Hoge heren in het vastgoed

Zijn vriend Olivier L., nu verdachte in de vastgoedfraude, introduceerde Edwin de Roy van Zuydewijn bij Bouwfonds. Vier jaar werkte hij er als strategisch analist, tot het opeens gedaan was. Waarom?

‘Edwin?’
‘Ja, Olivier.’
‘Edwin, je moet veel meer een wolf zijn.’
‘Een wolf?’
‘Ja, een wolf. Je laat te veel je hart zien. Je hart staat te veel open.’

Edwin Karel Willem de Roy van Zuydewijn en Olivier Pieter L., twee vrienden, in een terloops gesprek in 2000, toen ze samen voor Bouwfonds Vastgoedontwikkeling werkten. Olivier L., inmiddels verdachte in de vastgoedfraude, was de financieel directeur. En Edwin de Roy van Zuydewijn gold als strategisch analist, verantwoordelijk voor de Europese expansie van het voormalige overheidsbedrijf.

Gegoede jongeheren
Hij was bij Bouwfonds terechtgekomen ‘zoals die dingen nou eenmaal gaan’, zegt De Roy. Vrienden die vrienden vooruithelpen, zeker aan het begin van hun carrière, als jonge dertigers. De Roy had Olivier geïntroduceerd bij Wij, Heeren van Boven, een club van gegoede jongeheren die maandelijks op een zolder in Amsterdam met elkaar borrelden. Olivier had op zijn beurt De Roy bij Bouwfonds geïntroduceerd bij de ‘fat cats’ aan de top.

Mannen als de Heemsteedse vastgoeddirecteur Jan van V., bestuursvoorzitter Cees H. en Ome Nico V., hun coach en inspirator. Ze staan nu te boek als hoofdverdachten in de vastgoedfraude, maar werden indertijd beschouwd als de top van de Nederlandse vastgoedwereld .

De Roy had Olivier – die zijn getuige was op zijn huwelijk met prinses Margarita – vreemd aangekeken na die opmerking over ‘de wolf’. Wat zou hij dan moeten doen? Iedereen opeten? Zich als een boze wolf gedragen? Daarvoor was hij toch te veel ‘een lieve vent’?

Zijn boezemvriend doelde, al is dat acht jaar na dato niet met zekerheid te zeggen, op ‘de onaantastbaarheid’ die de vastgoedtak in die jaren uitstraalde: wij doen wat wij willen, wij zijn wolven en de anderen zijn de prooi. En, zegt De Roy nadrukkelijk, zo is hij dus niet. ‘Het is ongelooflijk dat ik jaren intensief heb samengewerkt met mannen die nu volgens justitie een criminele organisatie vormen. Het waren toch niet de eersten de besten?’

Vreemde voorvallen
‘Ze lieten zich erop voorstaan dat zij verkeerden in de kringen van de hoge heren des lands. Van mensen als prins Bernhard, de familie Fentener van Vlissingen en Hans Wiegel, die president-commissaris was bij Bouwfonds. Bernard Bavinck – die nu in de Hoge Raad zit – was een van de belastingadviseurs van het bedrijf. Dan twijfel je toch niet?

‘Ik schrik van wat ik in de kranten lees over mijn voormalige collega’s. Als het waar is, en ik had er toen lucht van gehad, had ik direct mijn koffers gepakt. Ik werk toch niet mee aan de Europese expansie van een criminele organisatie?’

Toch valt – achteraf gezien – een aantal vreemde voorvallen op hun plaats. Zo moest De Roy in een weekeinde in 1999 iets ophalen op het kantoor van Bouwfonds Vastgoed Ontwikkeling in Hoevelaken. Daar trof hij tot zijn verbazing een aantal directieleden op kantoor aan, samen met boekhouders die hij nog niet eerder had gezien. ‘Waren zij wellicht de schaduwboekhouding op orde aan het brengen?’, vraagt hij zich nu af.

Ook kan hij de merkwaardige verhalen van toen beter plaatsen. Over zakenrelaties die moesten worden betaald, of met wie iets ‘moest worden rechtgezet’. En inmiddels snapt hij hoe de vastgoeddirectie de vertrouwelijke gegevens waarover Bouwfonds beschikte, misbruikte. Zo werden steevast de bank- en hypotheekgegevens van zakenrelaties en potentiële klanten gelicht. Die konden in een gesprek altijd van pas komen.

Visitekaartjes
De Roy is gebruind van een langdurig verblijf in het buitenland. Hij zit in een stoel in een lobby van een Brussels hotel. Hij zegt zijn enige nette pak aan te hebben, en vraagt de ober om nog een fles water. Voor hem liggen zijn ‘twee bijbels’, boeken met de visitekaartjes uit zijn Bouwfondsjaren.

De boeken, zeven jaar oud, zijn een wie-is-wie van de vastgoedfraude. Vrijwel alle verdachten, hulpjes, adviseurs, ambtenaren, bankiers en andere zakenpartners van Bouwfonds zijn er in terug te vinden.

Hij was bij Bouwfonds ingehuurd als strategisch analist – ‘en met hem hadden ze niet zomaar iemand binnengehaald’. De Roy was gepromoveerd aan Oxford en had daarna in Brussel lobbyorganisaties in kaart gebracht. Voorafgaand aan zijn werkzaamheden bij het vastgoedbedrijf deed hij bij Instituut Clingendael onderzoek naar de wijze waarop Nederland het voorzitterschap van de Europese Unie had vervuld.

De voormalige overheidsinstantie Bouwfonds was in 2000 overgenomen door ABN Amro. De bank had bedacht dat projectontwikkelaar Multi Vastgoed , waarvan het 40 procent van de aandelen bezat, de buitenlandse poot moest worden. Bouwfonds, groot geworden met het verstrekken van hypotheken en het bouwen van koopwoningen voor de kleine man, zou daarvoor over te weinig expertise beschikken.

Opdracht
De eerste opdracht van De Roy was het opstellen van een lijvig expansierapport, dat moest aantonen dat Bouwfonds klaar was voor de sprong naar Europa. Hij had zes maanden de tijd voor het rapport, en er moest geen speld tussen te krijgen zijn. ‘Wij gaan het zelf doen, daar in Europa’, zo werd hem gezegd. ‘Want wij hebben Edwin.’

Het klikte tussen De Roy en Bouwfonds. Hij zag er de ‘opmerkelijke’ verschijning Nico V., de oom en vaste adviseur van de ‘degelijke’ verschijning, directeur Jan van V. Hij zag hen ‘van links naar rechts gaan, naar overal en nergens’. De afdeling Vastgoedontwikkeling huisde in ‘een soort noodgebouwtje’, naast het hoofdkantoor in Hoevelaken.

Het was letterlijk een enclave in de onderneming. De werknemers van Vastgoedontwikkeling konden met hun eigen pasjes overal op het terrein naar binnen, terwijl de rest van het Bouwfondspersoneel geen toegang had tot hun noodgebouw. De eerste meeting had hij in het Hilton Hotel in Amsterdam. Nico V. was daar, net als De Roy’s vriend Olivier, die het gesprek had gearrangeerd. In het Hilton werd direct gesproken over het honorarium van De Roy. Op servetjes werd zijn gage opgeschreven.

Olivier deed een suggestie, net als Nico V. ‘Hé Olivier, maar Edwin is toch je vriend?’, zei Nico. Olivier knikte, en het hogere bedrag dat Nico had neergekrabbeld, werd de vergoeding.

Bij Bouwfonds stond veel op het spel, zo werd hem duidelijk gemaakt. De Roy’s rapport moest ABN Amro ervan overtuigen dat Bouwfonds een speler van Europees formaat kon worden. Jan, Olivier en Nico duldden geen pottenkijkers, ook niet in het buitenland. Hun directe baas Cees H., de bestuursvoorzitter van Bouwfonds, hadden ze mee. Cees H. viel onder Hans ten Cate, die bij ABN Amro mede verantwoordelijk was voor de overname van Bouwfonds.

De Roy presenteerde zijn expansierapport in Hoevelaken, maar ook bij de stuurgroepvergadering met de fiscaal adviseurs van Loyens & Volkmaars (het huidige Loyens & Loeff) in Amsterdam. Het leverde hem een staande ovatie op. Hij mocht na het rapport blijven en werd voor Bouwfonds ‘general manager Europa’. Hij zat veelvuldig in privévliegtuigen om in België, Duitsland, Frankrijk, Oostenrijk en Italië de markt af te tasten. Van hem werd verlangd dat hij aanhoudend met twee mobiele telefoons onder zijn kussen sliep. ’s Avonds laat een meeting in Scheveningen, ’s morgens vroeg het vliegtuig in of een werkontbijt in Antwerpen.

Hoge werkdruk
De werkdruk was hoog. Ook uit de door justitie in beslag genomen agenda’s van Nico V. blijkt dat De Roy veelvuldig bij hem moest aanschuiven.

Eén keer liet De Roy zich kritisch uit over het permanente beroep dat op hem werd gedaan. Dat was in een zaaltje in het Promenade-hotel in Den Haag. Nico V. toonde geen enkel begrip en smeet een stoel in zijn richting.

De ruzie zou gesust worden. Want, zoals gezegd, De Roy ‘was belangrijk voor de onderneming’. Natuurlijk, hij had zijn lijn met het Koninklijk Huis, maar daar liet hij zich ‘nooit op voorstaan’. Bovenal was hij iemand die zijn talen sprak, ‘well-connected’ was en zijn mannetje stond. Je hoefde De Roy niet te vertellen hoe je je moest gedragen in de nabijheid van de president-directeur van banken als Fortis België of De Generale.

Van het buitenland hadden ze bij Bouwfonds, dat tot dan toe gold als een archaïsche instantie vergroeid met de gemeenten, geen kaas gegeten. De cultuur was er in de tweede helft van de jaren negentig flink veranderd; zeg maar aangepast aan de ambities. Er leek geld te over te zijn, vooral om het de directie en de relaties aangenamer te maken.

De Roy zag herhaaldelijk hoe dat in de praktijk werkte. Complete bioscopen werden afgehuurd als Jan, Olivier en Nico met de klandizie een film wilden zien, ook al stonden er honderden mensen in rij. Restaurants werden schoongeveegd zodra de directie zich meldde voor een diner. Het kon niet op. Zijn vriend Olivier leek de financiële spin in het web van de vastgoedtak. Dat vond hij opmerkelijk.

Student
Toen Olivier nog student was, werd hij door Jan en Nico opgepikt. Hij kreeg een goedbetaald baantje als nachtportier in een gebouw van Jan, en mocht zich ’s nachts bekwamen in boekhoudkundige softwarepakketten.

Jan kende Olivier uit het Leidse meisjesstudentenhuis, waar de meisjes woonden met wie zij later zouden trouwen. Jan was daar de bink, onder meer dankzij zijn mobiele telefoon – toen nog een zeldzaamheid en statussymbool. Ze zouden hem groot maken, Jan en Nico, want hij was ‘makkelijk kneedbaar’. Olivier ontwikkelde zich inderdaad tot een financial wizzard; een financiële ‘goochelaar’, hoewel hij nooit een boekhoudkundige of academische titel had gehaald.

De omslag bij Bouwfonds uitte zich niet alleen in een veel commerciëler werkwijze, en een sterk gestegen budget voor relatiemarketing. Ook de innerlijke huishouding van de werknemers moest op de schop. Adviseur Nico V., met zijn eeuwige zonnebril op, vond dat iedere projectontwikkelaar, nee zelfs ieder personeelslid, moest ‘gronden’ om tot betere prestaties te komen.

De Roy nam een enkele maal deel aan de boeddhistische sessies, die voor zijn echtgenote Margarita belangrijk werden. Haar vriendin, de vrouw van Olivier L., raadde haar aan zich open te stellen voor de ‘mental healing’ die Nico praktiseerde. ‘Ik heb zo veel aan hem’, had ze de prinses gezegd. Het was Nico zelf die de sessies met Margarita voor zijn rekening nam, zegt De Roy.

In afgehuurde zaaltjes in hotels (bijvoorbeeld op 6 augustus 2001, om drie uur ’s middags in de Orange zaal van het Amsterdamse Hilton Hotel – aldus de in beslag genomen agenda van Nico), kwamen zij bijeen. Tijdens het gronden zaten V. en de prinses tegenover elkaar, op een stoel in een verder kale ruimte waar belemmerende objecten als tafels en planten waren weggeschoven. ‘Hoeveel ruimte heb je nodig om je heen’, vroeg Nico. ‘Heel veel’, gebaarde Margarita. Het verbaasde Nico niets – vertelde hij De Roy later.

Geestelijke koker
Tijdens het gronden moest ze ‘alles uit haar geestelijke koker kunnen laten lopen’. De prinses had daarbij de handen op haar dijen, de rug recht, en haar ogen dicht. ‘Ik zal je schetsen waar je loopt’, zei Nico. ‘Een berg, een vallei, een rivier. Laat je schoon wassen.’

‘Ik vertrouwde hem volkomen’, zegt De Roy. ‘Nico deelde in feite de lakens uit in het bedrijf. Hij zei me ook dat het bijzonder was, dat ik mijn vrouw zo de ruimte gaf. Ze belde hem zelf op voor die afspraken, daar had ik niks mee te maken.’

Eén keer vroeg Nico aan Margarita of ze een klus voor Bouwfonds wilde doen, en ze stemde in. Op een gala-avond voor Flying Doctors in 2000 in Monaco had het bedrijf tien tafels voor relaties afgehuurd. Margarita overhandigde die avond op het podium, in een blauwe avondjurk, een cheque aan de Flying Doctors waarop een mede door Bouwfonds beschikbaar gesteld bedrag prijkte. ‘Ik vertegenwoordig hier mijn neef en mijn grootvader,’ hield de prinses bij de uitreiking het publiek voor.

Het zou een beruchte avond worden, omdat achteraf duidelijk werd dat vastgoed, onderwereld, advocatuur en showbizz waren verenigd. Later zou blijken dat de tafel vooraan, waaraan aanvankelijk de beruchte criminelen Willem Holleeder en John Mieremet zaten, speciaal voor het prinselijk echtpaar werd vrijgemaakt. Iedereen probeerde hen die avond ‘hijgend, puffend en bibberend’ een handje te geven, merkte hij. ‘Het was één grote drilpudding.’

Privéjet
Met de privéjet, samen met Jan van V. en Cees H., waren ze naar Monaco gevlogen. Margarita werd royaal voor de klus beloond, en kreeg alle onkosten vergoed, aldus De Roy. ‘Je hoorde daar een Nederlands dat ik niet ken’, zegt hij. ‘Ik begreep later dat daar duizend jaar gevangenisstraf en miljarden aan zwart geld rondliep.’

Op 28 januari 2002 lunchte hij in het Amsterdamse hotel L’Europe met prinses Margarita en vertegenwoordigers van de raad van bestuur van Bouwfonds. Ook Diederik S., de opvolger van Jan van V. als directeur bij de vastgoedtak was aanwezig.

Tijdens de speciaal belegde lunch werd De Roy bedankt voor zijn bijzondere prestaties; hij deed het ‘geweldig’, en werd daarom ter plekke benoemd tot ‘ambassadeur voor de hele Mediterraneé’. En toen opeens was het gedaan bij Bouwfonds.

Huwelijk
Tijdens de huwelijksplechtigheid van prins Willem-Alexander en prinses Maxima – op 2 februari 2002 – meldde presentatrice Maartje van Wegen op televisie dat De Roy en Margarita afwezig waren vanwege ‘financiële problemen’. Die mededeling klopte niet (Willem-Alexander vroeg het echtpaar in een briefje om thuis te blijven), maar was volgens De Roy wel zijn zakelijke doodsteek.

Vier dagen eerder was hij nog bewierookt door de onderneming, en opeens lag hij eruit. Hij hoorde nooit meer iets van Bouwfonds. De telefoon van de zaak deed het niet meer, en alle deuren bleken dicht. Hij werd nooit meer teruggebeld en kon nergens meer bij. Zijn connectie met Bouwfonds leek nooit te hebben bestaan, net als de vriendschap met de hoofdrolspelers.

Zijn toenmalige boezemvriend Olivier L. heeft nooit meer contact gezocht. Datzelfde geldt voor Jan van V., die ook aanwezig was bij het huwelijk tussen De Roy en Margarita op 22 september 2001 op zijn Franse kasteel.

Toch zijn de mannen hem allerminst vergeten, bemerkte De Roy onlangs. In mei liep hij in de lobby van het Amsterdamse College Hotel een projectontwikkelaar van het bedrijf Trimp & Van Tartwijk tegen het lijf. Dat bedrijf werkte intensief samen met Bouwfonds.

‘Ik kom je naam tegen in de kranten. Krijg ik nog meer te lezen?’, vroeg De Roy hem, waarna de directeur zwijgend de lobby verliet. Binnen twee minuten zag hij de man en zijn complete gezelschap het bij vastgoedondernemers populaire hotel verlaten. ‘Kijk, nou eens. Je bent weer vrij’, zei De Roy tegen een voormalig Bouwfonds-kopstuk die hem voorbijliep op weg naar de uitgang. ‘Hij kromp. En zo liepen ze weg, zonder te groeten. Ze durfden me niet meer aan te kijken.’

Iedereen probeerde hen die avond ‘hijgend, puffend en bibberend’ een handje te geven.

Bouwfonds
Edwin de Roy van Zuydewijn (42) was tussen 1998 en 2002 strategisch analist bij Bouwfonds. Justitie doet al ruim een jaar onderzoek naar vastgoedfraude bij dit voormalige overheidsbedrijf, dat in 2000 werd gekocht door ABN Amro.
Het fraudeonderzoek, dat bij justitie intern wordt aangeduid als de zaak Klim-Op, is het grootste in zijn soort in de Nederlandse geschiedenis. Justitie richt zich op malversaties met onroerend goed bij onder meer het Philips Pensioenfonds en het Bouwfonds in de periode tussen 1995 en 2007.
In zijn jaren bij Bouwfonds heeft De Roy van Zuydewijn veel van de inmiddels verdachte vastgoed -directeuren en hun zakelijke mores leren kennen. In de in beslag genomen agenda van één van de hoofdverdachten van de fraude, Nico V., prijkt een serie afspraken met De Roy van Zuydewijn. Veel van de namen en bedrijven die hij noemt, komen voor in het dikke strafrechtsdossier dat door De Volkskrant is ingezien.
Zakelijk én persoonlijk waren de jaren tussen 1998 en 2002 beslissend voor De Roy’s verdere geschiedenis. Toen hij werd ingehuurd door Bouwfonds was hij de vriend – en later de echtgenoot – van Margarita. In februari 2002 wilde Bouwfonds abrupt niet meer van zijn diensten gebruik maken en was de affaire-Margarita feitelijk geboren.
Terzijde geschoven door Bouwfonds, en zakelijk gezien geamputeerd, zocht zijn toenmalige vrouw samen met De Roy de publiciteit. Zij deden in 2003 in HP/De Tijd uitgebreid verhaal over hoe zij als echtpaar zouden zijn gedwarsboomd, privé, sociaal en zakelijk. Niet eerder werd er zo over het Koningshuis uit de school geklapt.
In de jaren daarna was er nauwelijks belangstelling voor het werk dat Edwin de Roy van Zuydewijn verrichte als strategisch analist bij Bouwfonds. Maar door het onderzoek van justitie staat die episode uit zijn leven nu tot zijn eigen verbazing in het brandpunt van de belangstelling.
Margarita laat in een reactie weten dat zij Nico V. kent als een zakelijk contact van haar ex-man. Zij wil niet ingaan op het al dan niet deelnemen aan spirituele sessies.
De advocaat van De Roy’s vriend Olivier L. zegt dat zijn cliënt ‘er werkelijk niets voor voelt alsnog een rol te moeten gaan spelen in de Margarita-soap van Edwin de Roy van Zuydewijn’.

]]>

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden