Holland in Hollywood

Veel dromen kwamen er uit, veel dromen spatten er uit elkaar. Ieder jaar trekken drommen mensen naar Los Angeles, in de hoop op een doorbraak in de filmwereld....

Geregeld ziet Justin van der Lek (25) een stoet limo’s onder zijn raam voorbijtrekken en zelfs een dronken Britney Spears achtervolgd door paparazzi. Of hij wil net een hap van zijn hamburger nemen als Samuel L. Jackson aan het tafeltje naast hem gaat zitten. ‘Het is hier normaal, maar wennen doet het nooit echt’, vertelt hij op de bank in zijn studio in een appartementencomplex in hartje Hollywood.

Van der Lek, afgestudeerd aan het grafisch lyceum in Utrecht, werkt sinds kort in Los Angeles bij Digital Domain, een van de grootste visual effects-bedrijven in de wereld. ‘In Nederlandse films worden weinig special effects gebruikt, LA is voor mij echt de place to be.’

De special effects-specialist woont op een steenworp afstand van de befaamde Walk of Fame, waar ‘sterren’ met een ster worden vereeuwigd in beton. Boven de vloerster van Charlie Chaplin hangt Spiderman in een lantaarnpaal en even verderop gaan Captain Jack, Shrek en Marilyn Monroe op de foto met voorbijtrekkende toeristen. Hollywood is veel vergane glorie en weinig glamour. ‘Maar’, zegt Van der Lek, ‘je verveelt je nooit.’

Momenteel werkt hij aan Mummie 3. ‘Inhoudelijk misschien niet de beste film, maar ik klaag niet als ik een leger van zombies mag laten exploderen.’ Zijn vrouw was in Nederland schoonheidsspecialiste. Nu werkt Jacqueline Makkée (24) als special effects make-up-artiest. Van der Lek: ‘Zij is van de afgehakte armen, nepwonden, rondspattende ingewanden en monstermaskers.’ Samen wonen ze nu een jaar in LA.

Terwijl Thekla Reuten op het witte doek naast John Malkovich schittert en Carice van Houten naast Tom Cruise, werken er nog veel meer Nederlanders in Hollywood. Onzichtbaar voor het filmpubliek, áchter de schermen. Specialisten op het gebied van special effects zoals Van der Lek en Makkée, maar ook editors, cameramensen, scriptschrijvers en regisseurs.

In 2004 volgde Van der Lek in LA een vervolg-fx-opleiding (fx staat voor special effects). Toen wist hij: hier moet ik zijn. Vervolgens werkte hij elk jaar als vrijwilliger bij de Special Effects Awards. ‘En dan met zoveel mogelijk vakgenoten praten en laten weten dat je hier wilt werken.’

Dat leverde hem uiteindelijk een baan op bij een klein, maar toonaangevend FX-bedrijfje, waar hij meteen aan Pirates of the Caribbean 2 mocht meewerken. ‘Met grote stalen buizen wordt het piratenschip kapotgemaakt. Wij moeten dat wegretoucheren en dan het zeemonster toevoegen.’

Toen haar vriend aankondigde naar LA te gaan, besloot Makkée een opleiding special effects-visagie te doen. Zij vond werk bij een FX-atelier. ‘Laatst stond ik nog littekens aan te brengen op dokter Jack uit Lost’, vertelt ze lachend. ‘En ik ben ook verantwoordelijk voor de ‘pusapplicaties’ in de horrorfilm Cabin Fever.’

Het is wel keihard werken, vertellen de twee. Van der Lek: ‘Het gaat hier om zulke grote bedragen. Film is een reuzemachine, een soort stoomtrein die moet blijven gaan en als radertje moet je daarom soms wekenlang nachten doorhalen. Maar ik verdien ook wel drie keer zoveel als ik in Nederland zou verdienen.’

Ook het aflopen van ‘de feestjes’ hoort erbij, geven ze toe. ‘Hoewel die vaak vreselijk zijn, hoor’, zegt Makkée. ‘Meestal staan mensen zichzelf ongegeneerd te verkopen.’ Van der Lek: ‘Jochies met hele portfoliotassen en mooie meisjes die met producers slapen voor een minirolletje in een C-film, je ziet het allemaal.’

Wandelend door Hollywood kom je om de zoveel deuren wel een briefje tegen met teksten als: ‘Voor auditie bel bij nummer 1667’ of ‘Auditie start om 4 pm, te laat is te laat’. In de stad waar elke ober eigenlijk filmmaker en elke fitnessinstructeur ook acteur is, lopen de Paris Hiltonnetjes verstopt achter grote zonnebrillen met aangeklede miniatuurhondjes zonder blikken of blozen langs een rij slapende zwervers.

Special effects-animator Koen Vroeijenstijn (32) vermoedt dat er miljoenen werkloze acteurs in LA rondlopen. Terwijl veel acteurs vergeefs van auditie naar auditie trekken heeft hij de luxepositie ‘gevraagd’ te zijn. In 2006 volgde hij een animatiecursus in LA, waarna hij via een medestudent werd uitgenodigd voor een sollicitatiegesprek bij DreamWorks, een van Amerika’s grootste animatiestudio’s, bekend van Shrek, Wallace & Gromit, Sharktale, Bee Movie. Een paar maanden later vertrok hij met twee koffers (‘één met kleren en één met boeken’) en een driejarig contract naar de Engelenstad.

De Dreamworks-studio’s – op de animatieafdeling werken 900 mensen – zijn prachtig gelegen in een rustige wijk van LA. Het terrein doet denken aan een combinatie van een Mexicaans bergdorp en een Romeinse villa-enclave. Typisch Amerikaanse kitsch, noemt Vroeijenstijn het. Tussen de fonteinen en vijvers vol kooikarpers staan op zonnige patio’s pingpong- of tafelvoetbaltafels. ‘We moeten elk uur tien minuten ontspannen, om rsi te voorkomen.’

Het personeel komt van over de hele wereld. Japanners, Koreanen, Zuid-Amerikanen en precies één Nederlander: Vroeijenstijn.

Dreamworks regelde alles voor zijn emigratie, vertelt hij. ‘Om een visum te krijgen moet je je uniciteit aantonen. Dus hebben zij een dik dossier met bewijslast over mijn ‘briljantheid’ samengesteld, haha.’

In Nederland had Vroeijenstijn samen met een vriend een filmanimatiebedrijfje. Jarenlang werkte hij overdag als animator voor onder meer de Discovery of Heaven en de NPS. In de avonduren studeerde hij natuurkunde. ‘Ik ben mathematisch onderlegd én kan goed tekenen’, vertelt hij. Die combinatie maakt hem voor Dreamworks zo aantrekkelijk. ‘Om al die mooie plaatjes te maken heb je veel wis- en natuurkunde nodig. Wat ik doe is problemen mooi oplossen, nieuwe software bedenken. Voor Shrek moest ik bijvoorbeeld een omgevallen kerstboom door een varken laten voortslepen. Dan bereken ik hoe de kerstballen moeten roteren en hoe de boom zo realistisch mogelijk kan slingeren. Daar ben je maanden mee bezig.’

De eerste maanden in LA vielen hem zwaar. ‘Je bent eenzaam, in een vreemde stad in een raar land, waar je niemand kent.’ Inmiddels voelt hij zich thuis. Vooral het warme weer bevalt hem uitstekend. ‘Maar LA is te veel een autostad. Je moet alles met de auto doen, de afstanden zijn enorm. Als echte Hollander mis ik m’n fiets.’

En ook met het ‘hele Hollywood-bekendheden-gedoe’ heeft de animator niks. ‘Het draait hier erg om mensen kennen, netwerken. Geld en beroemdheid zijn wel heel belangrijk, daarom kan je hier maar beter niet te lang blijven, anders raak je nog besmet.’

‘Een editor is als een kok’, legt Radu Ion (33, geboren in Roemenië, getogen Amsterdammer) uit, terwijl hij in zijn cabrio over Rodeo Drive (‘de lokale PC Hooft’) glijdt. ‘Je moet het zien als het bereiden van een gerecht. De schrijver bedenkt het recept, de filmmakers kopen de ingrediënten en ik mag koken. Dat is monteren. Je kunt het leren, maar je moet wel een soort basis beeldintuïtie hebben. En ik kan op hoog tempo werken, in een drukke keuken, zeg maar. Anders red je het hier niet.’

Montageman Ion woont en werkt al zeven jaar in LA. In 2002 studeerde hij af aan het prestigieuze American Film Institute in LA. Tijdens zijn laatste studiejaar won hij een award voor de montage van een trailer voor Almost Famous. Dat leverde hem meteen een baan op als trailereditor. Z’n eerste klus was een trailer voor Star Wars, later volgden films als Bowling For Columbine, 2Fast 2Furious, The Bourne Supremacy en Inside Man.

Het maken van een trailer is een vak apart, vertelt Ion later op het terras van een trendy bistro in Beverly Hills. ‘Het is moeilijk, je moet anderhalf uur samenvatten in twee minuten.’ Ion begint altijd met het geluid, daarna volgt het beeld. ‘Met muziek maak ik een ritme, zodat je hoort: dit is eng, dit is intrige, dit is blijdschap. Dat is de basis van de puzzel, daarna stapel ik laag voor laag beelden, special effects en de voice-over eroverheen.

Het ging goed met Ion, hij kreeg steeds meer opdrachten en het geld stroomde binnen. Maar na enkele jaren als trailereditor voor filmstudio Universal Pictures te hebben gewerkt is hij sinds kort voor zichzelf begonnen. Hij wilde zich meer op de montage van speelfilms richten.

Sindsdien is hij altijd met tien klussen tegelijk bezig. ‘De kans dat projecten doodlopen is altijd groot hier, en dan heb je niks.’

Ion kent in heel Hollywood zo’n dertig Nederlanders, waarvan de helft (vooral acteurs en actrices) amper werk heeft. ‘Veel mensen proberen het hier niet lang genoeg. Een paar maanden is niet voldoende. Je moet hier minstens twee jaar zitten en bereid zijn om gedurende die tijd helemaal niks te verdienen. En ‘houden van’ is niet genoeg, je moet echt door je vak geobsedeerd zijn. Je gaat namelijk zo vaak op je bek, je moet weten waarvoor je het doet.’

Werken in Hollywood is volgens Ion: jezelf schaamteloos durven verkopen (dat moet hier écht!’), keihard werken (‘veertien uur per dag is niet vreemd’) en bereid zijn ook rotklussen te doen (‘ik heb de allerslechtste horrorfilms gemonteerd’).

De afgelopen jaren heeft ook regisseur Roel Reiné (38) veel Nederlanders zien komen en gaan in LA. Waarom hij het hoofd wel boven water weet te houden en zij niet? ‘Je moet écht niet te beroerd zijn om helemaal onderaan te beginnen. Ik heb films voor 50 duizend dollar staan maken, met een crew die amper betaald kreeg. Dat doe je zelfs in Nederland niet. En je kunt geen jaren over een film doen. Ik heb de afgelopen anderhalf jaar vier films gemaakt.’

Reiné leunt achterover in een rode fauteuil in de chique hotellobby van Chateau Marmant, aan de rand van de Hollywood Hills. ‘Ik spreek hier graag af omdat het een beetje Europees is en geschiedenis ademt. Het is bijna 100 jaar oud en dat is hier: heel erg oud.’

Reiné is net terug van opnames in Panama, voor zijn film Lost Tribe (over een groep drenkelingen op een eiland met vreemde bewoners). Vorig jaar maakte hij in opdracht van Sony Pictures Marker, met martial arts-veteraan Steven Seagal. ‘Met zo’n film dring ik door tot het studiosysteem. Door af en toe een Seagal-film te maken behoud ik de vrijheid om ook onafhankelijke films te maken.’

De oversteek naar Hollywood vier jaar geleden is de beste beslissing in zijn leven geweest, vertelt Reiné. Inmiddels gaat het zo goed, dat hij regelmatig ergens nee tegen zegt, maar dat moest wel groeien.

In Hollywood is de regisseur niet de hoogste baas, maar de producent, legt hij uit. ‘Dat moet je accepteren, maar het betekent niet dat je dan maar niks meer moet proberen. De crew op de set van Marker was stomverbaasd dat ik niet de hele dag in m’n trailer zat, maar hard werkte, ideeën had en me overal mee bemoeide. In het studiosysteem zijn ze veel ongeïnspireerde, luie regisseurs gewend.’

Hoewel Reiné in 1999 een Gouden Kalf kreeg voor The Delivery, zijn Engelstalige film over jonge drugskoeriers, konden Nederlandse filmcritici en collega-filmmakers weinig waardering voor zijn film opbrengen. ‘Mijn kop ging eraf. Slechte film, geen talent, wil Hollywoodje spelen, platte pummel, noem maar op. Op slag had ik geen werk meer.’

Ironisch genoeg zorgde juist die in Nederland verguisde film voor zijn latere doorbraak in Amerika. The Delivery werd namelijk gekocht door Lionsgate, de grootste distributeur van onafhankelijke films in de VS. Reiné, lachend: ‘Hier vonden ze het een mooie Europese roadmovie’. Door die aankoop kon hij een goed agentschap regelen en dat heeft hem uiteindelijk veel geholpen.

Verbitterd is Reiné niet, zegt hij. Al zou hij liever in Europa wonen, LA is zijn thuis geworden, zeker op werkvlak. ‘Ik leef mijn droom. Ik was ook niet geschikt voor Nederland. Ik maak het liefst science-fiction- en actiefilms. Dan heb je in Nederland eigenlijk ook niets te zoeken.’ *

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden