Homeland (1)

Na drie afleveringen zijn Nicholas Brody en Carrie Mathison je merkwaardige buren geworden.


Het 'casten' van acteurs lijkt me een van de moeilijkste professies in de filmwereld. Het is handel in iets ongrijpbaars als geloofwaardigheid. Je hebt een karakter, en daar moet een gezicht bij, een stem, een blik, een houding waarvan je zegt: dat is 'm. Kom er maar eens om.


De casting van Homeland grenst aan de perfectie. Damian Lewis was Shakespeare-acteur in Londen en brak door in de VS met Spielbergs Band of Brothers. En dat allemaal om klaar te zijn voor de rol van Nicolas Brody, die eigenlijk geen rol is. Na aflevering 2 weet je zeker dat het anders ligt en dat Damian Lewis een rol is van Nicolas Brody. Alles klopt, al weet je dus niet precies waarom. Zijn blik, zijn intonatie - zelfs het lichte spraakgebrek.


Carrie Mathison is de tweede briljante keuze. Duizenden ambitieuze actrices die een geweldige maar helaas manisch-depressieve CIA-agente zouden kunnen neerzetten, en dan uitgerekend Claire Danes eruit pikken, die Mathison is: dan kun je wat.


Die twee kruipen in je huid en na drie afleveringen zijn het je merkwaardige buren geworden. En dan heb ik het alleen nog maar over de twee hoofdrollen. Er zitten in Homeland geen 'miscasts' - zoals dat bijvoorbeeld zelfs in een geniale serie als The Soprano's zo nu en dan wel het geval is. In Homeland klopt elke rol. Ik wist bijvoorbeeld zeker dat er bij Al-Qaida écht een Abu Nazir werkzaam was, tot onderzoek uitwees dat het een verzonnen naam betrof. Maar Navid Negahban mag dus wel oppassen dat hij binnenkort niet écht te grazen wordt genomen door de CIA, want die jongens weten fictie en werkelijkheid vaak nog minder goed te scheiden.


Doordat Homeland je meteen keihard bij je kruis pakt, is het een typische mompelserie, voor mij het ultieme bewijs van kwaliteit. Ik betrapte mezelf erop dat ik tijdens het kijken continu zat te mompelen. 'Hij liegt! Hij liegt', 'Motherfucker!', 'Gottegot, dit wordt een bloedbad!', 'Pas op, achter je!' Ze zijn er in Homeland in geslaagd de afstand tussen kijker en beeld zo klein te maken, dat je na een stomp in de maag spontaan voorover klapt op de driezitter, met ademnood en al. Dat komt ook door de manier waarop er is gefilmd, reportage-achtig, alsof ook de cameraman is verrast door wat zich voor zijn lens afspeelt.


Je kunt je in Homeland identificeren met de hoofdpersonen, maar die zijn voor de gemiddelde kijker wellicht een beetje te vreemd om helemaal in op te kunnen gaan. Zelf voelde ik een sterke drang tot identificatie met Saul Berenson, de baas en toch ook een soort van vriend van Carrie Mathison bij de CIA. Saul is een Mensch - al mag niet worden uitgesloten dat hij in de derde serie een verrader blijkt te zijn, iets waarvan ik heel erg hoop dat het niet zo is.


Homeland gaat snel. Er gebeurt nooit eens een weekje niks, de scenarioschrijver stapelt maar door. Zoals bij elk goed verhaal vraag je je steeds af hoe hij zich nu weer zal redden uit de door hemzelf gecreëerde complicaties en hoe hij gaat voorkomen dat de ingewikkelde plotlijnen hopeloos verstrikt raken. Maar Alex Gansa blijkt een scenario-Houdini.


Deugt er ook nog iets niet aan Homeland? Er word je voortdurend essentiële informatie onthouden. Je gist je een slag in de rondte en het verhaal kantelt aan de lopende band en laat je steeds weer in totale verwarring achter - snel de volgende! De weggelaten info is een verteltruc waarvan in Homeland intensief gebruik wordt gemaakt.


Aan de andere kant: in het gewone leven is het vaak niet anders, dus misschien is Homeland wel gewoon de perfecte tv-serie.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden