Hoge Raad verbiedt ontslag psychiatrische patiënt

Een werknemer die door psychiatrische problemen zijn werk verzuimt zonder zich ziek te melden, mag niet op staande voet worden ontslagen. Als dat toch gebeurt, kan de werknemer ook na meer dan een half jaar nog beroep aantekenen tegen dat ontslag.

VAN ONZE VERSLAGGEVER GIJS HERDERSCHEÊ

DEN HAAG - Dat heeft de Hoge Raad bepaald. Het is de eerste keer dat de Raad de termijn oprekt waarbinnen beroep kan worden aangetekend tegen ontslag op staande voet. Sinds 1945 was het Ontslagbesluit onaangetast en verliepen na zes maanden de beroepsmogelijkheden.

Arbeidsrechtadvocaat Stefan Sagel voorziet dat de uitspraak werkgevers dwingt tot nog grotere zorgvuldigheid in ontslagzaken. Het is volgens hem niet op voorhand te zeggen op hoeveel zaken de uitspraak betrekking kan hebben.

Het ging om een zaak van een ex-werknemer tegen ABN Amro. De man kreeg in 2003 symptomen van schizofrenie. Daarover had de bank overleg met de werknemer, zijn moeder en zijn leidinggevende. De bedrijfsarts had contact met de huisarts.

In februari 2004 deed de huisarts een crisismelding bij Mentrum, een instelling voor geestelijke gezondheidszorg in Amsterdam. Zo'n melding wordt in acute situaties gedaan. De werknemer kreeg een week vakantie, maar hij wilde daarna niet meer naar zijn werk 'omdat daar een spelletje met hem werd gespeeld'.

Normaliter blijft een zieke werknemer nog maximaal twee jaar in dienst. Daarna volgt eventueel een uitkering voor langdurige arbeidsongeschiktheid. Volgens ABN Amro was er echter sprake van 'ongeoorloofde afwezigheid'. Toen de man na een oproep nog niet verscheen, werd hem per brief ontslag op staande voet aangezegd. De salarisbetaling werd per direct stopgezet.

Normaal gesproken kan een werknemer binnen zes maanden in beroep gaan tegen ontslag op staande voet. De ABN Amro-medewerker kwam daar niet aan toe. In 2005 was hij deels gedwongen opgenomen in een psychiatrisch ziekenhuis. Pas in september van dat jaar, anderhalf jaar na het aangezegde ontslag, liet hij aan ABN Amro weten zijn werk te willen hervatten. Ook eiste hij zijn achterstallige salaris op. De bank beriep zich erop dat hij te laat was.

Daarop volgde een reeks rechtszaken, waarin de Hoge Raad het slotoordeel velde. De toepassing van de termijn om in beroep te gaan tegen het ontslag is volgens de Raad in dit geval 'onaanvaardbaar naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid'.

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden