Hollandse meesters in Prado afgestoft

De interesse voor ‘Los Holandeses’ in Madrid was tot voor kort minimaal. Nu zijn 29 schilderijen van kunstenaar veranderd...

Van onze verslaggever Iñaki Oñorbe Genovesi

MADRID Het is de enige Rembrandt die in het Prado Museum is te vinden. Een nogal bescheiden vertegenwoordiging van de belangrijkste Hollandse meester, als je bedenkt dat het Madrileense museum ruim negenduizend schilderijen en vijfduizend tekeningen herbergt.

Wie voor het schilderij staat, begrijpt waarom de Spaanse koning Carlos III, die in 1785 opdracht gaf tot het ontwerpen van het Prado, deze Rembrandt in zijn collectie wilde hebben.

Op het schilderij uit 1645 is koningin Artemis van Pergamus te zien, die zich opmaakt om de as van haar overleden echtgenoot Mausolus te drinken. Achter haar is, in het duister, een mysterieuze oude vrouw zichtbaar, die bij Artemis op bezoek komt. Althans, dat hebben conservatoren van het Prado-museum steeds volgehouden.

Tenslotte had de beroemde Spaanse schilder, schrijver en kunstcriticus Pedro de Madrazo dit in 1843 zo vastgesteld bij zijn inventarisatie van de collectie van het Prado. En niemand die een goede reden leek te hebben om aan diens gedegen inschattingsvermogen te twijfelen.

Er waren wat kunstkenners die zich afvroegen of Rembrandt niet misschien Sophonisbe van Carthago had geschilderd, op het moment dat zij vergif wil innemen omdat zij door de Romeinen gevangen wordt genomen. De iconografieën van de verhalen van Sophonisbe en Artemis lijken immers sprekend op elkaar.

Maar pas toen Teresa Posada, conservator van het Prado en specialiste in Vlaamse en Nederlandse schilderkunst, een radiografie van Rembrandts Artemis had bekeken, en een uit circa 1880 stammende foto van het schilderij, begonnen de echte twijfels. Delen bleken te zijn overgeschilderd of geretoucheerd.

Grondige studie leidde Posada tot de conclusie dat Rembrandt niet koningin Artemis, maar een ander, in de 17de eeuw populair, verhaal had willen afbeelden: dat van Judith en de Assyrische legerleider Holofernes, die door Judith zou zijn onthoofd. En de mysterieuze oude vrouw komt niet op bezoek, maar staat juist klaar met een zak waar Judith Holofernes’ bebloede hoofd later in zou hebben gestopt.

De verwarring over het schilderij van Rembrandt is typerend voor de manier waarop het Prado tot voor kort omging met de collectie Nederlandse werken. Terwijl de Spaanse en Italiaanse schilderijen volop zijn bestudeerd, was de interesse voor ‘Los Holandeses’ minimaal. Sommige schilderijen waren sporadisch op exposities te zien, andere hadden sinds de jaren veertig van de vorige eeuw de magazijnen niet meer verlaten.

Volgens Posada verdwenen schilderijen waarvan werd vermoed dat ze Nederlands waren in de ‘rampenlade’. ‘Ze hadden geen idee wat ze ermee moesten, waarop ze moesten letten. De Hollandse collectie werd ook niet echt als interessant beschouwd, omdat grote namen zoals Johannes Vermeer en Frans Hals erin ontbraken.’

Toch kreeg Posada ruim zes jaar geleden opdracht ‘orde in de chaos te scheppen’. Het gevolg: 29 schilderijen zijn van kunstenaar veranderd. Zo bleek een landschap van Jacob van Ruisdael in werkelijkheid door Simon de Vlieger geschilderd, en een damesportret van Michiel Jansz. van Mierevelt door Nicolaes Eliasz. Pickenoy.

Ook hebben 44 schilderijen een andere titel gekregen. Van de 126 ‘Nederlandse’ schilderijen in het Prado bleken 26 niet uit Nederland te komen. Ze zijn door Vlaamse, Engelse en Duitse kunstenaars geschilderd.

Het resultaat van Posada’s onderzoek is dat er voor het eerst een ‘realistische en duidelijke’ catalogus is ontstaan, met de herkomst en de geschiedenis van de 100 Hollandse schilderijen die het Prado Museum in huis heeft. Ruim de helft ervan is te zien op de huidige tentoonstelling Holandeses en el Prado. Een prachtige expositie van voornamelijk 17de-eeuwse schilderijen, afkomstig uit de verzamelingen van de Spaanse vorstenhuizen.

Neem de landschappen die Felipe IV van Spanje bestelde bij Jan Both en Herman van Swanevelt voor zijn Buen Retiro-paleis in Madrid. Of de elegante militaire taferelen van Philips Wouwerman. Ze zijn allemaal aanwezig, de thema’s waarmee de Hollandse meesters het dagelijks leven verbeeldden, en waarmee ze – na de officiële onafhankelijkheid van Spanje in 1581 – het nationale sentiment verstevigden.

Maar ook meer religieuze werken zijn te zien, zoals het ontroerende De Ongelovige Thomas van Matthias Stom. Verder is nog een enkel Nederlands werk te bewonderen, dat eind vorige eeuw door het Prado Museum is aangekocht of door privéverzamelaars is geschonken.

De echte verrassing van de tentoonstelling blijkt bewaard tot het laatst: De Magere Compagnie van Frans Hals en Pieter Codde. Dit grootse groepsportret van de voetboogschutterij van kapitein Reinier Reael is uiteraard niet van het Prado Museum, maar wel uitgeleend door het tot 2013 gesloten Rijksmuseum in Amsterdam.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden