Hoge voedselprijzen dwingen tot nadenken

Voedselprijzen wereldwijd stijgen als een dolle, en daar komt voorlopig geen einde aan. Zetten we de prijs van rijst op 100 in 2004, dan kostte rijst vorig jaar 132, en dit jaar 201....

Het effect van deze prijsstijgingen op Nederlandse consumenten is beperkt, omdat in rijke landen nog maar een klein deel van het inkomen wordt uitgegeven aan voedsel – in Nederland een procent of 10. Bovendien compenseert de sterke euro een groot deel van de prijsstijgingen gemeten in dollars. Wij zitten goed.

Maar op mensen in andere, arme landen heeft de prijsexplosie een sterk negatief effect omdat voedsel daar de belangrijkste uitgavencategorie is. Robert Zoellick, de president van de Wereldbank, zei deze week tijdens het gezamenlijke voorjaarsoverleg van zijn organisatie met het Internationaal Monetair Fonds (IMF) in Washington dat de prijsstijgingen 100 miljoen mensen dieper de armoede in duwen. Dat zijn dus zes Nederlanden bij elkaar.

Wat is de oorzaak? Wat kan eraan gedaan worden? Dat zijn de twee hoofdvragen waarop ik de definitieve antwoorden schuldig moet blijven. Maar we kunnen wel kijken hoever we komen.

De prijsstijgingen zijn – da’s makkelijk genoeg – een gevolg van schaarste, die aan de vraag- of aan de aanbodkant kan zijn ontstaan. In een rapport van de Wereldbank ([curs] Rising Food Prices: policy options and World Bank response [einde curs]) worden de diverse oorzaken uiteengerafeld. Prijsstijgingen kunnen niet verklaard worden uit slechte oogsten en kunnen maar voor 15 procent verklaard worden uit hogere energieprijzen en duurdere meststoffen. Volgens de Wereldbank is toegenomen vraag daarom de belangrijkste oorzaak. De bank legt de nadruk niet op de extra vraag voor consumptiedoeleinden (in de opkomende economieën), maar op de vraag naar etenswaar als brandstof. ‘Bijna de complete toename van de wereldwijde maïsproductie tussen 2004 en 2007, is gebruikt voor de productie van biobrandstof in de Verenigde Staten.’ De hoge prijsniveau’s zullen, mede hierdoor, nog wel een paar jaar aanhouden.

Bij de huidige stand van de techniek, lijkt dus een nare afruil te bestaan tussen de beperking van de uitstoot van CO2 en honger. Ik vind die keuze niet moeilijk: biobrandstof is geen aantrekkelijk alternatief voor olie als daardoor de honger in de wereld toeneemt. Anders gezegd: Biobrandstof is alleen interessant met de tweede generatietechniek, waarbij geen voedsel verstookt wordt maar organisch restmateriaal.

Op de korte termijn hebben arme mensen hier weinig aan. Vandaar dat de Wereldbank een handige lijst beleidsopties formuleert voor landen die door de hoge voedselprijzen in problemen komen. Dit luistert nauw, omdat in het ideale geval de problemen van de hongerigen worden opgelost, maar tegelijkertijd het positieve effect van de hoge prijzen de voedselproductie niet wordt aangetast.

Landen (netto voedselexporteurs) die de exporttarieven op voedsel verhogen, bijvoorbeeld, bereiken wel een dempend effect op de binnenlandse voedselprijzen, maar verlagen tegelijkertijd het positieve effect van hoge prijzen op de binnenlandse productie. Bovendien heeft dit beleid een negatief effect op andere landen, die, als gevolg van het hogere exporttarief, nog hogere voedselprijzen moeten betalen. Dat is allemaal niet handig, maar gebeurt nu wel.

De Wereldbank heeft een uitgesproken voorkeur voor steun in (bijna)contanten voor de armste mensen in de getroffen landen. Dat beleid is specifiek gericht op de kwetsbaarste groep burgers, houdt alle economische prikkels de goede kant op, en is relatief makkelijk te implementeren.

Rijke landen als Nederland kunnen de arme landen hierbij helpen. Het slechte beleid (verhogen exporttarieven) levert de overheden van arme landen geld op voor de schatkist; het goede beleid (cash voor de armen) zuigt de schatkist juist leeg. Rijke landen kunnen de arme landen dus helpen bij de financiering van het goede beleid. Vandaar dat Wereldbank-president Zoellick de rijke landen om een half miljard dollar heeft gevraagd, een bepaald bescheiden bedrag dat niettemin nog niet geheel is toegezegd.

Voor wie graag zelf deel van de structurele oplossing wil zijn, is de beste tip: eet minder vlees. De productie van een kilo vlees kost grofweg acht kilo graan – da’s een makkelijk sommetje.

Frank Kalshoven

Reageren? Email: frank@frankkalshoven.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.