BESCHOUWING

Hollands licht: van Ruisdael tot Zero

Het Hollands licht scheen op talloze kunstenaars, van Ruisdael tot Zero. Van dat laatste collectief is nu een tentoonstelling te zien in het Stedelijk Museum in Amsterdam.

Gezicht op Naarden (1647) van Jacob van Ruisdael. Beeld Museum Thyssen-Bornemisza

In 1998 was ik voor het eerst in Museum Thyssen-Bornemisza in Madrid, waar men een voor die tijd gewaagde kleur had gegeven aan een aantal museumwanden. Veel ervan hadden de kleur van een aardewerken bloempot, beige noch oranje. De bloempotkleur was een grote rust voor het oog. Dit jaar was ik er opnieuw en het museum bleek niet gezwicht voor heersende modes: geen antracietkleurige of donkerblauwe museumwanden, de terracottakleur was er nog steeds. Het luistert nauw met die aardenwerken kleur. Eén tintje in de richting van bruin en de de museumzalen worden overdreven nostalgisch en ook somber, stel ik me voor. Een fractie meer oranje en je wandelt in een bonbondoos.

Je leeftijd bepaalt je blikrichting, en zeventien jaar geleden passeerde ik in museum Thyssen vrij achteloos de sectie met Hollandse 17de-eeuwse landschappen. Die had ik in Nederlandse musea al genoeg gezien, daarvoor hoefde je niet speciaal naar Madrid. Daar denk ik inmiddels anders over. En ik kíjk ook anders. Elders in de wereld kijk ik gretiger en beter naar geschilderde landschappen waarin het Hollands licht domineert.

De gelukkigste combinatie met die aardewerken museumwand vormde, bij die sectie Nederlandse landschappen, Gezicht op Naarden (1647) van Jacob van Ruisdael. Gezicht op Naarden is vintage Ruisdael: tweederde van de oppervlakte wordt ingenomen door een wolkenlucht met de kleur van afwaswater. Een aantal grijswitte cumuluswolken klontert stoïcijns bij elkaar en tussen al die wolken piept hier en daar een waterig lichtblauw.

Bijna-perfectie

Door die wolkenlucht heen landt in Gezicht op Naarden een strook zonlicht op de landerijen rondom de vestingstad. Een reepje grasland wordt scherp uitgelicht in het verder donkergroene en grijzige Hollandse landschap. Dat ene strookje polderland, dat zich tevoorschijn worstelt uit alle donkere groen- en grijstinten: het is niet alleen Ruisdaels visitekaartje, maar het belichaamt ook het veelbezongen Hollands licht.

Het strookje oplichtend geelgroen grasland in het schilderij wil niet behagen, het heeft niets idyllisch of feeërieks, maar oogt nuchter en matter-of-factly. Hier moet men het in Nederland mee doen, met helder licht dat weinig drama in zich lijkt te hebben. Het is een kaal en kil licht, zonder poespas of verborgen verleider; zonder uitroepteken of opgelegd pandoer. Dat Hollands licht moet zich vooral niet aanstellen. Hard, hoekig en onbewogen valt het zonlicht van Ruisdael op het Naardense polderland.

Precies zo is het licht op een ander, bekender werk van Ruisdael: Gezicht op Haarlem met bleekvelden. Het schilderij is van een veel latere datum dan het relatief vroege Gezicht op Naarden. Ruisdael schilderde die bleekvelden tussen 1670 en 1675. De late Ruisdael, zogezegd. Ook Gezicht op Haarlem met bleekvelden bestaat voor tweederde uit die welbekende Ruisdael-wolkenlucht. Maar de harde helderheid van dat licht, dat twee stroken met bleekvelden uit het landschap lijkt op te tillen, bereikt hier een graad van bijna-perfectie. Naarden vormde nog een opstap naar de Haarlemse bleekvelden.

R62-16 (1962). van Jan Schoonhoven. Beeld Stedelijk Museum

Zeroïsten

In de 17-de eeuw verdienden Haarlemse begijnen onder meer de kost met het bleken van linnen. Het linnengoed werd uitgespreid op het grasland en besprenkeld met water. De zon kleurde het nog vale linnen tot helderwit. Op Gezicht op Haarlem met bleekvelden liggen die lappen textiel in lange rijen op het grasland. Aan de kop van een van die rijen hangt, recht voor een boerenwoning, wit wasgoed te drogen. Dat wasgoed is witter dan de stroken linnen op het land. Alsof het wasgoed er tot maatstaf en voorbeeld hangt. Het wasgoed is ook witter dan de bovenkant van de stapelwolken boven Haarlem. Van een enkele begijn, stipjes in het landschap, zie je het hagelwitte schort.

In dit licht wordt door de begijnen noest gewerkt. Ook hier wil het Ruisdael-licht zakelijk en zonder franje zijn. Uit dit Hollandse wit, kun je veronderstellen, is misschien het stoïcijnse wit van de abstracte werken van Piet Mondriaan geboren. En ook het wit van de onderling nét niet inwisselbare rasterkunstwerken van papier-maché van Jan Schoonhoven.

Een aantal van Schoonhovens witte papier-maché reliëfs maakt deel uit van de tentoonstelling Zero: Let Us Explore the Stars in het Stedelijk Museum in Amsterdam. Zero was de verzamelnaam voor de groep kunstenaars uit Duitsland, Frankrijk en Nederland in de jaren vijftig en zestig. De Zeroïsten verklaarden zich tegenstander van de uitbundige expressie. Gewoon is al gek genoeg en in het gewoonste en het elementairste schuilt tegelijk een maximum van sensationele uitzonderlijkheid. Toon dat allerelementairste en ga ermee op artistieke ruimtevaart, vonden de Zeroïsten.

De werkelijkheid in essentie

Van deze kunstenaars was Schoonhoven wel een van de nuchterste, zo getuigt ook een tekst van zijn hand die in de catalogus van Zero is opgenomen. Schoonhoven schreef: 'Doel is om op onpersoonlijke wijze de werkelijkheid te funderen als kunst.' En: 'De voornaamste taak van Zero is de werkelijkheid in essentie te tonen, de werkelijke werkelijkheid van materialen, van gelocaliseerde dingen in geïsoleerde duidelijkheid.'

Lukt het om met een Zero-achtige blik naar het Hollandse landschap van Ruisdael te kijken? Op Naarden en Haarlem is de al te verhalende toets naar de achtergrond gedrongen. Het landschap is bijna als een voorwerp, dat in zichzelf gekeerd een stevig potje ongenaakbaar ligt te zijn. Het landschap als een ding: misschien de Zero-manier van kijken.

Zeroësk is ook de voorkeur voor en de nadruk op het alledaagse in plaats van het uitzonderlijke. In het bleekveldenschilderij wint het kleine het van het grote: het witte wasgoed aan het lijntje vlakbij de boerenwoning tekent zich scherper af dan de majestueuze Sint-Bavokerk op de achtergrond. Misschien is dat wasgoed bij Ruisdael wel à la Zero 'de werkelijkheid in essentie'. Het kleinste stukje wit in het schilderij is het krachtigste wit. Dat kleine stukje wit vangt het meeste licht.

Dubbele lichtweerkaatsing

De Duitse kunstenaar Joseph Beuys was van mening dat het Hollands licht, afgebeeld door de Hollandse landschapsschilders van de 17de eeuw, in de 20ste eeuw voorgoed is verdwenen. We kregen er het drooggelegde Flevoland en het IJsselmeer voor in de plaats. Maar dit nieuwe land en het nieuwe meer zijn weinig waard in vergelijking met het het unieke element van het Hollands licht, meende Beuys, die de Zuiderzeewerken een 'misdaad tegen het licht' noemde. Beuys beschouwde de Zuiderzee als het oog van Nederland.

Het bijzondere van het Hollands licht was de dubbele lichtweerkaatsing, aldus Beuys. Zonlicht weerkaatst op het water, en die weerkaatsing weerkaatst dan weer op de wolken; het licht verdubbelt in kracht. De Zuiderzee was één grote lichtreflecterende spiegel die zich in het hart van het land bevond.

Een ingepolderd landschap kan dat licht niet meer weerkaatsen; door die inpoldering werd Nederland een oog uitgerukt, om Beuys' beeldspraak aan te houden. De spiegel raakte verdoft en bewasemd. Weg maximale helderheid, weg superioriteit van het licht op en in Nederland.

Beschermd natuurmonument

Als je Beuys' bevinding dramatiseert, kun je plechtig stellen dat het licht op het witte wasgoed in Gezicht op Haarlem met bleekvelden in onze tijd nooit meer zo helder kan zijn. 'Uitgeroeid', in de (inderdaad gezwollen) taal van Beuys.

Zou het?

In een - helaas nooit gerealiseerde - performance wilde een aantal kunstenaars van Zero midden jaren zestig aan de Nederlandse kuststrook het land, de wind, de zee en de wolkenlucht signeren, als was het een Zero-kunstwerk. Het zou daarmee 's werelds grootste ready-made zijn. Een geweldig idee met een hoog avonturenboekgehalte. Gegeven de theorie van Beuys, en in de geest van Zero, strekt het misschien tot aanbeveling om het restant van het heldere Hollands licht, weerkaatsend tussen waterspiegel en wolkenlucht, te verklaren tot beschermd natuurmonument.

Zero: Let Us Explore the Stars, Stedelijk Museum, Amsterdam, t/m 8/11.

De tentoonstelling Zero: Let us Explore the Stars in het Stedelijk Museum in Amsterdam. Beeld Gert Jan van Rooij

Vier sterren

Zero, de radicale kunstbeweging uit de jaren vijftig, met een voorkeur voor wit, minimalisme en autobanden aan de muur, beleeft een revival, dankzij Jan des Bouvrie en consorten. Lees hier wat Volkskrant-recensent Rutger Pontzen van de expositie in Het Stedelijk vond.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden