Honden-drollen- raper

Henny Florijn, hoofdpersoon in het laatste boek van Ernst Timmer, is een vervelende vent. Hoe kan hij dan toch een aantrekkelijk personage zijn?

Een kluizenaar met een baard, lang haar en een volgepoepte broek zit aan een tafel. Voor hem een half gevuld urinaal, een aangebroken pak kano's, een fles cassis en een asbak. Op de grond, onder de tafel, een Pekinees met overgewicht, die in dezelfde kamer zijn behoefte doet. Zie hier de huiskamer van Henny Florijn, de man om wie het draait in Florijn.

Ernst Timmer (59) is, naast schrijver van Florijn en nog zes romans, ambulant begeleider in de gehandicaptenzorg. Dat betekent dit: hij komt bij mensen thuis, in de regel licht verstandelijk gehandicapten die zelfstandig wonen maar het in de maatschappij net niet redden. Ze hebben schulden, gebruiken drugs of maken een potje van het huishouden. Ze hebben, zoals dat heet, een 'hulpvraag'.

Wie helpt een morsige kluizenaar die eigenlijk niet geholpen wil worden? Dat is een van de vragen die Timmer opwerpt in Florijn. Het antwoord: wijkverpleegsters, huishoudelijke hulpen, Jeanette van de sociale werkplaats en Joost Beekman, het alter ego van de schrijver.

Beekman probeert de boel uit alle macht in goede banen te leiden. Hij heeft 'mens' op zijn visitekaartje staan. Zijn product: begeleiding. Timmer: 'Een begeleider is gewoon iemand die bij iemand thuiskomt en zich beschikbaar stelt als mens. Dat vond ik een grappige gedachte.'

Florijn is voor 95 procent autobiografisch. Timmer heeft geen 'mens' op zijn visitekaartje staan, zoals Beekman, maar bekommerde zich twee jaar geleden wel maandenlang om het lot van de kluizenaar, die in het echt niet Florijn heet. De 'hulpvraag': geld pinnen van de rekening van de kluizenaar, dat bij hem thuis brengen en hem ervoor laten tekenen. Dit zodat de kluizenaar de buurtslager, die bij hem aan huis komt met boodschappen, kan betalen.

Geen ingewikkelde hulpvraag, zou je denken. Behalve dat de kluizenaar niet wil opendoen, geen handtekening wil zetten, telkens om meer geld vraagt, eist dat de hond wordt uitgelaten en vervolgens eist dat er zes haringen worden gehaald, die hij daarna buiten de koelkast laat liggen zodat het hele huis naar rotte vis stinkt. En er liggen steevast hondendrollen op de vloer, dus die ruimt Beekman dan ook meteen maar even op. Van het een komt het ander en uiteindelijk bezoekt Beekman de kluizenaar bijna dagelijks, en benoemt hij zichzelf tot 'wegkapitein' om te voorkomen dat alle verschillende zorgverleners van verschillende instanties langs elkaar heen werken. 'Want als ik dat niet had gedaan, deed niemand het.'

Florijn zelf spreekt weinig in Florijn. Hij scheldt, deelt bevelen uit, intimideert of doet pogingen daartoe. 'Ga weg! Hond uitlaten! Ik teken niks! Zes haringen! Sodemieter op! Ik mot geld hebben!'

De immer opgewekte Beekman wordt consequent met 'etter' aangesproken.

Timmer: 'Terwijl ik Florijn begeleidde, dacht ik al: dit is uitermate geschikt om op te schrijven. Toen Florijn overleed, maakte dat de ethische vraag of ik over hem kon schrijven, makkelijk te beantwoorden. Er zijn wel nabestaanden, maar met hen had hij eigenlijk geen contact. Die heeft hij bijna allemaal de tent uit gescholden.'

Hij schold u ook voortdurend uit.

'Ja, ja. Ga weg, rot op. Etter. Haha.'

De hoofdpersoon, uw alter ego, ondergaat het allemaal lijdzaam. Hij is zeer geduldig.

'Klopt. Er waren momenten dat ik eventjes echt contact met hem had. Hij vertelde me dat hij op een begraafplaats heeft gewerkt en dat hij vond dat de graven netjes moesten wezen. Het gebeurde sporadisch, maar op die momenten teerde ik wekenlang.'

Is er ooit een moment geweest waarop u dacht: zoek het maar uit, ik heb geen zin meer om uitgekafferd te worden terwijl ik drollen opruim?

'Nee, helemaal niet.'

Het uitlaten van de hond en het opruimen van de drollen viel onder niemands verantwoordelijkheid. Dat was geen hulpvraag.

'Klopt, ik mocht de hond eigenlijk helemaal niet uitlaten. Ik moest Florijn ondersteunen bij het beter organiseren van de hondenuitlaat. Zo wordt erover gepraat. Terwijl het veel efficiënter is om gewoon even die hond uit te laten.'

Kon u zich in Florijn verplaatsen?

'Ik heb me altijd goed in hem kunnen verplaatsen. Ondanks zijn vreselijke gedrag mocht ik hem graag. Ik begreep hem. Hij maakte lijstjes met verkeersboetes uit Blik op de weg. Ik maak ook altijd zinloze lijstjes met getallen. Bijvoorbeeld hoe vaak een bepaalde letter in een zin voorkomt. Florijn had elftalfoto's van Sparta uit de jaren '50. Hij had een album met sigarenbandjes.

'Dat soort verzamelingen had ik ook. Ik heb een gealfabetiseerd kaartsysteem met alle boekenbijlagen van Vrij Nederland van 1975 tot 2000. Nooit wat mee gedaan. Op een bepaalde manier waren we zielsverwanten.

'Zijn weerzin tegen de wereld, tegen de zorg, en dus ook tegen mij, vond ik heel vermakelijk. Daarin was hij juist mijn tegenpool. Ik wil altijd aardig gevonden worden, hij deed haast zijn best om mensen tegen zich in te nemen. Dat gaf hem een onaantastbaarheid waarop ik jaloers was. Ik kan het slecht hebben als Florijn in recensies als een egoïstische dictator wordt omschreven. Er moet toch ook iets doorsijpelen van compassie en een vleugje sympathie.'

De lezer komt niet te weten hoe Florijn zo kon worden. Weet u het wel?'

'Ik heb een paar puzzelstukjes en dat vind ik genoeg. Florijn was de jongste uit een heel groot gezin. Hij schijnt door zijn moeder tot haar dood enorm verwend te zijn. Toen zij doodging, is hij alle levenslust verloren. Hij is sindsdien op zichzelf teruggeworpen.'

Is de toestand van Florijn niet vanaf het begin af aan uitzichtloos?

'Wanneer is iets uitzichtloos? Hij was tevreden met zijn hond in zijn stinkende huis. Ik betwijfel of hij een ander uitzicht ambieerde. Ergens in mijn boek zeg ik dat het moeilijk is om de ellende in zijn waarde te laten. Wij verwachten van de zorg dat zij de samenleving perfect maakt.

'Het zorgsysteem drijft op deze illusie. Ellende heeft geen bestaansrecht en de zorg moet ermee afrekenen. Ik probeer zorg te verlenen met in mijn achterhoofd de gedachte dat een doekje voor het bloeden handig kan zijn, ook als het bloeden niet stopt.'

Heeft u ooit gedacht dat het leven van Florijn een andere wending zou nemen?

'Of ik dacht: ik ga hem redden? Nee. Toen hij met een bloedvergiftiging in het ziekenhuis lag, liet ik een schoonmaakbedrijf dagenlang zijn hele huis schoonmaken. Hij reageerde niet eens. Hij stapte het huis binnen alsof er niks was veranderd. Hij zei niks, hij ging gewoon zitten op zijn oude plek, met de hond aan zijn voeten.'

Was u niet een beetje teleurgesteld?

'Het klopte volkomen met wie die man was, dus nee. Echt niet. Ik doe dit werk al heel lang, en met ondankbaarheid leer je wel omgaan.'

Al vijfendertig jaar doet Timmer dit werk, in een samenleving die hij zag veranderen. 'De maatschappij stelt steeds hogere eisen. Het leven wordt ingewikkelder, de lat om deel te nemen aan het maatschappelijk leven komt steeds hoger te liggen. In de jaren dat ik dit werk doe, zie ik mijn cliënten steeds intelligenter worden. Neem alleen al internet. Het gemak waarmee je spullen op afbetaling kunt kopen. Voor die mensen is dat iets lastigs. Vroeger had je simpele baantjes. In Gouda had je kleifabriekjes. Daar waren sterke mannen nodig om de zakken klei te sjouwen. Nu zijn de meeste van die heel eenvoudige baantjes verdwenen. Er is nu alleen de sociale werkplaats. En dat is voor veel mensen met een verstandelijke beperking een barrière. Ze vinden dat ze daar niet bij horen.'

Ook de zorg is anders dan vroeger, met de komst van steeds meer managers, formats en jargon. 'Er wordt gesproken van 'de cliënt in zijn kracht zetten' of van 'ondersteuning bieden bij het organiseren van de huishouding', terwijl het gewoon gaat om een smerig zootje dat schoongemaakt moet worden. De hulpverlening heeft een eigen taaltje gecreëerd. In Florijn wilde ik met dat taaltje afrekenen.'

Florijn heeft 'trekken van een aanklacht', schreef de Volkskrant-recensent, maar daarmee is Timmer het niet eens. 'Iedereen is vrij om dat te zeggen, maar om die reden schreef ik het niet. Ja, mensen lezen het en denken: het is toch wat. Zitten er zes mensen te vergaderen over zo'n man en iedereen werkt langs elkaar heen. Maar er zijn ook lezers die het juist mooi en bewonderenswaardig vinden om te lezen hoe hulpverleners zo'n man tegen de klippen op proberen te helpen. Elke dag kwamen er verpleegsters om in die rook- en strontlucht zijn buikwond te verzorgen.'

De dood van Florijn kwam niet als een schok, zegt Timmer. 'Hij was er slecht aan toe, rond de 70 en echt verre van gezond. Dus het verbaasde me niet. Maar ik weet niet waaraan hij is gestorven.'

Als u zou kunnen leven van het schrijverschap, zou u dan nog ambulant begeleider zijn?

'Het enige antwoord dat ik daarop heb, is dat het niet is gebeurd. Van mijn debuut zijn 1.500 exemplaren gedrukt, maar bij ieder nieuw boek ging dat aantal naar beneden. Van mijn laatste boek zijn er 350 verkocht. Ik had mooie besprekingen en vond het zelf een fantastisch boek. Dus dat aantal verbijsterde me. Zó weinig. Met dit boek gaat het beter, maar het proletariaat onder de schrijvers, waartoe ik mezelf reken, heeft het steeds moeilijker.'

U bent dus eigenlijk meer ambulant begeleider dan schrijver.

'Ik ben schrijver. Maar mijn andere werk levert een stuk meer op.'

Kluizenaar

Dit is een tekening van Henny Florijn, de hoofdpersoon in Florijn. Al is dat niet zijn echte naam. Volgens schrijver Ernst Timmer is het een sprekend lijkend portret van de kluizenaar bij wie hij als begeleider een halfjaar over de vloer kwam. Het portret is getekend door Maaike Putman, tevens ontwerpster van het boekomslag.

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden