'Hogepriester van de chaos'

HET WAS in de nazomer van 1968 in een vakantieoord aan de Adriatische Zee. Mira Markovic, echtgenote van Slobodan Milosevic, slenterde met haar nicht langs etalages waarin portretten van Tito een prominente plaats innamen....

Maar twintig jaar later stond Slobo's foto er echt. De saaie partijbons Milosevic had gedurfd wat geen enkele Servische partijbons tot dan toe durfde; hij had het taboe op nationalistisch taalgebruik doorbroken. Daarmee werd hij immens populair. Daarmee stak hij ook de lont aan van het blok dynamiet dat Joegoslavië heette. Nochtans prezen nationalistische dichters hun 'mooie nieuwe leider' wiens 'gekamde haar door de zon werd beschenen'.

Ruim een decennium later zit die leider er nog. Servië heeft vier verloren oorlogen achter zich. Ruim driehonderdduizend Joegoslaven van diverse etnische origine leven niet meer. Er wonen geen Serviërs meer in Kroatië, West-Bosnië en Kosovo. Bijna een miljoen hoog-opgeleiden zijn over de wereld uitgezwermd in de massaalste braindrain van Zuidoost-Europa. De overgeblevenen, gewend aan een bijna westerse levensstandaard, moeten nu zien rond te komen van een paar tientjes per maand. Werk is er niet meer. De fabrieken liggen stil of zijn kapot gebombardeerd. Maffiosi beheersen het straatbeeld. Er is in het Europa van na de Tweede Wereldoorlog geen leider die zo dramatisch heeft gefaald als Slobodan Milosevic.

Van onopvallende partijbons naar despoot die zijn volk van catastrofe naar catastrofe leidt. Politicologen hebben zich het afgelopen decennium het hoofd gebroken over de vraag hoe dat kon gebeuren. In hun onlangs verschenen biografie Milosevic - Portrait of a tyrant slagen Dusko Doder en Louise Branson erin veel van de mysteries te ontrafelen die de 'hogepriester van de chaos' zijn gaan vergezellen. Doder, zelf afkomstig uit Joegoslavië, en Branson leverden eerder de bestseller Gorbachev - Heretic in the Kremlin af.

Hun nieuwe boek is de eerste overtuigende Milosevic-biografie in het Engels en laat zich in een ruk uitlezen. Het is geschreven met gevoel voor stijl, kennis van Zuidoost-Europa en - vooral - inzicht in de donkere kanten van de menselijke geest. Het is een boek dat choqueert, omdat het laat zien hoe een simpele, banale samenloop van karakters en omstandigheden een schier eindeloze hoeveelheid ellende tot gevolg kan hebben.

Aan de basis lag de machtshonger van het echtpaar Milosevic-Markovic. Beiden waren in hun jeugd emotioneel gehavend. Slobo's beide ouders hadden zelfmoord gepleegd. Mira's moeder was door Tito's partizanen geëxecuteerd op beschuldiging van verraad. Haar vader drong door tot Tito's partijelite, maar wilde helemaal niets van haar weten. In hun ambities werden Mira en Slobo door rancune gedreven.

Toch is het de vraag of het echtpaar zou zijn geworden wat het is geworden als Milosevic op die lentedag in 1987 niet even had geproefd van de gevaarlijke drug die macht is. In Kosovo stamelde hij tegen Serviërs die woedend hun beklag deden over de Albanezen: 'Niemand mag jullie slaan.' Hij werd ter plekke de leider van de Serviërs.

Milosevic, in zijn studententijd bijgenaamd 'de kleine Lenin', had nooit enige nationalistische sympathieën gekoesterd. Maar in Kosovo raakte hij ervan doordrongen dat nationalisme de manier was om dingen voor elkaar te krijgen. Dankzij Kosovo slaagde hij erin de enige man te verwijderen die zijn ambities nog in de weg stond: de Servische president Ivan Stambolic. Als echte titoïst keerde deze zich fel tegen iedere vorm van nationalisme.

Zijn 'coup' tegen Stambolic sloeg alle illusies over het karakter van Milosevic aan barrels. Milosevic had namelijk zijn hele carrière aan Stambolic te danken. De twee waren al een kwart eeuw intiem bevriend. Telkens als Stambolic een rang hoger steeg, mocht Milosevic hem opvolgen.

De leerling verried zijn meester. De tragische ondergang van Joegoslavië is in veel opzichten een direct gevolg van het karakter van Milosevic, van de combinatie van zijn kwaliteiten en tekortkomingen, stellen Doder en Branson.

Hij was niet in staat tot empathie. Hij was een geniaal tacticus, maar een zeer slecht strateeg. Hij ontbeerde visie. Hij kon zich geen voorstelling maken van de gevoelens en angsten van de andere Joegoslavische volkeren. 'Zijn karakter was gebeiteld op zijn gezicht, dat onbeweeglijk was, uitdrukkingsloos en ontdaan van iedere emotie, het was het masker van iemand die op een enkel idee gefixeerd is en niet in staat tot het registreren van ideeën daarbuiten.'

Milosevic' doel bij zijn machtsgreep was de leider te worden van de hele Joegoslavische federatie. Toen dat een illusie bleek, trachtte hij een zo groot mogelijk deel voor zichzelf te bemachtigen. Op 25 maart 1991 besloten Milosevic en de Kroatische leider Tudjman - die Doder en Branson gelukkig even schuldig achten aan het uiteenvallen van het land - tijdens een geheime ontmoeting om Bosnië op te delen. Wat achteraf zo verbijsterend is, stellen de auteurs, is dat Milosevic zichzelf nooit schijnt te hebben afgevraagd hoe hij zijn doelstellingen kon realiseren. 'En omdat hij te trots was en zich niet op zijn gemak voelde bij ondergeschikten met hersens, paste hij de methoden toe die hij perfect beheerste: samenzwerings- en verdeel- en heers-technieken, bedriegerij en geweld.'

Milosevic was te wantrouwig om te kunnen delegeren. Doder en Branson schetsen het beeld van een eenzame man die vanuit zijn kamer in het presidentieel paleis oorlogen voerde. Diplomaten die met hem onderhandelden, ervoeren het altijd als beangstigend dat het paleis nagenoeg leeg was. Milosevic bleek geen staf te hebben. Hij zat daar maar alleen. Een man zonder bondgenoten, met alleen vijanden en ondergeschikten.

Geen van die voortdurtend wisselende ondergeschikten was op de hoogte van meer dan een klein stukje van de puzzel. Milosevic had een fascinatie voor details. Het is waarschijnlijk dat hij tot in de finesse op de hoogte was van het verloop van de paramilitaire operaties in Kroatië en Bosnië, maar voor de rechters van het Joegoslavië-tribunaal zal het heel moeilijk zijn dat te bewijzen. Milosevic laat geen sporen na. Er bestaan nauwelijks geschreven documenten van zijn hand.

Dit in tegenstelling tot Mira, die werk maakte van haar literaire ambities, en wier column in het tijdschrift Duga de bijnaam 'de horoscoop' kreeg. Als Mira in haar proza - 'een mengsel van ziekelijkheid en kitsch' - ministers aanviel, was hun ontslag meestal nabij.

Als er iets is wat Doder en Branson met hun boek beogen, dan is het wel de hypothese te ontkrachten dat de langdurige heerschappij van Milosevic onvermijdelijk was. Warren Zimmerman, van 1989 tot 1992 ambassadeur van de VS in Belgrado, deed al het mogelijke om Washington ervan te overtuigen de laatste Joegoslavische president Ante Markovic krachtdadig te ondersteunen. Zimmerman geloofde dat onder dreiging van geweld Tudjman en Milosevic aan Markovic zouden gehoorzamen.

Markovic, een vriendelijke, fatsoenlijke man, was in die tijd de enige die nog in het oude, grote Joegoslavië geloofde. Hij was de laatste die Joegoslavië van Tudjman en Milosevic had kunnen redden. Maar de toenmalige Amerikaanse president George Bush en zijn minister van Buitenlandse Zaken James Baker zagen Joegoslavië als een regionaal probleem. Markovic kwam naar Washington, maar helemaal niemand wilde hem ontvangen.

Volgens Doder en Branson hebben Joegoslavië-watchers in het Westen Milosevic systematisch overschat. Zijn cruciale zwakte was namelijk dat hij het Westen systematisch onderschatte. Hij had er absoluut niet op gerekend dat zijn politiek hem isolement en sancties zou opleveren. Begin jaren negentig nam zijn populariteit in eigen land drastisch af en raakte hij in een diepe depressie.

Om de goodwill van het Westen en de eigen bevolking terug te winnen stelde hij in 1992 de Servisch-Amerikaanse zakenman Milan Panic aan als premier van Joegoslavië. De onthullingen van de auteurs over diens premierschap zijn onthutsend. Panic bleek een paard van Troje. Zodra hij premier was, eiste hij dat Milosevic af zou treden. Panic beloofde een eervolle aftocht: Milosevic zou directeur worden van een Joegoslavisch-Amerikaanse bank in Californië. Kwetsbaar als zijn positie was, ging Milosevic daarmee akkoord. Maar Bush en Baker weigerden in Panic meer te zien dan een marionet van Milosevic en blokkeerden het plan.

Milosevic en Panic voerden hun laatste gesprek tijdens een drankovergoten zomeravond in 1992. Panic vroeg Milosevic waarom hij nog steeds niet was afgetreden. Plotsklaps pakte Milosevic een revolver (de president draagt altijd een wapen) en gaf die aan Panic. 'Schiet me dood', zei hij plotsklaps. 'Ben je gek geworden?', schreeuwde Panic. 'Je moet ziek zijn! Je hebt kinderen en een familie! Aftreden! Dat is wat ik wil dat je doet.'

Een half jaar later had niet Milosevic maar Panic de aftocht geblazen naar Californië. Slobodan Milosevic zit anno 2000 nog steeds in Belgrado. Doder en Branson voorspellen niet hoe lang nog.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden