Hogescholen willen ook af van prestatieafspraken

Na de universiteiten willen ook de hogescholen geen nieuwe afspraken met de overheid over studierendementen of aantallen docenten met een masterdiploma. Dat zegt voorzitter Thom de Graaf van de Vereniging Hogescholen vandaag in de Volkskrant. Hij vindt dat de overheid onderwijsinstellingen moet vertrouwen en niet op cijfers moet afrekenen.

Student in het Maagdenhuis. Beeld anp

De Graaf constateert dat de politiek gemengde signalen afgeeft. Enerzijds keren politici zich sinds de bezetting van het Maagdenhuis tegen het rendementsdenken in het onderwijs, anderzijds willen ze zich met de details blijven bemoeien. 'Ik zou willen dat ze vertrouwen gaven aan de hogescholen en universiteiten.'

De Graaf wil daarom geen nieuwe prestatieafspraken maken. In 2012 maakte elke hogeronderwijsinstelling individueel een aantal afspraken met het ministerie van Onderwijs: hoe hoog moest het studierendement worden, hoeveel uitvallers in het eerste jaar waren acceptabel, hoeveel docenten hadden een masterdiploma?

Prikkelen

Halen de universiteiten en hogescholen hun doelen, dan levert dat geld op. De toenmalige staatssecretaris Halbe Zijlstra reserveerde 7 procent van het bestaande onderwijsbudget voor de prestatieafspraken, wat jaarlijks neerkomt op circa 300 miljoen euro voor universiteiten en hogescholen samen. Zijlstra hoopte de instellingen te prikkelen om de kwaliteit van onderwijs en onderzoek te verbeteren.

Eind 2015 lopen de afspraken af, begin 2016 maakt het ministerie de balans op. Binnenkort moet ook besloten worden of er nieuwe afspraken komen. Van De Graaf hoeft dat dus niet. In plaats van prestatieafspraken wil hij dat bestuurders, docenten, onderzoekers en studenten de koers van een hogeschool bepalen. Verantwoording leggen ze af aan Onderwijsinspectie en accreditatieorganisatie NVAO.

De beste keuzes

De vereniging van universiteiten VSNU liet eerder al weten geen heil te zien in nieuwe prestatieafspraken. Ook voorzitter Karl Dittrich denkt dat de instellingen zelf kunnen bepalen wat goed voor ze is. 'Universiteiten zijn de meest gedemocratiseerde instellingen ter wereld. Dan moet je vertrouwen dat bestuurders, medewerkers en studenten de beste keuzes maken.'

Volgens Dittrich past de discussie over de prestatieafspraken in een bredere ontwikkeling. 'Niet alleen bij ons, maar in de hele publieke sector is sprake van wantrouwen vanuit Den Haag. Door al dat toezicht, al die protocollen ligt de nadruk op kwantiteit boven kwaliteit.'

Snelheid geen indicatie van kwaliteit

Studentenvakbond LSVb is al langer fel tegenstander van de prestatieafspraken. Voorzitter Tom Hoven heeft vooral bezwaar tegen de perverse prikkels die ervan uitgaan. 'Er zijn afspraken over het aantal studenten dat binnen een bepaalde tijd de bachelor haalt. Maar snelheid is geen indicatie van kwaliteit. Het loont nu om opleidingen makkelijker te maken of studenten sneller te laten doorstromen.'

De gevolgen zijn zichtbaar, zegt Hoven. Zo mogen Rotterdamse studenten een onvoldoende voor het ene vak compenseren met een voldoende voor een ander vak, waardoor ze makkelijker doorstromen. Ook constateert de LSVb dat steeds meer opleidingen een numurus fixus instellen. Dan kunnen ze de beste studenten eruit pikken, zegt Hoven: 'Goed voor de rendementscijfers.'

Evalueren

Minister van Onderwijs Jet Bussemaker laat weten de prestatieafspraken niet zomaar bij het vuil te zetten. Ze wil de huidige afspraken eerst evalueren. Wel zegt ze dat studenten en docenten nauw betrokken moeten zijn bij de verdeling van het extra geld. 'Van een blanco cheque voor de hogescholen en hun bestuurders kan dus geen sprake zijn. De extra middelen moeten ten goede komen aan het onderwijs en niet verdwijnen in bakstenen en bureaucratie.'

Afgestudeerde hbo'ers vinden makkelijker een baan. Dat blijkt uit de jaarlijkse HBO-monitor, die vandaag verschijnt. De werkloosheid onder pas afgestudeerde hbo'ers daalde van 7,3 procent in 2013 naar 6,5 procent in 2014. Het is voor het eerst sinds het uitbreken van de crisis dat de werkloosheid in deze groep daalt. In de richtingen gezondheidszorg (4,1 procent) en techniek (6,2 procent) liggen de werkloosheidscijfers voor starters het laagst. Afgestudeerden van sociaal-agogische studies (9,1 procent) hebben de meeste moeite om werk te vinden. Voor het onderzoek werden ruim 21.500 pas afgestudeerde hbo'ers ondervraagd.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden