Hollywood aan de Schelde ****

De grote drie van de Vlaamse barok hingen al eerder in de Hermitage in Amsterdam. Het Rijksmuseum Twenthe toont ze nu als smaakmakers van de droomfabriek Antwerpen rond 1600.

beeldende kunst

Rubens, Van Dyck, Jordaens. Rijksmuseum Twenthe, t/m 28/9

rijksmuseumtwenthe.nl

Het is onvermijdelijk. Bekijk de Rubens, Van Dyck, Jordaens-tentoonstelling in Rijksmuseum Twenthe en automatisch maak je een vergelijking met de gelijknamige expositie een kleine twee jaar terug in de Hermitage aan de Amstel, Amsterdam. Ook daar stonden de grote drie van de Vlaamse barok op het affiche en ook daar fungeerden die grote drie als blikvangers voor een tentoonstelling die bij nadere beschouwing een dwarsdoorsnede bood van de hele era, rijp en groen, toen afkomstig uit de Hermitage, St. Petersburg. En zoals het gaat met dingen die op elkaar lijken: je verkiest de een boven de ander.

In dit geval wint de Enschede-expositie, met bruiklenen uit de collectie van het verbouwende Koninklijk Museum voor Schone Kunsten Antwerpen (KMSKA), nipt. Zij is kleiner, maar ook geconcentreerder. Het werk is ietsje, zij het niet heel veel, hoogwaardiger dan dat destijds in Amsterdam. Het is de presentatie die het verschil maakt; de royale en soms functioneel krappe manier - als in een kunstkamer - van ophangen. Het overkoepelende verhaal.

Het zijn ook de teksten, die de bruggen slaan naar het heden. Analogieën die een enkele keer geforceerd (aristocratische familieportretten gelijkstellen aan selfies, alsjeblieft) maar vaker verhelderend uitpakken. Een kunst die ze destijds in het museum aan de Amstel nog niet perfect beheersten. Hier wel.

Dit overkoepelende verhaal, een klassieker, speelt zich af in Antwerpen rond 1600. Een stad in bloei, florerende kunsthandel, aspirant-schilders die stonden te trappelen om in het atelier van een meester van naam aan de slag te gaan: Jordaens bij Rubens, Van Dyck bij Rubens; het doet denken aan huidige kunstmetropolen als Londen of Berlijn.

Wat daarbij treffend naar voren komt, is het expansieve karakter van dit Antwerpen. Hoe internationaal het allemaal was, met al die geschilderde altaarstukken, portretten, allegorieën, en naakten die in Italië, Spanje, Zuid-Amerika en god weet waar belandden. Een droomfabriek, dat was het. Hollywood aan de Schelde.

Een werkplaats met een strikte hiërarchie, dat wel. Bovenaan stond Peter Paul Rubens, hofschilder van Albert VII, aartshertog van Oostenrijk, en Isabella van Spanje. Rubens was de producent van katholieke blockbusters, bombastisch en emotioneel, de Spielberg van de contrareformatie. Hij werd direct gevolgd door Antoon van Dyck, die in de jaren twintig door Karel I naar Engeland was gehaald en uitgroeide tot hofschilder des konings. De nummer drie, op enige afstand, was Jacob Jordaens, schilder van boertige allegorieën. Daaronder: een humuslaag van specialisten in allerhande genres: landschap, portret, stilleven, dier-stuk en zo voort. Zij waren verwikkeld in een felle concurrentiestrijd en stuwden elkaar op.

In Enschede maken deze kleine meesters veel indruk. Van Jan Fijt hangt er een geweldig doek waarop een adelaar de borst van een woerd open bijt. Disney, maar dan een paar tikjes wreder. Gysbrecht Lytens is aanwezig met een onbehagelijk grauw winterlandschap, compleet met kale eikenbomen en nevel plus rondscharrelende lompenmannetjes. Daar gaan de white walkers uit Game of Thrones met vakantie.

Michaelina Wautier, een onbekende portrettist, blinkt in de portrettenzaal stilletjes uit met een dubbelportret van twee meisjes in bijbelse dracht. Tere kinderkopjes die je eerder verwacht bij een 19de-eeuwer als Thérèse Schwartze.

Dan de grote drie: Rubens is ondervertegenwoordigd, zoals meestal op dit soort groepsexposities, maar zijn schaalmodel van de Kruisafneming werkt enthousiasmerend. Je krijgt zin om het definitieve werk in de O.L. Vrouwekerk in Antwerpen te gaan bekijken.

Antoon van Dyck hangt hier met een portret van abt Cesare Scaglia. Wilt u weten hoe je een huilende man schildert? Hier moet u zijn. Van Jordaens mag De dochters van Cecrops vinden het slangenkind Erichthonius niet ongenoemd blijven. Een stilleven vermomd als drama: dochters, slangenkind, papegaai, kalkoen, het koperwerk - alles oogt opgeprikt als bloemen in een 17de-eeuws fantasieboeket.

En dan is er van diezelfde Jordaens Meid met fruitmand en liefdespaar. Dat is een pittig ding. Een vrouw met een mand gevuld met druiven staat voor een rechthoekig vlak, een raam, een portaal, een spiegel, een wormgat; dat is niet helemaal duidelijk. Een andere vrouw, een die sterk lijkt op de vrouw met de mand, houdt een kaars vast terwijl een grijnzende oude vent een arm om haar heen slaat, dit alles gadegeslagen door een bont gevederde papegaai, traditioneel het symbool voor imitatie en schilderkunst.

Een doordenkertje, dit werk. Het is een klassieke mindfuck, zoals die dubbelgangers in Mullholland Drive. Misschien gaat het over beeldhouwkunst versus schilderkunst (de dame met de kaars bevindt zich in een stenen omlijsting), of, zoals de begeleidende zaaltekst meldt, misschien behelst het een waarschuwing tegen teleurstellende illusies, geschilderd of anderszins. Een waarschuwing die ironisch genoeg zelf ook is geschilderd en die je gedachten rondjes laat draaien. In feite draaien ze nog steeds.

VERBOUWING MUSEUM

Het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten Antwerpen is wegens verbouwing tot 2018 gesloten; het Rijksmuseum Twenthe maakt een drietal tentoonstellingen met werk uit zijn collectie. Eerder toonde het Permeke en de Vlaamse expressionisten; voor dit najaar staan de Vlaamse primitieven op het programma: Jan van Eyck en de ontdekking van de wereld. De meeste werken zijn voor het eerst in Nederland te zien.

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden