Hof moet niet klagen over kritiek op arrest Mink K.

In de zaak Mink K. stonden voor het gerechtshof in Amsterdam volgens Hans Crombag slechts twee opties open: vrijspraak van de verdachte of het niet-ontvankelijk verklaren van het OM....

Hans Crombag

VOLGENS persraadsheer Van Asperen is het Amsterdamse gerechtshof 'verbijsterd over de reacties van politici en wetenschappers' (de Volkskrant, 27 april)op het onlangs gewezen arrest in de zaak Mink K. Het hof heeft in deze zaak het Openbaar Ministerie niet ontvankelijk verklaard, onder meer omdat de minister van justitie de met Mink K. gesloten geheime overeenkomst ter inzage heeft gegeven aan de commissie-Kalsbeek, die op haar beurt in haar rapport over het bestaan van die overeenkomst berichtte.

De minister had niet zoveel keuze omdat hij immers de wettelijke plicht heeft om het parlement alle informatie te verschaffen die het wenst. Dat korte tijd later de pers wist te melden wat de identiteit van de persoon was met wie de afspraak was gemaakt, was wellicht te voorzien, maar niet de verantwoordelijkheid van de minister. Was dat wel zo, dan zou het hof er nu ook verantwoordelijk voor zijn dat het geheime deel van zijn arrest de volgende dag in de krant te lezen was. Zo gaan die dingen en iedereen weet dat.

Het hof meent dat de veiligheid van Mink K. door toedoen van het Openbaar Ministerie in gevaar is gebracht: 'de positie van verdachte in ''het milieu'' (is) onhoudbaar' geworden. De oorzaak van dit gevaar ligt echter in 'het milieu' zelf, zo ondervond bijvoorbeeld Sem Klepper nog niet zolang geleden en die was - voorzover wij weten- geen informant van het OM. Mink K. moest voor zijn leven vrezen vanaf het moment dat hij zich een vooraanstaande plaats verwierf in het milieu. Zo gaat men in die kringen met elkaar om. De acties van het OM doen daar weinig aan toe of af.

Toen de commissie-Kalsbeek de minister om informatie vroeg, stond die voor een dilemma: zijn afspraak met Mink K. gestand doen of zijn informatieplicht ten aanzien van het parlement vervullen. In zijn arrest kwam het hof voor een soortgelijk dilemma te staan, dat Van Asperen aanduidt als 'een conflict van rechtsregels': voldoen aan zijn wettelijke plicht tot het openbaar maken van zijn arrest of schending van die plicht in het belang van wat het voor 'een goede rechtspleging' hield. Door voor het laatste te kiezen, creëerde het wat Van Asperen 'een novum' noemt.

Wat was eigenlijk de keuze waarvoor het hof stond? Niet ontvankelijk verklaren of veroordelen? Nee, dat was de keuze niet, zo blijkt aan het slot van het arrest. Daar zegt het hof dat 'het uit het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep niet de overtuiging heeft gekregen dat verdachte bij de in een woning aangetroffen grote partij wapens, waarvan het voorhanden hebben hem is tenlastegelegd, op andere wijze betrokken was dan op verzoek van een kennis nagaan of deze wapens ontladen waren en/of gevaar konden opleveren.'

Overtuigend bewijs voor het tenlastegelegde was er derhalve niet. Dus was het dilemma waarvoor het hof stond: vrijspreken of niet ontvankelijk verklaren. Vrijspraak zou ongetwijfeld ook tot grote opwinding in de media geleid hebben. Met dat vooruitzicht gaf het hof er de voorkeur aan om het OM een forse draai om de oren te geven.

Daarmee is de zaak niet af. Als de Hoge Raad inderdaad, zoals de geleerden voorspellen, het novum van een gedeeltelijk geheim arrest afkeurt, dan belandt de zaak op het bord van een ander hof. Niet onmogelijk dat ook dat hof tot de conclusie komt dat het bewijs van het tenlastegelegde niet overtuigend is en zich alsnog genoodzaakt voelt om vrij te spreken. Door die weg niet meteen te bewandelen zorgde het Amsterdamse hof waarschijnlijk slechts voor uitstel van executie. Van Mink K. zijn wij nog niet af.

'Het hof heeft gesproken en daarmee uit', zo houdt Van Asperen ons voor. Zo eenvoudig ligt dat niet: het hof heeft de wettelijke plicht zijn arresten te motiveren, waarna ieder het volste recht heeft om daarop commentaar te leveren. Dat is de ratio van de plicht tot motiveren en openbaarmaken van rechterlijke beslissingen. Dan kunnen wij, het publiek, de rechter controleren.

Dat is bepaald nodig, juist omdat die gedachte in rechterlijke kring niet populair is. Daar vindt men al gauw dat controle en commentaar op rechterlijke uitspraken gevaar opleveren voor de rechterlijke onafhankelijkheid. Is dat de reden waarom rechters gewoonlijk zo spaarzaam motiveren en commentaar daarop voor ongepast houden? Zeker, rechterlijke onafhankelijkheid is van groot belang, maar kwaliteitscontrole is dat evenzeer. Als de rechter terecht bezwaar maakt tegen dwingende controle op de kwaliteit van zijn werk van buitenaf, dan is het enige alternatief kwaliteitscontrole van binnenuit. Hebben de rechters die dit geruchtmakende arrest wezen onder hun collega-raadsheren geïnformeerd wat zij van de zaak dachten en of het wel verstandig was de oorlog te verklaren aan de minister en het OM?

De paniekerige reactie van Van Asperen wekt de indruk dat het arrest ook voor hem als een verrassing kwam. Nee, zijn eigen mening erover wil hij niet geven: 'Iedereen heeft zo zijn eigen ideeën over het juridische leven.' Dat moge feitelijk waar zijn, maar zo hoort het niet. Binnen de rechterlijk macht dient men eraan te werken dat rechterlijke uitspraken niet de allerindividueelste uitdrukking van de allerindividueelste rechterlijke emotie worden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden