Homo urbanus

Wat Dirk Sijmons betreft, curator van de Internationale Architectuurbiennale Rotterdam, ligt de oplossing voor milieuproblemen in de stad. De inzendingen voor deze editie, Urban by Nature, laten zien wat hij bedoelt. Vier voorbeelden.

DOOR KIRSTEN HANNEMA FOTO ADRIAAN VAN DER PLOEG

Op een ochtend in 2000 ontwaakt landschapsarchitect Dirk Sijmons (1949) in een nieuw tijdperk. De avond ervoor heeft hij een stukje gelezen over de Nederlandse Nobelprijswinnaar Paul Crutzen. De wetenschapper beschrijft daarin hoe hij op een congres over het holoceen sprak als 'ons' tijdvak. Ineens realiseerde hij zich dat er de afgelopen eeuw zo veel door menselijk ingrijpen is veranderd, dat er sprake lijkt van een nieuwe periode. Als de wekker de volgende dag gaat, weet ook Sijmons: we leven in het antropoceen, het tijdperk van de mens.

Het idee heeft zijn blik op de wereld ingrijpend veranderd, vertelt Sijmons in de Rotterdamse Kunsthal. Daar opende afgelopen donderdag de Internationale Architectuurbiennale Rotterdam (IABR), waarvan hij curator is. 'Door het menselijk ingrijpen te zien als een natuurkracht die op de aarde inwerkt, is de schijntegenstelling tussen natuur en menselijke samenleving onderuitgehaald. Stad en natuur blijken geen tegenpolen; de mens is van nature stedelijk', stelt de landschapsarchitect - winnaar van de Maaskantprijs en hoogleraar in Delft - uitdagend. Vandaar de titel van de biënnale: Urban by Nature.

Urban by Nature is een 'pragmatische en optimistische' zoektocht naar oplossingen voor de grote milieuproblemen waarmee de mensheid zich geconfronteerd ziet. 'In het woord antropoceen klinkt een waarschuwing door. Dat wij sterk genoeg zijn om de aarde te manipuleren, is niet iets om trots op te zijn. Het heeft geen zin moralistisch te doen en je schuldig te voelen, of te zeggen dat we te onbeduidend zijn om er iets aan te doen. 80 procent van de aarde die niet met ijs is bedekt, is door de mens ontgonnen. Zelfs op de resterende 20 procent is onze invloed merkbaar. Er bestaat niet zoiets als terug naar de natuur, we moeten vooruit.'

De sleutel ligt volgens Sijmons in de stad, onze habitat. 'De klimaat- en voedselproblemen komen voort uit de alsmaar groeiende steden. Dat betekent dat we daar ook de oplossing moeten zoeken. We moeten stoppen met onze troep 'over de schutting' te gooien of het buitengebied krampachtig tegen onszelf beschermen. We moeten de relatie tussen stad en natuur inzetten om onze leefomgeving beter te maken.'

Hij gelooft dat het goed kan komen, dankzij het vernuft van de mens. 'Dat brengt ons in de problemen, maar stelt ons ook in staat eruit te komen.'

De 500 inzendingen voor de biënnale bewijzen dat. Daarvan zijn er 115 in de Kunsthal te zien. Sijmons hoopt dat mensen echt anders naar de stad, de natuur gaan kijken, en vooral naar die combinatie. 'Als dat lukt, is de tentoonstelling voor mij geslaagd.'

De stad als organisme

Zoals het museum Corpus bij Leiden een inkijk biedt in het menselijk lichaam, zo krijg je in hal 2 van de Kunsthal inzicht in de werking van de darmen, longen, nieren en bloedvaten van de stad. Het metabolisme is volgens Sijmons een bruikbaar instrument voor ontwerpers om de organisatie van stad te verbeteren. Door de verschillende stofstromen - voedsel, vracht, energie, water, zand, afval, lucht, bouwmaterialen en mensen - in kaart te brengen, kunnen systemen worden geschakeld en kringlopen gesloten.

Bureau FABRIC en James Corner Field Operations hebben gekeken naar de stofwisseling van Rotterdam. Ze ontdekten dat de restwarmte die door de havenbedrijven in het water wordt gedumpt gelijkstaat aan de energie die 1,5 miljoen huishoudens verbruiken. Hun voorstel is deze stromen met elkaar te verbinden. Hiervoor hebben zij een aantal hittebunkers ontworpen. De restenergie wordt diep onder de grond opgeslagen, goed geïsoleerd door de aarde. Het schakelcentrum bevindt zich in het bovengelegen paviljoen, dat door de opvallende architectuur niet alleen het visitekaartje van het energienetwerk is, maar ook een publieke functie krijgt. Als uitkijktoren, buurtcentrum of café. Een ander idee is de warmte uit de havens te koppelen aan de kassen in het Westland.

De Tapijtmetropool

Het wandkleed in de Galerij van de Kunsthal, waarop het Brabantse stadslandschap is afgebeeld, verbeeldt de stad van de toekomst: de Tapijtmetropool. Het landschap heet zo vanwege zijn uitgestrektheid en mozaïekachtige karakter. Sijmons: 'Ontwerpers hebben de neiging hun aandacht te richten op het dichte en dynamische deel van de stad. De city met zijn wolkenkrabbers, waar kosmopolieten aan cocktails nippen in hippe restaurants. De realiteit is dat stadslandschappen voor het overgrote deel bestaan uit suburbs, havens, industriegebieden, mijnen en meubelboulevards.' Daarbij komt dat steden steeds verder 'verdunnen'; als een stad in inwonersaantal verdubbelt, vergt dit een verdrievoudiging van het oppervlak.

Sijmons pleit ervoor de ruimtelijke regie op tapijtschaal te voeren; hij denkt in gebieden. Lucht, rivieren, handel en verkeer houden zich niet aan gemeentelijke grenzen. Sijmons spreekt van de ABC-metropool Amsterdam-Brussel-Keulen (Cologne).

In opdracht van de IABR onderzocht een team van ontwerpers (Architecture Workroom Brussels, Floris Alkemade en LOLA Landscape) Brabantstad, dat zou kunnen uitgroeien tot een Tapijtmetropool. Dit roept vaak associaties op met terreinen vol bedrijfsloodsen en fastfoodketens, maar uit het onderzoek blijken juist de voordelen. Tussen de bebouwde gebieden liggen plekken waar je in het groen kunt wonen, er is ruimte voor stadslandbouw en recreatie. De kunst is volgens de ontwerpers het 'tapijt' slimmer te verknopen. Het watersysteem speelt daarbij de hoofdrol. Het kalkrijke Maaswater wordt ingezet bij de bewatering van landbouwgrond, het bekenstelsel wordt juist gekoppeld aan 'natte' natuurgebieden, terwijl regenwater gezuiverd wordt in nieuwe boomkwekerijen.

De onderaardse stad

Als het aankomt op het ondergrondse deel van de stad, steken we graag onze kop in het zand. Wat je niet ziet, bestaat niet, lijkt de gedachte. Ondertussen liggen daar wel waterleidingen, elektriciteits- en glasvezelkabels, riolering, tunnels, parkeerkelders, CO2-opslag, mijnen en onze belangrijkste inkomstenbron: de gasvelden.

Met de expositie onder in de Kunsthal wil Sijmons de verwaarloosde relatie tussen stad en ondergrond aan de orde stellen. Een van de interessantste projecten is het ontwerp dat Atelier Girot maakte voor het Zwitserse dorp Sigirino. Het dorp zat opgescheept met 3,7 miljoen kubieke meter zand en steen, afkomstig uit de tunnels die dwars door de Alpen zijn gegraven voor een hogesnelheidstrein richting Italië. In plaats van het puin als afval te behandelen en in een depot te dumpen, werd besloten een team van ontwerpers, ecologen en milieukundigen te vragen het materiaal om te vormen tot een kunstmatige berghelling. Met behulp van 3D-technieken zijn zand en steen haast onzichtbaar tegen de berg 'vastgekleid'. Dankzij de toevoeging van compost groeien straks planten op de heuvel, zodat deze onderdeel wordt van het landschap.

De oudste steden waren van aarde - denk aan de Malinese stad Djenne of de rotsstad Petra in Jordanië. Bijna 7.000 jaar hebben we het met die materialen gedaan. Pas sinds de industriële revolutie en de opkomst van het modernisme hebben architecten een voorliefde voor beton, staal en glas. Op de biënnale is een tegenbeweging zichtbaar: bouwen met natuur. Een van Sijmons favoriete projecten is de Zandmotor, een opgespoten eiland voor de kust van Zuid-Holland, dat de 'zandhonger' van de Oosterschelde moet stillen. Door de golfslag verdwijnt zand van de kust in zee, door de Zandmotor wordt dat weer aangevuld. Daarnaast staan metalen korven met oesterschelpen, de bouwstenen van oesterbanken in de Oosterschelde. Oesterlarven hechten zich aan de schelpen, zodat een levend rif ontstaat; de korven roesten langzaam weg. Doordat het rif de erosie van de zandplaten voor de kust afremt, blijft het vogelgebied op de slikken intact. Bovendien behouden de zandplaten, die de golfslag breken, hun beschermende functie voor de dijken.

Voor de Rebuild by Design competitie, die Amerikaanse overheid uitschreef voor de door orkaan Sandy getroffen oostkust, ontwierp het Nederlandse landschapsbureau West 8 een reeks 'stormeilanden'. De eilanden, die voor de baai van New York liggen, voorkomen dat bij storm water in de monding van de Hudson wordt opgestuwd. Met deze eilanden is het niet langer nodig 1.400 kilometer aan dijken te bouwen; beperkte aanvullende ingrepen volstaan. Ook biedt het project commerciële kansen - essentieel aangezien in Amerika de verdediging tegen water door de markt wordt gefinancierd. Op de duinen en stranden kunnen windmolens worden gebouwd en recreatiegebieden worden aangelegd.

Ook aanbevolen in de Kunsthal

1 Rainmaker Voor de zeer droge stad Casablanca heeft een internationaal onderzoeks/ontwerpteam een waterplan gemaakt waarin geen druppel regenwater meer via de riolering in de oceaan verdwijnt. Door de verdamping van water in boomgaarden en buurttuinen ontstaat zelfs regen.

2 Pannenland Voor dit land-artproject zijn vijfduizend dakpannen in een strak grid op het strand van Terschelling geplaatst. Bij harde wind hoopt het stuifzand zich op rond de pannen en wordt een oerproces zichtbaar waaraan de Waddeneilande hun bestaan danken: jonge duinvorming.

3 Park Pompenburg De laatste schakel in de Luchtsingel, de houten loopbrug die van station Rotterdam Centraal naar de wijk Hofbogen loopt. Het park - met sportveld, bar en stadslandbouw -wordt de komende maanden voor en door Rotterdammers aangelegd. Het wordt op de laatste dag van biënnale geopend met een urban picknick.

4 BTK Een gedachte-experiment: wat als we in plaats van btw (belasting toegevoegde waarde), btk zouden betalen, belasting toegevoegde koolstof? Een ontwerpteam onderzocht de gevolgen en bracht de prijsstijgingen en -dalingen in beeld.

5 Afval incubator In Lagos, Nigeria, werkt bureau Fabulous Urban in de arme wijk Makoko aan een strategie om het afvalprobleem om te buigen tot een 'economische motor'. Organisch afval, inclusief poep en plas, wordt verwerkt tot biogas waarmee accu's kunnen worden opgeladen die huishoudens van elektricteit voorzien. Het bijproduct mest wordt gebruikt bij het telen van groenten.

Bouwen met natuur

Internationale Architectuurbiennale Rotterdam: tot 24/8. Hoofdtentoonstelling: Kunsthal en Natuurhistorisch museum, Rotterdam. Daarnaast wordt tot 9/7 een uitgebreid programma georganiseerd van conferenties, lezingen en debatten en excursies. Info op iabr.nl

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden