Column

Hoge heren trekken de aandacht in het pedoverhoor

Toine Heijmans in Amsterdam

Fred Teeven komt getuigen in de zaak-Demmink. Beeld anp

Fred Teeven getuigt voor de rechtbank in wat het #pedoverhoor is gaan heten. Iedereen is erbij natuurlijk, want je weet nooit. Gaat hij namen noemen? Maar Fred komt zonder onthullingen - de rechtszaal is zijn moederland, de politiek zijn vaderland, dus alles wat hij vertelt over het Rolodexonderzoek naar kindermisbruik is allang bekend.

Eerder in de week wordt in dezelfde rechtszaal wel kwistig met namen gestrooid van hoge heren die het doen met jonge jongens. Die ene naam natuurlijk, Joris Demmink, maar ook die van een burgemeester, een minister en een prins: onder ede schildert de getuige een heel genootschap van kindermisbruikers. Een dag later staan die namen in de krant, want: hé, hij heeft het gezegd, toch? Over de getroebleerde achtergrond van die getuige, zijn gebroken dromen en kapotte leven, gaat het niet. Hoge heren trekken de aandacht, zo werkt het nu eenmaal.

Degene die Fred Teeven voor de rechter-commissaris krijgt is Bart van Well, ook een man die zijn jongensverleden met zich meesleept als een ijzeren bal aan een ketting. Weggelopen als Limburgs kind van 14 en terechtgekomen in het Amsterdam waar alles kan. Jaren tachtig: ze pikken hem op in de Festivalbar. Met een reeks voorlopige getuigenverhoren probeert Bart een rechtszaak van de grond te krijgen tegen de staat, die nooit wat heeft gedaan tegen het misbruik van straatjongens als hij. En zo is ook hij nu onderdeel van het circus-Demmink, die vreemde, zich voortslepende voorstelling op allerlei niveaus, met complottisten en journalisten en een hoop gejongleer met namen van hoge heren - het geeft Bart en de zijnen een podium.

Karel Maasdam (r.) staat na afloop belangstellenden te woord.

'Demmink is niet belangrijk', zegt Bart als ik hem bel vanuit het gerechtsgebouw - hij is niet bij de verhoren, want hij voelt zich slecht en vreest het effect van zijn bipolaire stoornis. 'Over Demmink gáát het niet.' Het gaat over hem. Bart. En over alle mannen die zijn misbruikt, die geen stem hebben, die niemand gelooft. Want waarom zou je een straatschoffie geloven? 'Dat is de macht van de misbruiker: je praat er niet over, zeker niet als man', zegt Bart. 'Ik word steeds ex-jongensprostituee genoemd, terwijl ik een kindslachtoffer ben.'

Geen stem: Bart wil graag een film over zijn leven, en een boek - hij belde laatst of ik een uitgever wist. En wie weet geeft het pedoverhoor hem 'een stukje genezing of erkenning'.

Van de opgeroepen getuigen is Karel Maasdam interessant. Karel had lang een jongensbordeel in Amsterdam en is in 1999 veroordeeld, dankzij de inspanningen van onder anderen Fred Teeven. In de rechtszaal zegt hij niets. Maar na afloop begint hij te vertellen - een uitgebeende, trillende man van 73 met de geur van een mislukt leven om zich heen. Begonnen als jongenshoer in de jaren zeventig - in die tijd, zegt hij, kon alles. Kinderporno keek je ongestraft in een bioscoop. Iedereen wist van Karels appartement op driehoog, zegt hij, hoe je daar jongens kon krijgen, hoe hij er pornofilms maakte met 16-jarigen - 'daar kreeg ik 4.000 gulden voor'. 16 en ouder was oké, 'ik liet ze in die films hun paspoort omhooghouden om het te bewijzen'. Dus was Karel 'met stomheid geslagen' toen ze bij hem binnenvielen. 'Ik heb het altijd netjes gehouden, condooms uitgedeeld, contact onderhouden met politie en justitie. Ze wisten álles. Maar er moest een zondebok zijn en dat was ik.'

Joris Demmink in 2014. Beeld Raymond Rutting

Wat er van waar is weet ik niet; de Amsterdamse rechtbank houdt het vonnis in zijn zaak geheim. Maar helder is wel dat pedofilie pas halverwege de jaren negentig radicaal wordt afgewezen. In de tijd van Bart en Karel is er zelfs begrip: PvdA-senator Brongersma vertelde er lovend over op televisie: 'en je moet maar eens kijken naar de uitdrukking van dat kind: die verzaligde, verrukte uitdrukking. Daardoor zie je hoezeer de behoefte van het kind daaraan bestaat.'

Geen stem - de enige die echt oog had voor de rauwe werkelijkheid van de jongensprostitutie in de vrijheid-blijheidjaren van de seksuele revolutie is schrijfster Yvonne Keuls. Ze maakte in 1985 een boek over een kinderrechter die naar bed ging met de kinderen die hij moest beschermen, een waargebeurd verhaal, en kreeg er destijds hoon en ingegooide ruiten voor terug. Ze mocht die rechter niet beschuldigen.

Een van de jongens die ze hielp, Robert van de Luitgaarden, kreeg anderhalf jaar terug een schadevergoeding van 60 duizend euro voor misbruik door de directeur van de kinderbescherming. Het stond nergens in de krant, maar zo gek was zijn verhaal dus niet.

'Yvonne Keuls maakte in 1985 een boek over een kinderrechter die naar bed ging met de kinderen die hij moest beschermen, een waargebeurd verhaal, en kreeg er destijds hoon en ingegooide ruiten voor terug. Ze mocht die rechter niet beschuldigen.'
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.