Hollandse zeeheld met kogels in zijn borst

In 1623 bracht de Nassause vloot de Spanjaarden in Zuid-Amerika zware verliezen toe. Zeeheld Witte de With wordt nu herdacht....

De Spaanse zilvervloot veroverde hij niet – dat deed Piet Hein in 1628. Was de oorlogsexpeditie van kapitein Witte de With en de Nassause vloot in 1623 tegen de Spanjaarden daarom een mislukking? De communis opinio was: ja. Nee, zegt de historicus Anne Doedens. ‘De Nederlanders wisten namelijk wel op grote schaal vernielingen aan te richten aan Spaanse bezittingen langs de kust van Zuid-Amerika. Daarmee brachten ze de positie van de Spanjaarden daar serieus in gevaar.’

Witte de With voer op de Delft, een van de elf schepen van de Nassause vloot die onder bevel van admiraal Jacques l’Hermite in 1623 werden uitgezonden om in Indië handelswaar op te halen voor de VOC. Eerst moesten ze naar Zuid-Amerika om de positie van de Spanjaarden daar te ondermijnen. Het Twaalfjarig Bestand van 1621 was voorbij. De Tachtigjarige Oorlog tussen de Republiek en de Spanjaarden ging onverminderd door, ook in de Nieuwe Wereld, waartoe Zuid-Amerika behoorde.

Een belangrijke doelstelling van de Nederlanders was de verovering van de Spaanse zilvervloot die één keer per jaar van Zuid-Amerika naar Spanje voer, met het zilver waarmee de Spaanse koning zijn oorlogen betaalde. De Spanjaarden zouden het moeilijk krijgen als de Nederlanders dat zilver wisten te onderscheppen.

Daarnaast moest de Nassause vloot de Spanjaarden zoveel mogelijk schade berokkenen. Vlootleider Jacques l’Hermite had daar geen moeite mee. Volgens een Duitser die was overgelopen van de Hollandse vloot naar de Spanjaarden, had hij gezegd ‘dat hij alle schepen in de Zuidzee in brand zou steken en Lima en Callao zou plunderen en Panama verbranden en alle mogelijke schade zou aanrichten die hij maar kon. Dat was gewettigd omdat het acties waren tegen de mensen die tegenstander waren van zijn godsdienst.’

Witte de With deed er volop aan mee. Bij een actie voor de kust van Acapulco, waar hij met een groepje mannen aan wal probeerde te komen, werd hij zelfs in de borst geschoten. ‘Doch de wonde en was niet doodelijck’, schreef jonkheer Willem van Brederode, die een reisverslag bijhield. Later voer Van Brederode als kapitein op de Delft toen vice-admiraal Witte de With op 8 november 1658 bij de Slag om de Sont tegen de Zweden door twee kogels werd getroffen: één in zijn linkerbeen en één in zijn borst. De Hollanders wonnen de slag, maar De With ging dood.

Hij kreeg een praalgraf in de Grote- of Laurenskerk te Rotterdam met een wereldbol erop die verwijst naar de wereldreis die hij in 1623-1626 maakte als kapitein van de Delft in de Nassause vloot.

Het reisverslag van Willem van Brederode raakte vergeten in het Utrechts Archief, maar wordt zaterdag op de Rotterdamse werf De Delft in een becommentarieerde versie alsnog gepubliceerd, onder de titel Op zoek naar Spaans zilver.

Aanleiding voor de publicatie is de opening van het Witte de Withjaar, in de nabijheid van het gerepliceerde 18de-eeuwse oorlogsschip De Delft, een ander schip, 350 jaar na De Withs dood. Tegelijk met het reisverslag verschijnen er twee biografieën van De With: Het leven en de daden van Witte Cornelisz, geschreven door zijn schoonzoon, en Witte de With 1599-1658 – Wereldwijde strijd op zee in de Gouden Eeuw van historicus Anne Doedens, die ook bij de andere twee boeken betrokken was.

De Nederlanders richtten de grootste schade aan langs de westkust van Zuid-Amerika. Guayaquil, de tweede stad van Ecuador, werd in brand gezet, net als de Spaanse schepen in de haven van Callao de Lima, een belangrijke havenstad in Peru. ‘De handel heeft daar anderhalf jaar stilgelegen’, vertelt Doedens. Het Nederlandse offensief bij de Peruviaanse havenstad werd ingezet op het moment dat Spaanse militairen uit Callao op weg waren naar Panama, met zilver voor de zilvervloot.

De komst van de Nassause vloot bracht dan ook grote paniek teweeg bij de Spanjaarden. Iedereen werd opgetrommeld voor de verdediging: negers, mulatten, studenten, geestelijken, mannen, vrouwen. Het hielp een beetje. Samen konden ze voorkomen dat de Nederlanders aan wal kwamen. Maar wel werden alle schepen in de haven vernield.

Wat dacht de Republiek te bereiken door de Spanjaarden in Zuid-Amerika zo te tarten? De meest tot de verbeelding sprekende verklaring is dat er sprake was van een Groot Plan, een ‘Desseyn’ van stadhouder Maurits om heel Zuid-Amerika te veroveren en de macht over dat continent definitief over te nemen van de Spanjaarden.

Doedens: ‘De Nassause vloot wilde bijvoorbeeld in Chili het verzet aanzwengelen tegen de Spanjaarden onder indianen en slaven. Er waren zelfs twee kisten vol vrijlatingsbriefjes aan boord, waarop alleen nog de naam van de slaaf ingevuld hoefde te worden.’

Van een grote slavenopstand is het nooit gekomen, maar Van Brederode, de auteur van het reisverslag, geloofde dat de verovering van Zuid-Amerika na de aanvallen van de Nassause vloot binnen handbereik was en moest worden doorgezet.

‘Witte de With was het daar niet mee eens’, zegt Doedens. ‘Hij vond het militair niet verstandig om op dat moment tot verovering over te gaan.’ Bovendien overleed admiraal l’Hermite snel na de aanvallen op Callao de Lima. Mogelijk zijn daardoor de aanvallen niet verder doorgezet, denkt Doedens. De historicus beschouwt het Nederlandse offensief tegen de Spanjaarden in Zuid-Amerika als een‘opmerkelijke episode’, die in Nederland ten onrechte vrijwel is vergeten.

In het verslag van Van Brederode worden alle Nederlandse aanvallen op de Spanjaarden uitgebreid beschreven, mogelijk met het oog op latere publicatie. In de eerste helft van de 17de eeuw waren reisverslagen in de Republiek populair, vooral smeuïge en bloederige verhalen deden het goed. Van Brederode laat zich niet kennen als een bescheiden man. Bij een aanval op Spaanse schepen in mei 1624 vlogen de kogels in het rond, maar de mannen gingen ‘couragielijck en voorspoedelijck’ door.

Zijn reisverslag gaat overigens niet alleen over gevechten. Het staat vol met informatie over de navigatie, de rantsoenen en ziekte en overlijden van bemanningsleden. Een enkele keer schrijft hij over vreemde natuurverschijnselen, zoals de twee ‘pigewijns’ (pinguins) die hij vanaf het schip ziet, en de zeerobben ‘die daer hondert duijsenden waren op ’t strandt ende sich met stocken lieten dood slaen’. Van Brederode ontmoet ook ‘wilden’. Een groepje indianen at volgens hem rauwe vogels. Dat moesten dan ook wel menseneters zijn, dacht hij.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden