Column

Holle complimenten en voortdurend applaus zijn gevaarlijk

Misschien moeten we voorzichtiger zijn met dat gejubel

Foto Studio V.

'Wat een mooie tekening, schatje! Heb jij die helemaal zelf gemaakt? Knap zeg.' Is er één ouder of grootouder die zich nooit schuldig heeft gemaakt aan het overdreven bejubelen van een prestatie van een kind? Een blaadje met woeste wascostrepen, het schrille gekras op een viooltje, de balletvoorstelling waarbij niemand in de maat danst. Goed van je! Nooit zakt er nog één kind bij het afzwemmen. En wie heeft nooit een kind laten winnen bij een spelletje, om dat sippe gezichtje niet te hoeven zien?

Ze bestaan, meedogenloos eerlijke opvoeders, maar het zijn klootzakken.

Natuurlijk is het gevaarlijk, dat voortdurende applaus. Ooit scheurt het gordijn en wordt de wrede waarheid onthuld: dat je een matig talent hebt voor tekenen of vioolspelen. Dat je nooit een wereldberoemde schaker of zangeres zult zijn. Soms zijn het achteloze oordelen van andere kinderen die je in het hart treffen. Of kille, objectieve cijfers, zoals de tegenvallende uitslag van een cito-toets of IQ-test. Het echte leven is hard. Ineens blijft het applaus waaraan je gewend bent uit.

Misschien moeten we voorzichtiger zijn met dat gejubel. Maar ja, complimentjes bemoedigen en stimuleren een mens nu eenmaal meer dan onaangename feiten en gefundeerde kritiek. Onze dagelijkse communicatie draait om elkaar bejubelen en feliciteren. Zo moeilijk is dat niet. Op de sociale media regent het likes, hartjes en bloemen, ook bij de kleuterachtigste prestaties. Gratis en voor niets.

Iedereen is tegenwoordig recensent, van boeken, kleren, eten, gedrag. Maar wat zijn die oordelen waard? Aardigheid wordt beloond; voor wat hoort wat. Wie kritiek heeft, krijgt die keihard teruggekatapulteerd, dat maakt veel mensen beducht. Tenzij we met een hele groep zijn, en een gezamenlijke vijand hebben. Dan komt de hoon met bakken vrij en kunnen we lucht geven aan woede en frustratie.

Het beoordelingsgesprek is uit de tijd, lees ik. Het werkt niet, zo'n ongemakkelijk gesprek met de leidinggevende; het legt de nadruk op de tekortkomingen van de werknemer en die gaat daar niet beter van presteren. We gaan steeds meer toe naar de continue beoordeling van elkaar, door collega's en betrokkenen. Dat lijkt op wat er in het onderwijs gebeurt: kinderen worden niet alleen beoordeeld op toetsen en proefwerken. Er wordt voortdurend gekeken naar hun gedrag, hun humeur, vermogen tot samenwerken en de reacties van andere leerlingen.

Die brede, democratische beoordeling, zowel op school als op de werkvloer, klinkt heel sympathiek. Misschien werkt het ook wel goed voor veel mensen.

Mij lijkt het een moeras: voortdurend beoordeeld worden door degenen met wie je optrekt, waarbij die mensen dus vriend, begeleider, recensent en beul in één persoon zijn - heel bedreigend. Zo kun je nooit een tijdje je stomme gang gaan en leren van je fouten. En worden die peer reviews ook opgenomen in een dossier, dat bij ontslag de rechter onder ogen komt? Griezelig. Ik zou liever regelmatig worden afgerekend op harde afspraken, op grond van feiten, dan voortdurend beloerd worden. Als je dan faalt, weet je waarom.

Ik zie nog een gevaar van peer-beoordeling: dat elke 'groep', op school en op het werk, gemiddeld van hetzelfde mensentype blijkt te houden: gezellig, coöperatief en goedgemutst. De wereld heeft ook andere types nodig, eenlingen en lastpakken.

En hoe krijg je iemand weg die werkelijk slecht presteert? Ik zie werknemers elkaar nog niet loeistreng de maat nemen; voor je het weet, ben jij aan de beurt. Dan maar liever elkaar holle complimenten geven. Zo blijven we kinderen.

Aleid Truijens is schrijver, literatuurrecensent en biograaf. Reageren? opinie@volkskrant.nl

Lees ook:

Moeten we ons zorgen maken over afgepeigerde oppasoma's?
Antwoord op lezersvragen over gezondheid, voeding, leefstijl en psyche. Deze week: kun je een burn-out krijgen door regelmatig op de kleinkinderen te passen? (+)

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.