Hollands welvaren in Rio

Het succes van Nederland in Rio is een optelsom van zaken als traditie (verenigingsleven) of uniek talent (Van Rijsselberghe). Jammer dat de rol van de nieuwe Nederlander zo klein is.

De Nederlandse ploeg presenteert zich een maand voor 'Rio'. Beeld ANP

Het chagrijn op het gezicht van Tom Dumoulin en Dafne Schippers - zij met haar woedend weggesmeten spikes - , spleet de gemoederen ook in het circus van de nabeschouwingen. Konden zij niet blij zijn met zilver?

Raar is dat, zo slecht tegen je verlies kunnen, vond de een. Schitterend juist, reageerde de ander. Schippers en Dumoulin zijn winnaars. Ze kwamen naar Rio voor goud, hun leven was ingericht op winst. Zij dachten zoals de bekende Britse verslaggever en presentator Piers Morgan het verwoordde. Hij lokte in Engeland een hevig debat uit met zijn provocerende opmerkingen dat iedereen die niet wint automatisch een loser is.

Wij zijn van nature verliezers, schrijven veel critici in Nederland al jaren. Te vaak net niet, op cruciale momenten. Maar hoezo, verliezers? De afgelopen jaren is in de Nederlandse sport een karrenvracht aan prijzen binnengesleept, waaronder tientallen eerste plaatsen, in een breed arrangement van sporten, van darts tot wielrennen, van judo tot atletiek.

Dat beeld van succes is min of meer bevestigd bij de Olympische Spelen, al verdoezelt de stand op de medaillespiegel enigszins de vroege, roemloze aftocht van veel deelnemers. Nederland behaalde misschien iets minder medailles dan vooraf was berekend en waarop was gehoopt, maar relatief vaak was het eremetaal verguld.

De oorsprong van de verhalen over eeuwige verliezers is duidelijk. Het zijn vaak de wat kleinere sporten waarin Nederland wint: zeilen, roeien, hockey. In topvoetbal, de Tour of op Wimbledon zijn de prijzen schaars. Kijk naar de titels: eentje bij het landenvoetbal (EK'88), twee in de Tour ('68, '80), eentje bij de mannen op Wimbledon ('96). Deze Spelen verwachtte het land veel van Schippers, Zonderland en Kromowidjojo, die geen van allen wonnen. Toch viel een en ander op:

Witte wereld

Bouwmeester, Ligtlee, Weertman Van Rouwendaal, Van der Breggen, Wevers, Van Rijsselberghe, Paulis en Head. Gouden medailles van oer-Hollandse sporters, bepaald geen afspiegeling van de steeds veelkleuriger Nederlandse maatschappij. Voetbal, dát is de straat. Het kind in de achterstandswijk loopt met zijn bal naar het pleintje. Sterker: het aandeel van de achterstandswijk in het topvoetbal groeit, mede omdat menig kind daar meer uren maakt dan het witte jongetje met zijn iPad. Bij de olympische sporten is de integratie nog niet zover. Het zijn nog steeds de welvaartssporten die de toon zetten, met hockey, zeilen en roeien als koplopers.

Schippers, dochter van een fysiotherapeut en een onderwijzeres met liefde voor sport, schreef de Volkskrant deze week. Sanne Wevers, getraind door haar pa. Van Rijsselberghe, met zijn meelevende ouders op Texel. Het vieren van Nederlandse medailles was vaak een familiebijeenkomst.

Ilse Paulis en Maaike Head behalen goud tijdens de finale van de lichte dubbeltwee in het Lagoa stadion tijdens de Olympische Spelen van Rio. Beeld ANP

Talent

Beleid is mooi, nodig en fijn, maar talent en ambitie blijft het belangrijkst in sport.

Dorian van Rijsselberghe prolongeerde zijn surftitel. Hij is een vriendelijke reus die scherpe doelen stelt. WK's zijn leuk en aardig, maar die hoeft hij niet per se te winnen. Het gaat hem om de Olympische Spelen. Sporters met talent en een ijzeren wil zullen altijd blijven oogsten, onafhankelijk van het beleid van NOC*NSF.

Dorian van Rijsselberghe. Beeld EPA

Organisatietalent

Nederlanders zijn organisatoren, handig met geld bovendien. Kijk naar de zogenoemde focussporten van NOC*NSF, de sporten die het meeste geld ontvingen. Geld zo nuttig mogelijk besteden in sporten waar een grote kans is op medailles, dat is de tactiek: zwemmen, zeilen, roeien, hockey, wielrennen, paardensport en judo. Grofweg presteerden judo, paardensport (tot de individuele springwedstrijd vrijdag) en zwemmen matig, totdat de zwemmers in het open water voor de Copacabana alsnog twee hoofdprijzen opvisten. Zeilen, roeien, hockey en wielrennen deden het vrij goed. De focussporten leverden zeven keer goud op, nog voor de finale van het vrouwenhockey.

In tabellen van de topsportprogramma's, over talent en potentie, zijn oneindig veel bedragen gepubliceerd. Het topjudo bijvoorbeeld kreeg in 2013 1,5 miljoen toegekend, een bedrag dat langzaam afliep tot 1,35 miljoen in 2016.

Op de lijsten valt alles na te vlooien. De meerkampers vielen erg tegen voor zoveel geld, zoals eigenlijk bijna alle baanatleten, afgezien van Schippers, ver van hun beste prestaties bleven. Turnen en handbal zullen waarschijnlijk meer geld krijgen op weg naar de volgende Olympische Spelen. Maar meer krijgen is geen garantie voor succes. En wie weet, staan de gekorte sporten weer op, want sport is meer dan geld.

Buitenlandse coaches

Vreemde ogen dwingen. Het is opvallend hoeveel buitenlandse coaches betrokken waren bij de Nederlandse successen. De Duitser René Wolff bij het baanwielrennen, de Fransman Philippe Lucas als trainer van Van Rouwendaal, de Italiaan Giovanni Guidetti bij de volleyballers, Alyson Annan uit Australië bij het vrouwenhockey, de Argentijn Max Caldas bij de mannen, hoewel zij faalden. Ze verloren in de halve finale van de Belgen, die met Shane McLeod een bondscoach uit Nieuw-Zeeland hebben.

Aaron McIntosh staat als Nieuw-Zeelander aan de zijde van windsurfer Dorian van Rijsselberghe. En de Brit Mitch Fenner, onlangs overleden, was de inspirator van het Nederlandse turnsucces.

De Duitser René Wolff coachte Elis Ligtlee naar goud. Beeld ANP

Tegenslag

Zwemster Sharon van Rouwendaal huilde na het goud op de 10 kilometer. Ze had het zo zwaar gehad, met een blessure, bij haar Franse trainer Philippe Lucas. De zussen Wevers zijn eens uit de turnhal verjaagd. Moeder bleef wonen in Oldenzaal. Vader en de zussen verhuisden naar Heerenveen, om trainer Louter te ontlopen in Almelo. Wie de verhalen las, kreeg al bijna tranen in de ogen. Sanne Wevers rijpte, is 24 jaar, aanzienlijk ouder dan de turnpoppetjes uit China. Dankzij volharding en talent bleef ze staan op de balk, waar de Amerikaanse gouddelver Simone Biles wankelde.

Sharon van Rouwendaal. Beeld ANP

Kracht van verenigingen

Het succes in handbal, volleybal en hockey is ook de beloning voor honderden verenigingen, in de stad en op het platteland. Waar ter wereld is de sport zo goed georganiseerd als in Nederland, waar hoef je zo weinig te reizen?

De grootste sport, voetbal, blijft wat dat aangaat opvallend achter, olympisch gezien, hoewel de vrouwen dichtbij plaatsing waren.

Weet u nog, Vivianne Miedema verscheen in de laatste, beslissende wedstrijd van het kwalificatietoernooi vrij voor de doelvrouw van Zweden. Ze miste. Zweden plaatste zich dus voor Rio en drong door tot de olympische finale.

Bij het hockey is de organisatiestructuur nagenoeg perfect. Sporten als volleybal en handbal kampen met dalende ledentallen, maar zijn nog steeds diep geworteld in de samenleving.

Handbal, toonbeeld van georganiseerde sport in Nederland. Beeld ANP
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.