Hofnar in mineur

Met verve speelde Maurizio Cattelan de afgelopen jaren de rol van outsider in de kunst. In Bregenz presenteert hij geen grappen en grollen meer, maar universele beeldenvan liefde en de dood....

De poster is een lokroep zonder doel. Nergens een verwijzing naar de grote Cattelan tentoonstelling in het plaatselijke Kunsthaus, waar ze de bittere prelude op is. Het beeld, geschilderd in de stijl van nazi-propaganda, is een boodschap op zichzelf, zwevend tussen heden en verleden, het leven en de kunst, ordinaire citymarketing en haar donkerste schaduw. Onduidelijk blijft wie hier een oordeel velt en waarom, met als gevolg dat er slechts een sfeer van dreiging uit het beeld oprijst, die, hoe grotesk de voorstelling ook lijkt, niet wezenlijk anders is dan die uit de doemscenario’s waarmee de westerse politiek haar stemvolk momenteel onder de duim probeert te houden

Burn Bregenz burn. De verwoesting is totaal op de poster die overal door de Oostenrijkse stad is opgehangen. Onder een machtige hand met de duim naar beneden, stijgen grote vlammen op uit de puinhopen van de monumenten van de stad. Rechts in beeld is nog net een stukje van de kabelbaan te zien, de toeristische trots van het stadje aan het Bodenmeer. Links in beeld de resten van die andere trekpleister, het Kunsthaus, naast een gebouw dat nog het meeste weg heeft van het hedendaagse icoon van totale verwoesting: het ingestorte WTC-gebouw in New York.

Er is geen enkele reden waarom dit schattige plaatsje zou moeten branden, anders dan door een daad van volstrekte willekeur. De kunstenaar Maurizio Cattelan, die de poster in het kader van zijn presentatie in het Kunsthaus in Bregenz heeft geproduceerd, moet er zelf nog steeds om lachen op de opening van zijn tentoonstelling. ‘No fun, betekent duim omlaag. Zo ging het bij de oude Romeinen, zo gaat het nog steeds.’ Voor hetzelfde geld was het ‘thumbs up’ geweest. Had Bregenz met een mooie zonsopkomst op de poster gestaan, met paarsgekleurde sneeuw op de flankerende bergen.

Pech voor Bregenz, maar Cattelan heeft momenteel alleen nog de dood voor ogen. Niets is onsterfelijk, ook Bregenz niet en dus zal het branden, tot op de laatste steen. Op elke hoek van de straat wordt het verkondigd. Met dank aan de verantwoordelijken bij de gemeente, die in een vlaag van zelfverachting toestemming hebben gegeven voor deze grootscheepse campagne van wat toch hun ultieme doemscenario moet zijn. Wie goed luistert, hoort de satanische lach van Cattelan door de straten galmen.

Wrede vrolijkheid die tot nadenken stemt. Cattelan heeft het tot zijn vaste werkmotto gemaakt. Al vijftien jaar maakt de 47-jarige, in Milaan en New York woonachtige kunstenaar werk waar falen, verlies en uiteindelijk de dood de centrale thema’s van zijn.

Opererend op de grens van het toelaatbare, en liefst er ietsje overheen, prikkelt hij de kunstwereld en zijn publiek tot verscherpte aandacht, door hen te confronteren met morbide grappen die eerst amuseren en vervolgens verontrusten. Het heeft hem veel succes bezorgd. In de tweede helft van de jaren negentig is hij uitgegroeid tot de hofnar-van-dienst in het koninkrijk der kunsten, als inofficiële opvolger van Jeff Koons en Martin Kippenberger. Met zijn agressieve en gemakkelijk te consumeren kunst, die doortrokken is van een snerpend nihilisme, bleek hij de juiste man de kunstwereld een spiegel voor te houden en zijn machthebbers te beschimpen en in hun eer aan te tasten. Opdat maar niemand denkt onoverwinnelijk te zijn.

Lange tijd cultiveerde Cattelan de rol van onnozele outsider, hevig verlangend naar een serieuze rol in de kunst, terwijl hij in werkelijkheid al lang een gevierd insider was, zij het een met wat atypische kunst. Kenmerkend wat dat betreft, is het beeld dat we in Nederland het beste van hem kennen. Het wassen beeld van Cattelan dat door de vloer breekt in Boijmans Van Beuningen, reikhalzend kijkend naar de wereld van de hoge kunst waarvan hij zo graag deel uit zou maken – en in feite al deed. Hij gaf ermee aan zijn eigen werk van een andere orde te vinden, uit een andere tijd, ideeënkunst die meer commentaar is dan van zichzelf bewonderenswaardig.

Niettemin zijn Cattelans werken bijna stuk voor stuk memorabel. De beelden zetten zich in je vast en laten niet snel los. Wereldberoemd is La Nona Ora, waarbij een wassen beeld van Paus Johannes Paulus II getroffen is door een meteoriet. Even indrukwekkend is het beeld van zijn Milanese galeriehouder die met tape levend en wel is vastgeplakt aan de galeriemuur, in een schitterend wraaklustig portret van afhankelijkheid en onvermogen.

In dezelfde tijd zette hij zijn Parijse galeriehouder voor schut, door hem, zogenaamd bij wijze van platvloerse grap, te portretteren als seksverslaafde, en voor de duur van de tentoonstelling als een konijn te laten rondhuppen in een enorm penispak. Effectief was ook zijn werk op de Biënnale van Venetië in 2003, waar hij een op afstand bestuurde pop met zijn gezicht liet rondrijden op een driewieler. Het tafereel reduceerde de meest poenige en machtsgeile megatentoonstelling van de wereld tot een infantiele speelplaats, met de kunstenaar als ongrijpbaar subject, wegvluchtend voordat iemand hem ergens op aan kon spreken.

Cattelan is altijd een groot kind geweest, op de vlucht voor elke aansprakelijkheid. Liever laat hij dat over aan de toeschouwer, die door hem tot medeplichtige wordt gemaakt. Sta je daar als onschuldige toeschouwer ineens op de plaats delict, oog in oog met wat vaak het resultaat is van een illegale actie van de kunstenaar. Zoals in 1997 in het kunstcentrum De Appel in Amsterdam, waar Cattelan de nacht voor de opening van de groepstentoonstelling, waar hij voor was uitgenodigd, de complete inventaris van galerie Bloom naartoe had verhuisd, inclusief de daar lopende tentoonstelling van Paul de Reus.

Het Appel-incident typeert Cattelans cynische blik op de kunst, waar jatten aan de orde van de dag is, maar wat doorgaans wordt versluierd met de plechtige kunstterm ‘appropriation’. Cattelan neemt ‘toe-eigening’ van de weeromstuit zeer letterlijk en gaat werkelijk op stelen uit. Zoals in Permanent Food, een illegaal gekopieerd tijdschrift vol plaatjes uit tijdschriften van anderen. Ook interviews zijn bij Cattelan vergaarbakken van citaten en leugenachtigheden, die doorgaans op de meest vanzelfsprekende wijze zijn gebracht. Of hij werkelijk aan de Sorbonne heeft gestudeerd bij Foucault en Deleuze, vraagt een Amerikaanse curator een tikkeltje naïef na lezing van een eerder interview met de kunstenaar in het kunstblad Flash Art? Waarop onze hofnar-van-dienst gevat zegt: ‘Kan het iemand iets schelen wat waar is als het een goed verhaal is?’

‘Hoe hopeloos een wereld waarin zelfs eekhoorns de afwas moeten doen’, grapt de Italiaans-Amerikaanse curator en kunstcriticus Francesco Bonami tijdens een lezing in Bregenz over een bekend werk van Cattelan met een opgezette depressieve eekhoorn. Het beest ligt uitgeteld met de kop op tafel. Aan de wand een wasbak met vaatwas. Officiële diagnose: zelfmoord – de minirevolver ligt onder tafel.

In één adem door maakt Bonami het thema ‘hoop’ of beter ‘hopeloosheid’ tot leidmotief in het werk van Cattelan. ‘Die, die more, die better, die again’, parafraseert hij Samuel Becketts beroemde uitspraak ‘fail, fail more, fail better, fail again’, in een poging elke hoop maar gelijk de grond in te boren. Het eerstgenoemde citaat is tevens de titel van de catalogus die bij de tentoonstelling in Bregenz gaat verschijnen en die door een Chinees volledig met de hand is gekopieerd, zowel tekst als beeld.

Van de kolderieke hofnar die in de jaren negentig wereldfaam verwierf, lijkt echter weinig over in Bregenz. De tentoonstelling is bloedserieus en volledig getoonzet in mineur, afgezien misschien van de poster, die nog het meest een cynische grap in zich draagt. De dood is overal aanwezig in het Kunsthaus, zozeer dat het lijkt alsof het gehele museum, een modernistisch meesterwerkje van de Zwitserse architect Zumpthor, veranderd is in een mortuarium, en niet alleen omdat op verzoek van de kunstenaar de temperatuur op zaal laag wordt gehouden.

De tentoonstelling bestaat uit drie voor de gelegenheid geproduceerde werken, naast de genoemde poster, die op de begane grond wordt gepresenteerd. Op de eerste etage staat de bezoeker oog in oog met een klassieke Cattelan: twee opgezette labradors waken oplettend over een tussen hen opgesteld opgezet kuikentje. Het is een aandoenlijk passiebeeld, waarbij het kuiken, universeel symbool van nieuw leven, voor de gelegenheid de rol van Christus aanneemt, en de honden die van Josef en Maria of, zo u wilt, de ezel en de os.

De etage daarboven tref je het pièce de résistance aan van Cattelans presentatie, een reeks van negen body bags, perfect gedetailleerd uitgevoerd in marmer, keurig liggend op rij, zoals, buiten de sculpturale ordeningen in de minimal art, alleen met body bags wordt gedaan. Het is een even afschrikwekkend als verwonderlijk barok beeld, zeker voor Cattelan, die nooit dergelijk definitief soort van kunst heeft willen maken, en tot nog toe slechts voor tijdelijke gelegenheden heeft gewerkt. All is de titel van dit werk, dat niet alleen de anonimiteit van de dood voelbaar maakt, maar ook de onontkoombaarheid ervan.

Om de hoek, in het trappenhuis dat aan een kant van de vierkante zalen gelegen is, neemt de vertelling een even voorspelbare als verrassende wending. De trap is bovenaan geblokkeerd door een witte deur waar een vrouw aan hangt in een houding die nog het meeste heeft van een hedendaagse crucifix. Van dichtbij is het een wassen pop van een vrouw met engelachtig rood haar, die zich met moeite optrekt aan het deurkozijn, het hoofd deels verborgen tegen haar linkerarm. Met het licht dat aan alle kanten door de kieren glipt, en haar engelachtige gedaante, de benen ietsje naar boven gebogen, lijkt ze te zweven.

Het lijkt alsof Cattelan in Bregenz eindelijk, voor het eerst in vijftien jaar, zijn status onder ogen wil komen. Van recalcitrante puber stelt hij zichzelf hier voor als kunstarrivé, die in staat moet worden geacht het museum groots te bespelen. Geen grappen en grollen meer: de toestand van de wereld is het onderwerp, in universele beelden van liefde en de dood. Het werk is van een museale allure, indrukwekkend geënsceneerd, ontroerend in details, met de crucifix in het trapgat als een briljante apotheose. De tentoonstelling, inclusief poster heeft een zekere politieke lading, maar is desondanks niet kritisch van toon. Belangrijker is het algehele gevoel van dreiging van sterven, van de onvermijdelijkheid van de dood.

Bonami vertelt in zijn lezing dat de vrouw van de crucifix gemaakt is naar voorbeeld van een werk van Francesca Woodman. Het wordt door hem weggewuifd als irrelevante informatie, niet noodzakelijk voor het begrip van de installatie. Maar wetende dat deze Amerikaanse kunstenaar vroegtijdig gestorven is, na enkele jaren heel kwetsbaar werk te hebben gemaakt, waarin ze zichzelf portretteerde op de rand van het zijn en de zichtbaarheid, is het moeilijk de informatie nog los te laten.

Uiteraard, de keuze voor een afbeelding van Woodman past in Cattelans artistieke praktijk waarin hij met gejatte beelden werkt, maar door de suggestie van een mogelijke wedergeboorte heeft de keuze voor de Amerikaanse kunstenaar uiteraard wel betekenis. Al is het de wedergeboorte van een werk van Woodman zelf. Het is misschien niet de meest subtiele reconstructie denkbaar, maar Cattelan heeft de geest van haar werk toch goed getroffen.

Op de opening was Cattelan goedlachs en levenslustig, maar en public werd voorzichtig gesuggereerd dat dit wel eens zijn laatste tentoonstelling zou kunnen zijn, het definitieve retrospectief, met de body bags als zinnebeeld van de resten van zijn oeuvre. Als dode lichamen liggen de rollen die Cattelan ooit speelde zij aan zij, klaar voor het graf. Het lijkt een gewaagde veronderstelling, maar misschien toch niet heel vreemd. Al moet daarbij worden opgemerkt dat hier een Cattelan wordt doodverklaard, niet de Cattelan. Het wachten is op zijn wedergeboorte.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden