Hollandse pretenties

Zowel de gewone Nederlanders als de buitenlandse bewonderaars beseffen dat Nederland niet meer in staat is tot de morele voortrekkersrol die hoort bij een gidsland....

Toen Nederland nog een miljoen mensen minder had, Fortuyn en Van Gogh nog leefden en Melkert en Dijkstal aan een veelbelovende politieke carrière bouwden, hadden we het niet slecht met onszelf getroffen. Fluitsma & Van Tijn componeerden, in opdracht van de Postbank, het lied dat het zelfbeeld van de natie knap onder woorden bracht:

Land van duizend meningen

Land wars van betutteling

Vijftien miljoen mensen

Op dat hele kleine stukje aarde

Die schrijf je niet hun wetten voor

Die laat je in hun waarde

Het land vol groepen van protest

Het land vol van verdraagzaamheid

't Land dat zorgt voor iedereen.

Een millennium en een miljoen Nederlanders verder, is gidsland Nederland de weg kwijt. Wat is er nog over van de nationale identiteit van Nederland in deze tijden van mondialisering, Europese integratie en etnische verkleuring van de samenleving? De vraag is typerend voor de onzekerheid die in het begin van de nieuwe eeuw bezit heeft genomen van het publieke domein.

De talrijke stellers van deze vraag impliceren dat wij inspiratie kunnen putten uit typisch Hollandse deugden als vrijheid, verdraagzaamheid en vredelievendheid. Die deugden liggen, luidt de veronderstelling, besloten in ons roemrijke verleden. Was Nederland niet een voorbeeldige natie waaraan de rest van de wereld zich kon spiegelen?

Een mooi onderwerp voor een studium generale, dachten ze bij de Universiteit Leiden. De universiteit nodigde een keur van historici uit om de Hollandse pretenties uit het verre en nabije verleden tegen het licht te houden. Is er enige grond voor de morele superioriteit van Nederland gidsland? Ziet het buitenland ons nog als een lichtend voorbeeld?

Het leverde een lezenswaardig boekje op: Nederland als voorbeeldige natie, samengesteld door Wim van Noort en Rob Wiche (uitgeverij Verloren, 15 euro).

Vrijheid en verdraagzaamheid kunnen wel degelijk als klassieke Hollandse deugden worden beschouwd. De verdediging van de vrije wil tegenover de almacht van God en het misbruik van de katholieke kerk door Desiderius Erasmus (1469-1536) maakte op tijdgenoten in heel Europa een onuitwisbare indruk. Wiche beschrijft Erasmus als een zachtmoedige pacifist, die het slaan van kinderen als opvoedingsmethode van de hand wees.

De 16de-eeuwse Republiek was ongeëvenaard in zijn tolerantie, het in de geest van Erasmus dulden van denkbeelden van anders-gelovigen die men zelf afkeurt. Een unieke religieuze verscheidenheid was het resultaat.

De vredelievendheid van Nederland wortelt minder in Erasmus dan in de onmacht van Nederland vanaf de 18de eeuw om militair in Europa iets af te dwingen. Steeds meer was Nederland aangewezen op bemiddeling tussen de grote mogendheden, op neutraliteit, bevordering van het internationaal recht, deelname aan internationale organisaties en aan VN-vredesmissies en tenslotte op ontwikkelingshulp.

De historicus Lammers wijst erop dat het trauma Srebrenica precedenten heeft. In de Oostenrijkse Succesieoorlog (1740-1748) capituleerden de staatse garnizoenen de een na de ander. Ook het Indische leger gaf zich in 1942 zonder noemenswaardige tegenstand over aan de Japanners. Het opgeven van buitenlands gebied waar we hadden beloofd de orde te bewaren, gaat ons gemakkelijk af.

De historicus Emmer maakt duidelijk dat Nederland passief heeft toegekeken bij het beëindigen van de slavenhandel en laat was met het zelf afschaffen van de slavernij. Van een voorbeeldfunctie is hier dus helemaal geen sprake. Rob de Wijk van het Instituut Clingendael wijst erop dat hetzelfde gold voor de talrijke koloniale expedities en oorlogen. Deze duistere episodes hebben in het historisch bewustzijn van de gemiddelde Nederlander een marginale plaats. Minister Kamp van Defensie heeft overigens het taboe op het gebruiken van de term 'expeditionaire macht' doorbroken. Die term dekt de lading van de riskante gevechtsoperaties waaraan Nederland deelneemt beter dan het begrip vredesmissie.

In de jaren zestig en zeventig was Nederland helemaal terug als gidsland - ook in de ogen van progressieven in het buitenland. De Nederlandse moraal ten opzichte van persoonlijke levenskeuzen (abortus, euthanasie, drugsgebruik, homoseksualiteit) was, in de woorden van de Amerikaanse historicus James Kennedy, 'bewust anti-traditioneel, anti-autoritair en individualistisch'.

Kennedy zegt dat na 1985 de maatschappelijke betrokkenheid bij morele kwesties sterk begon af te nemen. Protestbewegingen (van milieuactivisten, krakers, pacifisten) zakten snel in. Zijn conclusie: 'Na het falen van de vredesmissie in Srebrenica en de moorden op Fortuyn en Van Gogh zijn de gewone Nederlanders en ook buitenlandse bewonderaars gaan beseffen dat Nederland niet meer in staat is tot de morele voortrekkersrol die hoort bij een gidsland.'

Blijft over: de onbegrensde vrijheid van meningsuiting, die in Nederland doorgaat voor 'zeggen waar het op staat', maar in het buitenland voor beledigende lompheid en onbeschaamdheid wordt gehouden. In de woorden van cabaretier Marcel Verreck:

Land van felle meningen

Land van grof debat

Het land waar je wel brullen moet

Want iedereen wil winnen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden