelopdracht. Met het vinden van de antwoorden was ik wel een paar dagen zoet.’

Han van der Linden als jong knaapje. Beeld Privébezit
Han van der Linden als jong knaapje.Beeld Privébezit

Hij was niet de enige. Toen de kerstprijsvraag voor het eerst verscheen in 1952 kreeg de Volkskrant 40 duizend briefkaarten met oplossingen binnen, wat de redactie totaal overdonderde. Het jaar erop waren het er zelfs 63 duizend. Een verslaggever schrijft achteraf dat ‘zestig man personeel vijf volle avonden in touw is geweest met het schiften en sorteren van de inzendingen.’

Er was dan ook een indrukwekkend scala aan prijzen te winnen. De hoofdprijs was duizend gulden en daarnaast werden er ieder jaar nog honderden verschillende prijzen uitgedeeld. In 1953 waren dat er bijvoorbeeld zo’n 350, waaronder: een luxe Pfaff-naaimachine, een ‘Matador vulpenhouder in luxe etui’, een petroleum kooktoestel, zes flessen bisschopwijn (Nederlandse glühwein), kinderschoentjes, een ‘wonderpan’ en als poedelprijs een doosje met zes pakjes pudding, van de Imperial Puddingfabriek te Amsterdam.

De kerstprijsvraag uit 1958. Beeld de Volkskrant
De kerstprijsvraag uit 1958.Beeld de Volkskrant

Die prijzen kwamen natuurlijk van de sponsors van wie de advertenties in de puzzel stonden. Het moet voor die bedrijven een zeer aantrekkelijk advertentiemoment zijn geweest: lezers plozen precies in de weken voor Kerst, een gouden periode voor de commercie, juist die secties met advertenties uit die ze normaal voorbij zouden bladeren. Het werkte klaarblijkelijk goed: de kerstprijsvraag zou bijna 30 jaar lang elke Kerst in de Volkskrant staan.

Han had hier als knaapje allemaal geen weet van, en wat had het hem ook kunnen schelen. Een prijs heeft hij er nooit mee gekregen; hij weet niet eens of hij de antwoorden opstuurde. Hij vond het gewoon geweldig leuk om te doen. En nog steeds: sinds zijn pensionering in 2017 heeft hij zijn liefde voor krantenpuzzels weer teruggevonden. Iedere zaterdag bladert hij gelijk door naar de puzzelpagina. De antwoorden stuurt hij nu wel in. ‘Maar ik vergeet altijd te kijken of mijn naam bij de winnaars staat.’

Han van der Linden aan het puzzelen. Beeld Van der Linden
Han van der Linden aan het puzzelen.Beeld Van der Linden

Na vijftien jaar pijnvrij

Het was niet zomaar buikpijn wat Henriette Deurloo (72) had, vijftien jaar lang. Het was ‘krankzinnig makende pijn’, een die ze continu voelde. Ze kon niet meer zitten en het minste stootje tegen haar buik zorgde er al voor dat ze kreunend in elkaar kromp. Dat was al zo sinds de gynaecologische operatie die ze in 2000 onderging.

Lezer Henriette Deurloo Beeld Privébezit
Lezer Henriette DeurlooBeeld Privébezit

De pijn werd in de jaren erna geen haar minder. Nee, dat kon niet meer van de operatie zijn, zeiden de dokters die ze bezocht. ‘Elke dokter trok dezelfde conclusie’, vertelt Henriette. ‘Waarschijnlijk gewoon Prikkelbare Darm Syndroom, zeiden ze.’ Gekmakend was het. Dit kón niet ‘gewoon’ zoiets zijn, daar was het veel te heftig voor.

Haar darmfunctie was naar de knoppen en geen pijnstiller hielp. Henriette las alles wat ze kon vinden over buikpijn en trok jarenlang van behandeling naar behandeling, maar niets bood een oplossing.

null Beeld de Volkskrant
Beeld de Volkskrant

‘Totdat ik op 1 mei 2013 in de Volkskrant het artikel van Ellen de Visser las over de ‘zenuw als bron van buikpijn’,’ zegt Henriette. ‘Ik wist het meteen: dit ben ik. Dit is mijn diagnose.’ Acnes, heette de aandoening. Tweederde van de patiënten was na de operatie die het Máxima Medisch Centrum in Veldhoven aanbood pijnvrij. Met het artikel van wetenschapsredacteur De Visser als ondersteuning belde ze het ziekenhuis. ‘Mijn diagnose werd bevestigd. Ik werd gelijk op de wachtlijst gezet.’

Ze werd in 2015 geopereerd. Een half uurtje was het, hoogstens drie kwartier. ‘Ik werd wakker gemaakt en de pijn was weg’, zegt Henriette. ‘Helemaal wég. Toen heb ik daar nog vreselijk liggen huilen. Een verpleegkundige liep toevallig langs, vroeg me: ach mevrouw, heeft u zo’n pijn? En ik zei: nee, ik heb helemaal geen pijn meer!’

Ze heeft kort daarna het nummer van Ellen de Visser opgespoord, om haar te bedanken. ‘Ik wilde tegen haar zeggen: ik heb vijftien jaar pijn geleden, maar door jouw artikel kon ik eindelijk mijn eigen diagnose stellen.’ De Visser is dat telefoontje nooit vergeten, laat de wetenschapsredacteur weten; het gebeurt niet elke dag dat ze een lezer zo kan helpen.

Inmiddels is Henriette al jaren zeer actief in de voorlichting over haar aandoening Acnes. Chirurg en oncoloog Rudi Roumen van het MMC Veldhoven was samen met collega Marc Scheltinga de eerste die de aandoening diagnosticeerde, de arts heeft voor die ontdekking in 2019 zelfs een medische onderscheiding gekregen.

Maar nog steeds wordt Acnes veel te vaak gemist, zegt Henriette. Terwijl de diagnose simpel te stellen is: ze raadt buikpijn.nl aan om het na te gaan. Want die pijn zij al die jaren had, dat gunt ze niemand. ‘Gelukkig dat ik een uitstekende krant lees, anders had ik nog met buikpijn gezeten.’

De Volkskrant viert haar 100-jarig jubileum

Op 1 oktober 2021 bestaat de Volkskrant 100 jaar. In aanloop naar het jubileum blikken we terug op bijzondere momenten uit de geschiedenis van de krant én haar lezers. Op onze jubileumpagina 100 jaar de Volkskrant vindt u wekelijks nieuwe verhalen.

De man die de persen stopte

Als ik aan de Volkskrant denk, dan denk ik altijd aan mijn overleden vader Egbert de Boer’, schrijft lezer Astrid de Boer (52). ‘Maar liefst 40 jaar werkte hij als productieleider bij de drukkerij van de Volkskrant.’

Als klein meisje mocht Astrid wel eens mee met haar vader naar de drukkerij: ze kan het geluid van de draaiende machines en de kranten die zoef zoef zoef door de pers vlogen nog horen.

Egbert de Boer in zijn jongere jaren op de drukkerij waar de Volkskrant werd gedrukt. Beeld
Egbert de Boer in zijn jongere jaren op de drukkerij waar de Volkskrant werd gedrukt.

Omdat de Volkskrant een ochtendkrant is, werkte Egbert ’s nachts. ’s Ochtends kon hij aanschuiven bij het ontbijt met zijn vrouw en twee dochters. Dan was er altijd een Volkskrant mee, letterlijk vers van de pers, en vertelde hun vader aan Astrid en haar zus mooie verhalen over breaking news.

Zoals die nacht op de drukkerij in 1991, toen de Golfoorlog uitbrak. Om half één ’s nachts, de krant stond al klaar voor de drukpers, kregen Egbert de Boer en zijn collega’s het telefoontje van de redactie: ‘De Amerikanen zijn begonnen met de beschieting van Bagdad.’ Een echt ‘Stop de persen!-moment’.

Waarschijnlijk schoot bij iedereen van de drukkerij de adrenaline door de aderen en bij Astrids vader is dat wel zeker. Als zijn 35 jaar bij de Perscombinatie, het toenmalige moederbedrijf van de Volkskrant, hem voor één ding hadden klaargestoomd, dan was het wel voor een nacht als deze.

Terwijl de avondploeg van de Volkskrant in moordend tempo een nieuwe voorpagina maakt en een foto regelt, belt Egbert iedereen die ook maar iets te maken heeft met het druk- en distributieproces dat voorafgaat aan het moment waarop de krant ’s ochtends bij de abonnees op de deurmat ploft.

Dat logistieke proces is dan nog niet digitaal. Zodra de nieuwe kopij klaar is, moet die razendsnel van de Volkskrantredactie aan de overkant van de Wibautstraat in Amsterdam naar de drukkerij. Dat gaat dan nog per buizenpost.

Volgens de toenmalige Chef Nacht van de Volkskrant Jan van Capel, die voor Egbert de Boers pensionering het verhaal van die nacht optekende, kwam binnen een half uur de eerste nieuwe krant van de pers. ‘Waarin de Volkskrant als enige ochtendblad in alle edities het begin van de oorlog kon melden.’

De voorpagina wordt daarna nog drie keer overgemaakt, met steeds vollediger nieuws. Egbert de Boer blijft gedurende de nacht de Wibautstraat oversteken om telkens een aantal exemplaren van de nieuwste editie van de Volkskrant vers van de pers af te leveren bij de redactie. ‘Vol trots’, schrijft Van Capel. ‘En terecht.’

Zo’n man was haar vader dus, laat Astrid weten. Ook na zijn pensionering bleef Egbert trouw zijn kranten lezen: Het Parool, Trouw en vooral de Volkskrant. ‘Andere kranten, zei hij altijd, daar veeg ik mijn kont mee af.’

Dus verdient haar vader een plek in deze jubileumrubriek. ‘Wat zou hij trots zijn geweest, 100 jaar de Volkskrant!’

Egbert de Boer Beeld
Egbert de Boer

De krant in het oerwoud

Een voetbalwedstrijd in Lokutu. Het veld was van de katholieke missie. Beeld Privébezit Herman Janssen
Een voetbalwedstrijd in Lokutu. Het veld was van de katholieke missie.Beeld Privébezit Herman Janssen

Dankzij haar lezers komen niet alleen journalisten maar ook de krant zélf terecht op bijzondere plaatsen in de wereld. Bijvoorbeeld dankzij Herman Janssen (84 jaar): eind jaren zestig werd de Volkskrant regelmatig afgeleverd in zijn toenmalige woonplaats, diep in het oerwoud van Congo.

Herman was in de jaren zestig opgeleid tot priester. Hij was lid van de internationale congregatie van Montfortanen. Zoals destijds gebruikelijk was, kreeg hij op zijn 25ste een missie toegewezen: hij moest naar Congo om les te geven op een school gerund door katholieke missionarissen. De school was een zogenaamde école normale, speciaal bedoeld om kinderen tussen de 12 en 18 jaar die goed konden leren, op te leiden tot onderwijzer voor de basisschool.

In 1966 kwam missionaris Janssen in Lokutu aan, een plaatsje aan de rivier Congo in de Oost-Provincie. Wat een verschil tussen het leven in zijn Limburgse woonplaats Oirlo en het leven midden in het Congolese oerwoud. ‘Ze hadden nauwelijks elektriciteit, dus ze leefden van zonsopgang tot zonsondergang’, vertelt Herman. ‘Om zes uur werden we wakker, om half acht begon de les. Om 13.00 uur was er siësta, want dan was het te heet om les te geven. Dan gaven we nog van 15.00 uur tot 17.00 uur les, daarna vertrok iedereen om voor het donker om 18.00 uur thuis te zijn.’

Het was in die siësta’s, als hij zich in de hitte toch wat verveelde, dat Herman er vaak zijn Volkskrant bij pakte. Dankzij zijn broer in Nederland, die hem altijd specifiek de maandagkrant met de sportpagina’s stuurde. ‘We waren beiden idolaat van sport.’ Hij herinnert zich prachtige sportfoto’s, onder andere van Feyenoord die in 1970 als eerste Nederlandse voetbalclub de Europacup won.

De boot met de post komt aan in Lokutu. Beeld Privébezit Herman Janssen
De boot met de post komt aan in Lokutu.Beeld Privébezit Herman Janssen

Natuurlijk was de krant die aankwam eigenlijk alweer oud nieuws. Drie, soms wel vier weken deed de krant erover om Lokutu te bereiken. De krant kwam vanuit hoofdstad Kinshasa mee met de postboot, die eens in de 14 dagen 1.800 kilometer stroomopwaarts voer over de Congo-rivier om de post over het gebied te verdelen. ‘Dat is verder dan van Maastricht naar Rome’, zegt Herman. Maar hij was allang blij dat de krant hem bereikte. ‘Een erg fijn moment was het altijd, als de krant aankwam.’

Hij was niet de enige die dat vond, ook zijn leerlingen vonden het geweldig als er een nieuwe krant werd gebracht. De kinderen konden de krant niet lezen, maar keken wel hun ogen uit bij de foto’s van voetballende witte mannen. Ze waren namelijk dól op voetbal, de nummer 1 sport in het land. ‘We hadden zelfs een schoolteam’, herinnert Herman zich. ‘Die kinderen konden heel goed voetballen, hoor. En ze hadden niet eens schoenen, ze deden alles op blote voeten.’

Herman Janssen met het voetbalteam van de school. Beeld Privébezit
Herman Janssen met het voetbalteam van de school.Beeld Privébezit

Op de donderdagen dat de postboot kwam renden ze altijd direct naar Herman toe, om over zijn schouder mee te gluren naar de voetbalplaten van spelers als Johan Cruijff en Willem van Hanegem.

Het was een paar jaar na de onafhankelijkheidsstrijd van Congo. De tijd van de Belgische overheersing was voorbij en het land begon zich te ontdoen van koloniale overblijfselen. De school veranderde haar naam van Saint Jean Baptiste de la Salle (een Franse priester) naar Tosalisana, wat in de Congolese taal Lingala ‘laten wij elkaar helpen’ betekent.

Tijdens Hermans jaren als missionaris werden collega’s langzaam vervangen door lokale onderwijzers. Bij zijn vertrek in 1970 werd ook hij vervangen door een Congolese.

Maar goed ook, zegt Herman. ‘Het was een heel andere tijd. Inmiddels kijk ik wel anders tegen mijn missie aan dan toen.’ Maar dát hij gegaan is, daar heeft hij geen spijt van. Hoe had hij anders ooit zo’n bijzondere plek als Lokutu leren kennen?

Herman Janssen op het voetbalveld. Beeld Privébezit
Herman Janssen op het voetbalveld.Beeld Privébezit

Plots op de voorpagina

Lezer Yayouk Willems (30) had een bijzondere dag eind november 2015. Ten eerste omdat ze op een conferentie in Leiden het idee voor haar PhD-onderzoek mocht presenteren, daar was ze toen net aan begonnen. ‘Hartstikke spannend natuurlijk. Ik doe eigenlijk nooit make-up op, maar ik wilde professioneel voor de dag komen. Dus opgedoft en al zat ik op de fiets richting Amsterdam Centraal, waar ik de trein zou nemen.’

Yayouk Willems. Beeld Yayouk Willems
Yayouk Willems.Beeld Yayouk Willems

Voordat ze het station bereikte, werd ze bij een stoplicht op de Prins Hendrikkade aangesproken door een onbekende man. Of ze voor hem op de foto wilde, voor een reeks over Nederlanders met een diverse achtergrond.

‘Verderop stond een tent waarin hij zijn fotoapparatuur had opgesteld. Ik was wat afhoudend, want... Tja, je gaat niet zomaar mee met een man die je op de foto zet toch? Maar het was voor de Volkskrant, en als trouwe abonnee wilde ik daar natuurlijk wel aan meewerken. Ik was blij dat ik net die dag een make-upje op had gedaan.’

De fotograaf nam een paar foto’s en zei dat ze in de kerstvakantie mogelijk een foto van haarzelf zou zien in de Volkskrant. ‘Hierna stapte ik op de fiets, en door de zenuwen voor mijn presentatie vergat ik de hele fotoshoot.’

Het was ongeveer een maand later dat Yayouks professor opeens voor haar stond met een grote glimlach en een Volkskrant in de hand. Op de voorpagina: het gezicht van Yayouk.

null Beeld de Volkskrant
Beeld de Volkskrant

De fotograaf bleek Stephan Vanfleteren te zijn, een Vlaamse topfotograaf. Had ze geen idee van gehad tijdens die fotoshoot. Yayouks ouders hebben de foto direct die avond ingelijst en op de piano gezet. ‘En nu staat er voor altijd een prachtig door Stephan Vanfleteren geschoten foto van mij op het internet, in de Volkskrant. Iets wat ik niet meer zo snel vergeet.’

De portrettenreeks is online nog steeds te bekijken. Met dat idee dat ze die dag op de conferentie presenteerde, ging het trouwens ook uitstekend: ze is inmiddels gepromoveerd.

De Volkskrant viert haar 100-jarig jubileum

Op 1 oktober 2021 bestaat de Volkskrant 100 jaar. In aanloop naar het jubileum blikken we terug op bijzondere momenten uit de geschiedenis van de krant én haar lezers. Op onze jubileumpagina 100 jaar de Volkskrant vindt u wekelijks nieuwe verhalen.

Valentijn gewenst

Maria (60) was begin jaren negentig ‘toch wel hopeloos op zoek naar een relatie’, schrijft ze. Vandaar dat ze begin van februari 1992, met Valentijnsdag in aantocht, besloot een persoonlijke contactadvertentie te plaatsen in de krant. Een van de zogenaamde 1 in 3-mini’s; de kleine tekstadvertenties die in drie kranten tegelijkertijd verschenen. De krant kon er in die tijd makkelijk een hele pagina of meer mee vullen, en dat was nog in de tijd dat een opengeslagen krant nauwelijks op de eettafel paste.

‘Bijna 14 februari’, las de advertentie. ‘Wie (man) stuurt mij een Valentijnskaart?’ Met een beschrijving van Maria zelf: 31 jaar, blond, spontaan, lief, sportief, oprecht. ‘Wie weet wat er uit zo’n kaartje kan groeien.’

De advertentie van Maria. Beeld Volkskrant
De advertentie van Maria.Beeld Volkskrant

De respons overtrof elke verwachting. Een week voor Valentijnsdag lagen er elke dag tientallen kaarten en brieven op de mat, zelfs de postbode was er een beetje beduusd van. Uiteindelijk heeft ze 108 kaarten ontvangen, die Valentijnsdag. ‘Dat ging van kleine kaartjes met alleen groeten erop tot aan brieven met zes volgeschreven kantjes’, vertelt Maria. Ze heeft er weken over gedaan om iedereen te antwoorden.

Er was één brief bij waar ze al lezende onder de indruk van raakte. Een natuurliefhebber die graag wildkampeerde, met een volle grijze bos krullen. Dit zou wel eens een match kunnen zijn, dacht Maria. Maar, niet voor haarzelf. ‘Ik dacht: volgens mij past deze man perfect bij mijn zus.’

Zus Annemiek was net als Maria al een tijd zoekende. Annemiek had zelf een aantal jaar eerder ook al eens een advertentie in de krant gezet, maar die liep op niets uit. Annemiek: ‘Maria belde me op dat ze een brief had gekregen die ze meer bij mij dan bij haarzelf vond passen. Dat snapte ik wel toen ik hoorde dat hij hield van de natuur, tuinieren, backpacken, naturisme en de sauna. Daar houd ik ook van. En hij was hulpverlener, ik werk in de zorg. Nou stuur maar op, zei ik.’

Ze moest enige schroom overwinnen omdat hij eigenlijk op haar zus had gereageerd, ‘dat voelde toch een beetje gek.’ Maar toen ze hem toch schreef en bekende hoe het zat, vond hij dat geen probleem. Wat wist hij tenslotte van zus Maria af.

Over de afloop kunnen we kort zijn: het was een geval van ze leefden nog lang en gelukkig. Annemiek en de grijze krullenbol, André, trouwden en kregen twee kinderen. Ze zijn nog steeds samen. Annemiek: ‘Ik ben mijn zus wel dankbaar voor die brief, ja. Zo’n schot in de roos, dat is heel bijzonder.’

Maria. Beeld Geportretteerde
Maria.Beeld Geportretteerde

Voor Maria zat er bij de Valentijnschrijvers helaas geen liefde voor de lange termijn. Later vond ze de liefde wel, ze trouwde en kreeg kinderen, maar inmiddels is ze weer single. Er staan tegenwoordig een stuk minder mini’s in de krant, maar ze bestaan nog. Heeft ze nooit gedacht aan nog een poging? Maria: ‘Nee, zo actief ben ik niet op zoek, ik heb een fijn leven. Maar ik blijf wel een beetje koekeloeren.’

Alle dertien goed!

Lezer Frans Huitink (75) mailt ons dat de Volkskrant ooit voorspellende gaven had. In de jaren zestig gaf de Volkskrant wekelijks een prognose van de Sporttoto: voor dertien voetbalwedstrijden op zondag werd voorspeld of de thuisclub zou winnen, verliezen, of dat er gelijk zou worden gespeeld. ‘Die prognose werd door mij elke week trouw overgenomen op het Toto-formulier’, schrijft Huitink. Ook bij Sporttoto nummer 3 van 1 september 1968. ‘En zie, de Volkskrant gaf het juiste rijtje: alle 13 goed!’

Het is een kans van 1 op 1,6 miljoen, dus dit was een bijzonder voorval. Wat zich ook nog eens mooi uitbetaalde, want Huitink was hierdoor een van de 241 prijswinnaars die de pot mochten verdelen. Huitink: ‘er zullen meer mensen op het lumineuze idee zijn gekomen de uitslagen van de Volkskrant te gebruiken’.

Later bleek dat zich nog een prijswinnaar had gemeld, waardoor het bedrag per winnaar onder de duizend gulden kwam. Daardoor verviel de kansspelbelasting en steeg het bedrag van 853,06 gulden naar 999,60 gulden. ‘Een klein kapitaaltje in die tijd voor een 22-jarige jongeman.’

null Beeld Frans Huitink
Beeld Frans Huitink
null Beeld Frans Huitink
Beeld Frans Huitink

Wat je allemaal wel niet met zo’n kapitaaltje kon doen in die tijd. ‘Ik heb er ten eerste een vliegreisje Amsterdam-Londen-Parijs-Amsterdam van gekocht. Dat was vooral een bezoekje in Parijs bij een vrouw die ik net had leren kennen en daar werkte als au pair. Inmiddels ben ik al 51 jaar met haar getrouwd.’ Verder kocht hij een nieuwe fiets en deed hij een aanbetaling op zijn rijbewijs.

‘En omdat ik in die tijd als student ’s avonds wat bijverdiende in de horeca, moest ik mijn collega’s trakteren op een vat bier. Dat moest ja, anders kwam ik er niet meer in.’

Vechten om De Kardinaal

Bij Loet van Beers (84) werd in het najaar van 1950 thuis gevochten om de Volkskrant als die op de mat viel. Het ging hem en zijn broers en zus om het feuilleton De Kardinaal, een reeks op basis van het gelijknamige succesvolle boek van auteur Henry Morton Robinson. Het verhaal gaat over een arme jongen die opklimt binnen de rangen van de katholieke kerk. Als de 13-jarige Van Beers de krant als eerste van de mat af had gegrist, eisten de anderen dat hij het dan tenminste zou voorlezen.

Elke dag verscheen een aflevering van De Kardinaal in de krant, een stuk tekst van zo’n 1.600 woorden, tot het hele boek uit was – waarschijnlijk ongeveer een half jaar later. Helaas ontbreekt een reeks kranten uit die tijd in het archief van Delpher. ‘Daarvoor had ik alleen maar Dik Trom en nog wat andere kinderboeken gelezen’, vertelt Van Beers. ‘Dit was een volwassen verhaal, echte lectuur, maar ik vond het prachtig.’

null Beeld de Volkskrant
Beeld de Volkskrant

Hoe kon een 13-jarige zo gegrepen worden door een volwassen verhaal uit de krant? Het had er in ieder geval mee te maken dat mooie boeken schaars waren in die tijd. Gezinnen zoals die van Van Beers hadden nauwelijks boeken in huis. ‘Er was een katholieke bibliotheek waar je op zondag in de rij kon staan om boeken te lenen, een klein aantal per gezin. Maar dat was waardeloze troep, ik zeg het maar zo.’

Iedereen met toegang tot de krant kon De Kardinaal lezen. ‘We lazen het niet alleen thuis, ook de andere kinderen op school lazen het. Heb jij ‘m al gelezen, vroegen we elkaar.’ De leraren op de katholieke school waar Van Beers les kreeg, bespraken de afleveringen ook in de les. Hij weet nog dat de meester uitleg gaf over de kleding die de priester droeg. De albe, een wit onderkleed; de manipel, een strook stof gedragen over de linkerarm.

Hij heeft het boek later nog eens gekocht, als volwassene. Het stond decennialang in zijn boekenkast, maar het is sinds enkele jaren kwijt. Dat is met de herinnering aan die ochtenden nooit gebeurd.

Oproep: de trouwste Volkskrantlezer

De Volkskrant is ter gelegenheid van het 100-jarig jubileum op zoek naar de trouwste Volkskrantlezer: de lezer met het langstlopende abonnement. Kent of bent u zo’n lezer? Laat het ons weten via 100jaar@volkskrant.nl.

Puzzel opgelost

Ria Vierboom (77) mailde de Volkskrant over een herinnering uit haar jeugd in de jaren 50. Een puzzel die de Volkskrant had uitgegeven, met als afbeelding de voorpagina van de krant die de watersnoodramp van 1 februari 1953 herdacht. ‘Er stond een foto op van een aangespoelde stoel begroeid met mosselen’, schreef Vierboom. ‘Mijn vader heeft die puzzel destijds gekocht, maar helaas is hij onvindbaar. Weten jullie hier iets van?’

De puzzel zelf heeft de redactie niet. Maar voordat er serieus gezocht kan worden, blijkt al dat een andere lezer als kind net zoveel plezier aan die puzzel heeft beleefd als Vierboom. André Kamstra mailt een week na Vierboom spontaan over de puzzel. ‘Als kleine bijdrage aan jullie rubriek bijgaand enkele foto’s van een zogeheten Pastei Puzzel uit 1954', schrijft hij. ‘Als kind maakte ik deze puzzel regelmatig.’

André Kamstra en echtgenote maken de herdenkingspuzzel van de watersnoodramp, met daarop een voorpagina van de Volkskrant. Beeld André Kamstra
André Kamstra en echtgenote maken de herdenkingspuzzel van de watersnoodramp, met daarop een voorpagina van de Volkskrant.Beeld André Kamstra

De toepasselijke term ‘Pastei Puzzel’ komt uit de drukkerij. Het staat voor zetsel – de vormen waarmee werd gedrukt – dat per ongeluk door elkaar is gevallen. De afdruk op de puzzel is overigens geen echte voorpagina; dat is al te zien bovenaan, waar in plaats van de exacte datum de aanduiding ‘voorjaar 1954’ staat. De individuele berichten zijn wel echt, die zijn terug te vinden in kranten van verschillende data.

Overigens waren er ten tijde van dit schrijven tenminste twee exemplaren van de puzzel te koop op Marktplaats, via de zoekterm ‘Volkskrant puzzel’.

Oproep: 100 jaar de Volkskrantlezer

Ooit op een contactadvertentie in de Volkskrant ingegaan of een VK-journalist tegen het lijf gelopen? Een artikel gelezen dat uw leven veranderde? De krant een keer (bijna) opgezegd? Stuur uw verhaal over de krant in voor onze jubileumrubriek.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden