InterviewEmile Schrijver

Holocaustmuseum gaat door dankzij Duitse miljoenen. ‘Shoah voltrok zich in felste zonlicht. Dat willen wij tonen’

Emile Schrijver, directeur van het Nationaal Holocaust Museum in Amsterdam. ‘Anne Frank heeft de andere slachtoffers wel enigszins weggedrukt. Ze heeft met hen gemeen dat zij slachtoffer werd van de Shoah, maar er zijn onderling ook veel verschillen.’Beeld Arie Kievit

De Duitse regering stelde maandag 4 miljoen euro beschikbaar, waardoor Emile Schrijver zijn plannen voor het Nationaal Holocaust Museum kan verwezenlijken. Het zal, zegt de directeur, niet de manipulatieve duisternis krijgen van andere musea. ‘Die benadering wijs ik met kracht af.’

Aan de Plantage Middenlaan in Amsterdam, tegenover de Hollandsche Schouwburg, is sinds 2016 het Nationaal Holocaust Museum gevestigd. Een grootse benaming voor wat tot dusverre slechts een intentieverklaring was: hier komt ooit, als er voldoende middelen voor zijn vergaard, een museum waarin het lot van de Joden in Nederland tijdens de Duitse bezetting zichtbaar wordt gemaakt.

Sinds maandag weet algemeen directeur Emile Schrijver (57) zeker dat hij zijn plannen kan verwezenlijken. De Duitse regering stelde 4 miljoen euro beschikbaar en daarmee is de begroting voor de bouw en de exploitatie (zo’n 27 miljoen euro) vrijwel sluitend – op zo’n 6 miljoen euro na. Om te benadrukken hoeveel waarde de regering in Berlijn hecht aan het Nederlandse museum, had minister van Buitenlandse Zaken Heiko Maas persoonlijk naar Den Haag zullen komen om de schenking wereldkundig te maken. Vanwege de crisis in het Midden-Oosten moest hij te elfder ure afzien van dit voornemen.

Vertrouwen

Dat doet, zegt Schrijver, niets af aan het belang van de Duitse bijdrage en aan het vertrouwen dat eruit spreekt. ‘Als wij al ergens op hadden gerekend, dachten we aan een bedrag in de orde van grootte van 1 miljoen euro. Zeker niet aan het viervoud daarvan.’ Op 2 februari sluit het provisorische museum zijn deuren voor het publiek om, tijdens een ingrijpende renovatie van enkele jaren, de gestalte aan te nemen die de initiatiefnemers voor ogen stond.

Eén ding is zeker: het Nationaal Holocaust Museum zal geen kopie worden van de zusterinstellingen in Berlijn en Washington. ‘Ik vind het problematisch hoe de stemming van de bezoeker daar wordt gemanipuleerd. Donkere sluizen en duistere treinwagons moeten daar een gevoel van beklemming oproepen. Die benadering wijs ik met kracht af. Al was het maar omdat de Holocaust, of Shoah, zich niet in het aardedonker heeft voltrokken maar in het felste zonlicht. In het bijzijn van daders en toeschouwers. Dat willen wij in ons museum tot uitdrukking brengen. Het gebouw zal dus licht en helder zijn, en het zal zijn vroeg-20ste-eeuwse kenmerken behouden.’

Betekenisvolle plek

Het Nationaal Holocaust Museum is gehuisvest in de voormalige Hervormde Kweekschool, eigendom van de gemeente Amsterdam. Een betekenisvolle plek: de achtertuin van het pand grensde aan die van de crèche waar in de jaren 1942 en ’43 kinderen waren ondergebracht van Joodse ouders die in de tegenovergelegen Hollandsche Schouwburg wachtten op transport naar Westerbork, Vught en verder. Zo’n zeshonderd van die kinderen werden, via de belendende tuinen, doorgesluisd naar de kweekschool – van waaruit ze naar onderduikadressen in het hele land werden overgebracht. Met hun begeleiders konden de kinderen – buiten het blikveld van de bewakers van de Hollandsche Schouwburg – het pand verlaten als de tram stil hield bij de halte voor de entree.

In de Hollandsche Schouwburg (sinds 1961 een herdenkingsplek voor de ongeveer 46 duizend Joden die er hebben vastgezeten), de tramhalte en de voormalige kweekschool komen meerdere aspecten van de Shoah samen, zegt Schrijver. ‘De schouwburg was het voorportaal van de dood en de plek van het verraad: hier konden mensen die Joodse onderduikers hadden aangegeven hun kopgeld van 7,50 gulden per persoon innen. In de kweekschool, aan de overkant van de straat, kregen de hoop en het verzet gestalte.’

Hollandse Schouwburg, Tweede Wereldoorlog. Een Joods meisje zwaait op de binnenplaats naar een vriendin die even verderop woont.Beeld Lydia van Nobelen-Riezouw

Eén foto uit de collectie van het Holocaust Museum maakt de macabere bestemming van de Hollandsche Schouwburg in het bijzonder zichtbaar. Ze toont een (Joods) meisje dat, gadegeslagen door onder anderen een Nederlandse politieman, op de binnenplaats van de schouwburg zwaait naar een vriendinnetje dat even verderop woont. Vrijheid en onvrijheid, dood en leven zijn hier enkele tientallen meters van elkaar gescheiden.

Onbevattelijk drama

Zo’n foto laat de menselijke dimensie zien van het onbevattelijke drama van de Shoah – dat, zegt Schrijver, zoveel groter was dan een genocide omdat ze niet alleen een bevolkingsgroep trof maar de hele Joodse cultuur in Europa. ‘Laat ik nu niet aankomen met dat modieuze woord narratief, of verhaal. Maar we laten mensen zien die werden weggerukt uit het leven. Velen, zeker buiten Nederland, denken daarbij vooral of uitsluitend aan Anne Frank en haar familie. Het is natuurlijk goed dat hun lotgevallen wereldwijd zo tot de verbeelding spreken, maar Anne Frank heeft de andere slachtoffers wel enigszins weggedrukt. Ze heeft met hen gemeen dat zij slachtoffer werd van de Shoah, maar er zijn onderling ook veel verschillen. Bijvoorbeeld dat lang niet elke Jood in Nederland over het geld en de connecties beschikte om te kunnen onderduiken.’

Hoe de Shoah – met vermijding van effectbejag – zal worden getoond, is nog niet in detail bekend. Maar de bezoeker van het Nationaal Holocaust Museum zal in elk geval niet de indruk krijgen dat de Shoah onafwendbaar was, weet Schrijver nu al. ‘Dat hoor en lees je vaak: dat de vernietiging van de Joden onvermijdelijk was toen Hitler aan de macht kwam. Dat lijkt mij onzin. Sinds 1933 zijn er vele momenten geweest waarop de weg naar het noodlot had kunnen worden omgebogen. Door machthebbers binnen en buiten Duitsland, maar ook door toeschouwers die ervoor kozen niet te handelen. Als er íéts afwendbaar was, was het de Shoah wel.’

Holocaust of Shoah?

Voor de industriële vernietiging van Joden in Europa zijn uiteenlopende benamingen gebruikt. In de eerste jaren na de oorlog spraken overlevenden over familieleden die waren ‘weggehaald’ of ‘verdwenen’. Daarna werd vooral het, zakelijk aandoende, begrip ‘Jodenvervolging’ gehanteerd. Sinds de gelijknamige Amerikaanse televisieserie in 1978 is Holocaust – letterlijk: brandoffer aan een godheid – de meest gangbare term (vaak ook op z’n Amerikaans uitgesproken). ‘Bij de naamgeving van het Nationaal Holocaust Museum hebben we, vanuit communicatief oogpunt, dan ook voor deze naam gekozen’, zegt Schrijver. ‘Hoewel brandoffer natuurlijk een hoogst ongelukkige omschrijving is van het lot van de Joden tijdens de oorlog.’ Binnen het museum wordt dan ook bij voorkeur over Shoah gesproken, Hebreeuws voor ‘catastrofe’ of ‘ramp’. Geleidelijk vindt dit begrip ook ingang buiten de Joodse gemeenschap.

Joods Cultureel Kwartier

Het Nationaal Holocaust Museum is onderdeel van het Joods Cultureel Kwartier in Amsterdam. Dit is de verzamelnaam van instellingen die samen de geschiedenis van de Joodse gemeenschappen in Nederland laten zien. Dit zijn, naast het Nationaal Holocaust Museum, de Hollandsche Schouwburg, de Portugese Synagoge, het Joods Historisch Museum (dat al sinds 1932 bestaat) en het Kindermuseum.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden