'Hoge Raad zwichtte voor intimidatie door de PVV'

De Hoge Raad heeft zich laten intimideren door de PVV, door de voordracht van mr. D. Aben tot raadsheer van de Hoge Raad terug te trekken nadat die partij kritiek had geleverd op de persoon van Aben. Dat getuigt van weinig rechtstateljke allure, betoogt Jan Loorbach.

PVV-leider Geert Wilders stond vorig jaar terecht bij de rechtbank in Amsterdam. Beeld anp

De Nederlandse Orde van Advocaten ventileert met regelmaat opvattingen die geworteld zijn in rechtsstatelijke principes. De Orde acht zich niet alleen vrij, maar juist ook geroepen actoren in het politieke veld erop aan te spreken wanneer met die principes een loopje wordt genomen. Corrigerende tikken delen wij links en rechts uit. Zo'n principe is dat staatsrechtelijk gegunde macht alleen wordt gebruikt voor het door de wet beoogde doel.

Het is in dat licht dat ik terugkom op het bericht dat de Hoge Raad de aanbeveling aan de Tweede Kamer om mr. D. Aben tot benoeming als raadsheer in de Hoge Raad voor te dragen heeft teruggetrokken. Dat was na behandeling van die voordracht in de vaste kamercommissie.

Aanleiding was, naar verluidt, een PVV-interventie. Een andere verklaring laat zich ook niet denken. Aanleiding voor deze aanleiding was de notitie die Aben ruim een jaar eerder als Advocaat-Generaal bij de Hoge Raad had geschreven over de toewijzing van een wrakingsverzoek in het proces tegen Geert Wilders. Aben was kritisch. Als jurist, wel te verstaan. De kritiek was technisch en zonder politieke kleuring. De vraag is hoogstens of hij zich tot het schrijven ervan had moeten laten noden. Maar een aanwijzing voor ongeschiktheid vormde dat niet.

Nog even waar het om ging. Op het verzoek van de verdediging om de getuige Jansen te horen, heeft de rechtbank beslist: 'Over de vraag of zich de noodzaak van het horen van de getuige voordoet, zal worden besloten na sluiting van het onderzoek ter terechtzitting.' Maar wel vóór de (eind)beslissing om vrij te spreken of te veroordelen, dus.

De beslissing om niet stante pede over het al dan niet horen te beslissen, kwam de rechtbank te staan op het verwijt van handelen in strijd met de wet en van vooringenomenheid. Daarop volgde wraking. Maar: de noodzaak tot het (alsnog) horen van de getuige - op verzoek van de verdediging en dus à decharge - zou er eigenlijk alleen maar niet zijn wanneer die decharge ook zonder deze getuige al succesvol zou zijn. Anders gezegd: als toch al vrijspraak zou volgen. Alleen bij veroordeling zou immers beknotting van de verdediging tot processuele onvolkomenheid hebben geleid.

High five
De beslissing van de rechtbank was dus een voorbode voor waarschijnlijke vrijspraak en had dus aanleiding moeten zijn voor een high five tussen Wilders en zijn advocaat Bram Moszkowicz en dus juist niet voor een wrakingsactie. Tenzij natuurlijk de verdediging in deze zaak niet primair was gericht op een geruis- en wrijvingloze vrijspraak.
Ik heb de aannemelijkheid van een schijn van vooringenomenheid alleen al hierom nooit kunnen begrijpen. Barbertje hoefde juist niet te hangen!
Terug naar de politiek.

De voorgaande simpele beschouwing gaat - geheel geobjectiveerd - over het relativeren van die noodzaak-eis en de juiste toepassing van wrakingscriteria. Politiek kleurloos vakmanschap. Geen bewijs van onkunde, geen bewijs van enige opvatting over de politieke issues in de procedure.

Mijn kritiek - rechtsstatelijk van hoogst principieel belang - betreft nu de 'wraking' van Aben als kandidaat-raadsheer door de Kamercommissie - in het zeer vermoedelijke voetspoor van de PVV - en de wel zeer flexibele en geïntimideerd ogende respons daarop van de Hoge Raad. Weinig rechtsstatelijke allure.
De formele procedure is dat leden van de Hoge Raad na accordering door de Kamercommissie door het Staatshoofd worden benoemd. Normaal een hamerstuk, maar natuurlijk met een kamerbevoegdheid om nee te zeggen.
Maar het moet als een politieke doodzonde worden gezien, en dus rechtsstatelijk als wangedrag, om die bevoegdheid aan te wenden voor (partij-)politieke doelen.

De houdbaarheid van het systeem van rechtspraak staat en valt met de acceptatie van het toegemeten ongelijk. Dat ongelijk heeft in de Aben-notitie vorm gekregen in niet eens een rechterlijke uitspraak. Non-acceptatie wegens onwelgevalligheid voor een politieke partij van een juridisch domweg houtsnijdende ambachtelijke AG-handeling en de slappe knieën van een Kamercommissie - en vervolgens van de Hoge Raad zelf - waren voldoende om met Aben af te rekenen. Ook in de politiek dient de schijn van vooringenomenheid te worden vermeden.

En die schijn is zeker niet vermeden, tot schade van het aanzien van de Haagse politiek. Door Aben niet te gedogen, zal voortaan iedere wél benoemde raadsheer onontkoombaar een gedoogde rechter zijn. Die heeft de welgevalligheidstest doorstaan. Door te zwichten in een incident is een structurele onwenselijkheid geschapen. Dat erodeert de rechtsstaat.

Jan Loorbach is Deken van de Orde van Advocaten.


 De vraag is hoogstens of Aben een kritiek op het proces-Wilders had moeten schrijven  
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden