Hollandse Côters

Voor iedereen die, aangestoken door zon en joie de vivre, er óók wel eens over gemijmerd heeft een nieuw leven te beginnen aan de Franse zuidkust, ging Intermezzo op bezoek bij de (opmerkelijk grote!) Hollandse enclave aldaar. Is het zo'n idylle als we denken?

Uit de wijd open ramen van het lokaal van de Gouden Klomp komt de stem van Yvonne Keijzer-Natan. 'Jullie kennen allemaal Schiphol', zegt ze. 'Dat is waar je met het vliegtuig aankomt.' Ze laat een grote kaart zien. 'Kijk, Schiphol ligt onder zeeniveau. Nederland is een waterland. Dat is raar.' Raar? vraagt een blond meisje met Frans accent. Juf Keijzer snapt het misverstand. 'Raar, maar dat moet je niet verwarren met het Franse rare. In het Nederlands betekent raar vreemd.'


De Gouden Klomp is het Nederlandse schooltje van de Côte d'Azur. Hier komen de ouders elke woensdag hun kinderen brengen om de cultuur en taal van het moederland te leren. Zelfs het koffiezetapparaat is hier oranje. Dat koningin Beatrix niet aan de muur hangt is overmacht - vreemde staatshoofden in een Frans leslokaal, dat ligt wat moeilijk.


De school, ondergebracht in een door de gemeente Opio ter beschikking gesteld klaslokaal, is een van de vaste waarden voor de Nederlandse gemeenschap. Ouders ontmoeten elkaar bij het brengen en halen. En de leerlingen - 43 heeft de school er - begrijpen dat het ook anders kan dan met être en avoir.


Vanaf het schoolplein heb je zicht op de omringende heuvels. 'Boven de boomtoppen zie je een glimp van het buitenverblijf van de Belgische koning', wijst juf Yvonne. 'Sinds hij gekroond werd, is de beveiliging opgevoerd. Al heb ik gehoord dat hij nog steeds zelf de antiquairs afstruint, op zoek naar koopjes.'


Yvonne Keijzer-Natan kwam in 1995 naar de Côte d'Azur, om het beheer van het landgoed van haar gefortuneerde oudoom op zich te nemen. Met bloedend hart moest ze de Bloemcampschool in Wassenaar - ook de school van de kinderen van Willem Alexander en Máxima - in de steek laten. Het bloed kroop waar het niet gaan kon: in 2000 begon ze een Nederlands schooltje aan huis. Sinds twee jaar heeft ze dit lokaal in Opio. Als het aan haar ligt, komen er dependances in Monaco en de Var en een Nederlandse sectie voor voortgezet onderwijs.


Hoeveel Nederlanders er precies aan de Côte d'Azur wonen, weet niemand. Volgens het consulaat in Nice zijn het er zo'n twintigduizend, in het gebied tussen de Italiaanse grens, Saint-Tropez en Vence, het deel dat wel de gouden driehoek wordt genoemd. De Nederlanders vormen daarmee een van de grotere buitenlandse contingenten. Alles hangt wel af van wie je meetelt. Wat doe je bijvoorbeeld met juf Annemarie van der Burg, vrijwilligster bij de Gouden Klomp, ooit de eerste Nederlandse purser en nu met haar man de helft van het jaar woonachtig op een landgoed bij Cagnes-sur-mer? Zo zijn er veel parttimers aan de Franse zuidkust.


'Ik zou niet graag de indruk wekken dat hier alleen gefortuneerden wonen', zegt juf Yvonne. 'Nee echt, dat was vroeger.' Ze wijst op de kinderen in de klas: 'Die heeft een alleenstaande moeder die hard moet bikkelen; die heeft ouders met heel gewoon werk. Hier komen vaak mensen die het roer om willen gooien. Die willen genieten van de zon, zijn dat gehaast in Nederland beu. Hier mag je te laat komen. En wat vandaag niet lukt, komt morgen.'


Zaaien, zaaien, zaaien

Het roer om - de uitdrukking zal bij veel Nederlanders terugkeren. Neem Rob Heuvers en Willem Zoon. Altijd keihard gewerkt; Willem als binnenhuisarchitect, Rob met zijn eigen accountantskantoor.


'Op zeker moment begon het te kriebelen', zegt Heuvers. 'De verdiensten wogen niet op tegen dat stukje mooi leven dat je zoekt. Maar wat dan? Stoppen op je 41ste is geen optie.'


Sinds 1999 hadden ze hun vakantiehuisje in een dorp aan de Côte d'Azur: La Colle-sur-Loup. Ze kwamen om uit te rusten en om de steden en de cultuur te zien: Nice, Vence, Cannes, Monaco. 'Zo is het idee ontstaan', zegt Heuvers. 'We zeiden tegen elkaar: wat als we zouden verhuizen?'


Het idee voor een chambre d'hôtes lag voor de hand. 'We wilden iets om samen aan te pakken. Het klinkt vreemd misschien, maar wat moet je anders?' Villa Cédria is wat de Fransen noemen haut de gamme. Drie royale kamers in een grote villa, omringd door een parkachtige tuin met cipressen, palmen, fonteintjes en zitjes. De windvaan heeft de vorm van twee teckels; de levende exemplaren blijven in het appartement van de beheerders op de eerste verdieping. Gasten luieren bij het zwembad, terwijl Willem de planten besproeit.


'Shit, wat heb ik gedaan.' Rob heeft het de eerste anderhalf jaar elke dag wel een keer tegen zichzelf gezegd. 'Dan moet je gaan leren genieten', zegt hij nu. 'Trek eens een flesje open met de gasten, luister naar hun levensverhalen. Je hoort zo veel. Meer dan de helft van de gasten komt een jaar later terug.'


'Het zijn echt twee scheten', vindt een dame in badpak terwijl ze naar binnen loopt voor een glaasje rosé. 'Ze zijn zo attent. En altijd hebben ze iets bijzonders voor de gasten.'


Aanvankelijk stortten Heuvers en Zoon zich met hart en ziel in het Franse leven. Dankzij de bakker van La Colle-sur-Loup, die ze al eerder hadden leren kennen, werden ze bij Fransen uitgenodigd. Maar na een tijdje werd dat minder. 'Je merkt toch dat Fransen uiteindelijk voor hun familie kiezen', zegt Rob. 'Een paar keer hebben we een teleurstelling gehad, dan zit je met de feestdagen alleen.'


Zodoende zijn ze zich meer op landgenoten gaan richten. Die treffen elkaar bij de Nederlandse Club, met achttienhonderd leden de grootste vereniging van Nederlanders over de grens en waarschijnlijk de enige met een eigen glossy: Holland Côte d'Azur Magazine. De gemiddelde leeftijd van de clubleden is hoog. Te hoog, vinden veel Nederlandse Côters, die zeggen niet altijd zin te hebben over golf, bridge, specialisten of ziektekostenverzekering te praten. Daarom heeft Heuvers met wat anderen JOP opgericht, dat staat voor Jeune ou Professionel. JOP organiseert strandbarbecues, jeu de boules, Sinterklaas, skitrips, maar ook netwerkborrels. 'Bedoeld voor alle actieve Nederlanders', zegt Heuvers.


Mensen zoals Marcel Hoedemaker dus, lokaal ook bekend als Marcellus Hoedie. Twaalf jaar geleden kocht hij een appartement in het elegante stadje Vence, hoog verheven boven het gewoel van de kust. In Amsterdam was hij makelaar, hij had een kantoor met 36 man personeel. Ook voor hem moest het roer om.


'Mijn vader had hier met vrienden een appartement gekocht', zegt hij, terwijl op het terrasje aan de Place du Grand Jardin de faux filet wordt geserveerd. 'Na zijn pensioen ging hij hier wonen. Drie jaar heeft hij kunnen genieten, hij stierf toen hij 58 was.'


'Nederland is ook fantastisch natuurlijk - Koninginnedag, Friesland, al dat water', vindt Hoedemaker. 'Maar we wilden een draai aan ons leven geven. Mijn ouders waren overleden, we hadden zelf een kindje verloren. Ik wilde een paar stappen terug. Hier heb je Nice met de cultuur, het vliegveld is om de hoek, de zee vlakbij en in anderhalf uur rijden zit je in Isola, waar je kunt skiën. Heerlijk toch?'


Zijn vak van makelaar heeft hij opgepakt. Maar er kwam wat bij: in Nederland was hij al begonnen met schilderen. In Vence, waar de galeriedichtheid hoog is, werd dat meer. Hoedemaker besloot een eigen atelier te huren en gooit zich, zoals hij het zelf zegt, in het diepe. Hij schildert met water- en olieverf in uiteenlopende stijlen, onlangs waagde hij zich aan zijn eerste ruimtelijke object. In zijn atelier mogen ook andere kunstenaars exposeren, zoals Gerda en Adri Bontebal.


Zaaien, zaaien, zaaien en dan word je gevraagd. Onder dat motto hanteert Hoedie ('vrienden hebben me aangeraden een artiestennaam te nemen') de penseel. Hij schildert op de havendagen van Antibes, maakte een menukaart voor een plaatselijk restaurant, hangt in het kantoor van ABN Amro in Valbonne, maar ook in het luxerestaurant Château Saint-Martin, waar alles marmer is en de lavendel geurt naast de getrimde cipressen.


Veel van zijn nieuwe vrienden zijn Frans, zegt hij. 'Je moet de moeite nemen de taal te spreken. Dan kom je genoeg leuke Fransen tegen. Ze zijn kosmopolitisch hier, komen uit Parijs en Lyon, vliegen gemakkelijk op en neer. Ik ben gevraagd voor de Lions Club. Dan ben je toch goed ingeburgerd.'


Wereldburgers

Niet iedereen heeft dezelfde blijmoedige kijk op het leven aan de azuurblauwe kust. 'De mensen die zich hier vestigen, hebben een leven lang hard gewerkt en goed verdiend. Die gaan met pensioen en willen geen golven meer maken. Het is oude energie', oordeelt Iris Enting in de grote tuin van haar huis net buiten Vence. 'En wie hier eenmaal een baan heeft, blijft vaak hangen. Terwijl er meer in het leven is dan mooi weer.'


'Mij stoort het niet hoor', voegt ze eraan toe. 'Maar voor mijn man is het weleens saai. Als je een vliegtuig nodig hebt, is Nice handig. Maar Lille - met Engeland, België en Nederland om de hoek - is bijvoorbeeld al veel dynamischer.'


Als meisje vertrok Enting naar Montpellier, om te studeren. Daar liep ze haar man tegen het lijf. Toen die in Nederland niet bleek te kunnen aarden, belandden ze na allerlei omzwervingen vijftien jaar geleden hier. Enting geeft Engelse les, begeleidt gehandicapte kinderen en schreef een boek met korte verhalen over Franse Nederlanders: Op z'n Frollands.


'Ik heb soms medelijden met de Fransen hier', zegt ze. 'Die worden overspoeld door rijke nieuwkomers uit alle windstreken. Hun eigen leven wordt ook duurder zodoende. Ze zien de renteniers komen, die onder een palmboom oud willen worden maar niet beseffen hoe eenzaam dat kan zijn, omdat ze geen aansluiting vinden bij de lokale bevolking, die geen reden heeft om met die eb en vloed mee te gaan.'


De grote tuin, praktisch ingericht met veel gras en weinig bloemen, is vooral bedoeld als speelplek voor haar drie kinderen. Hij grenst aan soortgelijke tuinen. Vence ligt een paar kilometer verderop. 'Je zit hier toch op een terp', zegt ze. 'Wil je wat meemaken, dan moet je eruit. Fransen zijn sterk naar binnen gericht, naar hun gezin. Dat beperkt je in de contacten.'


Jonah, de oudste zoon, komt even in de tuin kijken. Hij blokt voor z'n laatste examens, gaat straks een week op kamp om een Japanse vechtsport met messen te leren. 'Voordat hij gaat studeren, mag hij van ons gaan backpacken', zegt Iris. 'Ook dat is on-Frans. Initiatief en zelfstandigheid worden niet erg aangemoedigd. De ambtenarij staat in hoger aanzien dan het zakenleven.'


Maar wie zijn het dan, die Nederlanders die zo nodig aan de Côte d'Azur willen wonen? Peeter - 'zeg maar PC' - 't Hart is directeur van het ABN-Amrokantoor in Valbonne. Een vestiging voor private banking, wat betekent dat de ondergrens van het vermogen op een miljoen euro ligt.


'Hier komen ouderen die hun werkzame leven erop hebben zitten', zegt hij in zijn nieuwe kantoor, dat binnenkort met kunst uit de huiscollectie van de bank wordt aangekleed. 'Maar ook veel jonge ondernemers, die hun eerste 15 miljoen binnen hebben. Die huren een huis voor een jaar, hebben misschien al wat in Courchevel of Florida. Het zijn wereldburgers, bij wie wonen en werken door elkaar lopen.'


Zelf leeft hij ook zo. Op het vliegveld even via Facetime of Skype aanschuiven bij het gezin, dat thuis aan de ontbijttafel zit. Zijn vrouw overweegt in Genève te gaan werken. Dankzij de luchthaven is dat vanaf de Côte d'Azur goed te doen.


Wat die dynamische ondernemers ertoe beweegt Côter te worden? 'De grandeur', vermoedt 't Hart. 'Het is hier een chic en prettig Frans leven. De Russen zagen dat al in de 19de eeuw. De verbindingen zijn goed: in tweeënhalf uur ben je in Utrecht of Amsterdam. En wie zich hier vestigt, kan een heel Nederlands circuit in: van makelaar tot huisarts, van keukenboer tot fiscalist.'


Zelf woonde hij in Singapore en op de Antillen voordat hij naar de Côte d'Azur kwam. Is het hier beter? Hij aarzelt, zegt dan diplomatiek: 'Elk land vormt een nieuwe uitdaging. Het is niet heel gemakkelijk. Er is geen expat community. Op de internationale school zitten bijvoorbeeld veel Russische kinderen. En de Fransen zitten niet per se te wachten op weer een lichting buitenlanders.'


Dat ook zijn cliënten een zekere aarzeling hebben, heeft een andere reden. 'Dat komt door het economisch klimaat', zegt 't Hart. 'En de nieuwe linkse regering maakt mensen huiverig. Dit is een streek voor Sarkozy-aanhangers.'


Ook Patricia ten Have, makelaar bij Tóco d'Azur in Nice, merkt dat de markt terugloopt. 'Er is angst om de crisis en vanwege de politiek. De prijzen zijn stabiel, maar er is te veel op de markt.' Tóco d'Azur, de makelaardij en serviceorganisatie van zakenvrouw Sylvia Tóth, heeft een naam in het diepe Franse zuiden. Een week geleden nog kwam Paul van Vliet binnenlopen. Ook Astrid Joosten behoort tot de tevreden klanten. Ten Have werkt er sinds een paar maanden.


Toen ze nog in Nederland woonde, begeleidde ze grote bouwprojecten - ziekenhuizen, kantoren. En ze had een appartementje in Nice, waar ze met haar man zo vaak mogelijk heenging, desnoods twintig keer per jaar. 'Dan zat je in de zeilboot in de Nederlandse regen en dacht je: wat doe ik hier? Zo zijn we naar de zon getrokken en groeiden we naar dat moment toe om hier te gaan wonen.' Wat Ten Have betreft is dat voor altijd, al is dat nu als vrouw alleen.


Haar klanten zijn vaak werkende vijftigers die een vakantiehuis zoeken en straks een plek om de helft van het jaar te wonen. 'Je vindt hier niet de feestbeesten van de Spaanse costa's, het is allemaal iets conservatiever toch. Ze zoeken de gezelligheid van zo'n dorpje waar ze je in de winkels gedag zeggen, ze willen de oude cultuur en de kunstenaars.'


'Ik heb veel Fransen leren kennen. En ik ben bij Côte d'Orange, het vrouwennetwerk van de Côte d'Azur.' Naar Nederland gaat ze alleen nog om haar moeder te zien.


Op haar scooter rijdt ze de klanten af. Ze begeleidt ook weer bouwprojecten, al gaat het dan om villa's. 'Je moet goed opletten hier. Administratief is het een drama, met veel stempels en een eindeloze hoeveelheid kopieën. Ze bouwen minder goed dan wij gewend zijn. Ik woon zelf in een appartement waar geen enkele afvoer op afschot loopt. In Antibes heb ik meegemaakt dat bij het weghalen van een binnenmuur in een huis een dode boom tevoorschijn kwam. Daar was gewoon omheen gebouwd.'


Verleidingen

Port de la Rague, in de mooie baai van Cannes net buiten Cagnes-sur-mer, is wat je je voorstelt bij de Côte d'Azur. Een haven vol grote jachten, die geboend worden door bemanningsleden in blauwe polo's, een rotsige kust met hier en daar een villa, en boven de diepblauwe zee een stralendblauwe lucht. Waar je maar kijkt zie je hier een naam: Arie de Boom.


Het restaurant serveert als dagschotel een zalmtartaar met frieten. Aan tafel: Alex en Mieke de Boom. Alex' vader, Arie, had in Nederland een bedrijf met pleziervaartuigen en jachthavens opgezet en voer in de jaren zeventig met zijn familie op een loodskotter naar de Franse zuidkust. 'We besloten gezamenlijk hier een activiteit te beginnen', zegt De Boom. 'We zagen dat er mogelijkheden waren. De Fransen deden het op hun Frans: op een stoel zitten en afwachten of er klanten komen. De markt groeide zo hard, we konden onze ogen niet geloven.'


Eind jaren zeventig konden ze deze haven kopen. Binnen tien jaar groeide De Boom uit tot het grootste watersportbedrijf ter wereld. Nog weer wat later, bij de Europese eenwording, kwam de terugslag. De Boom moest zijn schepen met btw gaan verkopen: weg prijsvoordeel voor klanten uit andere landen. 'We hebben ons motto veranderd', zegt hij. 'Niet het grootste, wel het mooiste watersportbedrijf ter wereld.' In 2008, toen de collega's klappen kregen, was zijn bedrijf al afgeslankt. 'Bij het uitbreken van de crisis hadden wij niet meer dan vier boten op voorraad.'


De schepen die hij verkoopt kosten tussen de 50 duizend en 5 miljoen euro. 'Dat zijn behoorlijke bedragen. Onze klant is per definitie succesvol en weet wat hij wil. Je kunt wat van hem leren, over omgang met mensen, over bedrijfsstructuren. Er zijn er heel wat die vrienden zijn geworden. Met de Nederlandse gemeenschap hebben wij weinig van doen', waarschuwt De Boom. 'Het grootste deel hoort niet bij onze doelgroep.'


Op de werf werken vijftig mensen. 'We begonnen met een kader uit Nederland, maar dat bleek geen succes. 'Binnen twee jaar waren ze Franser dan Frans. De verleidingen zijn hier groot.' In twee Smarts worden we rondgereden. Langs de jachten - 'bemanning is vaak een gevoelig onderwerp' - aan de lange steigers, langs de klassieke Riva op de wal, een sierlijk Italiaans kajuitbootje dat wordt opgeknapt. In zijn jeugd deed De Boom mee aan speedbootraces, hij heeft nog een poster van stripfiguur Michel Vaillant bij de zes uur van Parijs. Tegenwoordig rijdt hij in een MGB wedstrijden voor oldtimers.


Mieke de Boom wijst naar een villa met torentje, even boven de haven tegen de helling gebouwd. 'Daar wonen we', zegt ze. 'Zo kan ik vanuit mijn keukenraam de haven in de gaten houden.'


Niet meer dan een enkel jacht heeft een Nederlandse thuishaven op de achterplecht. 'Het is puur internationaal', zegt De Boom. Wel wil hij zich met Holland Yacht Experience meer toeleggen op de verkoop van Nederlandse schepen. 'De mensen willen duurzame boten die economisch zijn in brandstofgebruik en hun waarde houden. Dan kom je toch uit bij de Nederlandse jachtbouw.'


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden