Honderd doden door etnisch geweld Kirgizië

Dagen van inter-etnisch geweld in het zuiden van Kirgizië hebben aan bijna honderd mensen het leven gekost. Duizenden Oezbeken, die een grote minderheid vormen in het gebied, zijn het land ontvlucht. De Kirgizische leiders hebben Rusland gevraagd militair in te grijpen, tot dusver tevergeefs.

Het geweld dat donderdagavond in Osj begon, is in het weekeinde verder geëscaleerd en overgeslagen naar Jalalabad, een andere stad in het zuiden van Kirgizië en de thuisbasis van de op 7 april verdreven oud-president Koermanbek Bakijev. Er zouden al meer dan duizend gewonden zijn gevallen.

De tijdelijke regering, geleid door Roza Otoenbajeva, die sindsdien de macht heeft overgenomen, moest zaterdag haar eerdere beloften dat ze de situatie onder controle had, inslikken. Hoewel de regering militairen, helikopters en gepantserde voertuigen naar het zuiden stuurde, bleek de situatie daar te zijn uitgemond in een chaos van moordende en brandstichtende groepen Kirgiezen, die het volgens ooggetuigen vooral gemunt hadden op etnische Oezbeken. Deze vormen in sommige delen van het zuiden een minderheid van 40 procent van de bevolking.

Moorden

Volgens Andrea Berg, in Osj namens de mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch, trokken groepen Kirgiezen de Oezbeekse wijken in om brand te stichten en te moorden. ‘Kirgiezen beginnen met het in brand steken van huizen. Als mensen dan proberen te vluchten, wordt er op ze geschoten.’ Zaterdag regende het volgens Berg de hele dag as. ‘De stad staat simpelweg in brand, de situatie is totaal uit de hand gelopen.’

Volgens de Oezbeekse ooggetuige Habiboellah Choeroelajev (69) zouden de Oezbeken die nog geen poging hadden ondernomen de stad te ontvluchten, zich in hun wijken hebben verschanst achter geïmproviseerde barricades. ‘Ze doden ons zonder omkijken en de politie grijpt niet in.’ De Kirgizische blogger Tolkoen Oemaraliev repte vanuit nabij Osj van ‘een slachting van Oezbeken die nog steeds doorgaat’. Veel politieposten zouden zijn overmeesterd door de Kirgizische bendes, die daarbij veel wapens zouden hebben veroverd.

Volgens Oemaraliev is het dodental veel hoger dan de officiële cijfers ‘omdat er nog steeds doden worden gevonden in de omgeving van Osj en omdat veel mensen zijn verbrand in hun huizen in de Oezbeekse wijken’. ‘Ik wist van de spanningen (tussen Kirgiezen en Oezbeken, red.), maar ik heb nooit beseft dat er zoveel haat jegens Oezbeken bestond in het zuiden van Kirgizië’, schrijft Oemaraliev.

Fergana-vallei

Etnische spanningen zijn geen onbekend fenomeen in de Fergana-vallei, die onder Sovjet-leider Stalin verdeeld werd over de drie republieken Oezbekistan, Kirgizië en Tadzjikistan. In 1990 vielen bij een conflict tussen Kirgiezen en Oezbeken over landeigendomskwesties honderden doden. Alleen omdat Sovjet-leider Gorbatsjov snel besloot tot militair ingrijpen kon erger voorkomen worden.

Hoewel bij het geweld dat dit weekeinde oversloeg naar Jalalabad ook deze etnische spanningen een rol speelden, zouden in beide steden volgens de tijdelijke regering ook de aanhangers van oud-president Bakijev het geweld hebben aangewakkerd. Hun doel zou onder meer zijn het verstieren van de voor 27 juni geplande stemming over een nieuwe grondwet.

Moordlustige menigte

Volgens Maksat Zejinbekov, de burgemeester van Jalalabad, zouden Bakijevs aanhangers begonnen zijn met geweldpleging tegen zowel Kirgiezen als Oezbeken, waarna zich snel een moordlustige menigte van duizenden jonge Kirgiezen op straat vormde. Vanuit Osj getuigde de correspondent van Radio Free Europe van ‘veel gemaskerde mannen’ die zich in de stad begeven en zowel op Kirgiezen als Oezbeken schieten. ‘Omdat deze mensen vloeiend Kirgizisch en Oezbeeks spreken is het moeilijk te zeggen wie het zijn.’

Ongeacht de precieze herkomst van het geweld, is het overduidelijk dat de tijdelijke regering in Bisjkek er nog niet in slaagt het onder controle te brengen – ondanks het uitroepen van de noodtoestand, een gedeeltelijke mobilisatie van reservisten, en de autorisatie om gericht te schieten op geweldplegers. In feite heeft de tijdelijke regering de situatie in het zuiden na de bloedige opstand van 7 april tegen Bakijev nooit helemaal onder controle gekregen. Herhaaldelijk konden Bakijev-aanhangers zich tijdelijk meester maken van de regeringsgebouwen en politiekantoren in Jalalabad en Osj.

Lankmoedig

De oproep van Otoenbajeva aan Rusland om militair in te grijpen, stuitte op een lankmoedig Russisch antwoord. Rusland, dat nu al op eigen grondgebied eenvijfde van de vijf miljoen Kirgiezen als gastarbeider werk verschaft, is weliswaar zeer bezorgd, maar toont weinig animo voor een (solitaire) militaire interventie. Gisteren stuurde Rusland wel een bataljon luchtlandingstroepen naar zijn vliegbasis in Kant in Kirgizië, ter bescherming van Russische faciliteiten en militairen. Ook stuurde Moskou al humanitaire hulp en voerde het medische evacuatievluchten uit.

Ook buurland Oezbekistan toonde zich gealarmeerd. Het land zou de grens met Kirgizië gesloten hebben, maar corridors hebben opengesteld voor de vele duizenden etnische Oezbeken die het geweld ontvluchten.

Het leger in de straten van Osj (EPA)
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden