Holocaust als design

De oorlog gaat niet met pensioen, ook niet in de kunsten. De bouw van het Buchenwaldhek van Studio Job is uitgesteld. Waarom is de ene kunstsoort aanstootgevend en de andere niet?

Als een carbidontploffing explodeerde er eind vorig jaar plots een heuse discussie. Dankzij de media-aandacht van De Wereld Draait Door. En vooral door de aanleiding zelf: het hekwerk dat Studio Job had ontworpen voor een rijke kunstverzamelaar in Bentveld. Ene Jack Bakker, volgens zakenblad Quote. Vorige week is bekend geworden dat de gemeente Zandvoort, waaronder Bentveld valt, de beslissing om het hek te laten plaatsen heeft opgeschort. En schijnt het ontwerp te zijn aangepast. Maar een fikse rel was geboren. In het tv-programma lieten Job Smeets en Nynke Tynagel verschillende schetsen zien. En die logen er niet om.


Op landgoed Groot Bentveld zou een toegangspoort verrijzen die wel erg lijkt te refereren aan de poort van het concentratiekamp Buchenwald. Met rokende schoorstenen, een ingenieus vlechtwerk van prikkeldraad en een bel waarop de Latijnse tekst zou prijken suum cuique, in het Duits: Jedem das Seine. En dat niet alleen. Aan tafel bij Matthijs van Nieuwkerk lieten de twee kunstenaars ook hun (afgewezen) voorstel zien voor het Groninger Museum: een tafelkleed met wachttorens, verbogen brilletjes, prikkeldraad en spoorwegrails.


Alle overeenkomsten met de jodenvervolging ten spijt, schutterde Smeets dat hij dat 'niet per se' zo zou willen zien. Hij wilde hét icoon van een hek verbeelden, en kwam toen op het exemplaar uit van KZ Lager Buchenwald. Want ja, voegde Tynagel daar aan toe, je hoeft als ontwerper niet altijd goed nieuws te brengen. En trouwens, vervolgde ze, was het suum cuique niet 'eigenlijk een hele luchtige uitspraak'? Het is gewoon een thematiek.


Holocaust en kunst - de combinatie is niet nieuw. En zeker geen vondst van het designbureau van Smeets en Tynagel. Sinds 1945 zijn de verschrikkingen van de Tweede Wereldoorlog een blijvertje gebleken. Het leidde tot een constante aanvoer van thematiek en inspiratie voor kunstenaars, schrijvers, theatermakers, popmusici. Aanvankelijk vooral onder de Duitsers zelf die zich 'hun' oorlog waagden te verbeelden. Als een vorm van verwerking. Als berusting dat het kwaad nu eenmaal deel van de Duitse volksaard was.


Bandjes als Kraftwerk en Deutsch Amerikanische Freundschaft flirtten met de nazi-esthetiek van bruinhemden, de schoonheid van een scherpe haarscheiding of de geoliede machinerie van legerlaarzen en hoekige bewegingen. Kunstenaar Markus Lüpertz schilderde staalhelmen en kanonnen; Georg Baselitz zijn adelaars. Anselm Kiefer liet zich fotograferen terwijl hij de Hitlergroet bracht. Rainer Werner Fassbinder schreef zijn omstreden toneelstuk Het vuil, de dood en de stad, over een naoorlogse maatschappij in ontbinding, met als een van de hoofdrolspelers een 'rijke Jood', projectontwikkelaar in Frankfurt.


Twintig, dertig jaar na de verloren oorlog bleken de Duitsers een tweede veldslag op te voeren, in eigen huis, onder hun gelijken. Een intern generatieconflict dat de resten van de naziperiode nog eens onder de loep nam, en soms hardhandig en controversieel ter discussie stelde. Maar hoe verder de oorlog in het verleden wegglijdt, hoe meer kunstenaars zich tegenover die oorlog proberen te verhouden. Ook uit andere landen. En ook over onderwerpen waarop daarvoor een verbod lag, zoals de Holocaust, de gaskamers, Zyklon B, de ovens. Dat er ook onder de gevangenen in de kampen werd gemoord en verkracht, zoals schilder Ronald Ophuis verbeeldde.


De jodenvervolging is niet langer een no go area voor kunstenaars om er hun verbeelding op los te laten. Wat vroeger niet kon, kan nu wel. Wellicht omdat je vijfenzestig jaar na dato sterke beelden nodig hebt om de geschiedenis levendig te houden. En wie een punt wil maken, komt uiteindelijk bij het taboe onder de taboes uit: de jodenvervolging.


Tegelijkertijd - en daar zit iets dubbels in - blijft er het respect en de serieuze benadering. De oorlog mag dan inmiddels meer dan vijfenzestig jaar geleden zijn beëindigd, de verschrikkingen zelf zijn niet gepensioneerd, noch de herinnering daaraan. Ze vormen nog steeds een ijkpunt van wat menselijke beschaving inhoudt, of het gebrek eraan. Voor wat er in het geheugen van bijblijft. Voor andere verschrikkingen die elders en later hebben plaatsgevonden.


Kunstenaars getuigen daarvan. Door het onbegrijpbare en ongelooflijke van beelden te voorzien, waardoor het iets begrijpelijker en geloofwaardiger wordt. En actueel. De Poolse kunstenaar Zbygniew Libera ontwikkelde enkele jaren geleden een miniatuur concentratiekamp dat je met LEGO-stenen zelf kon bouwen. Luc Tuymans schilderde een gaskamer alsof het een achteloos schuurtje is, met een afvalputje, bij je buren of in je eigen achtertuin. Joep van Lieshout gebruikte het ontwerp van de kampbarakken om er een heropvoedingskamp van te maken. Kunstenaars leggen een link naar de hedendaagse maatschappij. De Tweede Wereldoorlog met de toenmalige Holocaust mag dan weliswaar een afgesloten periode zijn, de herinnering er aan moet levend gehouden worden. Door er op te wijzen hoe vervagend het geheugen werkt (Tuymans), hoe toepasselijk de Duitse efficiëntie nog steeds is (Van Lieshout) of hoe consumptief de oorlog met regelmaat wordt uitgemolken (Libera).


Afgaande op wat er de laatste jaren aan Holocaustkunst is gemaakt, zou Tynagel wel eens gelijk kunnen hebben: het is inderdaad thematiek geworden. Een onderwerp. Direct of metaforisch. In alle denkbare gradaties. Van beladen en ideologisch onderbouwd tot verrassend luchtig en humoristisch. Zo ontwierp de Israëlisch-Nederlandse Ram Katzir een kleurboek voor kinderen en volwassenen met tekeningen van Hitler, gezonde Duitse jongeren en andere beeltenissen uit de nazitijd. De Duitser Ottmar Hörl bracht zevenhonderd glanzende beeldjes op de markt, van kabouters die allemaal hun rechterarm strekten. Voor 40 euro kon je een tuinexemplaar kopen.


Natuurlijk, de eerste impressie van deze kunstwerken was een luchtige. Maar schijn bedriegt. Katzir en Hörl wilden in kindertaal de zwaarte van het onderwerp naar voren brengen, net als Libera met zijn LEGO-doos. Dat het bewustzijn voor oorlogen iedereen met de paplepel moet worden ingegeven. En tegelijkertijd het besef dat achter of onder de vrolijke verschijning een dodelijke ernst schuil gaat. Dat een oorlog in werkelijkheid anders is dan hij zich ogenschijnlijk voordoet. En dat, volgens Körl, het fascisme nog steeds levendig aanwezig is - niet alleen onder kabouters.


Vraag Tuymans, Katzir, Van Lieshout of Hörl naar de beweegreden van hun Holocaustkunst, en je krijgt een verhaal. Over de falsificaties van de herinnering, het gebrek aan educatie, de blijvende onderhuidse fascinatie voor het 'Führer-Prinzip'. Ze hebben de oorlog tot een breder, eigentijds onderwerp gemaakt dat zowel ironie als zwaarte bezit.


Een thema dus. Maar anders dan wat veel ontwerpers tegenwoordig op de markt brengen. Met hun rage van porceleinen schedels, pistolen van zeep, AK 47's als schemerlamp. Of een hek à la Buchenwald. Zonder al te diepgaande motieven refereren ze aan een taboetje. Aan momento mori- en geweldssymboliek die stekelig is, maar losgezongen van welke (historische) context ook.


Wie de tentoonstelling van Studio Job in het Groninger Museum heeft gezien, zal dat beamen. Ondanks het fingerspitzengefühl dat Smeets en Tynagel voor 'onze tijd' hebben, kun je het ontwerpduo niet op enig engagement betrappen. Hun hedonistische benadering maakt van alles wat ze onder handen krijgen een blingblingwereld: kasten, wereldbollen, theekopjes, glas-in-loodramen. En om het oeuvre een beetje prikkelender te maken, nu ook een concentratiekamphek. De Holocaust als design, het zou natuurlijk de volgende stap in de acceptatie van de oorlog kunnen zijn. Maar dat is het 'm juist: wie wil nu dat de jodenvervolging een geaccepteerd lifestyleding wordt?


Dat was voor veel Rotterdammers even schrikken. Dat negen jaar geleden in 'hun' Museum Boijmans Van Beuningen, in een hoekje, plots een knielende Adolf Hitler was te zien. Het miniatuurbeeldje, van de Italiaanse kunstenaar Maurizio Cattelan, leek om vergiffenis te vragen voor het bombardement dat hij eerder op de havenstad had laten uitvoeren. Foto: ANP


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden