Hofstede trekt door Japan, met weinig andere bagage dan Tanizaki's essay

Boekenweek

Tanizaki's lofzang op de schaduw krijgt een vervolg, ontdekte Arjan Peters, in een reisverhaal van Bregje Hofstede.

Foto Io Cooman en Eva Roefs

De appelboom heeft ook een schaduw, zegt Jan tegen zijn schaduw, in een van de onverslijtbare prentenboeken die Harrie Geelen maakte voor kinderen en andere filosofen, De schaduw van Jan (2001). 'Zullen we dáár gaan liggen?'

Maar dat heeft zijn schaduw liever niet. 'Die is te donker. Dan ben ik er niet.'

Waarop Jan zegt: 'Ik hou ook niet van het donker. Maar ik ben er dan wel.'

Misschien zijn mensen dáárom soms bang in het donker; dan missen we onze schaduw.

Een boek vol memorabele plaatjes en passages, ook nu de wintertijd het duister zo vroeg laat aanvangen dat er voor zon en schemer nog maar weinig speelruimte resteert.

En we zíjn al zo geneigd de glorie van de schaduw te verdonkeremanen, met ons elektrische licht en onze neiging om interieurs zo in te richten dat er in alle hoeken helderheid heerst.

De schaduwwereld verdwijnt, vreesde Junichiro Tanizaki al in 1933, in het essay 'Lofzang op de schaduw' dat zojuist is verschenen in de vertaling van Jos Vos, in de rijke Tanizaki-bloemlezing De brug der dromen (De Bezige Bij; 34,99 euro).

Hij beschrijft zijn bezoek aan een restaurant in Kyoto waar hij kandelaars heeft laten aanrukken, 'en voor het eerst zag ik in dat de schoonheid van Japans lakwerk pas tot haar recht komt bij onzeker schemerlicht'.

Het lakwerk verwierf een glans 'met de diepte en de dikte van een stille poel, wat er een geheel nieuwe charme aan verleende.'

Het pleidooi van Tanizaki was er een voor stijl en elegantie. Je zou denken dat hij daar tegenwoordig geen respons meer op krijgt, in de eeuw van de schreeuw en de alomtegenwoordige beelden die onophoudelijk licht sproeien, tot en met de iconen op de schermpjes van onze telefoons aan toe.

Foto Io Cooman en Eva Roefs

Maar zie, aan de gisteren verschenen 13de aflevering van het literaire tijdschrift Terras heeft het Maastrichtse instituut Van Eyck het fraaie reisverhaal De erker van Bregje Hofstede toegevoegd (15,- euro).

Een paar weken trekt zij door het stille Japan, met weinig andere bagage dan haar telefoon, plus het beroemde essay van Tanizaki.

In de mistige bergen begrijpt Hofstede waarom de Japanners 'geen harde lijnen trekken tussen dood en levend. Dat ze geloven dat de geesten in de heuvels samenkomen, theedrinken.'

Of zoals Harrie Geelen schreef: 'Jan en de schaduw bleven tot het avond was buiten spelen.' Zulke trouw is niet te onderschatten.

Meer over