Hollandse wielerlente

Jonge Nederlandse wielrenners eisen dit voorjaar een hoofdrol op. Ze houden zich in etappekoersen en klassiekers voorbeeldig staande. Is er sprake van een bijzondere lichting?...

Toen Philippe Gilbert een paar maanden geleden Omloop Het Volk won, stapte hij op Jef d’Hont af en bedankte hem hartelijk. ‘Alleen door jouw boek heb ik kunnen winnen’, zei de Belg.

D’Hont deelde vorig jaar zijn memoires als wielerverzorger van de Duitse topformatie Telekom met het grote publiek. Van Jan Ullrich, tot Bjarne Riis en Erik Zabel: allemaal brachten ze hun successen tot stand dankzij epo-gebruik, vertelde hij. Het leidde tot nieuwe schandalen en bekentenissen in een sport die al jaren wankelde door de dopingproblematiek.

Maar het was ook de opmaat tot een andere moraal, met meer controles en een rigide administratief systeem, waarbij renners 24 uur van de dag hun verblijfplaats dienen op te geven. Het moest vanaf 2008 definitief een ommekeer teweeg brengen.

Het wordt ook wel ‘het nieuwe wielrennen’ genoemd, maar alleen door buitenstaanders. In het peloton wordt die terminologie nauwelijks gebezigd. Ze hoorden het de afgelopen jaren te vaak om er waarde aan toe te kennen.

Ze zijn ook voorzichtig de Hollandse wielerlente toe te schrijven aan een eerlijker koersverloop. Die bewering gaat immers uit van de veronderstelling dat Nederlandse renners roomser zijn geweest dan de paus. Dat alle grote overwinningen in het verleden tot stand kwamen dankzij dopegebruik én dat de prestatiebevorderende middelen momenteel uit het peloton zijn verdwenen. Die uitspraak durft niemand voor zijn rekening te nemen.

Toch was er de eerste maanden van het seizoen sprake van een trend, eentje die vorig jaar voorzichtig werd ingezet. De jeugd van eigen bodem zorgt voor nieuw elan in het peloton.

Robert Gesink won in Californië en bijna Parijs-Nice. Sebastian Langeveld werd tweede in Kuurne-Brussel-Kuurne en zorgde voor vermaak in de Ronde van Vlaanderen. Martijn Maaskant viel net naast het podium in Parijs-Roubaix. Niki Terpstra toonde zich in bijna alle Vlaamse klassiekers de meerdere van zijn kopman Erik Zabel. En daar omheen reden Rick Flens, Bauke Mollema en Tom Veelers naar ereplaatsen.

Het zijn namen die bij het grote publiek tot dit seizoen nauwelijks tot de verbeelding spraken. Jonge renners, met uitzondering van Thomas Dekker, vertoefden doorgaans lang in de anonimiteit. Eerst jaren knechten en dan misschien zelf eens een hoofdrol opeisen.

Niets zo moeilijk in de wielersport als de overstap van de jongerencategorie naar de profs, werd altijd beweerd. De huidige generatie heeft zich niet neergelegd bij die wetmatigheid. En plotseling blijkt die ook nergens op gebaseerd. De krachtsverschillen tussen oud en jong zijn kleiner geworden. De jeugd kan én mag zich met het koersverloop bemoeien.

Wat ligt er dan meer voor de hand dan te verwijzen naar een mogelijk veranderde moraal?

‘Dat het in Nederlands voordeel is, durf ik best te roepen’, stelt bondscoach Egon van Kessel.

‘Er is een lichting geweest die het nog tegen de ‘Museeuws’ moest opnemen’, zegt ook Aart Vierhouten, 38 jaar en al twaalf seizoenen prof. ‘Je zou aan doping denken. Maar ik kan het niet bewijzen, dus mag ik het eigenlijk ook niet zeggen’, reageert Rudie Kemna, ploegleider van Skil-Shimano.

Ondertussen verwijst Kemna wel naar het veranderde koersverloop. Een vroege ontsnapping met vertegenwoordigers van kleine ploegen werd in de klassiekers nauwelijks nog met succes op touw gezet. Geen ploeg meer die in staat is een koers te controleren zoals Lance Armstrong deed in de Tour, of zoals Mapei deed in de voorjaarsklassiekers. Knechten zijn geen robots meer. Het is de vermenselijking van de wielersport.

‘Er zijn geen blokken meer’, valt collega Erik Dekker bij. ‘Als Alberto Contador de Ronde van het Baskenland wint, wordt hij in een groep van 20 niet meer omringd door 5 ploegmaats van Astana. Het maakt de leider weer kwetsbaar.’

De invloed die de dopingcontroleur daar op heeft, is volgens hem niet meetbaar. ‘Maar de realiteit is dat we jarenlang met angst en beven naar de Ronde van het Baskenland gingen. Dat we daar geen jonge gasten mee naartoe durfden nemen omdat ze anders zoek zouden worden gereden. Dit jaar hebben we het ploegenklassement gewonnen.’

Rabobankrenner Joost Posthuma weet wat zijn ploegleider bedoelt. ‘Ik heb de tijd meegemaakt dat je kansloos was als de grote mannen de motoren aansloegen. Tegen zulke brommers was het vaker de dood dan de gladiolen. Of het met de verscherpte controles te maken heeft, weet ik niet. Maar de Nederlanders houden het langer vol. Vorig jaar zouden Terpstra, Langeveld en Maaskant kansloos zijn geweest in Vlaanderen.’

Vraag het de jeugd en Langeveld zegt dat ‘het nieuwe wielrennen’ een enge term is. Terpstra vindt het ‘flauw’ te verwijzen naar de strengere controles. ‘Het heeft gewoon met karakter te maken, zonder een goede kop red je het niet. Zelfs de mentaal zwakste renner is geestelijk sterker dan ieder ander mens.’

Het zelfbewustzijn is de bindende factor. Terpstra: ‘Er is sprake van een bepaalde brutaliteit. Opkijken tegen de grote renners doen we niet. Als ik weet dat ik vóór Boonen die bocht door moet, dan laat ik hem echt niet voorgaan.’

Vierhouten: ‘Wie kan fietsen, durft nu op de voorgrond te treden. Vroeger was er een mythe: zo goed als Museeuw kan ik toch niet worden. Nu denkt iedereen: waarom zou ik me niet aan Boonen kunnen spiegelen? Ze denken grenzeloos.

‘Toen ik vorig jaar bij Skil tegen de jonge renners zei dat we gingen trainen, vroegen ze: waarom dan? Pas nadat ik het had uitgelegd, stapten ze op de fiets en gingen ze vol aan de bak. Ik zou dat in mijn eerste jaren niet in mijn hoofd hebben gehaald.’

Terpstra: ‘Van oude renners neem ik niet alles klakkeloos aan. Als ik denk dat ik er iets aan heb, neem ik het mee. Maar ik denk niet: hij is ervaren, dus zal het wel waar zijn. Ik vind ook dat je voor je ambities mag uitkomen, zoals ik deed na de Ronde van Vlaanderen. Zolang je maar geen dingen roept die je niet waar kunt maken.’

De huidige generatie heeft de wil om te slagen, méér dan de vorige. ‘Ze hebben een duidelijke mening en weten verdomd goed waar ze heen willen. Ik heb vaak met Maaskant getraind’, vertelt Maarten den Bakker, 39 jaar en nog prof bij Skil-Shimano. ‘Die zat soms echt wel stuk hoor, maar hij klom altijd uit het dal. Dat is typerend voor deze jongens.’

Het is ook een kwestie van vraag en aanbod, meent Vierhouten. ‘Mijn generatie is lang doorgegaan, gemiddeld tot een jaar of 35, 36. Daardoor zijn veel jonge renners afgehaakt. Ze kwamen er niet tussen, of konden het mentaal niet aan. Ze waren niet opgewassen tegen de boze buitenwereld.’

Verhoeven: ‘Nieuwe lichtingen hebben jarenlang wereldtoppers als Boogerd en Dekker voor zich gehad. Het afhaken van die routiniers is een motivatie voor de jeugd geweest.’

‘Jonge renners worden nu ook professioneler begeleid’, vergelijkt Vierhouten. ‘Vroeger gingen figuren als Jelle Nijdam echt niet tegen je zeggen hoe het moest. Dan dachten ze: als ik dat jonge ventje ga helpen, gaat dat ten koste van mezelf. Want dan wordt hij beter en kan ik een nieuw contract vergeten. Ik heb toen met mezelf afgesproken dat ik het later anders zou doen.’

Renners als Boogerd, Boven en Dekker hebben hun opvolgers ook altijd met raad en daad bijgestaan. Die zijn daardoor niet groot geworden met de negatieve romantiek van het wielrennen. Met de komst van de jeugd lijkt het cynisme verdwenen. Het zijn alleen ploegleiders en managers die soms nog het oude wantrouwen met zich meedragen.

Vergeet ook de basis niet, waarschuwt bijna iedereen. Er is momenteel sprake van een handjevol heel bijzondere talenten. Dekker: ‘Die kun je niet kweken, die zijn er en die hoef je alleen nog maar op de goede manier te ontwikkelen. Dit zijn supertalenten, als daar over vijf jaar niets is uitgehaald, dan hebben wij echt iets fout gedaan.’

Toch zegt bondscoach Van Kessel de mythe te willen doorbreken dat het huidige succes van de jeugd te danken is aan de opleiding van de Rabobank, zoals alom wordt beweerd. Langeveld en Terpstra reden nooit voor de bankploeg. Maaskant werd er als junior weggestuurd en pas na drie jaar bij Van Vliet-EBH advocaten weer opgevist. Gesink, Flens en Mollema reden maar een jaar voor de continentale ploeg van Verhoeven.

‘Dat is toch opvallend?’, vraagt Van Kessel. ‘Ik wil niet zeggen dat de opleiding slecht is, de bedoelingen zijn goed, maar als je de cijfers bekijkt kun je je afvragen of die professionele begeleiding op zo’n jonge leeftijd wel goed is geweest.’

Het is een stokpaardje van Van Kessel. Maar misschien is het geen toeval dat uitgerekend de generatie die tussen 1996 en 2003 een plek vond in de toenmalige juniorenploeg van de bank verhoudingsgewijs weinig toptalenten voortbracht. En pas nadat de internationale structuur van de sport wijzigde, begon de aanpak bij de beloften vruchten af te werpen.

Graag zou Van Kessel zien dat voor de huidige continentale ploeg van Rabobank alleen renners ouder dan 21 jaar in aanmerking komen. ‘Beloften moeten zich eerst eens een jaar of twee manifesteren bij kleinere ploegen en knokken voor de faciliteiten.’

‘Ik heb altijd opgekeken tegen de leeftijdsgenoten die bij Rabobank reden’, zegt Terpstra. ‘Mij hebben ze daar nooit gevraagd. Ik heb het zelf moeten ontdekken.’

Terpstra knokte zich via Bert Story-Piels, Axa en Ubbink-Syntec naar het profpeloton. Hij koos voor Milram omdat hij daar veel eerder dan bij Rabobank in zijn wedstrijden het kopmanschap op kon eisen. Maaskant ging om dezelfde redenen naar Slipstream. Stef Clement koos eerder voor Bouygues.

Terpstra: ‘Dat is een goede ontwikkeling, Rabobank kan er per koers toch maar acht opstellen. Nu krijgt ieder zijn kans.’

Het huidige succes heeft ook tot speculaties geleid over een nieuwe Nederlands-Belgische profploeg die mogelijk dit jaar nog zijn beslag krijgt. ‘Toch moeten we niet overdrijven over deze generatie, in elke sport ontstaan om de zoveel jaar golfbewegingen’, tempert Verhoeven de verwachtingen. ‘Eén zwaluw maakt geen zomer. Misschien hebben we nu een overdreven goed beeld gekregen’, zegt Dekker. ‘Het zijn er geen tien waarmee we vooruit kunnen.’

Terpstra: ‘We zijn ook nog niet doorgebroken hoor. Alleen Gesink rijdt momenteel als een malle. We moeten voorzichtig zijn, al is het mooi dat iedereen nu enthousiast is.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden