Hollands zonnepaneel gezocht

Op het dak van de Utrechtse universiteit staan 23 zonnepanelen. Over een jaar moet duidelijk zijn welk paneel het best bestand is tegen het wisselvallige Hollandse weer.

VAN ONZE VERSLAGGEEFSTER VIRGINIA GROENENDIJK

UTRECHT - Het rendement van zonnepanelen kan met 5 tot 10 procent omhoog als Nederland het juiste paneel kiest. Dat is de verwachting van universitair docent zonne-energie Wilfried van Sark. Vorige week begon hij met promovendus Atse Louwen een 23 panelen tellend vergelijkingsonderzoek op het dak van de Universiteit Utrecht.

'Als je goed kijkt, kun je de Dom zien', zegt Van Sark terwijl hij trots langs de panelen loopt. En inderdaad, het zonlicht schittert op alle fysieke hoogtepunten van de stad. De gegevens van de zonnepanelen, die van een afstand doet denken aan het oliekleurige pantser van een kever, moet duidelijk maken waarom het ene zonnepaneel het beter doet dan het andere. Over een jaar hopen Van Sark en Louwen de eerste resultaten te publiceren.

Sinds de eerste zonnecel in 1954 op de markt kwam, wordt er voortdurend onderzoek gedaan naar het verhogen van het rendement, zegt Van Sark. Inmiddels is de techniek zo ver dat een huishouden volgens hem zelfvoorzienend kan zijn, wat neerkomt op een energieproductie van 4.000 kilowattuur per jaar. Maar de realiteit is minder simpel. Factoren als de samenstelling van het licht, de temperatuur van het paneel en de mate van verstrooiing van de zonnestraling bepalen de energieomzetting voor een groot deel. Atse Louwen, die promoveert op het onderwerp milieu en kosten bij de ontwikkeling van zonnecellen: 'In Nederland hebben we veel schuine lichtinval, de temperatuur is vrij laag en veel licht komt door weerkaatsing van de wolken verstrooid op de panelen neer.' Van Sark: 'Een zonnepaneel werkt optimaal als het ook onder deze omstandigheden zonlicht kan omzetten in energie.'

De Utrechters willen de hoeveelheid omgezet zonlicht bij zeven technieken vergelijken. Met 23 panelen komt dit neer op ongeveer drie panelen per techniek. Die technieken zijn grofweg te verdelen in twee groepen: kristallijn silicium en dunne film. De eerste groep zonnecellen bestaat uit bewerkte plakjes kristal: de cellen zetten veel zonlicht om in energie, 14 tot 20 procent, de productie is duur. Dunne film zonnepanelen zijn, zoals de naam al aangeeft, dun en daardoor handzaam in het gebruik, maar het rendement ligt met 6 tot 12 procent een stuk lager.

Volgens Louwen en Van Sark onderscheidt hun project zich onder meer doordat het vrij is van commerciële belangen. Bovendien wordt voor het eerst in Nederland gekeken naar de invloed van de samenstelling van het licht.

Het onderzoek UPOT (Utrecht Photovoltaic Outdoor Test Facility) is onderdeel van een nationaal programma waarbij wetenschappers, zonnecelontwikkelaars en -producenten samenwerken om een zonnecel te produceren die zowel bestaat uit kristallijn silicium als dunne film. Deze heterogene zonnecellen, waarvan het octrooi onlangs is verlopen, behalen een rendement tot wel 25 procent. Merknamen worden in de rapportage niet genoemd. Van Sark: 'Het gaat er niet om welke paneel het beste is, maar welke paneel het beste is voor Nederland.'

undefined

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden