Holleeder schrijft al 40 jaar lang misdaadgeschiedenis; dit is wat zijn criminele carrière de samenleving heeft gekost

Al vier decennia houdt Willem Holleeder politie en justitie bezig

Maandag staat Willem Holleeder weer eens voor de rechter. Dit keer voor opdracht geven tot huurmoorden. Over de man die misdaad-geschiedenis schreef is veel gezegd en geschreven. Behalve dit: hoeveel Nederlands belastinggeld is aan zijn vervolging uitgegeven? En hoeveel hebben we ervoor over?

Dit is de man die misdaadgeschiedenis schreef met zijn vileine humor en extreem gewelddadige delicten. Beeld Erik Kroes

Kosten noch moeite worden gespaard. Het verkeer wordt er zelfs voor stilgelegd. Het is 30 januari 2006 als een arrestatieteam in een reeks gepantserde auto's uit de BMW 7-serie met gillende sirenes iemand klemrijdt op de A10 rond Amsterdam. De hele wereld zal het weten: wij pakken Willem Holleeder op. Tijdens het daaropvolgende proces staan scherpschutters op het dak en tanks voor de deur van de extra beveiligde rechtbank. Tegen de aanklagers zegt Holleeder: 'U had me gewoon kunnen bellen hoor, dan was ik ook wel gekomen.'

Dit is de man die misdaadgeschiedenis schreef met zijn vileine humor en extreem gewelddadige delicten. Hij werd tot dusver vier keer veroordeeld voor onder meer bedreiging, mishandeling, afpersing en ontvoering. Ook vordert de Staat van hem 18 miljoen euro aan crimineel verkregen winst. Maandag staat hij opnieuw terecht. Nu voor het zwaarste delict in het strafrecht: opdracht tot huurmoorden. Een levenslange celstraf dreigt.

Al vier decennia houdt Willem Holleeder, die over drie maanden 60 wordt, politie en justitie bezig. Zijn naam duikt op in meer dan honderd strafrechtelijke onderzoeken. Zeven advocaten versleet hij. Minstens tien officieren van justitie bogen zich over zijn daden. Opgeteld bracht hij maandenlang door in rechtszalen en ruim 17 jaar in de gevangenis. Staatsbeveiligers stonden aan zijn bed toen Holleeder in een Leids ziekenhuis aan zijn hart werd geopereerd: hij mocht immers niet ontsnappen of door tegenstanders worden geliquideerd. Ruim 230 getuigen, in binnen- en buitenland, werden voor zijn huidige proces gehoord.

Bijna alles is al over hem geschreven. Eén vraag is nog niet gesteld: hoeveel heeft Willem Holleeder de Nederlandse belastingbetaler gekost? En: wat mág een misdadiger kosten?

De vraag is omstreden en geeft sommigen een ongemakkelijk gevoel. 'Niemand houdt zulke kosten bij', zegt hoogleraar besturen van veiligheid Ira Helsloot. Volgens hem is dat ten onrechte. Zou het debat hierover wel worden gevoerd, dan leidt dat tot een efficiëntere opsporing, stelt hij. 'Wanneer is het nog zinvol om door te gaan met opsporingswerk? Hoeveel bewijsstukken heb je nodig voor de rechtbank? Zulke vragen over de effectiviteit van politiewerk worden te weinig gesteld. Dat is raar. In de gezondheidszorg discussiëren we wel over de vraag: wat mag het kosten?'

Vraag je betrokkenen wat ze denken dat Holleeder de samenleving heeft gekost aan opsporing, berechting en detentie, dan variëren de antwoorden van '25 miljoen?' en 'waanzinnig veel' tot 'tientallen miljoenen, alleen al aan politiewerk'. Anderen zijn huiverig te antwoorden. Een betrokken officier van justitie laat weten dat hij de vraag niet gerechtvaardigd vindt. 'Het OM en de recherche doen wat zij moeten doen als de maatschappij bescherming behoeft', mailt hij, en hij wil om deze principiële reden niet aan dit artikel meewerken.

De kostenvraag voert minstens 37 jaar terug in de tijd, en misschien zelfs 42 jaar. Volgens Gert van Beek - destijds chef van het rechercheteam dat de Heineken-ontvoering onderzocht - belandt de naam van Holleeder voor het eerst in de politiekaartenbak in mei 1981: Holleeder wordt samen met bouwvakkers en aannemers gearresteerd omdat hij met veel geweld een groep krakers uit een pand aan de Amsterdamse Leidsegracht heeft geslagen.

Maar, blijkt uit Peter R. de Vries' boek De ontvoering van Alfred Heineken, ook voor die tijd was Willem Holleeder als crimineel actief. Nog voor zijn 18de verjaardag brengt hij zes weken door in jeugddetentie wegens koppelbazerij.

Wie is wie in het proces-Holleeder?

In het proces-Holleeder staat veel op het spel: als hij wordt veroordeeld, dreigt voor hem levenslang. Lees hier meer over de verdachte zelf, de aanklagers, advocaten en rechters in zijn proces en de mensen die hij zou hebben laten vermoorden.

Speedbootbende

En, voegt Joop van Riessen, voormalig hoofdcommissaris van Amsterdam, toe: mogelijk was Holleeder ook lid van een beruchte bende die verantwoordelijk werd geacht voor de zogenoemde speedbootovervallen. Op 2 april 1976 wordt de Amsterdamse binnenstad opgeschrikt door vier jongeren die met hoge snelheid in een witte speedboot door de grachten racen. Ze hebben zojuist het Gemeentegirokantoor beroofd en een hond beschoten. Via het water weten ze aan de politie te ontsnappen, samen met hun buit van zes ton aan guldens.

Deze 'speedbootbende' pleegt tot 1982 nog veel soortgelijke overvallen op postkantoren, banken en geldtransportbedrijven. Ze maken in totaal voor meer dan 6,5 miljoen gulden buit - een ongekend vermogen voor die tijd. In die jaren werkt een team van vijftien tot twintig rechercheurs aan de opsporing van de overvallers, vertelt Van Riessen, die destijds chef was van het bureau zware criminaliteit en roofovervallen. En hoewel de politie zegt bewijs te hebben tegen onder anderen Cor van Hout, de toenmalige criminele kompaan van Holleeder, is niemand er ooit voor vervolgd.

'Als je je eerste criminele feiten pleegt en je wordt niet gepakt, dan sterkt dat je in je idee: ik ben slimmer dan de politie', zegt voormalig onderzoeksleider Van Beek. 'Zulke spectaculaire overvallen geven je het gevoel oppermachtig te zijn. En dat merkten we tijdens de Heineken-ontvoering.' Over het recherchewerk destijds schreef Van Beek het boek Meneer Heineken, het is voorbij.

In 1983 wordt Nederland opgeschrikt door de ontvoering van Freddy Heineken en zijn chauffeur. Wekenlang houden de daders politie, politiek en de media in hun greep. Ze communiceren onder meer via advertenties in De Telegraaf, noemen zichzelf 'Adelaar' en de politie 'Haas', en dwingen de recherche advertenties - à 35,80 gulden - te plaatsen in de rubriek 'Felicitaties'. Van Beek: 'Alsof de politie de ontvoerders moest feliciteren omdat ze zo slim waren geweest om Alfred Heineken te ontvoeren. Het getuigt allemaal van hooghartigheid.'

Dwaalsporen

Als een delict levensbedreigend is, mogen de kosten geen rol spelen, stelt Van Beek. 'Je hebt maar één doel: zorgen dat mensen die nog leven, blijven leven.' Talloze door de daders verspreide dwaalsporen liet hij destijds uitrechercheren - van een kapotte bril in de vluchtauto die niets met de ontvoerders te maken bleek te hebben tot een valse kentekenplaat en 11.743 velletjes Duits typemachinepapier - in de hoop dat het ze richting de daders bracht. Van de 1.200 tips werden er 547 nagetrokken - de 547ste was de gouden tip. De nacht dat het losgeld van 35 miljoen gulden aan de overvallers werd overgedragen, waren 300 rechercheurs in touw, van wie er zich 130 overal in Nederland hadden verstopt in bermen bij verkeersknooppunten om kentekens te noteren.

Hoeveel het allemaal heeft gekost? Van Beek weet het niet. En bovendien, zegt de toenmalig teamchef, het in kaart brengen van al die kosten kan statusverhogend werken. 'Dat verdient iemand als Holleeder niet.'

Ook vreest hij dat de vraag onderbuikgevoelens kan stimuleren. Holleeder zat in totaal zo'n 17 jaar gedetineerd, à 200 euro per dag. Al twee jaar verblijft hij in de zwaarbeveiligde EBI, wat 532 euro per dag kost. 'Deze rekensom zou het sentiment kunnen aanwakkeren: hadden we de doodstraf maar', zegt Van Beek. 'Humane, beschaafde rechtspraak kost nou eenmaal geld. Maar er zijn genoeg onderbuiken die zeggen: leg ze dan maar om.'

Ook van de strafrechtelijke onderzoeken naar Holleeder na de Heinekenontvoering zijn geen kosten geregistreerd. Na zijn vrijlating in 1992 komt de ontvoerder al snel weer in het vizier van justitie, onder meer tijdens een onderzoek naar soft- en harddrugshandel, waarin onder andere zijn kompaan Cor van Hout wordt verdacht van hasjsmokkel vanuit Marokko. In het zogenoemde City Peak-onderzoek, dat in 1994 wordt gestart en jarenlang zal duren, 'werden op een gegeven moment wel vijftig tot zestig telefoons getapt. Dat moest allemaal worden uitgewerkt', zegt een van de betrokkenen. 'We hoorden van alles over de tap. Van echtelijke ruzies tot scheldpartijen. We kregen ook mee waardoor de vriendschap tussen Van Hout en Holleeder verslechterde. Willem weigerde een drugsopbrengst met Cor te delen. En hij bedreigde Cors kinderen - toen al. We hoorden Cor tegen Willem zeggen: hé glazen kaak, opsodemieteren, je bent niet meer de gabber van vroeger. Waarop Willem antwoordde: ik heb altijd met jou te maken - dat soort teksten.'

Het onderzoek City Peak resulteert uiteindelijk in honderden ordners met dossierstukken en een veroordeling voor Cor van Hout. Maar hoewel justitie op dat moment Holleeder al wel als 'een hele grote vis' beschouwt, wordt hij in deze zaak niet vervolgd. 'Hij was te slim. Hij had de gave om buiten de gevarenzone te blijven', aldus een van de opspoorders. 'Wij denken dat hij niet zelf met zijn handen in de drugs zat, maar anderen voor zich liet werken.' Voldoende bewijs voor die bewering vond justitie echter niet.

Nergens bijgehouden

De jarenlange onderzoeken - na City Peak volgde onder meer Kolbak over de afpersing van vier vastgoedhandelaren onder wie de geliquideerde Willem Endstra - hebben inmiddels geresulteerd in een onmogelijk te lezen hoeveelheid papierwerk. Alleen al de laatste drie grote zaken waarin Holleeder een prominente rol speelt - afpersingszaak Kolbak, het liquidatieproces Passage en de huidige strafzaak Vandros - beslaan bijna duizend ordners van zo'n 350 pagina's per deel.

Een rondgang langs politie en het Openbaar Ministerie leert dat kosten nergens worden bijgehouden. Alleen de rechtbanken kunnen een indicatie geven over de prijs van de berechting. In principe worden rechtbanken achteraf betaald per uitgesproken vonnis - de politie en het OM krijgen daarentegen vooraf een budget toegewezen. Maar bij megazaken, zoals die tegen Willem Holleeder, houden rechters uren bij, legt de woordvoerder van de Raad voor de Rechtspraak uit. Zo heeft het omvangrijke Passage-proces, waarin veronderstelde handlangers van Willem Holleeder terechtstonden, dat 10 jaar duurde en zo'n 400 zittingsdagen telde, 4,7 miljoen euro gekost aan 'rechterswerk'. Ter vergelijking: de omvangrijke zaak tegen Geert Wilders kostte twee ton. Die zaak telde elf inhoudelijke zittingsdagen, drie voorbereidende zittingen, enkele dagen bij de rechter-commissaris en zitting bij de wrakingskamer.

'Je moet bij megazaken denken aan zo'n 12 duizend euro per zittingsdag', laat een woordvoerder van de rechtbank Amsterdam weten. En dan gaat het alleen om het werk van de rechter. Beveiliging komt uit een ander potje. Tot in juli zijn voor het proces tegen Willem Holleeder ruim zestig zittingsdagen gereserveerd. Waarschijnlijk is de zaak dan nog lang niet afgerond.

'Het is een beetje zoals bij het opknappen van De Groene Draeck, de boot van de koninklijke familie. Het geld komt uit allerlei potjes. Een overzicht ontbreekt', zegt hoogleraar Ira Helsloot. Hij probeerde afgelopen jaar met twee collega's de kosten van politiewerk in kaart te brengen. Maar wat bleek: er waren helemaal geen gegevens om zo'n onderzoek te kunnen uitvoeren. 'Ik vond dat heel schokkend. De politie heeft geen idee waaraan ze haar uren besteedt en ons belastinggeld uitgeeft', aldus Helsloot. 'De politie werkt op basis van beschikbare capaciteit, en niet op basis van de vraag: wat is er nodig om de meest urgente misdaad aan te pakken.'

Kostenbewustzijn

Als reactie op het misgelopen onderzoek schreven hij en zijn collega's een pamflet voor meer kostenbewustzijn bij de politie. Op dit moment zijn ze bovendien betrokken bij twee experimenten om politieteams bewustere opsporingskeuzes te laten maken. 'Als we dit onderwerp aankaarten, is de eerste reactie heel kritisch. Als je het uitlegt: we moeten toch proberen met de beschikbare middelen zo veel mogelijk zaken op te lossen, begrijpt men het wel. Maar als je dan inzoomt op individuele zaken, wil men er weer weinig van weten. Ja maar, hoor je dan vaak: we hebben nu al zo veel tijd in deze zaak gestoken, we geven het niet op.'

Gek, vindt hij, 'want in de gezondheidszorg voeren we dit debat wel en hangen we een prijskaartje aan een mensenleven.'

De Raad voor de Gezondheidszorg begroot een gezond levensjaar op 80 duizend euro en een mensenleven op 3 miljoen. De gerechtvaardigde kosten van een medische behandeling worden daarop afgestemd.

'Als je dat als uitgangspunt neemt en bedenkt dat Holleeder mogelijk zes mensen heeft laten doden', zegt Helsloot, 'kom je op de volgende berekening: zes mensen van middelbare leeftijd staat gelijk aan zes maal een half leven, ofwel zes maal 1,5 miljoen euro. Dat zou betekenen dat de huidige zaak tegen hem zo'n 10 miljoen euro zou mogen kosten.' Het is een bedrag dat hoogstwaarschijnlijk zal worden overschreden. Maar je kunt meer aspecten bij zo'n berekening meewegen, aldus Helsloot.

Zo zou je de ontwrichtende en ondermijnende werkwijze van een crimineel moeten meetellen, vindt een betrokken politiefunctionaris. 'In een tapgesprek hoorden we Willem Holleeder weleens zeggen: 'Luister, we hebben twee werelden: de administratieve wereld buiten en de echte wereld hier. En hier, in de echte wereld, zijn wij de baas'.'

Met zulke lui moet je uitkijken, vindt de politieman - 'die plegen eigenrichting. Die nemen levens. Dat is de hoogste vorm van aantasting van onze rechtsstaat. Aan deze mate van onaantastbaarheid zou je ook een prijskaartje moeten hangen. Een hoger prijskaartje dan aan de opsporing van huis-, tuin- en keukendiefstal. Ik heb er zo'n hekel aan als men over liquidaties zegt: laat die lui elkaar maar lekker afschieten. Dat getuigt van de ultieme machteloosheid. Zulk gedrag moeten we als maatschappij niet tolereren.'

Hij vindt, net als Helsloot, dat de politie wel wat kostenbewuster keuzes mag maken. 'Het helpt bij het stellen van prioriteiten. Wat vinden we belangrijker: de dader pakken van een overval waarbij een omaatje haar heup heeft gebroken, of het najagen van de dief die de telefoon van een dronken carnavalsganger heeft gepikt?'

Holleeder behoort volgens hem tot de buitencategorie die koste wat kost moet worden aangepakt. Zo bleek tijdens politieonderzoeken dat Holleeder waarschijnlijk contact heeft met corrupte agenten. Hij misbruikte het kantoor van zijn voormalige advocaat Bram Moszkowicz en perste onder doodsbedreiging een goede vriend als Willem Endstra af. 'Ik hoop dat als de lezer die dit artikel heeft gelezen denkt: de aanpak van zulke fenomenen moet echt gebeuren. Anders ontsporen we, hier geef ik mijn belastinggeld graag aan uit. En dat de lezer niet denkt: al die onderzoeken, al dat procederen, wat is dat voor geldverkwisting terwijl bij mij is ingebroken en de politie komt niet.'

Voormalig teamleider Van Beek zet echter vraagtekens bij het kostenpleidooi van Helsloot. 'Waarom zou je dat allemaal vastleggen? Dat levert nog meer administratieve lasten op voor een prijskaartje waarop niemand zit te wachten.' Volgens hem wordt in kleinere zaken, zoals woninginbraken of zakkenrollerij, wel degelijk rekening gehouden met de kosten. 'Dan pakt de politie de dader voor een beperkt aantal delicten omdat verder onderzoek toch geen strafverhoging zal opleveren. Die tijd kan beter worden besteed.' Maar bij ernstige delicten met een grote emotionele impact op de slachtoffers zal de politie niet snel stoppen met onderzoek, stelt hij. 'Want hoe verkoop je dat?'

Eén ding staat vast: het huidige proces tegen Holleeder, de zaak Vandros, is relatief goedkoop. Het onderzoek begon in 2014, nadat bekend was geworden dat moordmakelaar Fred R. als kroongetuige verklaringen had afgelegd tegen zijn voormalige criminele vrienden. Een team variërend van twintig tot veertig rechercheurs heeft sindsdien aan de zaak gewerkt, samen met twee officieren van justitie, twee parketsecretarissen en een specialist op het gebied van 'Hollandse netwerken'.

Waar in onderzoeken zoals City Peak en Kolbak gebruik werd gemaakt van telefoontaps of heimelijke opnameapparatuur, behelsde dit laatste onderzoek vooral het lezen en analyseren van eerdere dossiers en de verklaringen van getuigen. De moorden waar Holleeder zich immers voor moet verantwoorden zijn allemaal meer dan tien jaar geleden gepleegd. 'Tappen heeft dan niet meer zoveel zin', aldus een betrokkene.

Ook de arrestatie stelde weinig voor, maar dat was bewust. Werd bij Holleeders arrestatie in 2006 nog alles uit de kast getrokken, in december 2014 ging dat heel anders. Het gebeurde heel onopgemerkt. Op straat was niks te zien. Een lange man liep door de straffe wind naar zijn auto. Zodra hij instapte, hielden een paar 'platte petten' hem aan. Het waren er niet meer dan vier. Meekomen, zeiden deze gewone agenten tegen hem. Heel rustig, zonder wapengekletter en loeiende sirenes, werd Holleeder meegevoerd. De boodschap die justitie hiermee wilde afgeven: jouw rol is uitgespeeld. De 'eer' van een gespecialiseerd arrestatieteam gunnen we je niet. Dit keer niet. Het is nergens meer voor nodig.

Hij wordt gezien als 'laatste der Mohikanen'. Met de processen Passage en Vandros laat justitie zien dat liquidaties worden afgestraft, hoe lang geleden ook. 'Een veroordeling van Holleeder betekent het einde van het tijdperk van de erven van drugsbaron Klaas Bruinsma', zegt een van de betrokken officieren. 'Vrijwel iedereen zit vast of leeft niet meer.'


Proces Vandros: opdracht tot zes huurmoorden

Tijdens het hoger beroep in het liquidatieproces Passage, in september 2014, blijkt de veroordeelde Fred R. als kroongetuige naar justitie te zijn overgelopen. Zijn verklaringen, onder meer over Willem Holleeder, zijn reden voor het Openbaar Ministerie om te onderzoeken of Holleeder als verdachte moet worden aangemerkt als opdrachtgever van een reeks liquidaties in het verleden.

Dat is het geval, oordeelt het OM. Hij wordt in het proces Vandros aangeklaagd voor de moord op Cor van Hout (24 januari 2003 in Amstelveen), Willem Endstra (17 mei 2004 in Amsterdam), John Mieremet (2 november 2005, Thailand), Kees Houtman (2 november 2005 in Amsterdam) en Thomas van der Bijl (20 april 2006 in Amsterdam).

Ook de mislukte aanslag op John Mieremet (26 februari 2002 in Amsterdam) wordt Holleeder aangerekend. Daarnaast wordt hij aangeklaagd voor het neerschieten van Robert ter Haak, die naast Cor van Hout stond toen die werd geliquideerd. Ter Haak overleed aan zijn verwondingen, waarvoor Holleeder doodslag ten laste wordt gelegd. Endstra's zakenrelatie David Denneboom raakte blijvend invalide toen Willem Endstra werd geliquideerd. Hiervoor wordt Holleeder poging doodslag ten laste gelegd.

Ook wordt hem lidmaatschap van een criminele organisatie ten laste gelegd.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.