Hollandse Notenkraker op zwierende schaatsen

Notenkraker en Muizenkoning door Het Nationale Ballet, choreografie Toer van Schayk en Wayne Eagling. Decors en kostuums Toer van Schayk....

De achterwand van de fraaie salon in het grachtenpand wiebelde gevaarlijk en bij het kantelen van de grote zijpanelen klonk gekraak en gepiep. Voor de rest liep alles op rolletjes bij de première van Notenkraker en Muizenkoning, de nieuwe megaproductie van het Nationale Ballet. Makers en vooral uitvoerend personeel konden na twee uur opgelucht ademhalen: de klus was geklaard.

Toer van Schayk werd bij opening van het doek al met applaus beloond voor zijn gigantische inspanningen. Behalve het idee voor de bewerking van dit sprookjesballet en een fors aandeel in de choreografie (de eerste acte minus de sneeuwvlokkendans, en de variaties van de tweede acte) ontwierp hij alle decors en kostuums, en daarmee het leeuwendeel.

Het bleek een goede zet om deze Nederlandse versie, na zoveel andere Notenkrakers, een specifiek Hollands en dus origineel karakter te geven. De proloog, waarbij de kinderen Clara en Fritz door de dienstmeid in bad worden gedaan, lijkt meteen al op een Hollands genrestuk. Bruin en melkwit zijn de sobere kleuren waarin dit huiselijke tafereel is geschilderd.

Na deze intimiteit verrast het volgende toneelbeeld nog meer. Het publiek zit op ooghoogte van een bevroren gracht en kijkt naar de façade van een grachtenpand. Een laagje sneeuw bedekt geveltrap, gezonken sloepje en scheepsboeg. Schaatsers zwieren voorbij, aan een lange stok of kruiselings gearmd. In plaats van krassen hoor je gerol van skeelers, en dat is het enige wat de illusie verbreekt.

Dit wintergezicht à la Brueghel lijkt ook wel een beetje op een schilderij van Breitner, vooral door de losse verftoetst die Van Schayk in zijn schetsontwerpen hanteerde. Het is in ieder geval geen Anton Pieck-prentjessfeer. Op dat punt werd de strijd tegen de zoetelijkheid dus zeker gewonnen.

De dans verplaatst zich vervolgens naar de salon (in sobere empirestijl) waar Sinterklaasavond wordt gevierd, niet in Jan Steen-sfeer, maar in kringen van de haute bourgeoisie, met Franse inslag. Jong en oud amuseren zich met galante dansen, met als laatste de groteske Grootvadersdans. Zwarte Piet heeft met pittige sprongen acte-de-presence gegeven, de goede bisschop heeft het pand al verlaten. De kinderen spelen met de geschenken: de jongens met rijpaardjes en soldaatjes, de meisjes met de poppen.

Je moet wel goed kijken om achteraf te beseffen dat hun miniatuurspel de dagresten vormen van Clara's droom. Dat geldt voor ook de beelden die de magische Drosselmeijer met zijn toverlantaarn toont: een beeldverhaal van een Prins, Prinses en Muizenkoning die hier een pas-de-trois dansen en terugkeren in Clara's droom.

De toverlantaren is een vondst en versterkt niet alleen het Faust-achtige karakter van Drosselmeijer maar biedt tevens de kans om de divertissementen uit de tweede acte van het Land van Suikergoed naar het binnenwerk van deze duivelse machine te verplaatsen.

Opnieuw is er een prachtig decor, met een achterwand vol draaiende raderen die in het wisselende licht roestbruin en kopergeel kleuren. Vindingrijk zijn de Spaanse jota en een Chinese krijgsdans, komisch de Griekse dans waarbij Clara's oudere zuster wordt belaagd door een geile (Nijinsky) faun, een jonge god en een wijze bok. Daarmee wordt de gedachte aan de zoete dans der mirlitons op slag verdrongen. Maar dat was al zo, door de frisse uitvoering van het Balletorkest, onder leiding van Nicolette Fraillon die bewijst dat deze Tsjaikovski niet per se 'music for the millions' hoeft te zijn.

Natuurlijk kent deze produktie ook onduidelijkheden. Zo komen in de eerste acte Louise's minnaars niet uit de verf en staat de vertoning met de toverlantaarn niet prominent genoeg op het podium. Mistig blijft ook de transformatie van Notenkraker tot Prins, terwijl de mooie neef van Drosselmeyer (die later Prins is) en de 'magic man' zelf wel wat meer charisma konden gebruiken.

De grootste makke is echter dat bij deze overdaad aan decors en (schitterende) kostuums de dans hier en daar wat raakt ondergesneeuwd en sommige onderdelen niet echt goed gechoreografeerd zijn. De Sneeuwvlokkendans van Eagling heeft een kristalheldere structuur, de Bloemenwals is te melig en de 'grand pas-de-deux' (gedanst door Nathalie Caris en Wim Broeckx) spettert niet genoeg. Niettemin is Notenkraker en Muizenkoning in het geheel genomen een gewaagde, maar ook geslaagde onderneming en zeker ook voor kinderen van A tot Z boeiend. Het Nationale Ballet heeft een echte kerstkraker in huis.

Isabella Lanz

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden